Betaalbaar én goed elektrisch rijden, het kan met deze drie kleine auto’s

De stekkerauto wordt eindelijk betaalbaar voor mensen die niet meer kunnen of willen uitgeven dan 25.000 euro. Kijk mijn trio dan: 19.950 euro voor de Leapmotor T03, 24.499 euro voor de Dongfeng Box, beide uit China en 24.300 euro voor de Citroën ë-C3.

Ja, Dacia levert sinds 2021 de elektrische Spring, maar daar mag je voor twintig mille niet te veel van verwachten. Met 44 of 65 pk moet je geen haast hebben, na 200 kilometer is de batterij leeg, snelladen kan niet. Om minder kapitaalkrachtigen mee te krijgen is meer nodig. Snellader, actieradius van minstens 250 kilometer, betere prestaties, plaats voor vier volwassenen met bagage.

Deze drie voldoen met een WLTP- (opgegeven) actieradius van 265 (T03), 310 (Box) en 320 kilometer (ë-C3) én snellaadsnelheden tot respectievelijk 46, 60 en 100 kW aan basale tot volwassen eisen. De Box laadt aan AC-laders zelfs al 3-fase met 11 kW, wat de T03 niet en de Citroën alleen tegen een meerprijs van 400 euro kan.

Voor vergelijkbaar geld heb je inmiddels ook een behoorlijke elektrische occasion, maar niet iedereen wil na de invoering van wegenbelasting voor stekkerauto’s een zware Tesla of VW ID.3. In en om de stad, ook dat, is kleiner altijd fijner. Mooi, voor het eerst heeft de elektrische budgetrijder iets te kiezen. De iets duurdere Hyundai Inster prees ik hier al de hemel in en binnenkort komt ook BYD met een kleintje.

Dongfeng Box

Foto’s:

Nieuwkomer Dongfeng zet hoog in met de Box. Voor iets meer dan 24 mille heb je een auto met een forse 42kWh-accu en alles erop en eraan. Elektrisch verstelbare bestuurdersstoel, uitgebreid multimediasysteem met de gelikte graphics van een premiummerk. Startscherm van het touch-screen is een huiskamer waarin alle meubels bedieningselementen zijn. Via de radio activeer je de audio, via de schemerlamp de sfeerverlichting, via het laatje in het tafeltje waarop hij staat de apps. Met Android Auto of Apple CarPlay projecteer je je telefoonmenu op het display, de draadloze telefoonoplader ligt perfect in het verlengde van de middenarmsteun, de bezorgdheid van de veiligheidssystemen kent geen grenzen. Een in de A-stijl gemonteerde camera voor de vermoeidheidssensor ziet blijkbaar het verschil niet tussen lichte en matige vermoeidheid, omdat hij er haast tegelijkertijd voor waarschuwt. Hoofdzaak: de Box biedt een stille, aangename leefomgeving. Het met van Citroën gejatte kofferriempjes en stikseltjes opgetuigde dashboard oogt zelfs chic.

De ruimte voor is groot, die achterin voor zo’n kleine auto buitengewoon. Met de bestuurdersstoel in mijn positie kan ik vorstelijk achter mezelf zitten. Overal opbergruimte, twee bekerhouders, onder de middenarmsteun een diep bergvak. De kofferruimte is diep, de uit één stuk gemaakte rugleuning van de achterbank kan plat. Zo wordt het prima shoppen bij Ikea of vakantie vieren voor een stel zonder bezwaren tegen een flinke portie laadstops, hoewel zelfs dat lijkt mee te vallen. Een bereik van 300 kilometer is in kwakkelwinters als de onze doenlijk. Door hun lage gewicht halen deze auto’s, ook de 1.324 kilo zware Box, makkelijker hun fabrieksopgaven dan grotere en veel zwaardere EV’s. Dongfeng maakt een eersteklas debuut. Als de Box net zo betrouwbaar als doordacht is en je zonder extreme eisen voor weinig een EV zoekt, dan is dit je keuze. De eerdergenoemde Hyundai Inster overklast hem, maar die is met de grotere 49kWh-batterij en vergelijkbare uitrusting zelfs na aftrek van een tijdelijke bonuskorting 4.000 euro duurder.

Wat kunnen Leapmotor en Citroën daartegenover stellen?

Leapmotor T03

Foto’s: Merlijn Doomernik

De Citroën ziet er alleraardigst uit, terwijl het net niet knuffelige mopsneusje van Leapmotor een groot beroep doet op je esthetische verdraagzaamheid. Gelukkig heeft de T03 één ijzersterke troef. De prijs voor een volledig uitgeruste auto duikt met 19.950 euro net onder de magische grens van de twintig mille. Daarmee wordt hij een directe concurrent van de Dacia Spring, maar de T03 met zijn veel grotere 37,3kWh-accu presteert op alle vlakken beter. Met een lengte van 3 meter 62 en een breedte van 1 meter 65 is het een dwerg, maar niet voorin. Ook grotere chauffeurs zitten daar door de suv-achtige hoogte prima en achterin zit je nog altijd beter dan in grotere Stellantis-modellen. Aan het kofferbakje van 210 liter moet je maar niet te veel denken.

De T03 is wel erg bemoeizuchtig en de op mij gerichte camera die in de Box nog de nuance zoekt, pareert letterlijk elke gaap van de bestuurder met een vermoeidheidswaarschuwend alarmsignaal. Kijk niet te lang naar het interieur, want Chinezen denken net als de Koreanen niet zo lang geleden dachten dat pianolak deftig is. Verder heb je voor een spotprijs een praktisch, comfortabel, behoorlijk gebouwd autootje met harde maar redelijke stoelen en een voor de prijs belachelijk complete uitrusting met airconditioning, elektrische ramen, een multimedia-touchscreen met navigatie en bluetooth, stuur- en spraakbediening plus tien veiligheidsassistenten. Zelfs het navigatiesysteem lijkt verrassend goed geïnformeerd over actuele verkeerssituaties. Na een verkeerde afslag berekent hij onmiddellijk een nieuwe route en legt dat ook lief uit: „A new route has been calculated for you.”

Met een vermogen van 95 pk, evenveel als de Box, is de T03 opmerkelijk vlot en binnen blijft het stil, al hoor je enig windgeruis. Dit is geen premium product, dat zal duidelijk zijn. Hij klinkt als een vliegende schotel in een komisch hoorspel uit de jaren vijftig. En één probleem moet Leapmotor snel oplossen: de thermostaat is via het touchscreen moeilijk in te stellen. In de T03 is het ijskoud óf broeierig. Een ruitenwisser achter had ook best gemogen.

De overige manco’s zijn details. De gordelverklikker denkt soms ten onrechte dat je gordel niet vastzit. Dat trek je met een rukje aan de gordel recht. Hoofdzaak: zijn uithoudingsvermogen is uitstekend. Een snelwegrit van 230 kilometer met één lunchpauze, waarbij ik aan een AC-paal iets van 15 kilometer bijlaadde, eindigt met 24 kilometer restbereik. Dat traject had ik bij een buitentemperatuur van 5 graden dus net zonder laadstop kunnen afleggen. Ik geef toe dat ik voor dat resultaat mijn best heb gedaan door de kleine niet boven de honderd op te stuwen, maar harder ging toch vaak niet. In spitsachtige verkeerssituaties zakt de gemiddelde snelwegsnelheid in Nederland snel naar tachtig, negentig.

Wie niet te veel eist en niet wordt gehinderd door morele bezwaren tegen Chinese producten redt zich prima met dit autootje. Het is tien keer bruikbaarder dan de Spring, het ontbreken van een driefasenlader is met zo’n kleine accu geen ramp en een gewicht van 1.175 kilo scheelt dik in de wegenbelasting.

Citroën ë-C3

Foto’s: Merlijn Doomernik

Chinacritici die naar de Citroën dachten te kunnen uitwijken komen bedrogen uit. De 44kWh-accu van de ë-C3 is óók Chinees. Maar de auto is Frans in de beste betekenis. Hij is bijna charmant en dat is lang geleden bij Citroën, expert in pseudo-leuke, suv-achtige dozen voor het uitgestorven genre eigenheimers dat dit merk ooit op de been hield.

Bij vertrek doet hij Frans moeilijk over mijn draadloze telefoonverbinding. Zijn bluetooth kan geen smartphone detecteren, misschien omdat het volgens de auto 14.52 uur is, terwijl het eigenlijk 10.31 uur is – wat een Citroën ook is, het is geen tijdmachine. Frans vertrouwd, en dus stiekem best leuk, is een hardnekkig rammeltje in het dashboard. De signalen van de veiligheidssystemen zijn hysterische gamegeluidjes uit de jaren negentig, een soort retrodigitale paniekzaaiers. Voor anderen een ramp, voor mij een deugd. Van die kinderlijke klunzigheid kan ik als sadomasochist uit een ongeneeslijk francofoon milieu niet genoeg krijgen. Verder is hij voor een Fransoos bijna shockerend professioneel. Je zit ruim op behoorlijk zittende stoelen van aanvaardbaar formaat, links en rechts hebben je knieën aangenaam de ruimte en het dashboard steekt niet te ver de cabine in, wat de ruimtelijke indruk nog bevordert. De afwerking is afgezien van het rammeltje bovenmodaal, en typisch Frans bedieningsongemak blijft achterwege. Je krijgt normale knoppen voor airco en ventilatie, voor- en achterruitverwarming; bekerhouders en draadloze telefoonoplader bevinden zich op begrijpelijke plaatsen. Met typische Stellantis-parafernalia als de schakelhevel die Stellantis ook monteert in Opels heb je als francofiel te leren leven.

Verder blijkt de snelste en met 113 pk sterkste auto van het testtrio een genot om mee te rijden. Veert lekker, stuurt prettig.

Het laden gaat minder. De laadsnelheid kwam niet in de buurt van de beloofde 100 kW. Terwijl de batterij behoorlijk leeg was, bij EV’s een voorwaarde voor snelle laadtijden. Op het Fastned-display bleef de laadsnelheid na een kortstondige piek op 45 kW rond de 30 kW schommelen. Dat schiet niet op. De Leapmotor maakt ook geen haast trouwens.

Nog iets: de zogenaamde lithium-ijzerfosfaat- ofwel LFP-batterij van de Citroën presteert slecht bij kou. Als je bij vertrek volgeladen accu na 133 kilometer op 23 procent zit, heb je een actieradius van nog geen 200 kilometer. Het koude weer van 1 tot 4 graden en de harde wind zaten tegen, chauffeur en bijrijder waren geen lichtgewichten. Keerzijde van de medaille is dat je LFP-batterijen vaker vol kunt laden zonder capaciteitsverlies. En misschien haal je die 100 kW in de lente en zomer probleemloos. Wat wel weer leuk is aan de Citroën: voor 340 euro en 9 cent koop je er een mobiel koffiezetapparaat bij met de naam Handpresso Auto Capsule, door Citroën gezegend met de onbegrijpelijke aanbeveling ‘precies zo geautomatiseerd als nodig is’. Die zin spookt al dagen door mijn hoofd.

Wat er ook te klagen en te tobben valt, de democratisering van elektrisch rijden is begonnen. De concessies aan bereik en inzetbaarheid vallen mee als je niet dagelijks het halve land doorkruist maar zoals 90 procent van de bestuurders je auto uitsluitend voor woon-werkverkeer plus boodschappen inzet. En dat kan nu met een comfort waar je voorheen in deze prijsklasse alleen maar van kon dromen.