Nathalie Laats in Schiebroek-Zuid laat zich door niemand angst aanpraten, ook niet door de overheid. Spullen in huis halen voor als de elektriciteit uitvalt? Of erger? Nee. „Alles is georkestreerd”, zegt ze. „En politiek is vergif.” Ruth van Rossum in Den Haag gaat de rugzak met radio en knijpkat maar weer eens van zolder halen. Die heeft ze gekocht toen Rusland Oekraïne was binnengevallen „Niet denken dat de overheid alles wel regelt”, zegt ze. „Je moet zelf ook wat doen.”
Jacqueline van der Sluijs in Amersfoort-Vathorst weet nog hoe snel vriendelijke mensen in jagers kunnen veranderen van toen corona begon. Ze werkte in een supermarkt en leerde: het is niet de dreiging zelf die je moet vrezen, maar de reactie erop. En wat zegt Leny Speelziek in Kwadendamme? Zij zou wel een rubberboot willen hebben. Voor als het water komt.
NRC volgt in 2025 drie stadswijken en een dorp die min of meer representatief zijn voor Nederland. In januari vroegen we inwoners naar hun verwachtingen voor het nieuwe jaar. Deze keer is het thema: wie heeft er al een noodpakket?
Rotterdam Schiebroek-Zuid

Met een prikstok en een emmer houdt Peter Bokhorst (71) het pleintje voor zijn flat schoon. „Anders wordt het hier een teringbende.” De woningbouwvereniging doet het niet, zegt hij, en de gemeente komt hier niet. Een keer verzamelde hij vijf vuilniszakken aan troep in een week.
Hij woont op de tiende etage van een vijfenzestigplusflat in Schiebroek-Zuid. Een vriend vroeg aan hem of dit soms een rusthuis was. Bokhorst weet wel beter. Er wonen mensen die net als hij een rustig leven leiden. Maar er wonen ook verwarde ouderen die ’s nachts door de gangen spoken. En drugsdealers. Twee jaar geleden was er nog brand doordat iemand synthetische drugs aan het maken was. Stond de hele flat midden in de nacht in de kou op straat. Op de deur naar de gezamenlijke tuin hangt een A4’tje waarop staat: ‘blowverbod, wegens overlast in de buurt’.

Niemand in de flat heeft het over noodpakketten, zegt Bokhorst. „Echt nooit.” Hij spreekt flatbewoners met gaten in hun kleren. „Mensen leven hier bij de dag. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd.” Hij leeft ook bij de dag, maar om andere redenen. „Ik ben politiek bewust, ik kan me goed voorstellen dat er oorlog komt.”
Kaarsen heeft hij al. Vroeger was hij kerkmusicus. Hij studeerde theologie in Apeldoorn om predikant te worden. Later werd hij rooms-katholiek vanwege de liturgie, de muziek, het „theater”. Nu voelt hij zich thuis in de protestantse Laurenskerk en de „gay-community” daar omheen. Hij stijldanst elke week en vier keer per dag laat hij Rani uit, een kruising tussen een maltezer en een shih tzu.


Eigenlijk, vindt hij, zou hij ook flessen water moeten inslaan. Batterijen, een knijpkat. Daar denkt hij aan als hij wakker ligt. Hij zou ook, denkt hij dan, een gezamenlijke rekening moeten openen met zijn dochter. Een adressenlijst maken zodat zijn kinderen weten wie een rouwkaart krijgt, ooit. „Ik ben gewoon te lui”, zegt hij. Maar vooral is daar het gevoel dat hij nog alle tijd heeft. En Oekraïne is ver weg.
In de kelderbox van Nathalie Laats (52) liggen twaalf flessen water. „Noem het een noodvoorraad, maar dan voor andere mensen die in nood zijn.” Ze woont in een van de zeven ‘slechtste straten’ in Schiebroek-Zuid, volgens de welzijnsorganisatie. Ruzies, overlast, rommel. In de eenpersoonswoningen tegenover haar flat wonen mensen waar „iets” mee is. „Soms denk ik dat het fout gaat omdát ze hier zo wonen.” Ze lenen elkaar geld en dat wordt dan ruzie.

Ze was zestien of zeventien toen ze uit huis ging. Haar middelbare school maakte ze niet af. In een kledinggroothandel pakte ze dozen uit en bereidde ze de lunch. Ze verkocht zilveren sieraden en edelstenen op beurzen, tot de „recessie” kwam. Haar vingers maken aanhalingstekens in de lucht.
Ze was zwanger van haar tweede toen ze hier 23 jaar geleden kwam wonen. Haar man is Kaapverdiaans en bezoekt de Eritrese kerk. In haar woonkamer hangen Ethiopisch-orthodoxe heiligenbeelden naast een afbeelding van Jezus. Poes Nala slaapt op de bank.
Een tijdje terug is Nathalie Laats een moestuin begonnen in de binnentuin tussen de flats, voor alle bewoners. Picknicktafel ernaast, een succes. Buren leerden elkaar kennen, kinderen hielpen de stoepen schoon te houden. Maar de buurt, zegt ze, is nu niet beter dan toen ze hier kwam wonen. „Er is meer armoede.”
Haar verrast het niet, die armoede, recessie, oorlog. „Alles is georkestreerd”, zegt ze. „Politiek is vergif.” Alleen Thierry Baudet van Forum voor Democratie interesseert haar. „Eerst vond ik hem elitair, maar hij ziet dingen.” Nee, het is niet de overheid die orkestreert. Het zijn de banken, het is de elite. „Ze willen ons, burgers in hun macht hebben.” Precies dáárom zal Nathalie Laats geen noodvoorraden inslaan. „Ik laat me geen angst aanpraten.”
Den HaagArchipelbuurt
65-plussers: 20 procent
Migratieachtergrond
van buiten Europa: 27 procent
Koopwoningen: 54 procent (vooral appartementen)
Gemiddelde woningwaarde: 639.000 euro

Peter de Ruiter (64), socioloog, uitgever, schrijver, podcastmaker: „Eerder heb ik weleens zakken met rijst gekocht, die stonden daar” – hij wijst naar de hoek van de kamer – „onder de bank. Op een gegeven moment zag ik langs de plint een muisje lopen. Dat had, heel slim, aan de bovenkant een gaatje geknaagd, zodat de rijst er niet aan de onderkant uitliep. Het was in 2009 of 2010, we zaten in de kredietcrisis. Ik had ook blikken corned beef en soep in huis gehaald. Mijn vriendin, nu mijn vrouw, zei: jij bent gek, straks kun je alles weggooien. En dat was ook zo.”
Voor de millenniumwisseling, toen de vrees bestond dat alle computersystemen zouden vastlopen, had hij het bad vol laten lopen. De auto was volgetankt en hij had jerrycans benzine gekocht. „Er gebeurde niets”, zegt hij. „Moet ik me nu weer voorbereiden? Waarop dan? Laatst heb ik gekeken of ik nog ergens een oude radio had. Ik heb twee zware powerbanks, vorig jaar gekocht toen ik naar Zuid-Afrika ging. Daar ligt de stroom er elke dag wel een paar uur af. Met een powerbank kun je drie keer je laptop opladen. Zonder laptop en internet ben ik nergens. Maar wat” – hij lacht – „als internet niet meer functioneert? Zit ik met mijn powerbanks. Ik heb net een boek gemaakt over zonne-energie en op aanraden van een vriendin die bij de rijksoverheid werkt heb ik het ook over zonnepanelen. Doen die het nog als de stroom uitvalt? Nee dus.” Hij bedoelt gewone zonnepanelen, die veel mensen nu op hun dak hebben. Niet off the grid.
„Ik ben fatalistisch en tegelijkertijd weet ik dat ik kan improviseren. Voor mijn werk heb ik veel gereisd, ook naar landen waar weinig is geregeld. Desnoods rijd ik naar het platteland van Frankrijk, zoals de hoofdpersoon in de roman Soumission van Houellebecq. Erg leuk heeft hij het daar trouwens niet. Vermoorde mensen, verwoeste dorpen. Gisteravond heb ik in het filmhuis L’Histoire de Souleymane gezien, over een illegale vluchteling in Parijs. Na afloop dacht ik, zoals zo vaak: wat ben ik toch een gezegend mens. Genoeg geld om naar de film te gaan en nog wat te eten in de stad. Mijn enige probleem was dat het zo koud was op de fiets.”
Ruth van Rossum (64), manager bij de rijksoverheid en dichter: „Toen Rusland Oekraïne was binnengevallen, drie jaar geleden, heb ik zo’n rugzak besteld met allemaal belangrijke dingen erin. Sindsdien staat die op zolder. Eerlijk gezegd weet ik niet meer precies wat erin zit. Een knijpkat? Een radiootje? Kaarsen en lucifers heb ik sowieso wel in huis. Mensen denken: de overheid regelt alles wel. Dacht ik ook, hoor. Maar dat kan natuurlijk niet. Je moet zelf ook wat doen. Dus ik ga die rugzak binnenkort maar weer eens naar beneden halen om te kijken of er iets geactualiseerd moet worden. Er schijnen off-the-grid-winkels te bestaan waar je alles kunt kopen om niet afhankelijk te zijn van de samenleving. Ik ben geen ‘autonoom’, maar het lijkt me best verstandig om voor je eten en drinken en je energie zelfredzaam te kunnen zijn. Vorig jaar heb ik schijven tomaat in de tuin onder de grond gestopt. Een vriendin had me verteld dat er tomatenplanten uit zouden komen. En dat was ook zo. Nu ga ik een groter stuk van de tuin doen, maar niet zo groot dat ik mezelf kan bedruipen. Groente verbouwen kost veel tijd en die tijd heb ik niet.”

BorseleKwadendamme
65-plussers: 24 procent
Migratieachtergrond
van buiten Europa: 6 procent
Koopwoningen: 72 procent (vooral eengezinswoningen)
Gemiddelde woningwaarde: 317.000 euro

Leny Speelziek (58) woont met haar man, hond, poezen en valkparkieten in een aangepast huis in Kwadendamme, vanwege haar artritis. Eerder maakte ze kantoren schoon, was ze interieurverzorgster bij mensen thuis en zette ze brievenbussen in elkaar, tot het niet meer ging. Nu leeft ze van „het AOW’tje” van haar man.
Pas geleden hoorde ze dat NRC op zoek was naar mensen die wilden vertellen over hun noodpakket. Ze stuurde een mailtje. „Nu is mijn vraag aan u, zijn er ook gratis noodpakketten beschikbaar?” Aan de telefoon zegt ze: „Ik probeer me niet te druk te maken over de toekomst, maar je moet natuurlijk wel wat in huis hebben. Stel dat er iets gebeurt?”

Sinds december, merkt ze, heeft iedereen in Kwadendamme het erover. Het begon met het advies van de rijksoverheid om noodpakketten in te slaan en daarna schreef gemeente Borsele een prijsvraag uit. Burgers mochten een berichtje sturen waarin ze drie producten noemden die in zo’n pakket zouden moeten zitten. Er waren zeventig inzendingen – ze gingen over water, voedsel, kaarsen – en in een filmpje op Instagram is te zien hoe de burgemeester briefjes met namen uit een glazen schaal grabbelde. Voor de winnaar was er een uitgebreid noodpakket ter waarde van 275 euro.
Ik krabde me achter de oren. Hoe kan ik ooit zo’n pakket betalen?
Leny Speelziek won niets. „Ik krabde me achter de oren”, zegt ze. „Hoe kan ik ooit zo’n pakket betalen?” Ze belde ze de gemeente. Konden zij haar soms aan de spullen helpen die alle Nederlanders kennelijk in huis moeten hebben? Ze zou blij zijn met iets om op te koken. Een zaklamp. „Dat de minima niets extra’s hebben is een dingetje dat me bezighoudt.”
En dan vertelt ze dat de mensen in Zeeland ook met elkaar over rubberboten praten. Voor als het water komt. Dus een rubberboot? Graag. En een pompje om water mee te zuiveren.


Amersfoort Vathorst-De Laak
65-plussers: 6 procent
Migratieachtergrond
van buiten Europa: 25 procent
Koopwoningen: 64 procent (vooral eengezinswoningen)
Gemiddelde woningwaarde: 491.000 euro

Volle winkelkarretjes zijn de supermarktmedewerkers in gezinswijk Amersfoort-Vathorst wel gewend. En na de alarmerende berichten in het nieuws laatst over de aanschaf van noodpakketten werden ze weer net wat voller. Vooral de soepblikken gaan dan hard, zien de vakkenvullers van de Lidl. De spaghetti. Doperwten in blik. Water. Maar dat is nu weer voorbij. Want Vathorst, een wijk vol tweeverdieners, voelt veilig. Toch?
„Jazéker”, zegt Jacqueline van der Sluijs (54), die met een boodschappentas over het winkelplein stiefelt. Maar zelfs hier, ver weg van alle wereldrampen, weet ze, kan het zo omslaan. Ze denkt nog vaak aan maart 2020, toen ze als caissière bij de Albert Heijn om de hoek werkte en corona ons land had bereikt. „Je woont hier, je kent de mensen, je ziet ze elke dag. Je weet: die is áltijd vriendelijk, die is aardig. En dan in één keer…”
Diezelfde mensen stonden opeens ruzie te maken. Ze stalen boodschappen uit elkaars karretjes. Pasta. Babyvoeding. Shampoo. Chips. „Alsof je in je laatste dagen dan maar chips gaat zitten eten.” Alles wat gepakt kon worden werd gepakt. Geplunderd. „Het was ieder voor zich.” Die mensen waren geen mensen meer, zegt ze, maar jagers. Stond ze daar, in een oranje veiligheidshesje. Het personeel had de instructie gekregen om alles in goede banen te leiden. Ze werd gewoon aan de kant geduwd. „Duurde vier dagen en daarna was het weer back to normal.” Nou ja, soort van.
Van der Sluijs is niet zo bezig met noodpakketten. Maar dát is waar ze nog het meest voor zou vrezen: niet de dreiging zelf, maar de reactie erop.
Of hij een noodpakket in huis heeft? Het knikje van Alexander Povel (69) op het winkelplein van Amersfoort-Vathorst is zo vanzelfsprekend dat het bijna klinkt als een rare vraag. Natúúrlijk heeft hij een noodpakket in huis. „Ik ben geen prepper”, zegt hij met nadruk. „Maar heb je dan nooit gehoord over de ‘circle of influence’?”
Je kunt je in het leven over van alles druk maken. Het is verspilde energie. „Dus focus je alleen op zaken waar je wél invloed op hebt”, vertelt Povel met een zakje warme kip van het Grill Paleis in zijn hand. „Dat geeft voldoening en je voelt de cirkel groeien, omdat je je aandacht erop richt.”
Een simpele managementtheorie die Povel niet alleen gebruikte in zijn werk als ingenieur, maar ook nog altijd in zijn persoonlijk leven. Zo nam hij in coronatijd alle vaccinaties. „Daar heb je invloed op, niet op het virus.” Op het dak van zijn woning staan zonnepanelen, de ramen zijn extra geïsoleerd en op zijn werkkamer heeft hij een infraroodpaneel dat alleen op hem is gericht. „Daar heb je ook invloed op, niet op de energieprijzen.”
Hij beseft: invloed op de onverwachte fratsen van grootmachten als China en Rusland is er evenmin. En wat te denken van Trump en al dat nepnieuws? Dat er zó veel mensen achter zo’n leider aanlopen, dat verbaast hem nog het meest. Maar wat kun je doen? Wat als zo’n wereldconflict escaleert en we, bijvoorbeeld, zonder internet komen te zitten? „Daar zijn we echt afhankelijk van. Dat is een reële dreiging.”
Dus ja, hij heeft een noodpakket. Met onder meer batterijtjes, een radiootje en eten voor drie weken. „Blikken, potten, al die dingen.” Als potten in de aanbieding zijn koopt hij er gelijk veertig van. Z’n lege flessen Rivella levert hij niet meer in. „Die vul ik met water en leg ik thuis in de garage.” Ja, wel af en toe verversen.
