Wordt het na 131 jaar tijd voor een vrouwelijke IOC-baas?

Vorig jaar interviewde ik Anita DeFrantz, een van de meest invloedrijke vrouwen uit de geschiedenis van het Internationaal Olympisch Comité. De Amerikaanse werd in 1997 als eerste vrouw verkozen tot vice-voorzitter, onder Juan Antonio Samaranch, en kreeg in 2017 een tweede termijn onder Thomas Bach. Toen ik vroeg of ze trots was op het predikaat ‘eerste vrouw’, zei ze: „Het is een eer om de eerste in iets te zijn, maar het is belangrijker om niet de laatste te zijn.”

Ik heb vaker teruggedacht aan het gesprek met DeFrantz, die me raakte door haar vastberadenheid en bescheidenheid. Als zwarte vrouw, opgegroeid in Indianapolis, „de meest noordelijke stad in het Amerikaanse zuiden”, weet ze wat het betekent om te worden achtergesteld. Nooit zal ze de dag vergeten dat haar vader haar als meisje een bord liet zien met de tekst: Don’t be here after dark – nigger.’ Alsof er een zaadje werd geplant, zei ze: spreek je uit tegen onrecht.

DeFrantz (72) was in 2002 ook de eerste vrouw die zich kandideerde voor het voorzitterschap van het IOC. Ze nam het op tegen vier mannen: de Belg Jacques Rogge, de Zuid-Koreaan Un Yong Kim, de Canadees Richard Pound en de Hongaar Pál Schmitt. Rogge kreeg de meeste stemmen (46), DeFrantz de minste: negen. Het zou nog 22 jaar duren voordat zich weer een vrouw zou kandideren: oud-zwemster Kirsty Coventry, winnares van zeven olympische medailles, tegenwoordig minister van sport in haar geboorteland Zimbabwe.

Coventry neemt het op tegen zes mannen: de Britse voorzitter van de wereldatletiekbond Sebastian Coe, de Jordaanse prins Feisal Al Hussein, de Spaanse vicevoorzitter van het IOC Juan Antonio Samaranch jr (zoon van de voormalige IOC-baas), de Franse voorzitter van de internationale wielrenunie David Lappartient, de Japanse voorzitter van de internationale gymnastiekfederatie Morinari Watanabe en de Zweeds-Britse baas van de internationale ski- en snowboardfederatie Johan Eliasch.

Op 30 januari presenteren de kandidaten hun programma’s aan de 105 IOC-leden, tijdens een besloten vergadering in het Zwitserse Lausanne. Daarna is het nog zo’n anderhalve maand wachten op het IOC-congres in Griekenland, waar tijdens een geheime stemming de opvolger van Thomas Bach wordt gekozen. Die zou Coventry prefereren boven de gedoodverfde winnaar Coe, die zich als atleet in de jaren tachtig twee keer tot olympisch kampioen liet kronen.

DeFrantz, sinds 1986 IOC-lid, mag volgens de reglementen geen commentaar geven op de kandidaten. Haar taalgebruik is wat omfloerst, en ik wil haar niet in de problemen brengen. Dus draaien we tijdens een Zoom-gesprek wat om elkaar heen. Wat staat haar het meest bij van de verkiezingen van toen? Maakt een vrouw nu meer kans om IOC-voorzitter te worden? En stel dat Coventry wordt verkozen, moeten we dat dan als een mijlpaal zien?

DeFrantz vertelt dat de verkiezing veel van haar vergde. Ze voelde „veel druk” en huilde toen het achter de rug was. „De dag voor de verkiezing verloor ik elf stemmen. Leden kwamen naar me toe om te vertellen dat ze voor iemand hadden gekozen die ‘kon winnen en leiding kon geven aan het IOC’. Niet leuk, maar ik kon het wel waarderen dat ze dat aan me vertelden, dat hadden ze niet hoeven doen.”

Ze laat in het midden of Coventry meer kans maakt dan zij destijds, maar zegt wel dat er in de afgelopen kwarteeuw veel ten positieve is veranderd bij de olympische beweging. 41 procent van de IOC-leden is nu vrouw. Hoe hoog dat percentage begin deze eeuw was weet ze niet, maar veel kan het niet zijn geweest. „Ik denk dat het belangrijk is dat we bewijzen dat we om mannen én vrouwen geven”, zegt DeFrantz, die de uitkomst van de verkiezing een „article of faith” noemt.

Ik denk even dat ik een duidelijke voorkeur hoor, maar ze zegt óók dat de sekse van de nieuwe voorzitter minder belangrijk is dan zijn of haar kwaliteiten. En op mijn vraag wat een overwinning van Coventry zou betekenen voor de vrouwensport, antwoordt ze: „Dat valt te bezien, maar positief is in elk geval dat vrouwen ernaar streven om voorzitter te worden.”

Eenzelfde geluid hoor ik van Els van Breda, tussen 2001 en 2008 IOC-lid namens Nederland, de enige Nederlandse vrouw sinds 1894. „Of het nou een man of een vrouw wordt vind ik niet belangrijk”, zegt ze. „Als de nieuwe voorzitter maar capabel is, van sport houdt en een goed diplomatiek kompas heeft.” Want de invloed van de voorzitter is beperkt, benadrukt ze. Sportbonden krijgen geld van het IOC en kunnen dat naar eigen inzicht besteden. Een voorzitter kan hooguit een „indringend gesprek” voeren met een bond. Zo van: jullie hebben veel aandacht voor het mannenbasketbal, zouden jullie je niet wat meer op de vrouwen richten? „De macht van de IOC-voorzitter ligt in stille diplomatie”, aldus Van Breda.

Kirsty Coventry is pas de tweede vrouw die meedingt naar de hoogste functie bij het IOC

Vorige maand zette het IOC de ‘manifesten’ van de zeven kandidaten online. Het is interessant om te lezen hoe ze tegen vrouwensport aankijken. Coe (68), Eliasch (62) en Samaranch jr (65) willen heldere scheidslijnen tussen de mannen- en vrouwencategorieën „Ik zal pleiten voor duidelijke, op wetenschap gebaseerde beleidsmaatregelen die de vrouwelijke categorie beschermen”, schrijft Coe, die als voorzitter van World Athletics met strenge regels kwam voor transgendervrouwen en intersekse personen. „Er kan geen grijs gebied zijn”, schrijft Eliasch, hoe groot de culturele druk ook.

In het manifest van Watanabe (65) komt het woord ‘vrouw’ niet voor. Lappartient (51) belooft zich hard te maken voor meer vrouwelijke bestuurders. Feisal Al Hussein (61) wil van het IOC „een baken voor de wereldwijde beweging richting gendergelijkheid” maken. En Coventry (41) pleit voor „gelijke kansen voor vrouwen op alle vlakken”, maar geeft niet aan hoe. Meerdere verzoeken om een toelichting leveren geen antwoord op. Wil ze geen kleur bekennen?

Volgens Els van Breda zou Anita DeFrantz een geschikte IOC-voorzitter zijn. Als ik de boodschap overbreng reageert ze op de haar kenmerkende bescheiden manier. „Dank voor het compliment, maar mijn tijd is geweest. Ik ben oud nieuws, het is tijd voor nieuw nieuws.”