Een stoeprandje in de Ronde van Vlaanderen, op zondag 2 april 2023 – daarmee begon de ellende. Taco van der Hoorn probeerde vanuit het peloton mee te komen in de vroege vlucht, zijn specialiteit. Na zo’n honderd kilometer koers wilde hij een fietspaadje naast de weg opspringen om wat ruimte te creëren voor zichzelf. „Ik bleef haken met mijn voorwiel en viel face down. Ik had een diepe snee boven mijn rechteroog, tot op m’n schedel. Ze hebben zes of zeven hechtingen moeten zetten.”
Dit alles moesten ze hem later vertellen, want Van der Hoorn kon zich er niets meer van herinneren. Hij had een hersenschudding. En eentje die hem, zo zou blijken, extreem lang aan de kant zou houden: pas in augustus 2024, anderhalf seizoen verder, maakte hij zijn rentree in het profpeloton. Daartussen zaten zestien maanden van twijfel, herstel, terugslag, wanhoop, verwarring, tobben en nieuwe hoop. Een periode waarin hij zich geregeld afvroeg of hij ooit weer wielrenner zou worden.
Een hersenschudding is een bekend fenomeen in het wielrennen: met de sleutelbeenbreuk en de gebroken heup staat hij in de top-3 van meest voorkomende kwetsuren. Meestal gaat het snel over, maar bij sommige renners verloopt het herstel tergend langzaam en onvoorspelbaar. Taco van der Hoorn was een van die pechvogels. Vanuit zijn appartement in Andorra vertelt hij via een videoverbinding over de ingewikkelde, frustrerende revalidatie die hij doorliep – en zijn uiteindelijke terugkeer in het peloton, die hij begin oktober bekroonde met zijn eerste zege in twee jaar. „Misschien ben ik ook wel te streng geweest voor mezelf.”
Taco van der Hoorn (31) geldt als een bijzonder figuur in het peloton. Niet de sterkste coureur, wel slim, eigenzinnig en vindingrijk. Zijn grote voorbeeld: de Schotse renner -Graeme Obree, die in de jaren negentig tot twee keer toe het werelduur-record wist te verbeteren op een zelfgebouwde fiets met wasmachine-onderdelen. In het appartement in Wageningen dat Van der Hoorn jarenlang bewoonde met zijn beste vriend, baanwielrenner Jan-Willem van Schip, hing een poster van hun held aan de muur.

Onorthodoxe blik
Van der Hoorn, die bewegingswetenschappen studeerde,bekijkt het wielrennen met een onorthodoxe blik: altijd op zoek naar tactische slimmigheden en marginal gains om zijn kansen in de koers te vergroten. Zo plakt hij de luchtgaten van zijn fietshelm af en koerst hij standaard met de armstukken van zijn tijdrijpak, ook als het warm is. Dat maakt hem, zo berekende hij, nét die paar tienden procent aerodynamischer. Zijn verhuizing naar Andorra, twee jaar geleden, paste ook in die filosofie: in de bergen ga je met meer plezier zeven uur trainen dan op winderige Hollandse dijken.
In 2021 won Van der Hoorn, in dienst van de kleine Belgische ploeg Intermarché-Wanty, een rit in de Giro d’Italia. Een jaar later liep hij op een centimeter na een Touretappe mis. De kasseienkoersen zijn de wedstrijden waarin hij het best gedijt: vooral als ze lang, afmattend en gelijkmatig zijn. Mee met de juiste ontsnapping en dan net zo lang ‘brommeren’ tot de concurrentie is uitgeput. Daarom hoopte Van der Hoorn na zijn val in Vlaanderen toch dat hij de week erna van start zou kunnen gaan in Parijs-Roubaix. „Ik bleef een paar dagen hoop houden, tegen beter weten in. Maar op maandag of dinsdag wist ik: dit gaat helemaal niet.”
Ik kreeg last van brain fog, kon me niet meer focussen. Mijn hoofd kon geen enkele belasting aan.
Van der Hoorn nam even rust en verlegde zijn doel naar de Giro, die begin mei van start ging. „We zijn toen de grens op gaan zoeken in wat mijn hoofd aankon. Dat ging al vrij snel mis. Toen ben ik best ver teruggezakt.”
Zolang Van der Hoorn rust hield, had hij nauwelijks klachten. Maar zodra hij een inspanning deed, ook al was het een lichte, begon het: mist in zijn hoofd, concentratieproblemen, hevige hoofdpijn. „Ik kreeg last van brain fog, kon me niet meer focussen. Als ik er niet aan toegaf, werden de klachten erger. Mijn hoofd kon geen enkele belasting aan.”
Donkere kamer
Dit was niet Van der Hoorns eerste hersenschudding. In 2017 liep hij er ook al eentje op – en die kostte hem een half jaar. „Ik heb toen wekenlang in bed gelegen in een donkere kamer, met podcasts en luisterboeken. Dat werkte alleen maar averechts. Je moet volgens de laatste inzichten juist snel weer zorgen dat je hersenen prikkels krijgen. Maar misschien heb ik het deze keer toch iets te veel gepusht.”
De maanden verstreken, het seizoen 2023 trok aan hem voorbij en herstel boekte Van der Hoorn nauwelijks. De hoofdpijn, de hersenmist – het werd niet minder. In september, een half jaar na zijn val, constateerde hij dat zijn lichaam eigenlijk nog precies hetzelfde reageerde op inspanning. „Toen ging ik voor het eerst denken: word ik nog wel beter?”
Al die tijd zat hij in Andorra. Niet helemaal in zijn eentje – een paar bevriende collega-renners wonen er ook – maar wel ver weg zijn familie en vrienden. Een beetje eenzaam was dat wel, zegt Van der Hoorn. Toch was teruggaan geen optie. „Als ik even in Nederland was, zag ik mijn vrienden ook alleen in het weekend. Doordeweeks moesten ze gewoon werken, dus daar was ik ook op mezelf.”
Rond de vorige jaarwisseling bereikte hij zijn absolute dieptepunt. Er speelden een aantal zaken in zijn privéleven, hij had geen energie om leuke dingen te doen met vrienden, twijfel en onzekerheid knaagden aan hem. „Door de stress kwamen mijn hersenen eigenlijk nooit aan rust toe. In december zakte ik wéér terug.”
Was dit het moment waarop je dacht: ik ga nooit meer terugkeren als wielrenner?
„Ja, ik dacht echt dat het klaar was. Toen ben ik gaan nadenken over een toekomst buiten het wielrennen. Bijvoorbeeld als trainer. Dat gaf ook rust, op een bepaalde manier.”
Hij heeft zichzelf „veel verwijten gemaakt”, zegt Van der Hoorn. „Dan vond ik dat ik fouten maakte in het herstel. Dat konden kleine dingetjes zijn. Klom ik over een hek terwijl ik rustig aan het wandelen was in de bergen. Dat bleek dan toch een te zware inspanning, en kreeg ik weer meer hoofdpijn. Dan dacht ik bij mezelf: lul, waarom heb je dat nou weer gedaan? Ik vroeg me telkens af wat ik nou fout deed. Waarom hadden andere mensen hier niet zo lang last van en ik wel?”
Was je dan niet te hard voor jezelf? Waarschijnlijk heb je gewoon pech gehad.
„Het is ook wel hard, maar dat zit ook een beetje in me. Voor een topsporter werpt hard zijn voor ook z’n vruchten af, bijvoorbeeld bij het bereiken van trainingsdoelen. Maar in zo’n revalidatieproces werkt het misschien wel averechts.”

Kermiskoers in Vlaanderen
Die zwarte dagen rond de jaarwisseling bleken uiteindelijk het begin van de weg omhoog. Van der Hoorn besloot met zijn fysiotherapeut een nieuw plan te maken om zijn klachtenpatroon te doorbreken. Stapje voor stapje de belasting weer opbouwen. „Eerst op de stadsfiets, ’s ochtends en ’s middags twintig minuten. Hier in de vallei, op en neer naar een koffietentje, want bergop was nog een te zware inspanning. Tussendoor twee keer slapen. En dan iedere week tien procent erbij.”
Langzaam, in het begin haast onmerkbaar, trad er verbetering op. Toen hij twee keer drie kwartier per dag aankon – we zitten in april 2024, een jaar na zijn val – begon Van der Hoorn er weer in te geloven. „Ik merkte dat ik weer controle kreeg over m’n klachten. Dat ik elke week iets meer kon doen. En toen ging het ineens heel snel, liep het exponen-tieel op. Kon ik weer zeven uur per dag op de fiets zitten.”
In juli was hij terug op zijn gebruikelijke – en tamelijk hoge – gemiddelde van 30 à 35 uur trainen per week. „Een tijdje was ik nog bang: gaat het wel écht lukken? Dus heb ik nog best lang gewacht met de buitenwereld te vertellen dat ik hersteld was.”
Op 13 augustus maakte hij voor het eerst sinds de Ronde van Vlaanderen zijn opwachting in het peloton. Oké, het was een kermiskoers in Vlaanderen, maar wat deerde dat? Hij was terug. „De eerste tien minuten was even wennen, maar daarna ging het eigenlijk weer als vanouds.” Daarna reed Van der Hoorn de ene wedstrijd na de andere. Hij wilde nog zo veel mogelijk koersen in wat resteerde van het seizoen. Bewijzen dat hij het nog steeds kon, want aan het einde van dit jaar liep zijn contract af.
Weg uit een kopgroep van vijf
De ultieme bevestiging volgde op 2 oktober. Van der Hoorn ging van start in de Elfstedenrace, een 200 kilometer lange koers in Friesland met een sterke bezetting. Het woei hard die dag, er ontstonden waaiers. Steeds meer renners moesten lossen, maar Van der Hoorn zat de hele dag vooraan. In de laatste kilometers reed hij weg uit een kopgroep van vijf en kwam solo over de finish in Leeuwarden – zijn eerste profzege in meer dan twee jaar.
„Mijn moeder stond aan de finish, die kon ik meteen een knuffel geven”, zegt Van der Hoorn. „Daarna ontplofte mijn telefoon met berichtjes.” Zijn beste vriend Jan-Willem van Schip zat op de fiets voor een trainingsrit toen hij nieuws van Van der Hoorns zege zag. „Die werd helemaal gek, stuurde me allemaal audioberichtjes.”
Inmiddels heeft Van der Hoorn een nieuw contract van twee jaar getekend bij Intermarché, zo werd deze week bekend. Hij is druk bezig met de planning van het komende seizoen. Dat zal voor hem al in januari beginnen, met de Tour Down Under in Australië. Daarna gaat hij in één keer door naar Colombia, voor een trainingskamp van drieënhalve week. „En vóór Down Under ga ik naar Nieuw-Zeeland, een trektocht maken met bagage. In m’n eentje. Kan ik 30 tot 35 uur trainen, maar op een iets relaxtere manier.”
Het was een tip die hij ooit meekreeg van zijn voormalige buurvrouw in Wageningen, oud-profrenster Annemiek van Vleuten. „Als je al wat langer in het fietsen zit en toch veel wil kunnen trainen, moet je het voor jezelf een beetje leuk maken. Dan zit je nog steeds met plezier elke dag zeven uur op de fiets.”
Waar Van der Hoorn nog allemaal van droomt nu hij terug is? Een Touretappe natuurlijk, zeker na die nipte bijna-zege 2022. Of een mooie semi-klassieker. Maar bovenaan zijn lijstje staat een „dikke uitslag” in Parijs-Roubaix, voor hem de belangrijkste koers van het jaar. „Als ik daar elke keer met de perfecte voorbereiding en het perfectie materiaal van start ga, moet het één keer mogelijk zijn om top-5 te rijden.”
