‘Deze foto is genomen toen mijn ouders in 1970 op vakantie waren bij Houyet in de Ardennen. Ze kwamendaar vaak, eerst met de tent en later met hun zelfgebouwde caravan.
Ze trouwden kort na de oorlog, toen mijn vader de smidse – of wat daar nog van over was – had overgenomen van zijn vader. Samen slaagden mijn ouders erin een succesvolle zaak te beginnen: mijn vader schakelde van machinebouw over naar installatietechniek en van daaruit naar de verkoop van elektrische apparaten. Daarvoor werd de voorkamer omgebouwd tot winkel, waar mijn moeder zich het verkopen van al die elektrische spullen eigenmaakte. Later kwam daar nog de verkoop van radio- en televisietoestellen bij.
Ik herinner me dat ik meermaals met mijn vader meewerkte. En ook dat hij vaak in de avonduren nog apparaten aan het repareren was. Het ging goed tot de opkomst van installatie- en grootwinkelbedrijven. Daarna was er met de verkoop via zo’n klein winkeltje geen boterham meer te verdienen. Toen is mijn vader opnieuw omgeschakeld, hij heeft verschillende bedrijven in de omgeving geholpen met automatisering. En dan te bedenken dat mijn moeder al die omschakelingen heeft meegemaakt.
Toen mijn ouders gepensioneerd waren, hebben ze nog een hele nieuwe woning helpen realiseren: ze hebben mijn broer geholpen met de verbouw van een dubbele woning tot een woning met een huisartsenpraktijk. Daarna zijn ze samen nog een paar keer op vakantie geweest met hun caravan. Helaas is mijn moeder niet heel oud geworden. Mijn vader werd 101.”
Voor Toyota Nederland was 2024 een goed jaar, en dat was mede dankzij de hybrides. Die verkopen door de stijgende kosten voor elektrisch rijden andermaal uitstekend. Nu ze net als anderen wegenbelasting moeten betalen en de fiscale privileges voor EV’s zijn afgeschaft, grijpen ook stekkerrijders terug op het betaalbare compromis van een beetje benzine en een beetje elektrisch. De nieuwe concurrenten van de elektrische middenklassers staan weer met één been in de fossiele wereld. De evolutie is behoorlijk van de leg, mag je zeggen.
Fijn voor Toyota en Toyota-topmerk Lexus, die hun geloof in de hybride nooit verloren en de formule uitrolden in alle prijsklassen en genres, met en zonder stekker. In dat spectrum speelt de vijfdeurs C-HR met zijn reuzenwalvisbek onverwacht glansrijk de rol van gekke oom. De tweede generatie van deze interessant genoeg vooral door ouderen begeerde crossover, misschien doet hij aan hun rebelse jonge jaren denken, is nog excentrieker dan de eerste. Puntvormige achterdeuren prikken als reuzenbalpennen in het vlees van een desgewenst pikzwart gespoten achterkant, die door een pestkop in een inktpot lijkt te zijn gedoopt. Een concept car voor op de openbare weg, blufte Toyota trots de schuldcomplexen over generaties saaie auto’s van zich af, toen de Corolla-keurigheid begon te schuren met de exhibitionistenkermis die je deze tijd inmiddels wel mag noemen.
Zoom in voor alle details van de Hybride Toyota C-HR 2.0Klik op de punten voor uitleg over de details.
De rebellie werd bij Toyota nuchterheid ‘in drag’, het doe-eens-gek van de keurige burgerij die in carnavalsprovincies elk jaar één keer uit haar dak gaat en daarna weer braaf de lange arm van het systeem wordt. Onder de huid is de C-HR een oerdegelijke Toyota met techniek die je in Priussen en Corolla’s terugvindt. Een benzinemotor met elektrohulp en een traploze automaat, in de plugin-versies gekoppeld aan een 13,6 kWh batterij met een opgegeven bereik van 66 kilometer.
De machinerie is het slaperige rijkarakter van de Prius-jaren duidelijk ontgroeid. Met 223 pk en een voor Toyota’s wakker rijgedrag plaatst de testauto een interessante voetnoot bij het krachtvertoon in de elektrische middenklasse. In de C-HR ervaar je met terugwerkende kracht hoe log veel puur elektrische zwaargewichten rijden. Je voelt het ten opzichte van vergelijkbaar grote EV’s lage gewicht zelfs bij plug-in hybrides met een relatief groot batterijpakket als deze. De 1.625 kilo wegende C-HR ligt heerlijk op de weg en vooral de koersstabiliteit is ten opzichte van veel vaag en wollig sturende EV’s een verademing.
Alsof Zorro met zijn zwaard de koplampen in het front kerfde.
Pookje mooi in het verlengde van de middenarmsteun, draadloos oplaadplateau perfect bereikbaar.
Foto’s Merlijn Doomernik
Uit de losse pols
Ook voorbij de rijeigenschappen is deze Toyota aangenaam vervoer, afgezien van de hallucinante dode hoeken door de micro-achterzijruitjes die het crossoverkoekoeksei op iets sportievers moesten laten lijken. Binnen was de menselijke maat weldadig ouderwets het leidende principe. De stoelen zijn wat hard maar goed van vorm, met veel steun voor de bovenbenen en een lange rugleuning. De bediening van de cruise control, vroeger een onhandig stengeltje aan de stuurkolom, zit nu net als bij haast alle concurrenten praktisch op het stuur. Kijk hoe slim het schakelpookje op de middentunnel zo in het verlengde van de armsteun is geplaatst dat je het met je onderarm in de relaxstand uit de losse pols kunt bedienen, perfect. Geeft een enorm comfortabel gevoel, en dat geldt ook voor het klimaatcluster, uitnemend bedieningsvriendelijk knoppenbalkje met twee digitale temperatuurdisplays. De draadloze smartphonelader ligt perfect in het zicht. Daarboven fijne knopjes voor camera, parkeerhulp, stuurverwarming en usb-aansluiting. Geen rare kronkels ook op beide beeldschermen. Het meterhuis is digitaal met klassieke trekken. Ronde klok voor de snelheidsmeter, links het datahoekje met uitsluitend heuglijke berichten over de efficiency van Gekke Henkie. Die drinkt bij consequent laden tijdens de testweek niet meer dan 3,4 liter benzine op 100 kilometer, meesterlijk. Met een gemiddelde elektrische actieradius van 50 à 60 kilometer bespaar je fors op benzine, hoewel de stroomtarieven intussen ook de pan uitrijzen. Gelukkig blijven de idiote prijzen bij de snellader het C-HR-publiek bespaard, want daar kan hij niet terecht.
Natuurlijk hoor ik onverbiddelijk te zijn voor alles met verbrandingsmotor. Maar ik kan me voorstellen dat mensen denken: pak maar in. Wie geen zin heeft in scheuren en laadkabels kan vanaf 36 mille uitwijken naar een140 pk sterk basismodel zonder stekker, al lijkt het prijsverschil van circa 3.500 euro te gering om van het evidente stekkervoordeel af te zien. Tenzij de wegenbelasting punt van overweging wordt, want de basis-C-HR is nog eens ruim 200 kilo lichter dan de plug-in.
Het reclamebureau KesselsKramer heeft met het succes van de metershoge letters I Amsterdam uit 2004 een standaard gezet in de wereld van de citymarketing. Het was zo succesvol dat er zelfs te veel toeristen naar de stad kwamen. De lokletter werd een trend. De gemeente Westland zocht het met WEstland in het saamhorigheidsgevoel. Heeswijk Dinther bleef met I AM HADEE – een fonetische versie van de eerste letters van de fusiegemeente – qua kleurstelling en I AM heel dicht bij de oorspronkelijke formule. En de drie meter hoge letters van Winschoten zijn vooral duidelijk. Roermond en Terneuzen begaven zich op het pad van de rebus. Slim! Als je het ziet is het weliswaar heel flauw, maar je krijgt het nooit meer uit je hoofd. Het mooiste verhaal is wel de poging van Appingedam om in 2018 de I Amsterdam-letters over te nemen. Amsterdam wilde ervan af, dus ging er vanuit Appingedam een brief naar het Amsterdamse stadsbestuur – met een beetje husselen kan je met die letters perfect ‘I am Damster’ maken, zoals een Appingedammer het liefst wordt genoemd. Madurodam was ook in de race om de letters over te nemen: die wilden er een paar letters tussen zetten, dan werd het ‘I amadurodam’. Het werd allebei niks en nu staan de I amsterdam-letters op Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Appingedam nam aan het begin van dit jaar het heft in eigen hand. Met gefiguurzaagde houten letters, vastgehouden met 49 tiewrapjes, staan de letters nu te stralen bij de rotonde aan de Jan Bronsweg.
Op smaak maken in de zonder-vlees-versie van dit beroemde vleesgerecht is een leuke uitdaging. Daarom had ik meteen zin om dit recept van Janneke uit te proberen. In tegenstelling tot eerder geprobeerde vega-recepten wordt de smaak hier systematisch opgebouwd. Bier en groene paprika voor bitter, tomaat voor zuur, rode paprika, ui (en bier) voor zoet en pepers voor pit, plus de nodige specerijen, afgemaakt met chocolade: het klonk veelbelovend. En algauw bleek het een perfect gerecht. Lekker ruime portie, dus meteen een voorraadje, en veel ruimte om het aan te passen aan wat op moet of kan. Soms gaan er wat blokjes zoete wintergroenten (koolraap, selderij of pastinaak) bij met een extra schep paprikapoeder (de goeie uit Servië). Soms toch gehakt als zoonlief moet aansterken. De bonen week en kook ik altijd zelf: ik ben weg van de combinatie van rode kidneybonen met de kleine zwarte. Met een diepvriesvoorraadje in glazen potten kunnen we weer even vooruit.