N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Uitspraak Gerard Sanderink werd al bij IT-bedrijf Centric op afstand geplaatst, en treft nu hetzelfde lot bij bouwbedrijf Centric en ingenieursbureau Oranjewoud.
Gerard Sanderink met zijn vrouw Rian van Rijbroek, voor een eerdere zitting over zijn rol bij IT-bedrijf Centric. Foto Jeroen Jumelet/ANP
Gerard Sanderink wordt geschorst als bestuurslid van bouwbedrijf Strukton en ingenieursbureau Oranjewoud. Dat heeft de Ondernemingskamer van het gerechtshof van Amsterdam donderdag bepaald. Alle Oranjewoud-aandelen die Sanderinks investeringsbedrijf bezit, staan vanaf nu onder beheer van een advocaat, met uitzondering van één aandeel.
„Volgens de Ondernemingskamer zijn er gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van beide vennootschappen”, staat in een persbericht over de uitspraak. „Hun toestand maakt dat de gevraagde onmiddellijke voorzieningen moeten worden getroffen.”
In maart werd Sanderink al tijdelijk geschorst, een maand later verzocht de raad van commissarissen van Strukton en Oranjewoud om hem voor onbepaalde tijd op afstand te zetten. „Voor rust en stabiliteit van de onderneming is een langere schorsing van de heer Sanderink als ceo noodzakelijk”, schreef het bestuur van beide bedrijven.
De Ondernemingskamer ging ook mee in een verzoek van het bedrijfsbestuur om de gang van zaken bij Strukton en Oranjewoud sinds 2019 te laten onderzoeken. Dat onderzoek komt er, maar wie het gaat uitvoeren is nog niet bekend.
Russische maffia
Op de zitting vorige week woensdag voerde Sanderink zelf het woord – een advocaat had hij niet kunnen vinden. Hij wraakte de rechters tevergeefs met een betoog over fraude in Spanje en maffia in Rusland. Een dreiging uit Rusland was ook al een thema in een mail die Sanderink van tevoren stuurde aan onder meer journalisten en Tweede Kamerleden.
Eerder schorste de Ondernemingskamer Sanderink al als bestuurder van IT-bedrijf Centric, om soortgelijke redenen. „De gebeurtenissen afgelopen tijd geven aanleiding te twijfelen aan het vermogen van Sanderink om rationele beslissingen te nemen”, zei de rechter toen.
Hé, hoort hij dat nou goed? Rick Pluimers fietst voor de tweede en laatste keer deze zondag de Paterberg op, de Ronde van Vlaanderen zit in de absolute finale, en zijn benen zijn zo verzuurd dat hij het gevoel heeft alsof hij de kasseienklim kruipend opkomt. Dan hoort hij ineens een aanmoediging die voor iemand anders bedoeld lijkt: „Kom op Ilse!”
Na afloop kan Pluimers er wel om lachen. „Geen idee wie dat was, ik zag scheel op dat moment.” Maar zo gek is het ook weer niet, zegt hij, want Ilse Pluimers, zijn zus, rijdt op dat moment haar finale en moet zo ook de Paterberg over.
Met haar broer worden verwisseld, dat is haar niet overkomen, zegt Ilse Pluimers even later lachend bij haar teambus. „Ik heb wel vaak mijn eigen naam gehoord.” Het stof van een dag lang door de Vlaamse heuvels koersen zit nog op haar neus.
De een moest zondag vroeg op om op tijd in Brugge te zijn, de ander kon uitslapen voor ze in Oudenaarde moest verschijnen; broer Rick (24) en zus Ilse (22) Pluimers stonden zondag beiden aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Rick voor Tudor Pro Cycling, de Zwitserse ploeg die aan een flinke opmars in het peloton bezig is, Ilse voor het Belgische AG Insurance-Soudal, een ploeg die in de middenmoot van het vrouwenpeloton verkeert. Rick won onlangs zijn eerste profkoers, de Muscat Classic. Ilse won in 2023 het Europees kampioenschap voor renners jonger dan 23 jaar.
Het wielrennen zit de twee renners uit het Twentse dorp Enter in het bloed. Opa Johan was als sprinter bij de amateurs een veelwinnaar en had prof kunnen worden, maar mocht niet van zijn ouders. Moeder Monic fietste als prof in de tijd van Leontien van Moorsel en ook vader Gerrit was een fanatiek amateurrenner; de ouders van Rick en Ilse leerden elkaar op de wielerclub kennen.
En nu zijn er dus Rick en Ilse. Broers of zussen komen vaker voor in het peloton, zoals Mathieu en David van der Poel, Adam en Simon Yates en vroeger Frank en Andy Schleck. Maar Rick denkt dat Ilse en hij de eerste broer-zuscombinatie zijn die samen aan de Ronde van Vlaanderen meedoen, zegt hij twee dagen voor de wedstrijd. Of dat klopt, is niet te checken. De organisatie van de koers wil het ondanks een verzoek van NRC niet nagaan.
Slijmbeursontsteking
Vorig jaar stonden ze voor het eerst samen aan de start. Dit jaar doet Ilse aan haar derde editie mee, voor Rick is het de tweede keer; tijdens zijn eerste deelname moest hij afstappen. Normaal gesproken zouden ze elkaar daarmee plagen, vertellen ze. Ze houden wel van een beetje competitie, en bellen elkaar regelmatig om het over hun bestaan als prof te hebben. „Als je allebei stappen blijft zetten, dan motiveert dat wel. Als ik win, wil hij dat ook en andersom”, zegt Ilse.
Maar met het uitvallen van de editie van 2024 wordt Rick door zijn zusje niet gepest, zegt ze. „Vorig jaar was hij zielig. Hij kampte met pijn maar wist niet waardoor het kwam.” Rick was eerder dat voorjaar in Milaan-Sanremo gevallen, waarna hij een slijmbeursontsteking in zijn knie kreeg – iets dat hij pas na de Ronde van Vlaanderen ontdekte.
Hij kreeg zijn benen vorig jaar nauwelijks rond, vertelt Rick. Toch reed hij door tot de eerste passage van de Oude Kwaremont. „Ik wilde dat per se meemaken. Ik denk dat er weinig dagen in het wielrennen zijn dat er zoveel mensen op een plek staan langs het parcours. Het is daar net een stadion.” Ook al was hij bezig aan een kansloze missie, de kasseienklim bezorgde hem toch kippenvel, zegt Rick. „Daarna ben ik gelijk de auto ingestapt.”
Als liefhebber kent Rick de geschiedenis van de Ronde van Vlaanderen. Vanaf het moment dat hij op zijn zevende een fietshelm kreeg, was Rick verknocht aan de sport. Trainen doet hij voor zijn lol, hij ziet zichzelf in de toekomst ook wel met fietsvakantie gaan.
Ilse Pluimers na afloop van de Ronde van Vlaanderen.
Foto Aurelien Goubau
Ilse ging fietsen omdat ze het haar broer zag doen. Ze bleef ernaast jarenlang turnen, en pas in haar pubertijd begon ze het wielrennen echt serieus te benaderen. „Ik weet niet of ik prof was geworden zonder Rick.”
Pas echt enthousiast wordt Ilse als er competitie op het programma staat. „Ik ben van mezelf niet zo’n trainingsbeest”, zegt Ilse. „Doe mij maar een wedstrijd.” Kom bij haar niet aan met de schoonheid van de koers als ze in verloren positie rijdt. Ze reed vorig jaar achteraan in koers de Koppenberg op, vertelt ze. „Toen hoefden die aanmoedigingen van mij niet.”
Broodje bij het tankstation
Ze krijgen tijdens de Ronde van Vlaanderen weinig van elkaar mee. Vanuit de hotels waar hun ploegen verblijven – Rick in Kortrijk, Ilse in Tielt – zijn ze zondagochtend naar de start vertrokken. Opstaan, ontbijten, busreis, omkleden, wedstrijdbespreking, teampresentatie en dan is het tijd om te gaan.
Zo gaat het eigenlijk altijd, zeggen broer en zus, sinds ze allebei op het hoogste niveau fietsen. Ze zijn veel op pad, voor koersen of trainingskampen, en zien dat aan de top de verschillen tussen de mannen en vrouwen de afgelopen jaren kleiner zijn geworden. Terwijl Rick in zijn rijd bij de opleidingsploeg van Jumbo-Visma Rick (2020-2022) al uitgekiende herstelmaaltijden kreeg, moest Ilse „bij wijze van spreken een broodje bij het tankstation moest halen”, zegt hij.
De afgelopen jaren is er qua faciliteiten veel verbeterd voor vrouwen in het wielrennen, zegt Ilse, en wordt de sport een stuk professioneler aangepakt. Zij hebben nu ook een voedingscoach en een nieuwe teambus, ze verblijven in hetzelfde hotel als de mannen van Soudal Quick-Step. „We hebben het goed voor elkaar”, zegt ze.
Zondag is de koers nog nauwelijks begonnen als Ilse denkt: vandaag wordt het hem niet. Ze mist de kracht die ze soms wel heeft. Wat in haar achterhoofd meespeelt: ze weet dat dit niet haar terrein is. „Te veel klimmetjes achter elkaar”, zegt ze. Ze is een hardrijder, vindt Parijs-Roubaix de mooiste dag van de wielerkalender. De Paterberg is in haar ogen alleen maar leuk omdat die korter is dan de andere.
Vroeger wilde ze met haar krachten smijten, zegt Ilse, reed ze telkens met haar kop in de wind. „Ik kan heel dom koersen.” Maar ze heeft van haar broer geleerd. „Rick kan zich heel goed verschuilen om energie te sparen. Zijn koersinzicht is geweldig.” Zondag zet ze haar teamgenoten op een goede positie af bij de Koppenberg en rijdt dan rustig naar de finish; ze eindigt als 74ste.
Kapot gaan
Rick is tijdens heuvelklassiekers als de Ronde van Vlaanderen juist in zijn element. „Dit parcours ligt me wel”, zegt hij vooraf. Van het niveau van Tadej Pogacar – die deze editie wint na een fraaie demarrage tijdens de derde passage van de Oude Kwaremont – en Mathieu van der Poel is hij nog niet, maar als een ‘puncheur’ met een goede sprint had hij zich vooraf voorgenomen tot lang in de finale mee te doen.
Rick Pluimers werd 24ste in de Ronde van Vlaanderen.
Foto Aurelien Goubau
Hij zit nog vooraan in koers als de mannen voor de tweede keer de Oude Kwaremont beklimmen. Dan gaan de grote namen. Rick weet dat hij nog wel eens te lang kan wachten voordat hij een actie maakt, dan is hij te voorzichtig. „Dan zit ik op het juiste moment niet op de juiste positie.” Maar nu kan hij simpelweg niet mee.
Zoals zijn zus „nooit bang is om kapot te gaan”, zo zit Rick er nu bij. Op de Paterberg schiet de kramp erin, na de finish kreunt hij ter illustratie van hoe hij zich voelt. „Ik heb me nog nooit zo gevoeld, ik had na de Paterberg niets meer over”, zegt hij na afloop. Toch heeft hij genoten; van de koers, de mooie omstandigheden, het toegestroomde publiek. Hij wordt 24ste. „Het was echt een toffe dag.”
Ilse heeft het anders ervaren. „Nee, ik vond het een stuk minder. Natuurlijk was het publiek op die klimmetjes wel vet, maar als het niet gaat, dan kan ik er niet echt van genieten.” Voor haar moet het hoogtepunt van haar seizoen nog komen, tijdens Parijs-Roubaix.
Gaan ze samen nog terugblikken op deze Ronde van Vlaanderen? „Ik ga douchen, omkleden en met de ploeg terug naar het hotel”, zegt Rick. Vanavond rijdt hij met zijn vriendin naar huis. „Ik bel mijn ouders dan wel even.” Ilse blijft in het hotel in België om zo goed mogelijk te herstellen voor komend weekend. „Ik ga Rick wel even bellen deze week, om te vragen hoe het was”, zegt Ilse. „Gaat hij mijn ouders bellen? Laat ik dat dan ook maar doen.”
Lucie van Roosmalen (9) wordt een steeds hartstochtelijker Vitesse-supporter, het is zo erg dat ik er een schuldgevoel van krijg. De plaats op de ranglijst (laatste) interesseert haar niets, het gaat haar om ‘het gevoel’. Vrijdag gingen we op haar aandringen weer, ze zat met shirt en shawl naast me in de trein. In stadion Gelredome genoot ze van het sarcasme.
„Niemand is hier voor de lol”, zei ze.
Ze was in totaal al vijftien wedstrijden geweest en had nog nooit een overwinning meegemaakt. Ik vertel dan graag dat ik zelf ook ooit onder in de eerste divisie ben begonnen. Ze geniet er ook heel erg van als mensen op de tribune oeverloos tegen me aan beginnen te lullen over het wel en wee van de club, vooral als ik ze niet van me af kan schudden. Bij het betreden van het stadion versperde een man met een geel-zwart vissershoedje op het hoofd de trap. Ik kon hem niet passeren zonder een verhaal over een Arnhems kindertehuis waar ik volgens hem een praatje over moest komen houden.
Ze had ook een prettig gesprek met een man die haar vergeleek met Anne Frank. Zo dapper vond hij het dat ze in Amsterdam weleens rondloopt in een Vitesse-shirt. Hij sloot af met: „En dan slaan ze je maar in elkaar, nou en?!”
„Ze is negen”, zei ik.
Het was bedoeld als, dat doen ze daar niet, ze slaan er geen kinderen, maar hij interpreteerde mijn woorden anders.
„Je moet ze als eerste slaan.”
We kwamen met 2-0 voor, maar uiteindelijk maakte Jong AZ nog gelijk. Een paar stoelen verderop zat trainer John van den Brom de laatste wedstrijd van een schorsing uit. Ze genoot ervan dat ze hem bedankten voor de vertoning.
Bij het weggaan kreeg ze, net als alle andere aanwezige vrouwen, een goodiebag. Er zat een flesje champagne in en heel veel kortingsbonnen, onder andere 15 procent korting voor een Thaise massage in de Emmastraat in Velp.
Ze belde er met mijn telefoon over met haar moeder vanuit de supportersbus die ons terugbracht naar het station.
„Vitesse heeft ons allemaal cadeaus gegeven, 100 euro voor kleren, een bungalowpark en een sleutelhanger. En voor jou een massage in Velp!”
Om haar heen werd om die mededeling gejuicht.
Andere vrouwen kwamen hun kortingsbon bij haar afgeven, zodat haar moeder met nog meer korting kon worden gemasseerd.
De volgende dag had ze het er nog over, ze ging in de klas vertellen over de oneindige gulheid van de Arnhemmers.
Marcel van Roosmalen schrijft op maandag en donderdag een column.
Het melkveebedrijf van de familie Thijssen in het Limburgse dorp Geulle is zondag omgetoverd tot een klein festivalterrein: auto’s worden door verkeersregelaars in groene t-shirts begeleid naar een geïmproviseerde parkeerplaats op het grasveld. Uit de kofferbakken verschijnen kinderwagens die moeten worden uitgeklapt en tassen met zakjes chips.
Een keer per jaar komen bezoekers uit buurtdorpen en -steden naar de boerderij van de familie Thijssen om daar de ‘koeiendans’ te aanschouwen – het moment dat de melkkoeien voor het eerst dat jaar weer naar buiten mogen. Dat wordt ook wel de weidegang genoemd, maar koeiendans is passender: de dieren springen en huppelen de wei in bij het voelen van het verse gras onder hun hoeven. „De mooiste dag van het jaar”, vindt boerendochter en eigenaar van de boerderij Elke Thijssen (33). Naar schatting zijn er vandaag meer dan tweeduizend mensen – Thijssen houdt het niet precies bij.
Consumptietokens
Terwijl de veesector de laatste jaren vooral negatief in het nieuws komt, vanwege onder meer het stikstofprobleem en discussies over dierenleed en megastallen, grijpen veel boeren het jaarlijkse moment van de koeiendans aan als een positief PR-moment. „Ik wil het verhaal van de boer vertellen”, zegt Thijssen. „Wij zijn geen dierenbeulen. We zien onze koeien ook het liefste in de wei, net als de samenleving.” Dat er veel kritiek is op de veesector weet ze wel: „Ik hoef die discussie niet te winnen. Als je het zielig vindt voor de dieren, dan mag je dat vinden. Maar ik wil wel de kans hebben om onze kant te laten zien.”
De dag van de weidegang is ooit geïntroduceerd door zuivelbedrijf FrieslandCampina
Op het terrein voor de koeienstal staan kraampjes waar onder meer streekproducten worden verkocht en ansichtkaarten met Limburgs dialect (‘perficiat mit diene verjoardig’). Verder is er een bar, frietkraam, springkasteel en een kraampje waar je consumptietokens kan halen. Er vormt zich een lange rij voor het hoekje waar kinderen geschminkt kunnen worden. De eerste biertjes worden ondertussen besteld.
De ligboxenstal is opengesteld voor bezoekers.
De dag van de weidegang is ooit geïntroduceerd door zuivelbedrijf FrieslandCampina en hangt samen met het Weidemelk-keurmerk. Dat belooft dat de koeien zeker 120 dagen per jaar buiten grazen, minimaal zes uur per dag. Het is niet hetzelfde als het Beter Leven-keurmerk met drie sterren: dan moeten koeien minstens 180 dagen per jaar buiten staan, en horen er ook milieueisen bij. Voor koeien die in de wei staan krijgt de boer meer geld per liter , en betaalt de consument iets meer. Maar als het aan de vrolijke dagjesmensen in Geulle ligt, is dat geen probleem: een koe hoort namelijk in de wei, zeggen ze.
Biefstukje
„We zijn hier met vier volwassenen en zes kinderen”, zegt Mark Beckers uit Landgraaf, die met een kind op zijn arm naast de stal staat. Hij is net op de foto geweest met een koe die haar kop naar buiten stak. Vandaag is een leuk leermoment voor de kinderen, vindt hij. „Dat koeien zowel in de stal staan als buiten.” Het is natuurlijk ook zo dat de koe die we zien ook dat biefstukje op je bord verzorgt, voegt hij toe. „Maar daar hebben we het vandaag niet over hoor.”
Het hoort gewoon bij Nederland
Het is overigens geen landelijk vast moment, de koeiendans. Iedere boer mag zelf bepalen wanneer de koeien naar buiten gaan. Ideaal gezien is de temperatuur nog niet te hoog, maar het gras al wel lang genoeg. De familie Thijssen heeft sinds 2018 wel een vaste dag: de eerste zondag van april. „We deden het eerst op zaterdag, maar veel ouders met jonge kinderen hebben dan sportclubjes of andere activiteiten.”
Op museumtempo schuifelt een groep mensen met kinderwagens langs de drukke rij voor de frietkraam. De meeste bezoekers bewegen zich langzaam naar de wei, in aanloop naar hét moment waar iedereen voor komt. Vorig jaar was het te druk, vond de familie. „Toen waren er drieduizend mensen. We hebben nu plattegronden opgehangen in de stal”, zegt boerin Thijssen.
Zo’n tweeduizend bezoekers kijken toe hoe de melkkoeien voor het eerst dit jaar de wei in gaan.
De ligboxenstal is opengesteld zodat bezoekers erdoorheen kunnen lopen. Koeien staan op roosters en hebben ieder een ‘box’ van ongeveer een meter breed om in uit te rusten. De koeien kunnen wel rondlopen in de stal, legt vader Peter Thijssen uit. „Vrij-koe-verkeer.” Een bezoeker aait voorzichtig een koe die haar kop door het hek heen heeft gestoken om te eten, terwijl een ander het filmt. Links in de stal staan de melkkoeien, rechts de kalfjes. Die zijn nog te jong en gaan vandaag niet naar buiten. Pas met anderhalf jaar is het hun beurt.
Onrustig
„De kinderen zien zo waar de melk vandaan komt”, zegt Leighanne Meuleners uit Geleen, die met haar man en hun twee kinderen in een bolderkar vooraan staat bij het hek. Ze geeft zelf les in dierverzorging. Ondertussen schreeuwen kleine kinderen in het springkasteel en loeien de koeien in hun stal. „Ze zijn onrustig”, zegt vader Peter Thijssen, over de koeien dan. „Ze weten wat er zo staat te gebeuren.”
Kinderen ‘melken’ een nepkoe op het melkveebedrijf van de familie Thijssen.
Om precies twee uur is het zo ver. Vrijwel iedereen heeft zich verzameld rondom het weiland, kinderen op de schouders van vaders. Er hangt een drone in de lucht om het tafereel te filmen. De koeien rennen de wei in, vlak langs de hekken. Ze springen, met staart omhoog en poten naar achter schoppend.
Een koe in de wei vindt Frank Timmers, die samen met zijn vrouw staat te kijken, toch wel het mooist. „Het hoort gewoon bij Nederland.” Zijn vrouw vindt het vooral belangrijk voor het dierenwelzijn. „En de melk van een koe die gras heeft gegeten is ook lekkerder.”
Tien minuten na het huppelmoment staan de meeste koeien al rustig te grazen. Een enkeling maakt nog een sprongetje. De eerste bezoekers trekken de kinderwagens over het gras terug naar het terrein. Een jongetje trekt aan de mouw van zijn moeder omdat hij wil blijven kijken. „Nee, we gaan terug”, corrigeert ze. „Straks hebben we geen plek meer om te zitten.”