In de heuvels net buiten het dorp komt er een kolonist op een quad aanrijden en valt een vader en zoon aan die daar met hun schapen zijn. De zeventienjarige Osama Maher Ahmed ziet hoe zijn vader met een steen in zijn gezicht wordt geslagen. Zelf krijgt hij ook klappen.
„Hij probeerde ons te verjagen, en had ook een mes bij zich”, zegt de jongen, nog steeds aangeslagen, enkele dagen later op het terras voor zijn huis in Jinba, een afgelegen dorpje in Masafer Yatta, een regio in het uiterste zuiden van de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Zijn vader is net terug uit het ziekenhuis met een gebroken neus.
Masafer Yatta – bekend van de Oscar-winnende documentaire No Other Land – was afgelopen vrijdag opnieuw het toneel van kolonistengeweld. Kolonisten in de omgeving van Jinba beweerden vrijdag al snel dat het om een aanval door een Palestijn op een kolonist zou gaan, maar videomateriaal bevestigt het tegendeel. Nog diezelfde ochtend valt een groep kolonisten met de auto Jinba binnen. Ze zijn gemaskerd, en bewapend met stokken.
Een camera bij de ingang van het huis van de familie Al-Amur registreert dat een jonge, gemaskerde man met een stok hard op de zeventienjarige Qusai in begint te slaan, met in zijn kielzog drie andere mannen, die ook schoppen en slaan met stokken, en dan vertrekken. Even later liggen vader Aziz (64) en zijn zestienjarige zoon Ahmed bebloed op de grond van hun huis. De schedel van Aziz is ingeslagen, en Ahmed is gewond aan zijn nek nadat een man daarop was gaan staan. De zeventienjarige Qusai heeft een gebroken arm.
Oscar
Jinba is een van de ongeveer twintig Palestijnse dorpjes in Masafer Yatta, een gebied met glooiende heuvels die bedekt zijn met grijsbruine stenen, gras en bloemen. Er grazen kuddes geiten en schapen, her en der zijn er olijfboomgaarden.
En overal is kolonisatie: op heuvels liggen caravans van buitenposten, waarmee kolonisten een – volgens het internationaal recht illegale – nederzetting beginnen. Andere witte gebouwtjes vormen een Israëlische militaire basis, zoals op een steenworp afstand van Jinba.
Door de Oscar-winnende documentaire No Other Land is het geweld tegen Palestijnen in Masafer Yatta, door zowel kolonisten als het Israëlische leger, internationaal onder de aandacht gekomen. De film volgt de Palestijnse Basel Adra onder de constante dreiging van geweld, arrestatie en verdrijving in Masafer Yatta. Ook zijn vriendschap met de Israëlische activist Yuval Abraham komt aan bod, en de radicale ongelijkheid tussen hen.
Lees ook
Controversiële docu ‘No Other Land’ is de ‘must-see’ docu van het afgelopen jaar
De prijs heeft aandacht en discussie gegenereerd, maar op de grond is er weinig veranderd. Sterker: het geweld in Masafer Yatta is geïntensiveerd. Vorige week werd de Palestijnse co-regisseur Hamdan Ballal in elkaar geslagen door kolonisten. Het was wraak voor de film, zei hij later in een interview; hij had de kolonisten ‘Oscar’ horen zeggen.
Het kolonistengeweld en het landjepik in Masafer Yatta is, net als elders op de Westoever, al jaren aan de orde van dag. Maar de afgelopen anderhalf jaar is het geweld toegenomen. Het VN-kantoor voor de mensenrechten rapporteerde een gemiddelde van 118 maandelijkse geweldsincidenten op de Westoever tussen november 2023 en oktober 2024.
In diezelfde periode is ook de kolonisatie van Westoever in rap tempo doorgegaan: de Israëlische regering heeft 20.000 nieuwe wooneenheden in nederzettingen in bezet Oost-Jeruzalem goedgekeurd, plus 10.300 in de rest van de bezette Westoever.
Ook zijn er 49 nieuwe buitenposten gelegaliseerd. Die buitenposten zijn zelfs illegaal onder de Israëlische wet, maar worden later doorgaans alsnog gelegaliseerd. Volgens het internationaal recht zijn nederzettingen en buitenposten beide illegaal.
Gestolen schapen
„De afgelopen anderhalf jaar zijn er in Masafer Yatta acht nieuwe buitenposten gesticht door kolonisten, en is een groot deel van de weidegrond ingenomen”, zegt Nidal Younis, de burgemeester van Masafer Yatta, terwijl hij in zijn stevige auto over de rotsige wegen rijdt. Vanuit het raam wijst Younis op een kudde schapen in de verte. „Die zijn van een kolonist, maar de dieren en het land zijn gestolen. Iedere Palestijnse herder die zijn dorp verlaat dreigt te worden aangevallen of bestolen.”

In Masafer Yatta dragen kolonisten steeds vaker legeruniformen, of ze nemen deel in lokale bataljons en plegen in die hoedanigheid geweld. Younis: „Overdag zijn ze herders, ’s avonds dragen ze legeruniformen”.
Het onderscheid tussen het leger en de kolonisten raakt op de Westoever steeds meer vervaagd. Het leger is op de hand van de kolonisten, en grijpt zelden in bij geweld – of neemt daar actief aan deel. „Kolonistengeweld is staatsgeweld”, aldus de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem. Volgens de organisatie is kolonistengeweld een „belangrijk informeel instrument” waarmee steeds meer Palestijnen van hun land worden verjaagd.
‘Militaire zone’
Masafer Yatta is door Israël tot ‘militaire zone’ of ‘vuurzone 918’ verklaard – een van de manieren waarop Israël een deel van de Westoever de facto annexeert. Ook van Jinba wil Israël een trainingsgebied voor het leger maken.
„In mei 2022 besloot het Israëlische Hooggerechtshof dat het leger de bevolking van Jinba en andere dorpen in de zogenaamde schietzone mag verplaatsen”, zegt activist, docent en journalist Mahmoud Makhamreh (28), die opgroeide in Jinba. Niet lang daarna plaatste het leger maandenlang een wegblokkade op enkele honderden meters van Jinba vandaan, om het dorp te isoleren. „Alleen inwoners mochten het dorp betreden. Niemand van buiten kon op bezoek komen. Ze proberen druk uit te oefenen op de bewoners, totdat zij weggaan, als een langzame dood. Maar we gaan niet weg.”





Makhamreh laat de vernielingen zien die werden aangericht toen het geweld in Jinba het afgelopen weekend doorging. In de nacht van vrijdag op zaterdag kwamen circa 140 soldaten en kolonisten het dorp binnen. Ze doorzochten huizen en richtten vernielingen aan.
In de twee klaslokalen van de school in het dorp is het een puinhoop. Op de grond liggen posters en schriften, glas van de gebroken ramen, kapotte stoelen en de resten van een verbrandde Palestijnse vlag.
In Jinba zijn er holen in de grond, van steen. Hierin woonde men vroeger; nu wordt er eten opgeslagen. Ook daar werden vernielingen aangericht. Voedsel werd op de grond gesmeten, net voor het Suikerfeest.

Ook in het huis van de familie Jabarin zijn ramen ingegooid en spullen overhoopgehaald. Ula Jabarin (25) is met haar schoonmoeder aan het opruimen. In een hoek van de woonkamer liggen nieuwe glitterjurken voor haar dochters, vanwege het Suikerfeest. Maar „die blijven ongedragen zolang hun vader niet thuis is”, zegt Jabarin.
Haar man is een van de 22 Palestijnse mannen plus een minderjarige jongen die op vrijdagmiddag door het leger zijn opgepakt in Jinba. Ze werden uit hun huizen gehaald en samengebracht, geblinddoekt en geboeid, en in pick-uptrucks en auto’s meegenomen naar een politiebureau in de nederzetting Kiryat Arba.
Afgelopen dinsdagmiddag werd na een zitting in een militaire rechtbank duidelijk dat zeven van hen – onder wie vermoedelijk Jabarins echtgenoot – weer worden vrijgelaten. De vijftien anderen kwamen in het weekend al vrij.
Camera als wapen
Ondertussen wordt het structurele kolonistengeweld vrijwel nooit bestraft. Als kolonisten al worden opgepakt, volgen er zeer milde straffen, opgelegd door civiele rechtbanken. De Palestijnse inwoners van de Westoever vallen onder het militaire recht.
Afgelopen maandagavond zei het Israëlische leger in een verklaring over het geweld in Jinba dat lokale commandanten een reprimande hebben gekregen. Eén commandant en twee soldaten kregen zeven dagen militaire detentie opgelegd, een andere commandant is ontslagen. Het leger zegt dat het geweld in Jinba niet was gemeld door soldaten, maar „onthuld door documentatie op het internet”. Dat verwijst naar de video’s die gedurende het weekend op sociale media werden verspreid van het geweld in Jinba.
Afgelopen zaterdag, toen kolonisten en soldaten opnieuw Jinba binnenvielen, waren camera’s in het dorp de eerste dingen die ze vernielden, zeggen de bewoners. De gewonde Aziz al-Amur zegt dat hij, zodra hij weer terug kan keren naar Jinba, opnieuw camera’s zal installeren bij zijn huis.
Ook activist Mahmoud Makhamreh is vastbesloten om, ondanks de risico’s, te blijven filmen: „Het is essentieel om het dagelijkse geweld vast te leggen, of het nou in Masafer Yatta, de rest van de Westoever, of in Gaza is. Hun wapens zijn stokken, wapens, en verdrijving. Onze wapens zijn onze camera’s.”
