Wie speelt er nog schelp?

Muziek kun je niet zien. Muziekinstrumenten wel. Kijken naar trompetten, violen en andere instrumenten is daardoor een vreemd genoegen. We zien iets wat niet voor ogen is bestemd. Vorm volgt functie, en die functie is onzichtbaar. Is het dat vreemde, dat onaangepaste, dat onlogische dat trompetten en violen juist visueel zo aantrekkelijk maakt? Alsof je kunt zien dat het niet om zien gaat, ook al blinkt het koper nog zo aanlokkelijk, ook al rondt het hout zich nog zo weelderig.

De meeste muziekinstrumenten hebben een lange geschiedenis. Een rechte lijn is er meestal niet, het gaat om stambomen met vele vertakkingen. Bij de trompet en aanverwante blaasinstrumenten is het geen boom maar een heel stambos. Voor de trompet zijn er drie oerkandidaten: de schelp, de hoorn en de holle tak. Onlangs bleek een schelp in een museum in Toulouse, ooit gevonden in een grot in de Pyreneeën, na nieuw onderzoek vrijwel zeker gebuikt om op te blazen, 18.000 jaar geleden. Ook nu wordt er nog schelptrompet gespeeld; niet alleen in Oceanië, maar ook in jazz.

De trompet is heel lang eerder een geluids- dan een muziekinstrument geweest. Tijdens de Olympische spelen in Griekenland werd vanaf 396 v.g.j. (voor gangbare jaartelling) ook altijd een wedstrijd voor trompetters gehouden. De winnaar was niet degene die het mooist maar degene die het hardst kon blazen. Wat je met zo’n hard geluid kon doen, lees je dan weer in het Oude Testament waar de priesters op hum ramshoorns bliezen en zo de val van de muren van Jericho inleidden. Een Britse radioserie over de trompet heette ooit From Jericho to Jazz.

In hun geschiedenis van de trompet noemen John Wallace en Alexander McGrattan een aantal manieren waarop de trompet in de prehistorie gebruikt werd: voor de jacht, om te communiceren (de misthoorn, de posthoorn) en in het leger. Muziek is pas een heel late toevoeging aan het arsenaal van de trompet, pas zo’n zes eeuwen geleden. Pas in de 19de eeuw, toen de ventielen werden toegevoegd, ging het echt los.

Foto Alex Krot

Het geluid van oude trompetten wordt vaak als monsterlijk omschreven. Sterker nog, juist aan het feit dat het geluid lelijk was, dankt de trompet haar ontstaan. In zijn History of Musical Instruments schreef Curt Sachs: „Het feit dat bepaalde objecten, op een bepaalde manier gebruikt, een lelijk en zelfs angstaanjagend geluid produceren, leidt ertoe dat ze worden ingezet tegen vijandige wezens, dieren, tegenstanders en boze geesten.”

Veel instrumenten hebben een ontstaansmythe. De lier is naar verluidt door Hermes bedacht. De Griekse god doodde een schildpad langs de Nijl en gebruikte het schild als de eerst klankkast. Over de trompet is zo’n verhaal niet bekend. Wallace en McCrattan zien dat als een teken dat de trompet nog ouder is. „Andere instrumenten hadden een verklaring nodig, maar de trompet is er gewoon altijd geweest.” De blazer komt zelfs al voor in het epos van Gilgamesj, 4000 jaar geleden opgeschreven in Mesopotamië. Maar het kan in dat epos ook over een drum zijn gegaan of over nog iets heel anders; de geleerden zijn het er niet over eens wat een ‘pukku’ en een ‘mikka’ zijn. Het lijkt de sampo uit de Kalevala wel! De sampo is een belangrijk ding uit dit Finse nationale epos waarvan niemand meer weet wat het is. Of misschien wisten ze het toen ook niet. Wie trompet speelt, weet het wel. Die speelt nog steeds schelp, en hoorn, en hout, en bot, en kalebas, en ivoor, hoe geel en glanzend het metaal nu ook is. Angstaanjagend mooi. Ondergronds gegroeid.