‘We hebben het zelf verpest’, zegt rapper Rudeboy over de legendarische band Urban Dance Squad

Hij is een rapper op oorlogspad, schrijft Rudeboy Remmington in zijn autobiografie Inside Outsider. „Mijn taak als soldaat is op te ruimen wat voor mij is”, zo typeert hij zijn muzikale missie, waarin elk optreden een militaire operatie lijkt. Met een „hart dat nitroglycerine pompt” wil hij andere bands verpulveren zodat iedereen zou „inzien dat de acts die voor en na ons kwamen prettig waren om blokjes kaas bij te eten”. Die „positieve destructie” is „prachtig, maar ook verslavend”.

Rudeboy (Patrick Tilon, 61) was tussen 1986 en 2005 de charismatische voorman van de legendarische band Urban Dance Squad. Met meestergitarist René van Barneveld (Tres Manos), bassist Silvano Matadin (Silly Sil), drummer Michel Schoots (Magik Stick) en dj Arjen de Vreede (DNA) creëerde hij een uniek geluid dat alle genres oversteeg en waarin alles kon: van opbeurende soul en furieuze hiphop tot droevige bluesballades of overrompelende orgies van lawaai.

Rudeboy is ook een schrijver op oorlogspad. Zijn memoires zijn rauw, ongepolijst en openhartig, getikt met het hart op de tong en de ziel op het toetsenbord. In ruim 550 pagina’s spaart hij zichzelf, zijn naasten en zijn bandleden allerminst. Vanaf zijn geboorte lijdt hij aan „existentiële eenzaamheid”, bekent hij. Dat „gevoel dat ik er niet bij hoorde en eigenlijk niet geboren had moeten worden”, zorgt ervoor dat hij altijd een „interne buitenstaander” zal blijven, in wat voor (pleeg)gezin, band of situatie dan ook.

Het heeft hem „best een moeilijke guy”, gemaakt, zegt hij in een Amsterdams café naast het Waterloo- plein, een week voordat zijn autobiografie én een nieuw album, Droppenheimer (onder het alter ego Trippple Nickkkelz) verschijnen. „Het heeft met fatalisme te maken. Dat is een gril in mijn karakter.”

Was het confronterend om dit boek te schrijven?

„Ieder hoofdstuk was pijnlijk. Maar kom op, I had to do it. Ik heb mezelf niet ontzien, anders moet je er niet aan beginnen. Met name bij de passages over mijn jeugd waren niet makkelijk, absoluut niet, en dan heb ik het echt over huilen. Er zijn nauwelijks dagen uit mijn jeugd waarop ik niet met gemengde gevoelens terugkijk.”

Als peuter in Paramaribo gooide je voortdurend dingen van de veranda om maar contact met voorbijgangers te krijgen.

„Ik smeet álles naar beneden: pennen, Dinky Toys, geld. De Chinese onderbuurman klaagde steen en been als dat weer op zijn auto landde.”

Na de scheiding van je ouders heeft je moeder je als vijfjarige alleen op een vliegtuig naar Amsterdam gezet, om bij je vader en stiefmoeder te gaan wonen.

„De periode in de Bijlmer was het ergste. Daar was ik wéér alleen: om bij te verdienen deden ouders ’s nachts extra schoonmaakdiensten. Terwijl normale kinderen in hun bed lagen, ging ik op pad. Vanuit het struikgewas gooide ik stenen op auto’s. Waarom? I had nothing else to do. Of ik hing op het balkon, met binnen alle lichten aan omdat ik bang was voor geesten. Zoiets gaat je heel erg nekken. Daar heb ik echt hartzeer van. Mijn wantrouwen komt daar vandaan. Tot op de dag van vandaag slaap ik nog steeds met alle lichten aan, als ik alleen thuis ben. Dat is natuurlijk idioot.

„Eenmaal uit huis ging ik van de mavo naar de havo en naar het atheneum. Toen moest ik stoppen, want ik had geen geld meer. Ik ben gaan werken, de muziek heeft mij gered. Het was voorbestemd. Als Rudeboy heb ik mijn ware aard gevonden.”

Rudeboy in 1994 tijdens de ‘2 meter Sessies’
Foto Rob Becker

Wanneer zag je het licht bij Urban Dance Squad?

„De allereerste keer dat ik die gasten ontmoette. Ik kende ze helemaal niet, maar ik was DNA tegengekomen bij een scratch-battle in Paradiso. Vlak voordat hij op het podium stapte, zei hij: ‘Je moet met ons jammen in De Vrije Vloer in Utrecht. Maar nu ga ik eerst de kampioen verslaan en deze wedstrijd winnen’. Hij maakte geen enkele kans en verloor.

„Ik dacht: deze man is een idioot. Maar ik ben toch gegaan. Ik zag meteen: dit zijn zeer typische gasten met heel krachtige uitstralingen. Het waren allemaal losse componenten met een eigen muzikale agenda die op uitzonderlijke wijze tóch een eenheid vormden. Toen ik ‘Struggle for Jive’ begon te rappen, klonk het meteen bad ass. Ze wisten ook: dit is de guy.”

Maar het was geen vriendenband. Je noemt jezelf een ‘eiland tussen de eilanden’.

„Mensen hebben een overromantische kijk op rock-’n’-roll en denken dat een band een soort huwelijk is, maar dat is gelul. Hoe aardig iedereen ook probeert te zijn, dat stopt snel als je weinig met elkaar hebt. Ik kon daarmee leven, omdat de meerwaarde lag in de sound en de ideeën. Dit was zo bevredigend, dat ik de rest op de koop toe nam.

„De terugrit nadat we ons debuut Mental Floss for the Globe hadden opgenomen vergeet ik nooit meer. Ik kon alleen maar uitbrengen: nobody sounds like this. Bij de tweede plaat, Life ’n Perspectives of a Genuine Crossover: hetzelfde verhaal. Niemand klinkt zo. Nie-mand.

„Weet je hoeveel mensen van ons hielden? Dat is niet normaal. Bij de eerste Amerikaanse optredens kwamen Joey Ramone en Paul Simon langs in onze kleedkamer. Public Enemy, Ice T, Ice Cube, Red Hot Chili Peppers, Henry Rollins, Smashing Pumpkins, Thom Yorke, ze waren allemaal fan. Ik heb zoveel liefde gezien.”

Wij waren werkelijk iets nieuws. Er was maar één Urban Dance Squad

Rudeboy

Jullie gelden als de grondleggers van de cross-over tussen rap en rock. Waarom zijn jullie niet, zoals later Rage Against the Machine, wereldberoemd geworden?

„We hebben het zelf verpest. De rest van de band begreep niet wat er van je wordt verwacht als je met urgentie bent getekend door een grote platenmaatschappij. De directeuren kwamen bij alle belangrijke shows kijken. They adored us. Dat doen ze niet zomaar. Ja, ze willen door je rijk worden, maar ze maken jou óók rijk.

„Na een Amerikaanse tournee met Living Colour reed platenbaas Tom Ennis me in zijn cabrio door New York. Hij vroeg: ‘Rudeboy, wat denk je ervan om hier nog een jaar te blijven?’ De tour zou worden verlengd, langs grotere zalen, en we kregen de volle steun. Hij beloofde: jullie worden de grootste. Ik antwoordde: ‘no problem!

„Maar ik was de enige. De rest weigerde en wilde per se terug naar Europa. Het label heeft ze gesmeekt, maar het antwoord bleef: we gaan naar huis, basta. Zelfs voor shows tijdens spring break wilden ze niet terugkeren, met hun domme gelul van ‘wij zijn niet zo gek als die Amerikanen’. Nou, how’s that working out for you?

„Ik weet zeker dat we het gered zouden hebben. Wij waren werkelijk iets nieuws. Er was maar één Urban Dance Squad. Ik was zo stom om te denken dat de meeste stemmen gelden. Ik had moeten zeggen: jullie sukkels weten niet waarmee jullie bezig zijn, go fuck yourselves. Maar ik was niet de baas. Niemand was dat, dat was juist het probleem.”

Rudeboy en Green Lizard treden op in poppodium Patronaat, 2021.
Foto Paul Bergen

En daarna was volgens jou de kans verkeken?

„Als jij één verkeerde move maakt omdat je denkt dat je een geweldenaar bent, heeft dat consequenties. Het label heeft met lede ogen de handen van ons afgetrokken. Ze konden niks met ons beginnen: we wilden niet luisteren of zelfs maar suggesties aannemen. Als je zo je kansen vergooit, weet de hele industrie dat. Wij waren, zoals dat heet, ‘hard to promote’, dat is een doodsteek.

„Toen we alsnog de mazzel hadden dat we bij Virgin terechtkwamen, gingen we bij de vierde plaat Planet Ultra wéér de bietenbrug op. Tom Rothrock en Rob Schnapf, die eerder Foo Fighters en Beck produceerden, hadden het beste met ons voor. Omdat ze ‘geen goed, maar het best mogelijke album’ wilden maken, vroegen ze tijdens de opnames of we vier extra nummers konden schrijven.

„Opnieuw leidde dat tot tweespalt: de rest van de band vertikte het. Dus je haalt twee topproducers naar de studio en zegt: wij weten het beter. Waarom zijn zij er dan? ‘I feel a passive resistance’, concludeerde Rob. En daarna zei hij letterlijk, zo koud als het klinkt: „Yo Tom, let’s go!” En weg waren ze. Ik bleef huilend achter, dat mag je best weten.

„Dit verhaal vertelt niemand je. Waarom ik wel? Is het rancune? Bitterheid? Mijn verwijt aan de rest is: je moet niet zo hoog opgeven over punkprincipes en band-ethiek als je niet de fucking hersencapaciteit hebt om de juiste beslissingen te nemen. En als ik iedere keer opnieuw de kop van Jut ben voor alle kritiek en zij hun bek dichthouden, gaat dat steken. Lekker comfortabel zwijgen, terwijl ik klappen krijg en lijd onder leugenachtigheden. Dat is smeerlapperij.”

Maar jij hebt toch niet de schuld gekregen van het falen van Urban Dance Squad?

„Dat idee heb ik wel. Een deel van Nederland denkt dat ik fout zat. Maar als je denkt dat er maar één smerig toilet is als de riolering overstroomt, heb je het mis. Want de rest van de plees loopt ook vol stront.”

Zo te horen komt er geen reünie?

„Met DNA maak ik zo een plaat. Like that. Daar zijn we mee bezig trouwens.”

Waarom is hij het enige bandlid dat je in je dankwoord noemt?

„Hij blijft een uitzonderlijke guy, een genie. Hij heeft me in de band gebracht, niemand anders. Maar van de rest heb ik niet zo’n hoge pet op.”