Wat vindt NRC | Wet en recht moeten weer leidend zijn in de internationale agenda

In het diepst van zijn gedachten is de machtigste man ter wereld nog altijd dezelfde die hij was in 1974. In dat jaar erfde Donald Trump het vastgoedimperium van zijn vader Fred Trump, en begon hij New York, en tal van andere plaatsen, naar zijn beeld te herscheppen. Trumps karakter is te zien aan het uiterlijk van zijn projecten („grootser, glamourachtiger, opwindender”, zei hij zelf). En ook aan de manier waarop die tot stand kwamen: met louche deals, omkoperij, schone schijn en wetteloosheid bouwde hij aan zijn wereld van bladgoud en marmer.

Met precies deze combinatie van uiterlijk vertoon en lak aan recht en wet lanceerde Trump vorige week een zeer omstreden plan voor Gaza. Hij zei dat de Verenigde Staten het verwoeste gebied moeten overnemen, de Palestijnse bevolking verdreven moet worden, waarna de VS van Gaza een „Midden-Oosterse Rivièra” maken. Al snel werd het plan in Trumps omgeving afgedaan als een min of meer losse flodder: het was geen uitgewerkt idee, er zouden geen Amerikaanse militairen naar Gaza gaan of overheidsgeld aan de opbouw van deze ‘Rivièra’ worden besteed. Maar bij Trump lopen echt en onecht altijd door elkaar, en dat maakt het uitspreken van het idee alleen al gevaarlijk. Opeens is de etnische zuivering van een gebied met circa twee miljoen Palestijnen een idee waarover gepraat kan worden. Met zoetgevooisde woorden als ‘tijdelijke overplaatsing’, maar dat doet daar niets aan af. Zijn uitspraken normaliseerden wat al langer in extreem-rechtse Israëlische kringen wordt bepleit.

Het is niet vreemd dat Trumps uitspraken een warm onthaal kregen in Israëls kabinet, waar extreem-rechts een sterke vleugel heeft. Extreem-rechts profiteert dus van Trumps uitspraken. Zo bezien missen relativerende opmerkingen dat het plan onrealistisch is het belangrijkste punt: ook volslagen idiote plannen hebben effect op de echte wereld. Trumps hang naar rechteloosheid was de afgelopen dagen ook te zien toen hij sancties oplegde aan medewerkers van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Hij deed dat uit protest vanwege het uitgevaardigde arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en oud-minister Yoav Gallant. Het was een daad die liet zien hoe weinig de Amerikaanse president zich van de internationale rechtsorde aantrekt. De VS zijn niet aangesloten bij het ICC, en dat is al erg genoeg. Trump gaat een stap verder en ondergraaft het functioneren van het Strafhof, dat al te maken heeft met hevige internationale druk. Het ICC moet navigeren in een complexe wereld, en heeft met de oorlog in Gaza te maken met een ingewikkeld dossier. Daarbij heeft het ICC de steun van de internationale gemeenschap hard nodig. Het was positief dat premier Dick Schoof de woorden van Trump afgelopen vrijdag veroordeelde, maar de woorden („vrij stevige uitspraken”) waren wel erg diplomatiek. Nederland draagt als gastland mede zorg voor het ICC, en moet daarom een stap vooruit zetten als het Hof aangevallen wordt.

Rechteloosheid en het recht van de sterkste zijn de rode draad in Trumps uitspraken over geopolitiek. Dat is extra zorgelijk, omdat Gaza het nodig heeft dat de internationale gemeenschap de nadruk legt op het recht. Er is een fragiel bestand, maar geen enkel zicht op verbetering van de situatie. Wederopbouw is op deze manier vrijwel onmogelijk. Verbetering begint met het wederzijds accepteren van de rechten van alle betrokkenen. Ook de Palestijnen in Gaza hebben rechten, bijvoorbeeld om te blijven in het land dat van hen is.