Wat vindt NRC | Toekennen gezag over kind mag nooit zonder voorbereiding

Een goede voorbereiding is het halve werk. De Raad voor de Kinderbescherming in de regio Den Haag meent het bij de rechter evenwel überhaupt zonder voorbereiding af te kunnen. In honderden zaken per jaar – van vechtscheidingen tot twisten over ouderlijk gezag – komt de medewerker van de Raad onvoorbereid naar de rechter, onthulde NRC. Raadsmedewerkers in Den Haag lezen het onderliggende dossier niet en adviseren desondanks tijdens een zitting van maximaal veertig minuten over wie van de ruziënde ouders het gezag verdient, de meeste tijd met de kinderen krijgt en met welke zorg het gezin én de kinderen het beste af is.

Elk jaar maken zo’n 42.000 kinderen mee dat hun ouders scheiden of uit elkaar gaan. Vaak gaat dat relatief harmonieus, maar als ouders het oneens blijven over waar de kinderen gaan wonen of hoe de zorg wordt verdeeld, beslist de rechter. Het uit elkaar vallen van een gezin ís al traumatisch voor kinderen. Partij kiezen voor één ouder willen de meesten niet. Kinderen zijn vaak grenzeloos loyaal aan beide ouders.

De Raad voor de Kinderbescherming is er om in dit soort zaken over het belang van het kind te waken. Voor de rechter weegt het advies van de Raad als onafhankelijke deskundige dan ook zwaar. Elders in Nederland bestuderen medewerkers van de Raad wel het onderliggende dossier, onderstrepen familierechtexperts. Dat is cruciaal omdat in zo’n dossier de hele voorgeschiedenis staat, bijvoorbeeld ook aanwijzingen van huiselijk geweld die tijdens de zitting niet naar boven komen.

Een steekhoudende verklaring voor de onvoorbereide Haagse praktijk kan de Raad niet geven. Het lokale ‘uniforme hulpaanbod’ dat vechtscheidingen in de kiem moet breken, bestaat door heel Nederland. Cijfers waaruit blijkt dat de Haagse kinderbescherming substantieel meer rechtszaken bijwoont dan elders, kan de Raad niet overleggen. Zonder cijfermatige onderbouwing gaan mogelijke argumenten als tijdgebrek en personeelstekorten niet op.

Familierechtszaken zijn niet openbaar. En hoewel daar uit privacy-oogpunt goede redenen voor zijn, geeft het ook te denken. Het maakt namelijk dat misstanden minder snel opgemerkt kunnen worden. NRC stuitte op de Haagse praktijk na een noodkreet op Linkedin van een familierechtadvocaat die bijval van collega’s kreeg. Het was niet de eerste noodkreet. Vorig jaar waarschuwden enkele kinderrechters dat ze te weinig tijd hebben om het kind tijdens een scheidingszaak te horen: tien tot vijftien minuten. Dat heet ‘het kindgesprek’ en bestaat pas een paar jaar. Kinderrechter Bart Tromp benadrukte destijds dat kinderrechters besluiten over kinderen in buitengewoon nare omstandigheden. „Dat doen wij af met een gesprekje van tien tot vijftien minuten. Dat moet anders.”

Dat de druk op de familierechtspraak groot is, mag niet verbazen. Laakbaar is dat ouders en kinderen die de afgelopen jaren voor de Haagse rechtbank stonden, nu uit de media moeten vernemen dat de Raad voor de Kinderbescherming zich onvoorbereid over hun zaak uit heeft gelaten. Van de rechtbank Den Haag en de Raad had verwacht mogen worden dat zij advocaten, ouders en kinderen vooraf informeerden over de werkwijze in het Haagse arrondissement.

Zij hebben weinig aan de toelichting dat de Raad bij de echt zware zaken wel voorbereid ter zitting zegt te komen: voor betrokkenen is iedere rechtszaak over kind en gezag een zware. Familierechtadvocaten willen nu dat de Raadsmedewerker zwijgt als die het dossier niet heeft gelezen. Onvoorbereid ter zitting komen is geen kinderbescherming.