Na zes jaar procederen werden Ridouan Taghi en zestien leden van zijn criminele organisatie deze week tot hoge gevangenisstraffen veroordeeld wegens het vermoorden en elimineren van concurrenten, ‘verraders’ en schuldenaars. Taghi zelf, de „enige en onbetwiste leider”, kreeg met twee medeverdachten levenslang. Het recht heeft gezegevierd, zou je dan kunnen zeggen. Eind goed al goed? Allerminst.
Door ‘strafzaak Marengo’ zal vermoedelijk geen kilo drugs minder verkocht worden, in of via Nederland. Iedereen die op de een of andere manier betrokken is geweest bij dit monsterproces zal mogelijk nog jarenlang veiligheidsmaatregelen moeten nemen. De rechtsstaat mag dan nog overeind staan, de nachtmerrie van gewelddadige, niets ontziende drugscriminaliteit is nog lang niet voorbij.
De rechter sprak van een proces met „een gitzwarte rand”. Tijdens de strafzaak werden drie nieuwe moorden gepleegd. Advocaat Derk Wiersum, journalist en juridisch adviseur Peter R. de Vries en broer Reduan van kroongetuige Nabil B. betaalden hun directe of indirecte betrokkenheid bij de strafzaak allemaal met hun leven. De boodschap van Taghi en de zijnen: niemand is veilig, ook niet als we achter slot en grendel zitten.
Hoewel de zaak niet over deze drie moorden ging, werd er terecht wel bij stilgestaan. Het extreme geweld van Taghi en zijn bende moet als niets minder dan „terreur” worden gezien. Die heeft „een ontwrichtende werking op de samenleving en is heel effectief gebleken”. Want: bijna niemand durfde over Taghi een belastende verklaring af te leggen. Terreur heeft zo een verlammende werking op de strafrechtspleging. En dat is desastreus.
Veel aandacht rond ‘Marengo’ ging de afgelopen jaren uit naar het gebruik van een kroongetuige. Dat is begrijpelijk, want het is een paardenmiddel dat schuurt met de uitgangspunten van een eerlijk proces. Belastende verklaringen die moeten worden ‘gekocht’, uit de school klappende criminelen die worden ‘beloond’: het zijn middelen waar liefst zo min mogelijk naar gegrepen wordt. Dat in dit proces van een kroongetuige gebruik is gemaakt valt te verdedigen maar het laat ook zien hoe ongelooflijk moeilijk en complex, zo niet machteloos, bestrijding van georganiseerde drugscriminaliteit is geworden. Kennelijk is deze strijd alleen te voeren door zelf ook de grenzen van de rechtsstaat op te zoeken.
Lees ook
Geweld om angst aan te jagen: dat ‘ontwrichtte de samenleving’, en bleek heel effectief
Over elke mogelijke oplossing moet daarom met open vizier gesproken kunnen worden
Drugscriminelen moeten worden opgespoord en veroordeeld. Maar zolang ‘recreatief gebruik’ van cocaïne gemeengoed is, is dat dweilen met de kraan open. Terecht constateert de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb dat te laks wordt gedaan over cocaïnegebruik. Volgens hem is er, in heel Europa, een direct verband tussen de sociale acceptatie hiervan in vooral hogere klassen en de toename van geweld en corruptie, doorgaans vooral in armere wijken. Zijn Amsterdamse evenknie, Femke Halsema, vindt daarom dat gepraat moet worden over de legalisering van cocaïne. Dat raakt het business model van criminelen in het hart.
Wie met droge ogen volhoudt dat de ‘war on drugs’ gewonnen kan worden door louter meedogenloze bestrijding van producenten en dealers negeert de historische feiten. ‘Marengo’ liet zien dat deze wapenwedloop niet te winnen is. Meer dan een wankel evenwicht tussen onderdrukking en bestrijding zit er niet in. Waarbij escalatie van geweld, onderling en tegen de staat, steeds dreigt.
Over elke mogelijke oplossing moet daarom met open vizier gesproken kunnen worden. Regulering, omkleed met aandacht voor verslavingszorg (voorlichting, preventie, belasting, toezicht, beperkte distributie) is er daar een van. Dat is niet iets dat Nederland alleen kan doen. Wat dat betreft is dit niet alleen een zaak van Justitie, maar ook van Volksgezondheid – én Buitenlandse Zaken. Dat moet het voortouw nemen om tot internationale afspraken te komen. Ondermijning raakt de hele samenleving en is een zaak die het hele staatsapparaat aangaat.
