Het stond zo mooi in de „gemeenschappelijke basislijn over het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat” van net iets meer dan een jaar geleden. Onder punt drie spraken de huidige coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB in februari 2024 tijdens de formatie af dat „rechterlijke uitspraken worden uitgevoerd en nageleefd”.
Verder waren „onafhankelijke instituties, zoals rechtspraak, wetenschap en media” van groot belang voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat. Zij zouden „gerespecteerd en beschermd worden”. Allemaal open deuren in rechtsstaat Nederland, zou toen nog gedacht kunnen worden. Of een extra waarborg in een kabinet met een partij waarvan de leider rechters eerder „knettergek” noemde.
Toch voelen de president van de rechtbank Amsterdam, de hoofdofficier van justitie en de deken van de Amsterdamse orde van advocaten zich deze week genoodzaakt de noodklok te luiden via De Telegraaf. „De rechtsstaat kalft af”, waarschuwen zij. Het evenwicht tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht is volgens hen verstoord, wat leidt tot verminderde effectiviteit bij de uitvoering van gerechtelijke taken. Waardoor de bescherming van de burger in het geding komt.
Bovendien signaleren ze dat rechterlijke uitspraken steeds vaker worden afgedaan als „ook maar een mening” – zelfs door Kamerleden die beter zouden moeten weten, en kabinetsleden wier partijen dus vorig jaar iets anders beloofden.
Lees ook
Noodkreet over rechtsstaat van de ‘togadragers’: ‘We moeten niet lijdzaam afwachten tot het te laat is’
Zo sprak minister Faber (Asiel, PVV) vorige week nog van „een zwarte dag”, nadat de rechter oordeelde dat haar besluit om drie islamitische predikers een inreisverbod op te leggen onvoldoende was onderbouwd. Faber ging dan wel „niet in discussie” over het besluit, maar andere politici hielden „het beeld in stand dat sprake was van extremistische sprekers”, zei rechtbankpresident Bart van Meegen tegen NRC. Burgers deelden de naam en foto’s van rechter en zijn partner vervolgens veelvuldig op X. Inhoudelijke kritiek hebben op een vonnis mag, twijfel zaaien over de betrouwbaarheid van de persoon van een rechter niet; doxing mag nooit.
Dergelijk sentiment is al langer te zien: rechters die op sociale media worden neergezet als kwaadaardige elite, advocaten die worden bedreigd terwijl zij hun werk doen door verdachten te verdedigen, en vonnissen die gezien worden – ook door politici – als politiek gemotiveerd. Vorige maand benadrukte de rechtbank Den Haag in de zaak die Greenpeace had aangespannen tegen de Nederlandse staat over stikstofneerslag in haar oordeel dat het niet aan de rechter is „om politieke keuzes voor te schrijven”. Daarmee vooruitlopend op dergelijke kritiek.
Terecht dat de drie Amsterdamse togadragers waarschuwen. Daarbij impliciet en ook terecht verwijzend naar Polen en Hongarije, waar de rechterlijke macht sluipenderwijs werd ondermijnd.
Terecht óok dat zij de hand in eigen boezem steken, en aan jongeren – maar waarom alleen aan hen? – willen uitleggen „hoe de rechtsstaat functioneert en waarom dat belangrijk is”. Dat had al veel eerder moeten gebeuren. De rechtspraak is een gesloten bolwerk, vonnissen zijn voor de gewone burger onbegrijpelijk, functies onduidelijk. Rechtbanken krijgen te veel zaken, hebben te weinig personeel en geld. Wetgeving is complex en laat het soms afweten tegenover de burger die erdoor moet worden verdedigd.
Wie nu pas zijn bestaansrecht moet gaan uitleggen, is daarmee rijkelijk laat. Hopelijk niet te laat.
