Wat vindt NRC | Amateurisme en kwade wil team-Trump stellen Europa voor inlichtingendilemma

In zijn inauguratierede kondigde Donald Trump het al aan: hij ging een einde maken aan diversiteitsbeleid. „We smeden een samenleving die kleurenblind is en gebaseerd op verdiensten”, beloofde de kersverse president. Om die belofte in te lossen, droeg hij onder anderen tv-commentator Pete Hegseth als defensieminister voor, een veteraan die bij het rechtse Fox News bekend werd met felle kritiek op de ‘woke’ en ‘verwijfde’ strijdkrachten. Na zijn nipte benoeming door de Senaat – ondanks een alcoholprobleem en aanrandingsaantijgingen – ontsloeg Hegseth in zijn eerste weken meteen vrouwen en afro-Amerikanen uit de legertop.

Deze week kon de hele wereld in The Atlantic lezen hoe dit ‘meritocratische’ personeelsbeleid uitpakt. De hoofdredacteur van het blad beschreef hoe hij, vermoedelijk per abuis, werd toegevoegd aan een besloten appgroep op Signal. Daar kon hij meelezen hoe Trumps nationale veiligheidsteam op even luchtige als brallerige toon luchtaanvallen op Houthi-rebellen in Jemen besprak.

Hegseth deelde uren voor de aanval al details van het aanvalsplan, die toen nog militair geheim waren. Na de zuiveringen in de legerleiding ontbrak in de chatgroep een hoogste commandant, die wellicht had kunnen wijzen op de onwenselijkheid van al dit ge-app.

Het gebruik van Signal lijkt in strijd met zowel spionagewetten als de archiefplicht. Communicatie via deze app verloopt weliswaar versleuteld, maar is lang niet even goed beveiligd als officiële kanalen. Een deel van de achttien deelnemers leek bovendien te appen vanaf privémobieltjes en minstens één was op buitenlandse dienstreis – in Rusland. Als hackers of vreemde inlichtingendiensten toegang hadden tot ook maar één toestel, had dit de hele missie en Amerikaanse militairen, spionnen én hun bronnen in het veld in gevaar kunnen brengen.

De achteloosheid en het knullige lek vallen niet los te zien van de wijze waarop Trump-II samengesteld is. De president mag een op verdienste gebaseerde samenleving beloven, in bewindslieden zoekt hij slechts drie kwaliteiten: absolute loyaliteit, handig met de media en kundig in het sarren van politieke tegenstanders.

Die laatste ‘kwaliteit’ belette betrokkenen deze week berouw of zelfkritiek te tonen. Liever bagatelliseerden ze de kwestie, ontkenden simpelweg dat er militaire geheimen waren gedeeld, vielen de boodschapper aan of kwamen met jij-bakken naar de Democraten.

Slechts een paar Republikeinen in het Congres durfden kritische vragen te stellen. De partijtop koos de verdedigingslinie dat er weinig aan de hand was, dat er hoogstens van ‘geleerd’ kon worden. De trumpisten wentelden zich zo welhaast in hun dilettantisme, als zoveelste kans om zich af te zetten tegen de ‘oude’ Washingtonse elites.

Deze combinatie van flagrant amateurisme, gebrek aan intern correctievermogen en Republikeinse kadaverdiscipline werpt dilemma’s op voor Amerikaanse bondgenoten – of voor wie daar nog voor doorgaat. Zijn deze Verenigde Staten nog te vertrouwen als het zaken van nationale veiligheid betreft, zoals het delen van inlichtingen of militaire samenwerking? Dit lekke Washington moet voor spionnen uit Rusland, China en andere anti-westerse landen een snoepwinkel zijn.

Deze vertrouwensvraag dringt zich extra pregnant op, omdat in ieder geval een deel van de Amerikaanse regering niet langer te goeder trouw beschouwd kan worden. Vicepresident JD Vance en minister Hegseth brachten vorige maand met toespraken in München en bij de NAVO de tachtig jaar oude trans-Atlantische alliantie al ernstige schade toe. Maar wie nog dacht dat hun harde taal ‘slechts’ bedoeld was om een bondgenoot wakker te schudden en tot hogere defensie-uitgaven te dwingen, moet de Signal-apps lezen.

De interne deliberaties onthullen dat het dédain waarmee deze nieuwe regering Europa benadert, niet slechts voor de bühne is. Binnenskamers zijn de trumpisten nóg neerbuigender over Europeanen, die ze „zielige uitvreters” vinden die de VS steeds maar weer „uit de brand” moeten helpen.

Dat is in ieder geval consequent. Maar kan daarom voor Europeanen ook niet zonder gevolgen blijven. De inlichtingenwereld is – net als Trump, overigens – zeer transactioneel: ik vertel jou wat, jij mij iets anders. De VS hebben doorgaans de beste diensten, slimste satellieten en lopen voorop in het verzamelen van elektronische en digitale informatie. Europa kan zelf ook het een en ander, maar is in deze koehandel in ‘intel’ traditioneel de vragende partij.

Samenwerking met de VS blijft voorlopig onvervangbaar. En hoewel de ‘Deep State’ van lagere bureaucraten, militairen en inlichtingenprofessionals wellicht te vertrouwen blijft, moeten Europeanen ernstiger rekening houden met een heel nieuw veiligheidsrisico. Dit bewind in Washington kan gedeelde gevoelige of geheime informatie zomaar te grabbel gooien, zowel uit amateurisme als uit kwade wil.


Lees ook

Binnen Trump-II vinden ze Europeanen ‘zielige klaplopers’, leert het Signal-lek. Zijn er nog lichtpuntjes?

De Amerikaanse vicepresident JD Vance   tijdens een bezoek aan marinebasis Quantico, Virginia. Foto Jim Lo Scalzo/EPA