Waarom we wel Bakker heten maar niet Baker; de achtergrond van achternamen

Sinds 1998 is het mogelijk om kinderen de achternaam van hun moeder te geven in plaats van die van hun vader. Sinds vorig jaar is het ook mogelijk beide namen te geven. Eindelijk! Heel soms zie je nu weleens dat een man ook de naam van zijn vrouw aanneemt. Toch zal dit alles de patriarchale geschiedenis van de achternaam niet veranderen. En patriarchaal is die, al eeuwen, altijd, allereerst door de grote hoeveelheid patroniemen die achternamen zijn geworden, van Jansen, de zoon van Jan, tot Benali, de zoon van Ali. Daar vallen de paar Wijfjes, Vrouwtjes en Marissen (van Maria) bij in het niet. Alleen op de Antillen zijn kinderen doorgaans niet naar hun vader maar naar hun moeder vernoemd. Op Curaçao kregen mensen in 1863 achternamen als Martina, Cicilia en Angela. En Jantje, een meisjesnaam.

Veel mensen zijn vernoemd naar beroepen; in de top van meest voorkomende achternamen in Nederland staan behalve Jansen en Peters ook namen als Bakker, Visser, Smit en De Boer. Maar Baker zul je vooral uit het Engels tegenkomen, als het ook bakker betekent en niet baker, kraamverzorgster, een beroep dat door vrouwen werd uitgeoefend. Ook vroedvrouwen, wasvrouwen, juffrouwen, huisvrouwen hebben het niet tot achternaam geschopt.

Wasmannen en Huismannen zijn er wel, al is dat laatste woord een ouderwets geworden naam voor vrije boeren. Van Aasman tot Zwaardman, bij de familienamen is de man De Heer of De Man. Of ’t Mannetje, een achternaam die een onverwachte verklaring heeft. Waarschijnlijk woonde de eerste drager van deze naam in een huis met een uithangbord of gevelsteen waarop ’t mannetje in de maan was afgebeeld. Veel mensen hebben nu nog zo’n huisnaam of een andere adresnaam. Ze zijn niet vernoemd naar een mens maar naar een plek, gegeven in de tijd dat huisnummers nog niet bestonden. Ze heten dus eigenlijk Langestraat 10 of Herengracht 72. „In de vijftiende en zestiende eeuw was het [in Amsterdam] gebruikelijk om iedereen, ’t zij aanzienlijk of gering’, aan te duiden met het uithangteken van zijn huis achter zijn naam ‘zelfs in officiële stukken’”, meldt de Nederlandse Familienamenbank van het Centraal Bureau Genealogie, of CBG, waar alle circa 320.000 in Nederland voorkomende achternamen in op te zoeken zijn. Op een lijst uit het boek De Vroedschap van Amsterdam met namen van huizen uit de zeventiende en achttiende eeuw vind ik in de Amsterdamse Kalverstraat: de Beer, de Bors, Bourgonje, Brederode, de blauwe Bijl, de rode Engel, Gent, de blauwe Gravenhoed, de blauwe Hand, de vier Haringen, de witte Hen, ’t Hof van Holland, ’t blauwe Hondje, de groene Kaas, ’t witte Kalf, de Kalverendans, de drie Koningen, de Krokodil, de drie Kronen, de Landmeter, de zwarte Leeuw, de Oliekan, ’t groene Papagaaitje, ’t Paradijs, de gulden Poort, de Gelderse Rijder, ’t blauwe Schaap, de twee Spiegels, de Testoen, de witte Vos en de gulden Vijzel. En voorwaar: op vier na zijn deze huisnamen in een of andere vorm of spelling (Paard, Paert, Peerd) inderdaad achternamen geworden, zelfs de kleuren. Een nog langere lijst huisnamen uit het Jaarboek Amstelodamum 1905 bevestigt dit beeld. Je hoefde dus niet uit Gent te komen om Gent te heten; geen herder te zijn om Schaap te heten; niet ijdel te zijn om Spiegel te heten.

Alleen Gravenhoed, Kalverendans, Krokodil en Testoen uit de Kalverstraat-lijst ontbreken. Wie of wat is een testoen? Zo zijn er ook familienamen die hun betekenis niet zo makkelijk meer prijs geven. Wie weet dat een mulder een molenaar is? En Vermeulen van de molen betekent? Een Snijder is een kleermaker en een Springer een acrobaat. Sinds in 1811 de achternamen werden vastgelegd bij de nieuwe burgerlijke stand, en in 1863 alle tot slaafgemaakten ook een familienaam kregen, is er nauwelijks een nieuwe naam bijgekomen. Er zijn veel kapiteins en schippers, maar geen piloten, laat staan stewardessen. Er zijn een paar families Fabriek en Kantoor maar de fam. Chauffeur of Programmeur kom je niet tegen. Gestold verleden.