„Het verleden is een bitch die ik liever niet ken/ Zij is de reden dat ik nu aan de hasjiesj ben”, zingt Saman Amini in het openingsnummer van Onaantastbaar. Over zijn problematische cannabisgebruik leren we meer als hij de, achteraf bezien, „belangrijkste dag van zijn leven” memoreert, ergens in 2018. Het effect van deze interventie door geliefden bleef aanvankelijk nog beperkt door de drugs die hij die dag gerookt had.
De nieuwe voorstelling van acteur en theatermaker Saman Amini (35) is de opvolger van zijn geprezen cabaretdebuut Saman Amini’s Integratieplan. Hierin vertelde hij over ervaringen met integreren in het land dat sinds zijn elfde zijn nieuwe thuisland is. In Onaantastbaar vertelt Amini over de wortels en gevolgen van de opgelopen trauma’s door op te groeien in armoede en in asielzoekerscentra. Amini’s hyperpersoonlijke cabaret is dit keer minder confronterend dan zijn voorganger. Wel toont hij opnieuw zijn talent om zijn levensverhaal om te zetten in een meeslepende tragikomedie.
Er valt om te huilen, soms ook om te lachen. Want in ellendige omstandigheden gebeuren weleens verrassende dingen. Als een jonge Saman, dan nog woonachtig in geboorteland Iran, indruk wil maken op het mooiste meisje van het dorp, besluit hij een tip van zijn vader op te volgen. Voor haargel was geen geld, maar water mengen met heel veel suiker zou een vergelijkbare uitwerking hebben. Een onverwachte en onplezierige bijwerking levert een grappig verhaal op, én het nodige medelijden voor de kleine Saman.
Lees ook
Saman Amini: ‘Ik heb mijn lot weten te keren’
Puntige typeringen
Amini is op zijn best als hij de humor op natuurlijke wijze laat voortkomen uit de tragiek. Hij is een goede verhalenverteller en heeft puntige typeringen over zijn jeugd thuis. Voor verjaardagen was geen geld, geluk zat soms in de kleine dingen: „Als mijn opa’s lactose intolerantie werd aangewakkerd, liet hij wat scheten, en lachten wij ons rot. Topavond.” Of, nadat hij heeft verteld over huiselijk geweld: „Toen wij op mijn elfde naar Nederland vluchtten en mijn vader twee maanden later zou komen, was ik het enige gevluchte kind in het acz dat tegen gezinshereniging was.”
Minder indruk maakt Amini op de momenten dat hij wel erg nadrukkelijk op zoek gaat naar de grappenmaker in zichzelf. Bijzinnen over „oude Koerden uit de sloot halen” en over apparaten „trager dan de wachtlijsten in de ggz” zijn eerder vermoeiend dan vermakelijk.
De hardheid die Amini in het leven ervaarde, liet hem lange tijd denken dat hij onaantastbaar moest zijn. In de finale horen we dat therapie hem uiteindelijk deed inzien dat hij juist kwetsbaar moest worden. Dat klinkt weliswaar fraai, en ook zeker niet onoprecht, maar ook als een wat gestileerde conclusie. Want wat betekent kwetsbaarheid? Amini maakt zijn gevoelsleven beter invoelbaar als hij zijn demonen en pijn bezingt, in intens gezongen liedjes, soms rappend, soms huilend als een dier.
De conclusie die blijft hangen na het zien van Onaantastbaar: vaak is het niet zozeer je verleden dat je krampachtig probeert te vermijden, maar vooral datgene wat je door dat verleden geworden bent. Wanneer je dat inziet, kun je destructief gedrag zoals verslavingen en agressieproblemen pas écht achter je laten, zo leerde Amini.
De 59ste editie van het grote cabaretfestival Cameretten in Den Haag zal exclusief toegankelijk zijn voor deelnemers die zich identificeren als vrouw of als non-binair. Dit heeft de organisatie van het festival vandaag bekendgemaakt. „We hopen de deuren wagenwijd open te zetten voor vrouwen”, zegt directeur Frank Heijman.
De grootste en langstlopende cabaretwedstrijd biedt nieuw talent een belangrijke plek om zich te tonen. Bekende namen die het festival eerder wonnen zijn onder anderen Paul de Leeuw, Bert Visscher en Daniël Arends. Brigitte Kaandorp en het duo Plien & Bianca staan in een klein rijtje met slechts een paar andere vrouwelijke winnaars.
„De cabaretwereld wordt nog steeds gedomineerd door mannen”, zegt Heijman. Dat blijkt ook uit de statistieken van het festival. Sinds de oprichting in 1966 bestaat 80 procent van de deelnemers uit mannen. Van de 55 mensen die zich vorig jaar aanmeldden, waren er slechts 5 vrouw. En de halve finales van 2024 kenden enkel mannelijke kandidaten. „Dat patroon willen we doorbreken. We hopen dat de komende editie bijdraagt aan het gesprek over de man-vrouwverhoudingen in onze wereld”, zegt Heijman.
Ruimte maken
Door het festival alleen open te stellen voor vrouwelijke en non-binaire deelnemers, wordt mannen de kans ontnomen om zich op het Cameretten-podium te presenteren. Is dat geen voorbeeld van uitsluiting? Heijman: „We zien het niet als uitsluiten, maar juist als ruimte maken. Dat kan niet zonder dat anderen een pas op de plaats moeten maken.”
Ook hoopt de organisatie met deze beslissing een bredere dialoog op gang te brengen, aldus Heijman: „Het is een maatschappelijke kwestie. In directies of besturen is de man-vrouwverhouding vaak net zo scheef. Dat is nooit in balans geweest.”
„Af en toe is het nodig om een bepaalde groep voor te trekken, om verandering teweeg te brengen”, reageert Monique Aalbers, organisator van het Leids Cabaret Festival. Samen met Cameretten en het Amsterdams Kleinkunst Festival vormt het Leids het trio meest relevante talentenwedstrijden in het cabaret.
1 aprilgrap
Aalbers merkt ook dat de man-vrouwverhouding in de cabaretwereld een punt van aandacht is, ook bij het Leidse festival. „Onze aanpak is meer dat we andere evenementen organiseren om aandacht te geven aan vrouwelijk cabaret. Tijdens comedyavonden hebben we speelmomenten voor vrouwelijke cabaretiers ingericht. Dat willen we uitbreiden: meer ruimte voor beginners, en meer speelmomenten. Ook willen we workshops opzetten voor aanstormende vrouwelijke cabaretiers, zodat zij zich meer ‘empowered’ voelen om mee te doen aan ons festival.”
Of ze zelf ook een soortgelijke actie als Cameretten hebben overwogen? „We hebben vorig jaar een 1 aprilgrap bedacht met dezelfde boodschap: alleen vrouwelijke cabaretiers zouden mogen meedoen.” Niet serieus bedoeld dus, maar wel met een vergelijkbare achterliggende boodschap, volgens Aalbers: „Vrouwen moeten zich ook geroepen voelen om deel te nemen.”
Op de vraag hoe het komt dat mannen de cabaretwereld overheersen, lijkt geen eenduidig antwoord te zijn, ziet ook Aalbers: „Het heeft niks te maken met dat mannen meer humor zouden hebben. We hebben briljante vrouwelijke cabaretiers.”
De organisatie van Cameretten heeft voorlopig nog niet verder gedacht dan de komende editie. Heijman: „We zijn nog steeds een festival dat jonge talenten de kans biedt om te bouwen aan een professionele carrière. Daarin zal niks veranderen en ik verwacht dat we dit jaar ook weer een heel mooie lichting zullen afleveren.”
‘Het spijt me dat ik met je zit te praten terwijl ik geen piano in de buurt heb, anders kon ik laten horen wat ik bedoel.” Jorge Luis Prats verzucht het meerdere keren tijdens het telefoongesprek vanuit zijn woonplaats Miami. De karakterverschillen van de preludes en fuga’s van Bach („Hij is de vader van de muziek”), de standvastigheid die zich openbaart in Isaac Albéniz’ pianosuite Iberia („Om dat te kunnen spelen moet je een stier in je hebben”), hoe je bij Schumann de melodie in verschillende stemmen kunt leggen („Dat kan op tien verschillende manieren”): kon hij het allemaal maar even laten horen. Want hoewel hij graag vertelt, is hij „niet zo briljant met woorden. Met mij kun je het beste communiceren via de muziek.”
In 2008 was hij er opeens, op het podium van de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Zijn debuut in de serie Meesterpianisten (integraal op YouTube te zien) kwam ogenschijnlijk vanuit het niets. Prats (Cuba, 1956) was 52 jaar en hier een onbekende. Bijna dertig jaar eerder had hij in Parijs het Marguerite Long-Jacques Thibaud Concours gewonnen. Een internationale solistencarrière leek in kannen en kruiken, maar werd in de kiem gesmoord doordat de Cubaanse overheid hem maar mondjesmaat visums uitreikte. Zo bleven Prats’ activiteiten voornamelijk beperkt tot de Latijns-Amerikaanse podia, tot zijn vertrek naar Spanje in 2002. Sinds zijn Amsterdamse debuut trad Prats zo nu en dan op in Nederland en vanaf maandag is hij een week terug, met twee solorecitals en een publieke masterclass.
„Je kunt je tegenwoordig enorm verbazen over de hoeveelheid jonge mensen die fantastisch spelen”, zegt Prats. „Het technische niveau wordt iedere dag hoger. Wat ze tegenwoordig kunnen, daar kun je alleen maar respect voor hebben, want veertig jaar geleden hadden we dat niet. Maar pianisten die werkelijk je hart raken, Arcadi Volodos bijvoorbeeld, zijn zeldzaam.” Waar zit hem dat in? „De grote uitdaging van deze tijd is om iets nieuws te doen, creatief te zijn, het publiek iets interessants te bieden wat er eerder nog niet was. Ik houd ervan als mensen iets onverwachts meebrengen, maar dat maak je niet al te vaak mee. Bij de meeste concoursen zijn die jonge pianisten voornamelijk in competitie binnen een traditie. Dat is een tragedie.”
Lees ook
Onze laatste recensie: Jorge Luis Prats met Kazuki Yamada is een zintuiglijke belevenis
Klavierstier
Tijdens de masterclass, maandagavond in Muziekgebouw Eindhoven, geeft Prats les aan drie pianostudenten. „Ik kan natuurlijk van alles vertellen over hoe ze moeten spelen. Maar ik probeer vooral de persoonlijkheid te begrijpen van degene die ik voor me heb, en het verband te leggen tussen de muziek en wat die in het leven betekent. Veel docenten houden zich extreem bezig met techniek. Zo van: ‘je moet het zó doen’. Daar ben ik het niet mee eens. Ik vind de eigen creativiteit extreem belangrijk. Laat een docent je nooit vertellen hoe muziek moet klinken. De muziek is zoals jij bent, ze draagt jouw persoonlijkheid in zich.”
Prats is op het podium zelf ook een markante persoonlijkheid. Met overgave bewandelt hij de grens tussen ontspannen en ongepolijst. Zijn temperamentvolle aanpak, niet vies van risico’s, leverde hem meer dan eens de omschrijving ‘klavierstier’ op. Vanwege zijn vloeiende spel en expressieve timing wordt hij gezien als een late vertegenwoordiger van de pianostijl van midden vorige eeuw. Met bewondering spreekt Prats over de pianisten die deze stijl belichaamden, zoals Wilhelm Kempff en Sviatoslav Richter, Arthur Rubinstein. „Drie totaal verschillende persoonlijkheden, maar alle drie geweldig. Toen ik in Parijs studeerde was ik met Rubinstein bevriend. We hadden het zelden over muziek. Hij hield van sigaren en we spraken over zijn herinneringen aan Cuba. Hij stond vol in het leven en stopte alles wat hij had in de muziek.”
Prats speelt dinsdag en zondag zijn lijfstuk: het twaalfdelige Iberia van de Spaanse componist Isaac Albéniz (1860-1909). In anderhalf uur voert het langs plekken als Cádiz, Málaga, Sevilla, Granada en Madrid. Iberia betekent veel voor Prats, wiens wortels aan zowel vaders- als moederskant in Spanje liggen. „Spanje is eigenlijk een land dat uit allerlei verschillende landen bestaat. In Iberia hoor je de bijzonderheden van al die volkeren in dansen en volksmelodieën terug. Hoe mijn grootmoeder danste, hoe de mensen zongen, de flamenco: als ik dit stuk speel, voel ik me thuis bij mijn herinneringen.” Vanwege de hoge technische moeilijkheidsgraad – het is alsof de volledige pianistieke gereedschapskist boven de notenbalken is leeggekieperd – hoor je Iberia zelden integraal op één avond. Je kunt er je leven lang op studeren, beaamt Prats. De krachtige geest van deze muziek fascineert hem al van jongs af aan. „Op veel momenten geef ik de bastonen extra gewicht. Terwijl de harmonie verandert, blijft de bas vaak hetzelfde: onveranderlijk, als een stier. Je kunt een stier wel willen doden, maar hij zal nooit van richting veranderen. Ik houd van die standvastigheid.”
Jorge Luis Prats geeft volgende week een masterclass (31/3, Muziekgebouw Eindhoven) en solorecitals (1/4, Muziekgebouw Eindhoven en 6/4 , Concertgebouw Amsterdam).
Ze schaamt zich bij voorbaat dood, als Lucy Dacus (Virginia, 1995) zich voorstelt hoe het is om de teksten van haar nieuwe album hardop te moeten voorlezen. Ze legt het bestek neer, kijkt geschrokken op van haar eggs benedict en lijkt te willen verdwijnen in de enorme bank in de Amsterdamse hotelsuite. Lang belemmerde ongemak haar bij ongeveer het meest voor de hand liggende wat er voor een zanger is: liedjes schrijven over de liefde. En dat terwijl ze al haar hele succesvolle carrière open is over onderwerpen die juist voor anderen ongemakkelijk zijn. Haar soloalbums worden steevast overladen met goede kritieken en met haar gelegenheidsgroep Boygenius overrompelde ze een paar jaar terug de popwereld, stond ze zoenend met bandgenoten op enorme podia, won meerdere Grammy’s en nam nooit een politiek blad voor de mond. Maar zingen over romantiek? Nee hoor, nee. Dat was lang een brug te ver.
Dacus doet een handvol kleine shows, nog voordat haar plaat Forever is a Feeling uitkomt. Goed om de nieuwe liedjes in de vingers te krijgen, om de hype voor een grotere tour deze zomer op te kloppen en wat pers te spreken. Begin maart stond ze in de Amsterdamse Vondelkerk, waar een kleine groep fans via een loterij kaarten voor kon krijgen. Goed gekozen die locatie, omdat ze op haar vorige album zong over als biseksueel meisje op te groeien in een christelijke omgeving. Maar ook omdat ze zelf een kunsthistorische rode draad in haar nieuwe plaat ziet en de Vondelkerk ontworpen is door Pierre Cuypers, een paar jaar voor hij het Rijksmuseum ontwierp.
„Het nummer ‘Modigliani’ is genoemd naar een van mijn favoriete kunstenaars”, legt Dacus uit. De albumhoes wordt gesierd door een portret in olieverf. In de video van de eerste single speelt ze een personage dat ontsnapt uit een schilderij. Maar nog belangrijker vindt ze hoe de ambiance van musea bepalend is voor haar nieuwe werk. „Ik schrijf veel in musea. Door de sfeer daar gaat mijn eigen tempo naar beneden. Ik kan er rustig in mijzelf neuriën. En ik vind er altijd inspiratie.” In schilderijen, romans, altijd zoeken naar nieuwe ideeën. Ook in gesprekken. Als het tijdens het interview gaat over een boek dat een relatie legt tussen het concept romantische liefde en de opkomst van de boekdrukkunst, lijkt ze het nieuwe album te laten voor wat het is en dieper in verschillende definities en vormen van liefde te duiken. Maar telkens komt Dacus weer bij zichzelf uit, alsof ze net op tijd door heeft dat ze wegdrijft van het belangrijkste onderwerp.
Het probleem van ironie
„Eerlijkheid is een spier die je kan trainen”, peinst Dacus over waarom ze nu dan toch een onmiskenbaar romantische plaat gemaakt heeft. Dat neemt ze ook buiten haar muziek vrij letterlijk. Zo sprak ze in interviews open over hoe ze van huis uit een negatieve opvatting over abortus meekreeg. Dat ging zo ver, dat haar moeder haar met een protestbord naar de wachtkamer van klinieken wilde sturen. Als geadopteerd kind zou de piepjonge Dacus daar veel impact hebben, was het idee erachter. Ze draait niet om de schaamte over haar oude opvattingen heen, gebruikt haar podium tegenwoordig juist om aandacht en geld te werven voor pro choise organisaties.
Ook als het gaat om liefde vindt Dacus dat ze die eerlijkheid moet tonen. Omdat ze het zo weinig om zich heen hoort, in de muziek van vandaag. „Kijk naar een zangeres als Whitney Houston, die zong er nog met een groot open hart over. De laatste jaren lijkt alles ironisch gebracht te moeten worden. Of sassy. Alsof eerlijk zijn te naakt voelt. Blijkbaar is de angst voor het ongemak zo groot dat mensen niet eens meer durven te zeggen dat ze van elkaar houden.” Ze laat even een stilte vallen, gaat wat rechterop zitten met beide handen onder haar benen. „Zo dom, hè?”
Het liefst zou ik willen dat iedereen alles meezingt en mij daarna totaal vergeet
Die eerlijkheid zorgt ook dat Dacus geregeld na het schrijven van een nieuw liedje ontdekt hoe ze ergens over denkt. „Soms schrijf ik iets waardoor ik opeens mijn leven moet aanpassen. Denk ik dit echt? Neem ‘Limerence’. Daar zit deze regel in: ‘I want what we have. A beautiful life. But the stillness. The stillness might eat me alive.’ Daaaaang, dacht ik toen ik het teruglas. Denk ik dit echt? Ik had een prachtig leven, maar het kon niet het mijne zijn. Vanaf dat moment begon ik mijn toenmalige relatie te beëindigen.”
Het album benadert liefde vanuit nogal wat invalshoeken. Het zit nog altijd tussen rock en folk in, maar er klinken nu weelderige strijkers en veel gedetailleerdere arrangementen dan in haar eerdere werk. En veel belangrijker nog dan de break-ups of de diepe liefde voor vriendin en Boygenius bandgenoot Phoebe Bridgers die ze bezingt, is de liefde voor die andere bandgenoot: door het hele album klinken kruimels over een relatie met Julien Baker, iets waar al lang geruchten over gaan. Al is, zoals altijd in de wereld van fans, de grens tussen gerucht en wensdenken dun.
Lucy Dacus: „Daaaaang, dacht ik toen ik het teruglas. Denk ik dit echt?” Foto Merlijn Doomernik
Eerlijkheid als wapen
Op het pijnlijk mooie openingsnummer ‘Big Deal’ zingt Dacus hoe zij zichzelf als gast voorstelde op de bruiloft van een onbereikbare liefde, lees Baker. Ze zou niet zichzelf bij het altaar inbeelden, maar Baker grootmoedig het allerbeste gunnen. Waar en ongeloofwaardig tegelijkertijd. Maar langzaam sijpelt er meer door. In de laatste minuten van het album wordt in ‘Most Wanted Man’ de deken helemaal weggetrokken. Het gaat over muggenbeten op dijen, een seksuele knipoog naar watermeloen die van een kin druipt, hoe het moeilijk voor te stellen is dat ze nu eindelijk de meest gezochte persoon van heel Tennessee heeft weten te vangen. Ja, Julien komt uit Tennessee, vertelt Dacus in Amsterdam, terwijl ze duidelijk haar eerlijkheidsspier traint en haar gezicht in de plooi houdt. „Dat nummer gaat over haar. Net als veel andere nieuwe nummers.”
Dacus’ eerlijkheid is ook een wapen tegen fans en media die altijd willen speculeren. Ze moet nog steeds wennen aan hoe ze door het ongelooflijke succes met Boygenius opeens een bekendheid geworden is. „Het liefst zou ik willen dat vanavond bij het concert iedereen alles meezingt, wild enthousiast. En als het publiek na het concert de deur uit loopt, iedereen mij totaal vergeet”, verzucht Lucy Dacus. De ingelote fans die al lang voordat de deuren opengaan voor de Vondelkerk zitten, zingen later die avond inderdaad mee, zijn muisstil als het moet, wild enthousiast als het kan. Maar ze zijn Dacus zeker niet vergeten als ze de kerk uit gaan.
Het album Forever is a Feeling komt op 28 maart uit. Op 14 juni speelt ze op het Best Kept Secret Festival, op 16 en 17 juni speelt ze in Paradiso.