
Hollywoodster Val Kilmer was zijn tijd ver vooruit. Lang voordat iedereen zijn leven ging regisseren en streamen op YouTube en TikTok liep hij al rond met een videocamera, die in de loop der jaren steeds beter en lichter werd.
Dat leverde documentairemakers Ting Poo en Lee Scott een schatkamer op van duizenden uren video in veertig jaar: opkomst en neergang van een Hollywoodster. Hun documentaire Val, in 2021 te zien in Cannes, is een monument voor Val Kilmer: het arrogante jonge talent, de pretentieuze ster, de deemoedige oude man die tijdens zijn passieproject – een theatermonoloog als Mark Twain – zijn stem verloor door keelkanker en een tracheotomie. Hij overleed dinsdag in Los Angeles. Volgens zijn dochter werd een longontsteking hem fataal.
Val Kilmer had de reputatie aan een opgeblazen ego te lijden, sporen daarvan zag je nog altijd. Zie zijn malle, kakelbonte tenues met brokaat en zijde. Zie HelMel, het egomuseum dat Kilmer in Los Angeles voor zichzelf oprichtte, en dat tevens een ‘fun, sacred’ plaats is waar ‘eclectische artiesten’ bijeenkomen ‘to make change happen’. Kilmer meende altijd dat het lot iets bijzonders met hem voorhad – vandaar wellicht die impuls om alles wat hij beleefde op videotape vast te leggen. Een dergelijke motivatie is uitermate nuttig om het te maken als filmster, en dat deed hij. Maar tegelijk keek hij een beetje op die status neer. Val Kilmer wilde de nieuwe Marlon Brando zijn, bekende hij. Niet minder. De studio’s naar zijn pijpen laten dansen. Een vorstelijk betaalde rebel zijn. Maar karakterrollen gingen veelal aan zijn neus voorbij en Oscarnominaties eveneens. Hollywood zag vaak alleen de mooiboy.
Doorbraak
Val Kilmer werd geboren in 1959 in een welgesteld huishouden in Los Angeles. Zijn ouders scheidden toen hij acht was, zijn epileptische broer Wesley verdronk als 15-jarige in vaders jaccuzzi – een diep familietrauma. Kilmer was het goudhaantje: als jongste student ooit toegelaten op de elitaire dramaschool van Juilliard in New York, hij was daar klasgenoot van Kevin Spacey. Kilmer rebelleerde tegen de klassieke acteersopleiding, tegen de eindeloze, bloedsaaie stemoefeningen. Hollywood had hem snel in het vizier. Francis Ford Coppola, later een vriend, wilde hem in 1983 al in jeugdbendefilm The Outsiders, Kilmer poeierde de titaan van The Godfather af wegens toneelverplichtingen. Maar alle wegen leidden naar Hollywood: in dat off-Broadwaystuk speelt hij samen met Sean Penn en Kevin Bacon, die hij op video vastlegde terwijl ze hem moonden. „Dit shot wordt nog eens veel geld waard”, riep Bacon.
Na zijn eerste, komische hoofdrol in Top Secret liet Kilmer zich in 1985 met tegenzin strikken voor Top Gun, een film over marinepiloten die hij als een militaristische natte droom zag. Kilmer speelde de koele perfectionist Iceman, de grote rivaal, en later vriend, van rebelse improvisator Maverick, vertolkt door Tom Cruise. De film was hun beider doorbraak; in een ontroerend moment in deel twee – Top Gun: Maverick in 2022 – is Iceman inmiddels tot admiraal geproveerd, en kan hij stervend aan keelkanker zijn oude vriend Maverick niet langer beschermen. Kilmers stem werd voor die film digitaal gereconstrueerd.
Als acteur trokken rollen van historische personages Kilmer het meest: Doc Holliday, Elvis Presley. Hoogtepunt in zijn resumé werd Jim Morrison in Oliver Stones biopic The Doors (1991), een prachtrol in een matig ontvangen film. Hollywood zag meer een actieheld in hem. Hij speelde Batman in Joel Schulmachers vrolijk cartooneske Batman Forever (1995). Kilmer ervoer de ongemakkelijke ‘batsuit’ als een roestig harnas: iedere anonymus kon volgens hem Batman spelen, de superschurken stalen de show. De film deed het goed, maar Kilmer liet het bij één optreden.
De jaren negentig bleken wisselvallig. Als meester in vermommingen Simon Templar in The Saint (1997) was hij geen succes, Batman, de koloniale actiefilm The Ghost and the Darkness (1996) en Michael Manns misdaaddrama Heat (1995) maakten hem tot een bijna-superster. Maar het peperdure fiasco The Island of Doctor Moreau bevestigde in 1996 zijn reputatie van lastpak en ruzieschopper. Het was een rampset met de dikke, onzekere en veeleisende Brando en Kilmer die vastbesloten was de verpiswedstrijd van het oude icoon te winnen. Kilmer dreinde en terrorisseerde invalregisseur John Frankenheimer, een befaamde egomasseur- zelf hij liet weten nooit meer met Kilmer te willen werken.
Val Kilmer zelf schaamde zich ook voor dat wangedrag. Als verzachtende omstandigheid voerde hij de scheidingsperikelen met zijn grote liefde op, de Britse actrice Joanne Whalley, met wie hij een relatie kreeg tijdens de opnames van fantasyhit Willow (1988) en twee kinderen had, Mercedes en Jack.
Zelfspot
Veel krediet had Kilmer al met al niet. Toen zijn sf-actiefilm Red Planet in 2000 flopte, liet Hollywood de toen 41-jarige acteur vallen als een baksteen. Rollen als leading man in blockbusters waren verleden tijd, in de 21ste eeuw moest hij het doen met kleiner genrewerk en bijrollen. Soms heel interessante, zoals in culthit Kiss Kiss Bang Bang (2006) of in Terence Malicks Song of Songs (2018). En natuurlijk bleef er altijd het theater en de musical; Kilmer stond graag op het podium en had een goede zangstem.
In de documentaire Val dreef hij de spot met zijn vroegere pretenties. Hij gunde de makers zijn afgewezen auditietapes: als korporaal Joker in Stanley Kubricks Full Metal Jacket, als Henry Hill in Scorseses Goodfellas. Het is komisch te zien hoezeer hij voor die iconische rollen de plank misslaat, en dat wist Kilmer: de documentaire is zijn boetekleed. In een diep ontroerend moment zien we hem voor 55 dollar handtekeningen verkopen op een fandag, halverwege rent hij misselijk van een chemokuur naar een toilet. Waar hij in tranen vertelt dat zijn oude ik diep zou neerkijken op de Val Kilmer van nu. „Dieper kan een mens toch niet zinken?”
Maar nu is hij dankbaar en nederig, vervolgt Kilmer. Dat de films waarvoor hij zijn neus ophaalde – Batman, Top Gun, The Saint – zoveel voor fans betekenen. En daarom ook voor hem, nu zijn toekomst achter hem ligt en hij geen mooie jongen meer is. De jaren hadden hem nederig gemaakt.
