De Algerijns-Franse schrijver Boualem Sansal is donderdagochtend in Algerije veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar na een reeks aanklachten, waaronder bedreiging van de staatsveiligheid. Dat meldt persbureau AFP. De 80-jarige schrijver was in november op het vliegveld van hoofdstad Algiers aangehouden toen hij vanuit Frankrijk naar zijn tweede huis in Algerije reisde. Zijn arrestatie heeft de laatste maanden de toch al gespannen diplomatieke verhoudingen tussen Frankrijk en Algerije op scherp gezet.
Sansal koos in een interview met het radicaal-rechtse tijdschrift Frontières vorig jaar de kant van Marokko in een al decennia slepend conflict over een betwist stuk grond in het westen van Algerije, waaronder een deel van de Westelijke Sahara. Dat zou volgens Marokko in de jaren dat de regio onder Franse koloniale controle stond ten onrechte aan Algerije zijn toegekend. Sansal noemde die grens in het gesprek „arbitrair”.
Dat was, volgens de aanklager, een „aanval op de nationale integriteit” van Algerije. Ook zou hij Algerijnse instituties in gevaar hebben gebracht. Gedurende het proces werd hem bovendien aangewreven gevoelige informatie over de staatsveiligheid en de Algerijnse economie te hebben gelekt aan de Franse ambassadeur in Algerije.
Medestanders van Sansal denken dat bij al deze aanklachten vooral meespeelt dat de schrijver al jarenlang zeer kritisch is op de politiek in zijn geboorteland, op de invloed van de radicale islam in Algerije en op de islam in het algemeen. Sansal beriep zich tijdens het proces op de vrijheid van meningsuiting.
Politieke islam
De schrijver, opgeleid als ingenieur en econoom, verloor begin deze eeuw zijn baan als hoge ambtenaar op het Algerijnse ministerie van Industrie nadat hij toenmalig president Abdelaziz Bouteflika had bekritiseerd.
Sansal debuteerde in 1999 met het boek Le Serment des Barbares, dat tijdens de Algerijnse burgeroorlog in de jaren negentig speelt. Hij kreeg voor het boek de Prix du Premier Roman. Zijn Orwelliaanse 2084: la fin du monde, een aanklacht tegen de politieke islam, werd in 2015 onderscheiden met de prestigieuze Grand prix du roman de l’Académie française. Door dit boek en de terreuraanslagen in het jaar van verschijnen, werd hij een belangrijke stem in het Franse debat over islamisme.
Tegen Sansal was vorige week tien jaar cel geëist. Voor de zaken die hem ten laste zijn gelegd had hij ook levenslang kunnen krijgen. Zo bezien valt vijf jaar cel mee. Maar Sansal heeft kanker en zijn entourage zegt al langer dat de omstandigheden waaronder hij in detentie zit een aanslag op zijn gezondheid zijn. De Franse president Emmanuel Macron riep zijn Algerijnse ambtgenoot Abdelmadjid Tebboune daarom vorige week op tot coulance voor „een groot schrijver, die ook nog ziek is”.
Maar mild heeft Tebboune zich tot nu toe niet getoond. Hij noemde Sansal eerder „een bedrieger die zijn identiteit niet kent, zijn vader niet kent en die gezegd heeft dat de helft van Algerije aan een andere staat toebehoort”. In Algerije bestaat grote woede over de steun van Macron voor een Marokkaans plan om de Westelijke Sahara een zekere vorm van autonomie onder Marokkaanse soevereiniteit te geven. Algerije is uitgesproken voorstander van onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara.
De een is leerkracht op een basisschool in Rotterdam-Zuid, de ander advocaat en partner op een kantoor in Eindhoven. Bij beiden „begon het na verloop van tijd te kriebelen”. Ze wilden „iets terugdoen” voor hun land dat hen „in vrijheid deed opgroeien” en ze zijn „dankbaar” voor goede opleidingen in een veilige en welvarende leefomgeving. Bovendien hadden ze allebei militairen in de familie en houden ze van avontuur.
Johanneke van Vliet (37) uit Rotterdam en No Mauer (44) uit Helmond combineren sinds enkele jaren hun banen met werk binnen de krijgsmacht. Van Vliet, leerkracht, is twee dagen per week als soldaat der eerste klasse beveiliger bij evenementen, zoals de NAVO-top in juni in Den Haag. Mauer, specialist arbeidsrecht, is gemiddeld een dag per week medewerker van een afdeling van Defensie die het contact met het bedrijfsleven onderhoudt. Hij heeft de rang van majoor.
Mauer waardeert de afwisseling. „Als advocaat en partner heb ik op mijn kantoor veel eigen verantwoordelijkheid”, zegt hij. „Bij defensie ben ik een radertje in een groter geheel, heb ik een baas en krijg ik een heus kerstpakket.”
Van Vliet kan in de combinatie van banen haar religieuze motivatie kwijt: „In beide probeer ik de toekomst volgens Gods plan gestalte te geven. In de klas doe ik dat voor kinderen, bij defensie voor ons land.”
Lees ook
Extra gevechtseenheden voor leger om te voldoen aan NAVO-norm: ‘Grootste groei sinds Koude Oorlog’
Toespelingen
Van Vliet en Mauer zijn reservisten: deeltijdmilitairen die eerst fulltime in de ‘burgersamenleving’ werkten of studeerden en na een basisopleiding (variërend van enkele weken tot een paar maanden, afhankelijk van de functie) hun werk combineren met bijvoorbeeld een dag per week dienen in de krijgsmacht.
Beiden vinden reservist geen goede term, zeggen ze in een telefoongesprek met NRC. „Alsof je op de reservebank zit, terwijl we actief meedoen”, zegt Mauer. Van Vliet ziet soms termen als „weekendkrijger” voorbijkomen of hoort toespelingen op ongeoefendheid van reservisten, maar „daar kan ik inmiddels om lachen”.
Militairen als Van Vliet en Mauer worden nog belangrijker dan ze al waren. Als het aan staatssecretaris Gijs Tuinman (Defensie, BBB) ligt, verdubbelt hun aandeel komende vijf jaar, zo schreef hij vorige week maandag in een Kamerbrief. Nu vormen reservisten zo’n 10 procent van de totale krijgsmacht: ongeveer 7.500 reservisten binnen een geheel van circa 76.000 mannen en vrouwen. Over vijf jaar moet dat 20 procent bedragen; twintigduizend deeltijdmilitairen in een krijgsmacht van ongeveer honderdduizend militairen.
Op symposia hoor ik werkgevers pleiten dat elk bedrijf een quotum aan reservisten moet halen. Vijf jaar geleden was dat ondenkbaar
Voor een onverhoopte oorlogstijd gelden nog ambitieuzere aantallen. Dan moet de krijgsmacht doorgroeien naar tweehonderdduizend militairen, aldus Tuinman. Dan zal ook het aantal reservisten veel verder omhoog moeten, aldus de staatssecretaris. Hoe ver is nog onduidelijk. Hetzelfde geldt voor de kosten voor bijvoorbeeld de intensievere trainingen van reservisten die met de beoogde groei gemoeid zijn.
Er staat veel op het spel, zo stelde Tuinman. De reservist moet een veel krachtiger stempel op de krijgsmacht drukken.
Als de beoogde personeelsgroei toch tegenvalt, komt het door velen gevreesde thema dichterbij dat in elke discussie over het leger terugkeert: herintroductie van de opkomstplicht voor alle mannen en vrouwen vanaf zeventien tot vijfenveertig 17 jaar.
Hoe reëel is dat aantal van twintigduizend? En heeft Defensie geen fulltime vechtersbazen nodig in plaats van parttimers met een ‘burgerleven’?
Johanneke van Vliet, reservist en leerkracht in het basisonderwijs.Foto privéarchief
Vizier
Het is niet voor het eerst dat het ministerie van Defensie reservisten in het vizier heeft als bron van personeelsgroei. „Defensie zet in op reservisten,” luidde de kop van een persbericht in april 2023. In april 2022 zei Tuinmans voorganger, Christophe van der Maat (VVD), bij de openbare beëdiging van zestig reservisten op het Spuiplein, hartje Den Haag: „Uw bijdrage is hard nodig. Want u staat met een been in de samenleving en met het andere in de krijgsmacht. Daardoor bent u als geen ander in staat een brug te slaan tussen de maatschappij en defensie. Om te laten zien hoe mooi én waardevol het is om voor de Nederlandse krijgsmacht te werken.”
Het aantal reservisten groeide afgelopen jaren, maar hard ging het niet: in 2023 had Nederland 6.500 reservisten, ongeveer 1.000 minder dan nu. Deze trage groei is niet uitzonderlijk: De Belgische krijgsmacht wierf vorig jaar iets meer dan 600 reservisten, terwijl ze streefde naar 1.050. In totaal kent België ongeveer 6.500 reservisten.
Mijlpaal
In vakbondskringen is het een open vraag of de gedroomde mijlpaal van twintigduizend reservisten in 2030 wordt gehaald. „De reservisten zijn hard nodig voor het behalen van de doelstellingen”, zegt Jean Debie, voorzitter van de grootste militaire vakbond (Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel), waarbij ook de belangenorganisatie voor Nederlandse reservisten is aangesloten. „En gelukkig hebben we een paar jaar. Maar het moet nog blijken of dat getal van twintigduizend realistisch is. Het gaat vooral om goede afspraken met het bedrijfsleven. Reservisten heb je ook binnen de overheid, maar die worden nu al veel ingezet.”
Zo bezien heeft het bedrijfsleven de sleutel in handen voor een gestage groei van de krijgsmacht. Ook hier is traagheid troef. De aanhoudende tekorten op de arbeidsmarkt, waardoor defensie en bedrijfsleven met elkaar concurreren om personeel, helpen niet. Hetzelfde geldt voor de hogere eisen die defensie aan de geoefendheid van reservisten wil stellen, hetgeen ten koste kan gaan van de beschikbaarheid voor de ‘burger-baan’.
Het gaat vooral om goede afspraken met het bedrijfsleven. Reservisten heb je ook binnen de overheid, maar die worden al veel ingezet
De laatste zeven jaar is Defensie met bedrijven in gesprek over onder meer het ‘leveren’ van reservisten. Defensie werkt hiervoor samen „met 75 bedrijven en er zijn gesprekken met vierhonderd mogelijke nieuwe partners”, aldus de website van het ministerie. Bekende namen: Shell, VDL Groep (transport), Capgemini en Thales. Ze pasten hun arbeidsbeleid aan (of gaan dat doen) om het werknemers gemakkelijker te maken zich ook in te zetten voor defensie. Jan de Rijk Logistics stelde chauffeurs beschikbaar met bevoegdheden voor speciale transporten.
In januari van dit jaar deden het ministerie en het bedrijfsleven een schepje bovenop hun pogingen om het combineren van banen te vergemakkelijken. VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen, FNV-voorzitter Tuur Elzinga en staatssecretaris Tuinman riepen cao-onderhandelaars op ruimte te maken voor ‘reservistenverloven’ in collectieve arbeidsovereenkomsten. „In de praktijk lijkt het soms lastig om de inzet van werknemers als reservist te organiseren”, aldus de bijlage van de brief, „omdat in de civiele omgeving deadlines spelen en werkzaamheden tijdig opgeleverd of afgerond moeten worden.”
Daarnaast spelen ingewikkelde kwesties als verzekering en aansprakelijkheid (wie betaalt als de werknemer letsel oploopt tijdens een oefening?), pensioenrechten en de gevolgen van het reservistenverlof voor de reguliere vakantiedagen.
No Mauer, reservist en advocaat.Foto privéarchief
Looptijd
Het tempo bij het opruimen van de ‘cao-mijnen’ ligt niet hoog. „Veel cao’s lopen nog en hebben een looptijd van twee jaar”, zegt een woordvoerder van de Algemene Werkgevers Vereniging Nederland, de zusterorganisatie van VNO-NCW. „Dus voordat wat verandert, ben je wel een tijdje verder.” De organisatie kondigde in haar laatste nieuwsbrief aan een enquête onder leden af te nemen over onder meer een ‘reservistenverlof’.
Zowel basisschool-leerkracht Van Vliet als advocaat Mauer gingen betrekkelijk soepel over van werkplek naar kazerne, vertellen ze. „Cruciaal is of je werkgever het ziet zitten en wil meewerken”, zegt Van Vliet. Haar school deed dat wel, „al was het soms wel passen en meten. Je moet als reservist in je eigen tijd je conditie op peil houden. Beroepsmilitairen kunnen dat in werktijd doen.”
Advocaat Mauer zag afgelopen jaren één duidelijk obstakel: „De noodzakelijke keuringen voor kandidaat-reservisten. Die duren bij Defensie nu soms anderhalf jaar. Veel te lang, natuurlijk. Je wilt voorkomen dat iemands motivatie tijdens zo’n keuring wegzakt.”
Vorige week kondigde Defensie aan meer ‘zorgreservisten’ te willen inschakelen voor de keuringen. Het gaat om mensen die ooit werkten in de zorg. Ook hun aantal moet groeien, van vier- naar vijfduizend.
Oekraïne
Defensie voert de komende tijd nieuwe publiekscampagnes. Die moeten zowel de voordelen van het reservist-zijn onder de aandacht brengen als de bekendheid vergroten. Waarom zouden deze campagnes nu succes oogsten, terwijl ze in het verleden niet echt aansloegen?
Andere tijden, zegt een woordvoerder van het ministerie. „Het is duidelijk dat er momenteel veel in de wereld gebeurt, en dat de veiligheid van Nederland en van Europa onder druk staat.” Mauer ziet dat ook: „Ik kom op symposia waar werkgevers ervoor pleiten dat elk bedrijf een quotum aan reservisten moet kunnen laten zien. Vijf jaar geleden was dat ondenkbaar.”
Niet alleen de oorlogsdreiging speelt een rol, zoals na de Russische inval in Oekraïne. De woordvoerder: „Veel meer factoren kunnen de interesse van met name jongeren in de krijgsmacht verklaren: de uitdaging, innerlijke groei, kameraadschap, avontuur, leiding kunnen geven.”
Gezien de aantrekkingskracht van deze persoonlijke factoren is een hogere financiële beloning niet nodig als lokmiddel, aldus Defensie. „Salaris is nooit de belangrijkste reden waarom mensen militair willen worden.”
Zowel Van Vliet als Mauer beamen dit. „Ik doe dit niet voor het geld”, zegt de leerkracht. Ze krijgt meer betaald in het basisonderwijs dan voor haar functie in de krijgsmacht. Ook advocaat Mauer zou als fulltimer in zijn kantoor mogelijk meer verdienen, maar is met de honorering als parttime majoor (fulltime zou het salaris maandelijks circa 6.500 euro exclusief toeslagen bedragen) „meer dan tevreden”.
Doorvoerland
Veel nieuwe reservisten zullen worden ingezet voor de zogeheten Host Nation Support, blijkt uit de brief van staatssecretaris Tuinman. Dat is de taak die Nederland binnen de NAVO heeft om militair materieel zo snel en veilig mogelijk door te voeren naar met name Duitsland. Nederland heeft met havens in Rotterdam, Vlissingen en Delfzijl en weg- en spoorverbindingen naar het oosten een belangrijke functie. De militaire taken die daarvoor vereist zijn, liggen dicht bij het werk dat veel reservisten in hun reguliere werk doen: planning, bewaking, onderhoud, logistiek, transport. Bedrijven die met Defensie samenwerken, zoals Shell en VDL Transport, houden zich hiermee bezig.
Het streven: over vijf jaar 20 procent reservisten, oftewel: 20.000 deeltijdmilitairen binnen een krijgsmacht van circa 100.000 militairen
Dat roept wel de vraag op of het groeiend aandeel reservisten de krijgsmacht de goede kant op duwt. Pete Hegseth, minister van Defensie van de VS, zei onlangs dat de NAVO, waarvan Nederland deel uitmaakt, meer vechtersbazen nodig heeft. Het bondgenootschap moet „dodelijker en meer gevechtsbereid worden”, beklemtoonde de bewindsman tijdens zijn eerste optreden in Brussel in februari. „Dat is nodig om de geloofwaardigheid van afschrikking waar te maken.”
Lukt dat met een Nederlandse krijgsmacht die sterker bepaald wordt door deeltijders die veel kunnen behalve vechten? Vakbondsleider Debie ziet het probleem niet zo. „Ook voor grootschalige conflicten heb je al die functies nodig die door deeltijdmilitairen vervuld gaan worden. Veel van die ondersteuning is afgelopen decennia wegbezuinigd, maar hebben we hard nodig.”
Ook advocaat Mauer ziet geen tegenstelling. Een parate krijgsmacht vergt nu eenmaal zeer veel ondersteuning. Mauer somt op: „Transport, logistiek, planning, onderhoud, cyber, communicatie, juridische hulp, bewaking, medische verzorging. Aan belangrijk werk voor deeltijdmilitairen geen gebrek, kortom.”
Lees ook
Eerste contouren van een NAVO zonder of met minder VS zichtbaar
‘Gaan we sterven papa?” vroeg de 3,5 jarige Mon Mon terwijl de wereld om haar heen gromde en beefde. De doodsangst van zijn dochtertje gaf Win Moe de kracht haar in veiligheid te brengen. „Houd me stevig vast. Ik ben bij je”, zei hij terwijl hij op de brommer naar een nabijgelegen klooster in de stad Mandalay racete. Daar had ook de rest van de familie zich verzameld. Zittend op de grond in de ruime compound zagen ze hoe verderop de gebouwen instortten. Vuur en rook vulde de lucht. „Het leek alsof het einde der tijden aangebroken was. We zijn zo dankbaar dat we nog leven”, zegt Win Moe.
Nu wisselen ze berichten uit over doden, vermisten en ander onheil. Een gebouw in hun woonwijk bezweek en er liggen nog veel doden onder het puin. Monniken die in grote groepen bezig waren met hun examens, kwamen om. Ook moslims verloren het leven. Mandalay telt talloze moskeeën en toen de aardbeving begon waren velen bezig met het vrijdaggebed. Als een familielid uit het buitenland erin slaagt het gezin te bereiken, zegt ze geëmotioneerd aan de telefoon: „Ik vraag jullie me te vertellen wie er nog leven, vertel me niet over de doden.”
Het dodental staat zondag op meer dan zestienhonderd en stijgt nog steeds. Berichten van ooggetuigen in het rampgebied doen vrezen dat het aantal in werkelijkheid vele malen hoger is. Er komt maar mondjesmaat informatie uit het rampgebied, omdat de telefoonverbindingen beschadigd zijn. Toegang is moeizaam, want ook wegen en vliegvelden kregen klappen. Het land heeft nauwelijks professionele reddingswerkers en is niet voorbereid op aardbevingen of het bieden van noodhulp.
Burgers graven urenlang met hun blote handen in pogingen om slachtoffers te vinden. Volgens bronnen met contacten in Mandalay smeken zij wanhopig om graafmachines en ander materieel.
Krakkemikkige bouwwerken
Vooralsnog lijkt de tweede stad Mandalay het zwaarst getroffen. Delen van de stad zijn veranderd in een provisorisch vluchtelingenkamp. In lange rijen bivakkeren mensen in de bermen en op de trottoirs. Anderen zwerven verdwaasd rond, zonder te beseffen dat hun dierbaren dood of vermist zijn. Sommigen zijn zo zwaar getraumatiseerd dat ze geen woord meer kunnen uitbrengen.
Mandalay groeide van een gemoedelijke plattelandsplaats in rap tempo uit tot een handelscentrum van anderhalf miljoen inwoners. Met goedkope materialen en zonder enige bouwvoorschriften verrezen blokkendozen en andere krakkemikkige constructies die nu maar al te makkelijk bezweken. Na decennia leven onder een corrupt militair bewind dat vooral in defensie investeert, heeft de bevolking een lange ervaring met zelfredzaamheid. „Wij overleven niet dankzij, maar ondanks de autoriteiten”, is een veelgehoord gezegde. Restaurants in Mandalay bieden gratis maaltijden aan. Overal wordt gezamenlijk gekookt.
<strong>Reddingwerkers zoeken slachtoffers</strong> in het puin van een tempel in Mandalay. Foto Sai Aung Main/AFP<strong>Een hand van een slachtoffer</strong> onder het puin van een ingestorte tempel in Mandalay. Foto Sai Aung Main/AFP
De aardbeving treft een samenleving die sowieso al heel kwetsbaar was. Toen het leger protesten tegen de staatgreep van 1 februari 2021 met veel geweld neersloeg, kwam een gewapende volksopstand op gang. In grote delen van het land wordt gevochten tussen het regime en verzetsgroepen. Volgens de VN zijn ruim 3,5 miljoen mensen ontheemd en is ongeveer een derde van de bevolking afhankelijk van voedselhulp.
De medische zorg, die in de acute fase van een ramp juist zo cruciaal is, kreeg zware klappen. Diverse ziekenhuizen raakten beschadigd door de aardbeving. „Een totale catastrofe”, noemt een hulpverlener met een lange staat van dienst in Myanmar het systeem van gezondheidszorg. Sinds de coup raakten de ziekenhuizen en klinieken ongeveer 70 procent van hun artsen kwijt. De medische sector nam in februari 2021 het voortouw bij stakingen uit protest tegen de machtsgreep. Velen sloten zich vervolgens aan bij het verzet, gingen werken in de privésector of vluchtten naar het buitenland.
Lees ook
Komen hulporganisaties Myanmar wel in? En nog drie vragen over de aardbeving
De armoede in Myanmar is na de coup enorm toegenomen. „Mensen leven al jaren op de rand van een ramp. Met financiële en sociale ellende en dan komt die aardbeving er bovenop. Ze hebben geen enkele buffer”, zegt de hulpverlener. Ook over de grenzen heen eist de aardbeving zijn tol onder Myanmarezen. Bij de wolkenkrabber in aanbouw die in Bangkok in elkaar plofte werkten veel arbeidsmigranten uit Myanmar. Er vielen doden, tientallen zitten nog vast in het puin.
Pronkpaleis
De Global New Light of Myanmar, de spreekbuis van de junta, die berucht is om het verzwijgen van slecht nieuws, bericht uitgebreid over de aardbeving. Op de voorpagina prijkt juntaleider Min Aung Hlaing in uniform terwijl hij de slachtoffers in een ziekenhuis in de hoofdstad Naypyitaw bezoekt. Ook doet hij een oproep tot internationale hulp.
„De militairen zijn nu zelf ook zwaar getroffen”, verklaart arts, schrijfster en politiek analist Ma Thida die ongebruikelijke noodkreet. Ook de hoofdstad waar zich het bestuurlijke centrum en het militaire hoofdkwartier bevinden, liep flinke schade op en er vielen doden.
Ver van de bevolking verschansten de militairen zich in 2005 in het centrum van het land en waanden zich er veilig. Naypyitaw, wat zetel der koningen betekent, is het paradepaardje van de legertop en werd uit het niets opgetrokken. Wegen zo breed als landingsbanen, een parlementsgebouw met uitgestrekte vleugels en een legermuseum om in te verdwalen, toonden de megalomane ambities van de generaals. Vanwege de goedkope materialen en de enorme corruptie verschenen al na enkele maanden barsten in de gebouwen en de wegen. Maar toen in 2008 de cycloon Nargis tienduizenden slachtoffers maakte, bleven de militaire leiders ongedeerd.
In de hoofdstad van Myanmar, Naypyitaw, is ook veel schade. Foto Aung Shine Oo/AP
De staatstelevisie toont generaal Min Aung Hlaing tussen brokstukken bij een ingestort trappenhuis van het pompeuze presidentiële paleis. Het is een publiek geheim dat de juntaleider het presidentschap ambieert. Hij heeft verkiezingen aangekondigd, al verschuift die planning telkens naar de horizon.
Slecht voorteken
Ma Thida probeert zich zijn gemoedstoestand voor te stellen nu ook het centrum van de macht geraakt is. Ze wijst op de grote rol van bijgeloof in de Myanmarese cultuur. Ook Min Aung Hlaing en zijn medestanders laten zich leiden door voorspellingen van waarzeggers en astrologen. Volgens de almanak die veel Myanmarezen raadplegen, zou een aardbeving op een vrijdag het einde van een koninkrijk aankondigen. Ongetwijfeld speelt dat door de hoofden van de generaals, stelt ze. Op sociale media wemelt het van de geruchten over dit voorteken. En de Mahamuni-pagode, een van de beroemdste tempels van het land, raakte zwaar beschadigd. De voorspelling luidt dat met de instorting van dit vermaarde heiligdom de koning aan zijn einde zou komen en er een nieuwe leider zou opstaan. Te midden van al hun nood speculeert zelfs de familie in Mandalay over de toekomst van het regime.
Ma Thida heeft een reputatie van veerkracht. Mentaal ongebroken kwam ze in 1999 na zes jaar uit de gevangenis. Nooit eerder klonk ze zo aangeslagen als na de aardbeving van vrijdag. Net als voor veel andere landgenoten voelt het onderhand alsof haar land voor het noodlot geboren is. „Ik ben zo moe van de droefenis”, vertelt ze vanuit ballingschap. De tragische beelden van doden en destructie houden haar uit haar slaap. Maar haar verdriet gaat ook over wat haar land te wachten staat.
Met een graafmachine wordt gezocht naar slachtoffers in de buurt van de Maharmyatmuni-pagode in Mandalay. Aan dergelijk materieel is een groot gebrek. Foto Thein Zaw/AP
Vanuit Europa volgt ze de ontwikkelingen na de staatsgreep op de voet. Ook in enkele etnische gebieden waar minderheden al decennia vechten voor gelijke rechten en meer autonomie laaide de afgelopen vier jaar de strijd weer op. Het verzet van een scala aan oude en nieuwe gewapende groepen dat door Myanmarezen zelf uit binnen- en buitenland wordt gefinancierd houdt stand, en wint zelfs aan terrein. Daardoor durfde Ma Thida te hopen op een verandering ten goede, ook al betaalt de bevolking een hoge prijs voor het verzet.
Bombardementen
Ma Thida waarschuwt dat oproepen tot vrede die hier en daar des te luider klinken nu het land in zulke nood verkeert, verkeerd kunnen uitpakken. Ook zo’n tien jaar geleden toen een periode van prille transitie inzette, moesten miljoenenprojecten en internationale inspanning een einde maken aan de conflicten. Verder dan een wapenstilstand met enkele kleine etnisch minderheden kwam het nooit, en ondertussen profiteerde het leger. „De militairen zijn niet geïnteresseerd in vrede.” Haar emotie is hoorbaar als ze zegt: „Als het weer zo gaat, wordt ons land niet alleen het heden, maar ook de toekomst afgenomen.
Lees ook
Etnische minderheden van Myanmar dringen militaire junta in defensief
In een groot deel van het land is de junta de controle kwijt. Nooit eerder in zijn geschiedenis verkeerde het leger in zulk zwaar weer. Nu het op zo veel fronten tegelijkertijd moet vechten komt het troepen tekort. Daarom maakt steeds meer gebruik van bommenwerpers, artillerie en drones. Daarbij zijn vooral burgerdoelen als ziekenhuizen, scholen, religieuze gebouwen en dorpen het doelwit.
De Regering van Nationale Eenheid die na de staatsgreep door afgezette parlementsleden en andere politici werd opgericht en die vanuit verzetsgebieden en het buitenland opereert, heeft een staakt-het-vuren van twee weken afgekondigd om reddingsoperaties uit te voeren.
Een commandant van een van de gewapende verzetsgroepen schrijft dat een gevechtsvliegtuig vlakbij een bombardement uitvoerde, terwijl de aardbeving naschokte. Ook uit andere delen van het land komen berichten dat het regime doorgaat met geweld vanuit de lucht terwijl het land met de gevolgen van de aardbeving kampt.
De eerste 25 seconden leek alles in orde. Precies om 12.30 ontbrandden de negen raketmotoren van de Duitse Spectrum-raket. De 28 meter hoge cilinder steeg steeds sneller door de zonnige Noorse lucht boven het besneeuwde eiland Andøya in Noord-Noorwegen.
Maar toen ging het mis: binnen seconden draaide de punt naar beneden, en stortte de raket terug naar de aarde, om te exploderen toen hij de grond raakte. Wat de eerste lancering van een raket vanuit (niet-Russisch) Europa had moeten worden, is uitgelopen op een wel heel vroeg beëindigde testvlucht.
Van tevoren had Juliana Metzler, teamleider bij de Duitse rakettenbouwer Isar Aerospace al wat aan verwachtingsmanagement gedaan: „Laten we niet vergeten dat het de eerste testvlucht is, en het doel is zo veel mogelijk data verzamelen.” Het bedrijf, gebaseerd in München, heeft nog twee al afgebouwde raketten klaarstaan voor een volgende poging. Maar eerst zullen de teams zich uitgebreid buigen over de vandaag verzamelde gegevens, meldde de livestream-commentator na een paar minuten ijzige stilte.
Isar-CEO Daniel Metzler had ook naderhand een positief perspectief.
„Onze eerste vlucht heeft aan al onze verwachtingen voldaan, en een groot succes behaald. We hadden een schone liftoff, 30 seconden aan vlucht en we hebben zelfs ons Flight Termination System kunnen beproeven.” Het Flight Termination System is het systeem waarmee een uit de koers vliegende raket automatisch opgeblazen wordt.
Kleinere raketten
De Spectrum-raket had de eerste moeten worden van een vloot kleine commerciële Europese raketten, die snel, goedkoop en betrouwbaar kleine satellieten in een baan om de aarde kunnen brengen, en zo Europa onafhankelijke toegang tot de ruimte bieden. „Het is voor Europa interessant dat er nu ook lanceerders verschijnen voor kleinere satellieten tot duizend kilo”, zegt Joost Carpay, die namens het Nederlands ruimtevaartagentschap NSO toevallig net in Parijs is om te vergaderen over ‘lanceerders’, zoals raketten in ruimtevaartbeleidstaal heten.
Het Nieuw-Zeelands-Amerikaanse Rocket Lab en het Amerikaanse Firefly opereren al op deze markt, met de kleine raketten Elektron en Alpha. Om de Europese afhankelijkheid van Amerikaanse lanceerders te verminderen, en de groei van de Europese ruimtevaartindustrie aan te jagen, kondigde de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in 2023 de ‘European Launcher Challenge’ aan, waarbij de winnende Europese raketbouwers een subsidie van € 169 miljoen in het vooruitzicht gesteld wordt. De voorwaarden werden deze week naar buiten gebracht. Een geslaagde lancering is een minimum vereiste.
Een volgende kanshebber is het Duitse bedrijf Rocket Factory Augsburg (RFA), uit de autostad Augsburg. RFA werkt toe naar een lancering van zijn RFA One-raket vanaf het eiland Unst, een van de Shetlandeilanden ten noorden van het Schotse vasteland.
Ook RFA heeft al kennisgemaakt met de in de ruimtevaart wereld altijd loerende tegenslag. Een rakettrap explodeerde in augustus 2024 op het lanceerplatform tijdens een test, waarna de lancering naar dit jaar werd uitgesteld.
Gewone landingsbaan
Iets verder in de toekomst staan er nog meer Europese raketlanceringen op stapel, zoals de Miura 5-raket van het Spaanse PLD Aerospace, de Maia van het Franse Maiaspace, en de Zephyr van de Franse startup Latitude. Het Nederlands-Nieuwzeelandse Dawn Aerospace werkt aan het raketvliegtuig Aurora, dat moet kunnen opstijgen en landen vanaf een gewone landingsbaan.
De vraag welke van deze Europese commerciële raketten als eerste een baan om de aarde bereikt, ligt met de zeer korte testvlucht van vandaag weer helemaal open.
Lees ook
Starship van Elon Musk ontploft opnieuw, video’s tonen rondvliegend puin