Vijf-ballen-regen: Pygmalion laat Bach glinsteren van het leven, en Black Country, New Road viert grenzeloos hun bestaan

Je kunt de ‘Hohe Messe’ weer voor het eerst horen

Het zou kunnen dat je het gemist hebt, maar voor echt levende oude muziek moet je tegenwoordig bij het Franse ensemble Pygmalion van dirigent Raphaël Pichon zijn. Hun elan, hun jeugdige speellust, hun behandeling van de muziek – niet alsof het driehonderd jaar oude relicten zijn die je op fluweel moet tentoonstellen, maar alsof het net bedacht is en zij trots de première mogen spelen. Een vergelijkbaar gevoel moeten de concerten van de oudemuziekpioniers in Nederland halverwege vorige eeuw hebben opgeroepen. Zet hun liveoptredens in de buurt in je agenda. Zéker als je de afgelopen jaren bij een Nederlands oudemuziekensemble hebt gedacht ‘niks voor mij’. Grote kans dat de gedachte dan omslaat in ‘Oh, zó’.

Zolang ze niet in de buurt zijn, kun je jezelf tevreden houden met hun opnames. Het is verrukkelijk dat er nu ook een opname is van Bachs ‘magnus opus’, zijn Mis in b-klein.

Die mis, die de romantische bijnaam ‘Hohe Messe’ kreeg, is eigenlijk een allegaartje, maar wel een van de mooiste die er zijn. De delen ontstonden in verschillende tijden, voor verschillende gelegenheden. Het ‘Sanctus’ componeerde hij al in 1724, het ‘Kyrie’ en ‘Gloria’ in 1733, maar wanneer hij besloot die samen te bundelen en ‘af’ te maken met de rest van een Mis (met een ‘Credo’, ‘Hosanna’ en ‘Benedictus’, en ‘Agnus Dei’) is onduidelijk. Waarschijnlijk pas kort voor zijn dood in 1750. Hij spitte daarvoor door al zijn eerdere composities en recyclede de muziek die hij het beste vond. Nu zou een ‘best off’ Bach an sich al een traktatie zijn geweest, maar het echte ‘wonder’ van de Hohe Messe zit hem erin dat je nergens hoort dat het een allegaartje is; Bach heeft er een subliem bij elkaar passend geheel van weten te maken. Bach zelf heeft een uitvoering hoogstwaarschijnlijk nooit gehoord.

Of je het stuk nou nog nooit of al honderd keer gehoord hebt, nu kun je ernaar luisteren alsof het voor het eerst klinkt. Vanaf de extreem trage, bijna uitgespuugde eerste Kyrie-uitroep ontvouwt zich een hyperkleurrijke opname met enorme contrasten. In het ‘Gloria’ knalt het vuurwerk net niet uit je speakers. Halverwege het ‘Laudamus te’ komt de tekst zo mooi uit de stilte kruipen, dat het bijna áchter je speakers lijkt te gebeuren. De snelheid van het ‘Cum Sancto Spiritu’ is schier belachelijk, komisch, maar het staat (respect voor de zangers!). In het ‘Credo’ klinken de contrabassen als een jazzy walking bass. De plotselinge zachtheid als het koor ‘sepultus est’ zingt in het ‘Crucifixus’ is van een andere wereld. Oh en wist je dat Jezus herrees in een schietstoel? Dat is uitstekend te horen in de overgang naar het ‘Et resurrexit’. De kleurverandering in de stemmen waar voor het eerst ‘et expecto’ klinkt in het ‘Confiteor’ werkt magnetiserend; waarna je in het daadwerkelijke ‘Et expecto’ in een carnaval belandt. Het ‘Sanctus’, op ‘normaal’ tempo, glinstert van het leven.

De opname is krachtig, ruw van korrel, en hoe traag (soms ronduit sleeeepend) Pichon ook gaat, nergens verslapt de spanning ook maar een beetje. In solo’s en duetten van sopraan Julie Roset, mezzo Beth Taylor, alt Lucile Richardot, tenor (hoewel, zeg maar gerust bariton) Emiliano Gonzalez Toro en bas Christian Immler, klinkt het orkest steeds als een wakker motortje. Één uur en vijftig minuten vliegen als een emotionele rollercoaster voorbij.


Onweerstaanbare viering van Black Country, New Road

‘Look at what we did together, BCNR, friends forever!” Ze zongen het met ongelooflijk aanstekelijk plezier op het livealbum dat Black Country, New Road in 2023 uitbracht, Live At Bush Hall. En met reden: de band bestond nog, ze speelden gigs, er was plezier, er was vriendschap, er was muziek. Een viering van het simpele feit dat de band uit Cambridge nog bestond.

Met reden. Na twee bejubelde art-pop albums, waarmee ze de prijzen, eindejaarslijstjes en vergelijkingen met Radiohead aan elkaar regen, stapte frontman Isaac Wood plots op. Of eigenlijk nog eerder: vier dagen voor de release van Ants From Up There in 2022 werden mentale problemen hem te veel. De uitgebreide tour viel in het water, de band moest zich heruitvinden. Dat lukte wonderwel, bleek met Live at Bush Hall en het geweldige concert dat ze dat jaar op Best Kept Secret gaven. Ze pakten de draad op met nieuwe songs, zonder Woods licht-ironische praatzang te vervangen: verschillende bandleden namen de zang op zich en dat maakte zowel voortzetting als vernieuwing tegelijkertijd mogelijk.

„Hoe dat moet zonder Wood? Deze muzikale multitaskers redden het wel”, schreef Jan Vollaard nog in 2022. Dat hij gelijk had, blijkt des te meer op Forever Howlong, het eerste studioalbum zonder hem. Een tijdloos album, dat in 1970 gemaakt had kunnen zijn, en net zo makkelijk in 2070. Het is een geweldige, meeslepende mix van progressieve kamerpop, folk en een beetje alternatieve rock, een zelfgeschapen universum waarin invloeden van David Bowie, Kate Bush, Black Midi, the Beatles en Radiohead zweven. Wat overblijft is genreloos, en grenzeloos.

Een groot verschil met de eerste twee albums is dat er is geschreven én wordt gezongen door de drie vrouwen in de nu zeskoppige band: Tyler Hyde (ook bas), Georgia Ellery (ook viool), en May Kershaw (ook toetsen). „Het is een kleine encyclopedie” van vrouwelijkheid, zeiden ze erover tegen Pitchfork. Op dezelfde manier is er muzikaal ook veel veranderd: elke song is speels en toch zelfverzekerd, liefdevol en uitdagend. Het hoekige, nerveuzige van voorheen heeft plaats gemaakt voor onweerstaanbare warmte en positivisme.

Het door Ellery gezongen ‘Two Horses’ is een hoogtepunt, en een ritje in een draaimolen van verlangen, liefde, mysterie, angst en wanhoop. Het begint gloeiend als een kooltje, tot het nummer ontvlamt in een weelderige, rondzwaaiende musical – de interessante man die ze op reis ontmoette bleek niet te vertrouwen, doodde haar paarden, en wat moet zij nu? De songs erna doen er niet voor onder. ‘Mary’, met in harmonie gezongen pijnlijke pestpartijen op een school, en het prachtige ‘Happy Birthday’, waarin de stem van Tyler Hyde glinstert en glittert. En ook ‘For the Cold Country’, met de onnadrukkelijk prachtige stem van May Kershaw, is een parel.

Deze multitaskers hebben zich inderdaad gered, en meer: Black Country, New Road is niet langer de band die je vooral bewondert, maar nu ook een waar je ook echt ontzettend van kunt genieten.



Pop
Elton John & Brandi Carlile Who Believes in Angels?

Zomaar een nieuwe Elton John, met Americana-ster Brandi Carlile. Nog goed ook. Het album klinkt duur, zoals albums ooit duur klonken. Meteen zie je opnamestudio’s met fluweel, hout, sessiemuzikanten en een bejaarde Elton John in Gucci joggingpak achter een enorm mengpaneel voor je. De hamerende piano, melodieën en het hoge Rock-’n-roll-gehalte doen denken aan zijn beste jaren. En dankzij Carlile wordt het nooit zo schreeuwerig als zijn laatste concerten. (Ralph-Hermen Huiskamp)



Punkrock
Scowl Are We All Angels

Veel rockbands beginnen met een heel hard geluid, verliezen onderweg wat wilde haren en eindigen met een softere sound, en meestal is dat prima. Scowl, hardcore punk uit Santa Cruz, Californië, is er wel erg snel mee: op hun tweede album is de hardcore teruggebracht tot slechts een ruig randje (en kern!), maar ook hier is het prima. Heel catchy, melodieuze punkrock met de sterke stem van Kat Moss. (PvdP)



Dance
Marie Davidson City of Clowns

Wat een rust in openingstrack ‘Validations Weight’. Dromerig, etherisch… is Davidson soft geworden? Gelukkig knallen in nummer twee meteen de keiharde kicks in. „I don’t want your cash, I want your data” kreunt ze, in een griezelige afrekening met big tech. De vierkante, gortdroge techno van de producer uit Montreal is gelukkig nog even dystopisch en kil als voorheen. (PvdP)



Dance
Skrillex Fuck U Skrillex You Think Ur Andy Warhol but Ur Not!! <3

Op het vierde album van dubsteb-ADHD’er Skrillex is er tussen alle hyperactieve stuiterbeats die gieren als een bliepende arcadehal die op ontploffen staat en het melige afzeikcommentaar van de voice-over die ook alle Hollywood-trailers inspreekt („I heard that snare took him two years to make!”) welgeteld één moment van stilte: na een tergend lang uitgestelde drop klinken op het moment suprême tsjirpende krekels. (Frank Provoost)



Indie rock
Japanese Breakfast For Melancholy Brunettes (& Sad Women)

De dromerige muziek en bijpassende zangstem van frontvrouw Michelle Zauner maakt ook dit vierde album van de Amerikaanse band een geslaagd recept tegen Weltschmerz. De groep weeft een zacht fonkelend geheel uit vibrerende gitaarakkoorden en sussend klinkende zang, al heeft Zauner het ondertussen over dreigende onderwerpen als „plotting blood with incel eunuchs” (in ‘Mega Circuit’). (Hester Carvalho)