Van pikante jaren-70-liedjes tot ambitieus orkestwerk: het Concertgebouworkest brengt eclectische ode aan Amsterdam

Wat zijn de momenten dat je je trots voelt Amsterdammer te zijn? Als Ajax kampioen is? Als je je kind op Koningsdag ‘Aan de Amsterdamse grachten’ hoort spelen? Als je op een korte zomernacht de grachten ruikt en de merels hoort? Of tijdens de barbecue met je buren, die overal vandaan komen?

Amsterdam is ‘veelstemmig’ als elke grote (haven)stad, dus is het logisch dat het Concertgebouworkest juist dit thema koos voor een ode aan de 750-jarige stad. Het programma, vrijdag en zaterdag deels hernomen, is in al zijn innemende diversiteit wel wat érg breed en onsamenhangend. Van licht tot zwaar, van kleine tot grote bezetting; je snapt wel dat de zaal donderdag niet geheel vol wil lopen voor de geboden mix van (onder andere) luisterliedjes van Joop Stokkermans én een wereldpremière van Calliope Tsoupaki.

Open raam

Niet de stad zelf, maar wat Amsterdammers erin zoeken en vinden blijkt een gemene deler onder de gekozen stukken. Theo Verbey’s kamermuziekwerk Notturno (1995), uitgevoerd door elf musici en de virtuoze solohoboïst Miriam Pastor Burgos, weerspiegelt de multiculturele werkelijkheid van de Amsterdamse Oosterparkbuurt, waar de componist zelf woonde. Met de hobo van Pastor Burgos als rode draad passeert een waaier aan invloeden – van tango tot jazz en raga.

Van Verbey’s kruidige trappenhuis naar een door Tania Kross charmant gezongen schets van seks, drugs en eenzaamheid in ‘Meisjes uit de provincie in het magies sentrum’ (1971) van componist Joop Stokkermans: het Concertgebouworkest vraagt zijn publiek maar zelden om zó scherp om te schakelen. De weelderige nieuwe orkestratie van Thomas Beijer van deze ballade over de werdegang van ‘Annie van den Berg uit Enschede’ in de boze, grote stad doet verlangen naar meer dwarse luisterliedjes. Maar het blijft bij ‘Zo tolerant’ (1972): een nog steeds actuele, sarcastische relativering van Amsterdamse ‘gastvrijheid’.

Vrijheid

Nóg een scherpe overgang, dan. Aan Calliope Tsoupaki, voormalig componist des vaderlands, is gevraagd een groot nieuw orkeststuk te maken voor Amsterdams 750ste verjaardag.

Another Day (2024), dat samenhangt met een eveneens nieuw Amsterdam-gedicht van Anneke Brassinga, vormt het zwaartepunt van het concert. Tsoupaki heeft zich door Brassinga’s panoramische tekst laten inspireren tot een wijds, contrastrijk stuk dat bij eerste beluistering meer doet denken aan een expeditie dan aan een betoog.

De vaak filmische partituur, strak geleid door Bas Wiegers, verschiet steeds van kleur en laat zich lastig grijpen. Zoals het beeld van een lege straat zowel een gevoel van onbegrensde mogelijkheden als van eenzaamheid kan oproepen, zo wisselen hier dramatische erupties (grote trom, pauken) en zwevende fijnzinnigheid (strijkers, harp) elkaar af. Een constante vormt de gretigheid waarmee Tsoupaki de mogelijkheden van alle instrumentgroepen benut.

Dat Tania Kross daarna ook nog delen zingt uit de in 2013 door haarzelf geïnitieerde slavernijopera Katibu di shon van Randal Corsen is de laatste haarspeldbocht in een overvolle avond. Maar door Kross’ vurige uitvoering raakt de liefdevol pretentieloze tekst en muziek toch doel. En de boodschap – liefde overwint pijn en kwaad – is in wezen dezelfde als Brassinga en Tsoupaki verklanken. Zo is de cirkel toch weer rond. Wees lief voor de stad – en voor elkaar.