Twee films tonen de zelfredzame mannen van de pampa en de prairie

De weidse Amerikaanse wildernis van prairie en pampa kweekt een masculien ideaal: de stoïcijnse, zelfredzame man van weinig woorden, één met de natuur en zijn paard. Michael Dweck (1957) en Gregory Kershaw (1983) hebben hun talenten – de één verkenner, de ander visueel stilist – gebundeld in documentaires die verdwijnende culturen vastleggen. Of zeg maar gerust: romantiseren. Na het succes van The Truffle Hunters (2020), waar ze met hun camera bejaarde Italiaanse truffeljagers stalkten in de bergen van de Piedmont, trekt het duo in Gaucho Gaucho naar Argentinië, naar de gaucho’s die in de noordelijke Calchaquí-valleien hun vee drijven. Gaucho’s spelen in het Argentijnse zelfbeeld de rol van cowboys in het Amerikaanse.

Gaucho Gaucho is een fraaie, maar overgestileerde exercitie die clichés van de gaucho niet zozeer onderzoekt, maar aandikt, vaak met komisch effect. Het duo kiest voor knisperscherp zwart-wit om de weidse panorama’s van de pampa recht te doen en fixeert gaucho’s in centraalcomposities met onbewegelijke camera, wat ze iets antieks en theatraals geeft. Vaak zijn ze als trio op de pampa of rond een tafel gezet, maté nippend en sterke verhalen vertellend over vrouwen, de droogte van 1997 („wat hebben we toen geleden”) of brutale condors die schapen binnenstebuiten trekken. Op de pampa volgt een zijdelings meebewegende camera ze: te paard met lederen broek, poncho, hoed. Ook is er traditionele dans en muziek.

Een fiere, vrije cultuur in harmonie met de natuur die op het punt staat te verdwijnen. Nostalgie naar wat verloren gaat drijft Dweck en Kershaw, maar de visuele stijl van Gaucho Gaucho leidt tot de aangeharkte folklore van een kijkdoos of een diorama. Een vader leert een zoon het vak: knoop, lasso, mes slijpen aan een wetsteen. Twee kwajongens puzzelen een koeienskelet in elkaar. Hun machismo heeft wat koddigs: tegengas geeft het meisje Guada, dat weigert een schooluniform te dragen omdat ze gaucha wil worden. Guada’s debuut op de rodeo is geënsceneerd: ze bestijgt een mustang, verdwijnt uit beeld, het publiek roept ‘oooh’ – en het volgende shot loopt ze met krukken. Ze heeft nog veel te leren over paarden.

Heel mooi, maar waar het duo in The Truffle Hunters de indruk wekte een verborgen wereld te ontsluieren, heeft Gaucho Gaucho iets neerbuigends: een highbrow vakantiefolder.

‘The Damned’ is een groepsportret van fatalistische mannen

The Damned

Het weerbarstige The Damned brengt meer respect op voor mannen op de prairie: een grimmige, fragmentarische speelfilm over Amerikaanse mannen die werkelijk op de natuur zijn teruggeworpen in Montana, 1862. Een peloton Unie-soldaten trekt door de wildernis aan de rafelrand van de Burgeroorlog waar de vijand hinderlagen legt of juist geruisloos doortrekt. De visuele stijl is groothoeklens en panorama.

Wat de soldaten hier aan de Amerikaanse ‘Frontier’ hopen te bereiken blijft vaag: ze zetten tenten op, lopen wacht, kaarten, honkballen en houden lange, kalme gesprekken rond het vuur over wapens, de Bijbel en de ethiek van oorlog. En dan is er opeens een chaotische, onbevredigende schermutseling, want zo is oorlog: landerige verveling met vlagen van gevaar, angst en adrenaline. Een groepje overlevenden gaat op zoek naar hulp. Loopt vast in de sneeuw. Splitst zich op.

The Damned – de naam voorspelt weinig goeds – is geen pretje, maar bloedserieus. Mannen overgeleverd aan de elementen en het toeval klampen zich aan elkaar vast of verraden elkaar. Oudere mannen leren jongens over wapens, observeren en jagen: een zaak van leven of dood. Bijbellezing en gesprekken hebben een trage, plechtstatige toon: hoe moorden te verenigen met religie of oorlog met God. Waarom ze zich lieten ronselen: wrok, soldij, avontuur, verveling.

Met alleen wat contouren van plot is The Damned een groepsportret van fatalistische mannen in ruwe houtskoolvegen. Ze weten zich omringd door de dood en duiken daar niet voor weg. Regisseur Roberto Minervini bespot, verheerlijkt noch veroordeelt hun mannelijke solidariteit en meedogenloosheid. Het is wat het is in Montana, 1862. Een knoestige film.