Voordat ze de deuren van de expositieruimte doorgaan zijn de leerlingen van het Vivian Fowler Memorial College in Lagos nog druk aan het kletsen. De tweede- en derdeklassers van deze middelbare school voor meisjes in de Nigeriaanse hoofdstad vallen stil zodra ze de eerste ronde expositieruimte betreden. Door het schemerdonker klinken gezang en traditionele trommels. In het midden hangt een bol die lijkt te zweven en die horizontaal doormidden is gesplitst. Van daaruit schijnen projecties van de orisha’s, de goddelijke boodschappers van het Yoruba-pantheon. Een sonore mannenstem vertelt het scheppingsverhaal van de Yoruba, een van de grootste etnische groepen van Nigeria. De zojuist nog zo luidruchtige meiden gaan volledig op in de vertelling.
De leerlingen zijn niet de enige bezoekers. Op deze doordeweekse woensdag in februari is het verrassend druk in het J. Randle Centre for Yoruba Culture and History in de Nigeriaanse miljoenenstad. Waar de meeste overheidsmusea in Nigeria er veelal uitgestorven bij liggen, kan dit culturele centrum zich sinds de opening in november vorig jaar verheugen op veel belangstelling: in de eerste honderd dagen telde het naar eigen zeggen gemiddeld tweehonderd bezoekers per dag. Tijdens de feestdagen stonden er soms rijen voor de kassa.
Het J. Randle Centre op Lagos Island, het oude stadshart, is een initiatief van de deelstaatregering van Lagos. De regering wil zo niet alleen de cultuur promoten, ook het toerisme stimuleren. Zeven jaar geleden begon de bouw, naar een ontwerp van het plaatselijke architectenbureau SI.SA. Het gebouw heeft een grasdak dat uit de aarde richting hemel oprijst, en buitenwanden met okergele en terracotta-rode geometrische patronen die herinneren aan traditionele Yoruba-architectuur. Behalve de expositieruimte herbergt het bouwwerk een bibliotheek, een multifunctionele hal, leesruimten en een theaterpodium.
De socials staan vol kleurrijke memes, clips en foto’s die bezoekers maakten in het Randle. Wat spreekt hen zo aan en hoe verschilt dat van de traditionele musea in het land?


Foto Ademola Olaniran/John K. Randle Centre
Interactief
Wie na het scheppingsverhaal verder loopt, waant zich eerder in een paleis-hal dan in een expositieruimte. Aan het eind van de zichtlijn licht tegen een bloedrode achtergrond de indigoblauwe kledij op van de Alaafin, een Yoruba-monarch. In zijn rechterhand houdt hij de paardenharen vliegenmepper die deel uitmaakt van de koninklijke regalia. Links en rechts van de gang naar de troon staan gebeeldhouwde houten pilaren die in de vroege twintigste eeuw het huis van een chief verfraaiden.
Maar een plechtige hofstemming hangt er niet in de hoge, schaars verlichte ruimte. Ergens klinkt de opzwepende percussie van de jújú, dansmuziek gebaseerd op oude Yoruba-ritmes, en elders hoor je kooplieden in het Yoruba met hun klanten onderhandelen over de prijs van tomaten. Het geschater van de schoolmeisjes die al heel snel hun favoriete interactieve attractie hebben gevonden, draagt nog eens bij aan de levendige sfeer.
Op een meer dan levensgroot beeldscherm wervelt steeds een andere figuur van de Egúngún-maskerade, een jaarlijks Yoruba-festival om de voorouders te eren. Gemaskerde dansers gaan dan door de straten in uitbundige ceremoniële kostuums. In het Randle Centre dansen ze op een lcd-scherm, aangestuurd door degene die plaatsneemt op de voetstappen op de vloer ervoor.
Ik wist niet dat je in een museum zo’n plezier kon hebben
De beurt is aan een van de tweedeklassers. Aanvankelijk wat beschroomd stapt ze op de aangegeven plek, maar als ze het effect ziet van haar daden, komt ze los. Elke beweging die zij maakt doet de figuur op het scherm dansen en het kostuum zwieren, dat is bezet met honderden kleurrijke repen stof, koraalrode kralenkettingen of bestaat uit een wijds sneeuwwit gewaad. Een beetje alsof ze zelf in het kostuum steekt. „Ik wist niet dat je in een museum zo’n plezier kon hebben”, zegt het meisje na afloop.
Randle-directeur Qudus Onikeku zul je nooit van een museum horen spreken, vertelt hij op een zondagmiddag in het centrum. „Daarmee leen je toch weer een westers idee, een koloniaal principe”, legt hij uit, „Dit is niet het Louvre. Het Randle is een erfgoedcentrum waar we ons eigen verhaal vertellen.” Om diezelfde reden is voor koloniale tijd en slavernij elk slechts één paneel ingeruimd, een voetnoot in de rijke expositie. „De Yoruba-cultuur stamt van ver voor die tijd. De concepten erachter komen van onze voorouders. Daar gaat het ons om.”


Foto Ademola Olaniran/John K. Randle Centre
Onikeku is gestoken in traditionele stof met een moderne schnitt, draagt een koraalketting om de nek en op het hoofd een appelgroen hoofddeksel met twee flappen aan weerszijden, die de Yoruba abeti aja noemen: hondenoren. Onikeku is ook danser, choreograaf en cultureel ondernemer, de Yoruba-filosofie is altijd zijn inspiratiebron geweest. „Alles is een geheel”, vat hij die samen. „De Yoruba verdelen niet in hokjes, de filosofie is non-binair en non-lineair. Dit centrum wil de bezoeker onderdompelen in die cultuur en laten zien dat het een springplank kan zijn naar de toekomst.”
Het Randle presenteert cultuur niet als in de tijd gevangen: gaandeweg legt de expositie meer hedendaagse connecties. Zo stuit de bezoeker na de traditionele maskeradekostuums op een podium met mannequins gestoken in moderne designs van jonge Nigeriaanse ontwerpers die zich lieten inspireren door de traditionele stoffen, zoals gebatikte adire en handgeweven aso oke.
TikTok
Ook schafte Onikeku bij zijn aantreden het foto- en filmverbod af, waaraan in Nigeriaanse musea vaak krampachtig wordt vastgehouden. Het bleek een meesterzet: de honderden filmpjes en selfies op Instagram en TikTok zijn onbetaalbare gratis reclame gebleken.
Het gros van de bezoekers heeft dan ook van het Randle gehoord via social media, zoals mode-ontwerpster Mariam Badmus (25). Met een selfie-lichtring en een iPhone op statief maakt zij een TikTok-fimpje voor haar eigen kledingmerk. Ze parkeerde haar apparatuur onder de verhalenboom waarvan de takken uit de wand lijken te groeien. Ze draait van links naar rechts om haar outfit zo flatteus mogelijk op de video te krijgen. „Just a cool place to shoot”, zegt Badmus over het Randle.
Een Amerikaans echtpaar wandelt met zichtbare bewondering door de expositie. Richard en Pam Oman zijn liefhebbers van niet-westerse kunst. „Een eersteklas museum”, zegt de tachtigjarige Richard, die veertig jaar museumcurator was in Salt Lake City. Het gedempte licht om de collectie te beschermen, de interactieve opzet én de verbinding met het heden, hij kan er maar één woord voor vinden: immaculate, foutloos: „Deze expositie kan zich meten met de beste in de wereld.”
Heel anders dan het Nationale Museum aan de overkant van de straat dat het stel eerder bezocht, zegt de Amerikaan. In dat chronisch ondergefinancierde museum, bestierd door de federale overheid, verstoft een al decennia nauwelijks gewijzigde tentoonstelling in de tropenhitte. „Een paar stukken zijn van wereldklasse, zoals bronsschatten uit het Benin-koninkrijk. Verder is het een ouderwetse, slecht onderhouden uitstalling”, luidt zijn oordeel.
Het Nationale Museum werd drie jaar voor Nigeria’s onafhankelijkheid in 1960 opgezet door de Britten. De presentatie van de collectie ademt nog die koloniale, westerse opvatting van hoe een museum eruit hoort te zien: artefacten met een tekst erbij met jaartal en herkomst. Interactie met de bezoeker of verbanden met diens belevingswereld ontbreken.

‘Tribaal museumpje’
Ook al is de toegangsprijs voor het Nationale Museum drie keer zo laag, van de Randle-drukte kan het slaperige federale museum alleen maar dromen. Misschien dat de suppoost het tegenoverliggende erfgoedcentrum daarom zo geringschattend afdeed als „dat tribale museumpje”, toen Richard ernaar vroeg. Alsof het alleen interessant zou zijn voor bezoekers met een Yoruba-achtergrond. De Yoruba zijn slechts een van de honderden etnische groepen in de uitgestrekte koloniale creatie die Nigeria heet, maar dat het museum voor niet Yoruba-bezoekers oninteressant zou zijn, lijkt niet te kloppen.
Ene Umoren (39) en haar man komen uit Akwa-Ibom, een deelstaat aan de kust ruim vijfhonderd kilometer ten oosten van Lagos. „Wij zijn non-Yoruba, maar dit betekent niet dat we geen waardering hebben voor deze cultuur”, zegt ze. Prima bestemming dus voor het zondagse familie-uitje met hun zoons. Hierna gaan ze naar een restaurant aan het water even verderop. „Maar dan moeten we ze eerst zien mee te krijgen”, zegt ze lachend, wijzend op hun zoons die ronddwalen achterin de expositieruimte.
Die twee kijken gebiologeerd naar een perfect geproduceerde film op een metershoog lcd-scherm. Yoruba- orisha’s zweven als superhelden boven de stad in een nieuwsitem met als titel ‘Bovennatuurlijke wezens gezien in Lagos’. Daarna schakelt het beeld over naar een talkshow waarin de verschijning wordt besproken en de rollen van de verschillende boodschappers van het godenpantheon worden uitgelegd. Umorens zoons krijgen er geen genoeg van. „Fantastisch, zoals deze plek verhalen vertelt”, zegt hun moeder. „Dit is de manier om jonge mensen enthousiast te maken voor geschiedenis.”
