‘Vieteto fotografare”, staat er op grote verweerde borden, „no photos”. Alsof de Toscaanse jasmijn die als een manshoge haag is opgetrokken aan het hek rondom het enorme beurscomplex ten noordwesten van Milaan niet vrijwel al het zicht ontneemt. Van pottenkijkers zijn ze bij evenementenorganisator Fiera Milano niet gediend, en van onaangekondigde bezoekers evenmin. Zonder pasje of afspraak kom je er niet in. „Negativo”, klinkt er uit de walkietalkie van de vriendelijke beveiliger.
Door kleine gaatjes in de begroeiing is toch iets te ontwaren van paviljoenen 13 en 15. Er rijden heftrucks met pallets vol bouwmateriaal rond, een vrachtwagen parkeert langzaam achteruit in door de open deuren. De angst om iets te raken lijkt ongegrond; de gigantische congreshal is leeg.

Langs het hek komt een man in een oranje trui aanlopen. „Ik kwam een kijkje nemen”, zegt hij in het Nederlands. Hij is in de stad voor shorttrackwedstrijden, en is van plan hier in februari 2026 weer te zijn. „Ik heb kaartjes gekocht voor alle vijf afstanden van de mannen bij het olympische langebaanschaatsen en ik wilde kijken waar het gaat plaatsvinden. Maar er is nog niks te zien.”
Volgend jaar ligt hier, een half uurtje buiten het centrum in de Milanese voorstad Rho, de ijsbaan waarop de Nederlandse langebaanschaatsers hun olympische dromen willen waarmaken. Het is een van de vijf locaties in en nabij Milaan, waar ook het ijshockey, shorttrack en kunstschaatsen zullen plaatsvinden. Maar minder dan een jaar voor de Winterspelen is het in de Italiaanse stad, samen met het skidorp Cortina d’Ampezzo gastheer, vooralsnog zoeken naar olympische voorpret.
Opgeblazen hermelijnen
Op het Piazza del Duomo, het centraal gelegen plein naast de beroemde kathedraal, zijn twee ijsbaantjes neergelegd. Op de een staan kleine ijshockeygoaltjes, de ander is in drie curlingbanen opgedeeld; beiden zijn leeg, toeristen lopen er zonder kijken aan voorbij om op de foto te gaan met de Dom van Milaan. Ernaast staan twee opblaaspoppen van cartooneske hermelijnen, de mascottes van de Spelen, en een grote glazen vitrine waarin nepsneeuw over het cijfer ‘26’ dwarrelt. Een digitale klok telt af naar 6 februari 2026, de dag van de openingsceremonie.
Die zal plaatsvinden in het San Siro-stadion, het immense voetbalthuis van de Italiaanse clubs AC Milan en Internazionale. Als AC Milan op een zaterdagavond in februari aantreedt tegen Hellas Verona, kleurt het stadion zwart en rood en kun je rondom het stadion shirtjes, broodjes en bier kopen. Van de aankomende Spelen geen spoor.
Ik heb een bedrijf nodig dat ijs maakt, en dan vinden we sowieso een manier om er een succes van te maken
Elders in de stad, in de wijk Porta Romana, wordt met hijskranen, hoogwerkers en graafmachines hard gewerkt aan het olympisch dorp. De appartementencomplexen met hun witgrijze, schuine daken zijn reeds verrezen, het glas zit in de sponningen. Er zullen volgend jaar zo’n 1.400 atleten logeren. Op straatniveau ontbreekt de bestrating en ligt het naastgelegen industrieterrein, dat wordt herontwikkeld tot een stadspark en -wijk, nog volledig braak.
Aan de oostkant van de stad is vanaf de snelweg de in aanbouw zijnde Santa Giulia Arena niet te missen, het ijshockeystadion waar volgend jaar de profs uit de NHL-competitie na twaalf jaar afwezigheid hun olympische rentree zullen maken. En meer naar het zuiden, in de aangelegen gemeente Assago, hebben de shorttrackers tijdens een testevent eerder deze maand kennisgemaakt met hun olympische thuis (en dat van de kunstschaatsers) in de betonnen kolos die het Forum di Milano wordt genoemd.
Uitgestorven beurscomplex
Bij het Fiera Milano zijn de besneeuwde bergtoppen van de Italiaanse Alpen aan de horizon te zien, maar toch voelen de Winterspelen bij het uitgestorven beurscomplex het verst weg. Gevraagd naar de ijsbaan die hier moet komen te liggen, weet de beveiliger meteen de juiste paviljoenen aan te wijzen, maar ook zij moet toegeven: „Er is nog weinig olympisch hier.”
Dat heeft alles te maken met het unieke karakter van de schaatsbaan die hier komt te liggen. Voor het eerst in de historie van de Winterspelen zal er een tijdelijke baan worden neergelegd voor de schaatswedstrijden; vanaf oktober ligt in hallen 13 en 15 een complete 400 meter-ijsbaan met tribunes voor zo’n zevenduizend mensen, kleedkamers en alle andere faciliteiten die je ook in een schaatshal als Thialf vindt. Na februari is het allemaal weer weg.


Het oorspronkelijke plan van de Italiaanse organisatie, de Fondazione Milano Cortina 2026 (MiCo), was de olympische schaatswedstrijden te houden op de ijsbaan van Baselga di Piné, het hart van de Italiaanse schaatssport, op 240 kilometer ten noordoosten van Milaan. Maar de kosten voor het overdekken van de buitenbaan, een eis voor internationale wedstrijden, werden geschat op 70 tot 75 miljoen euro en daarmee te hoog bevonden.
Daarna bood Turijn, waar in 2006 de Winterspelen plaatsvonden, aan de schaatswedstrijden te organiseren, maar dat was de eer van de Milanese organisatie te na. Er werd gekozen voor het beurscomplex vlak buiten Milaan, zegt Andrea Francisi, de chief operations officer van MiCo. „Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) schrijft voor dat we zoveel mogelijk reeds bestaande infrastructuur moeten gebruiken. Dit was uiteindelijk de beste keuze.” Het aanleggen van een tijdelijke schaatsstadion moet zo’n twintig miljoen euro kosten.
De organisatie besloot een aanbesteding uit te schrijven, waarop bedrijven uit Canada, Duitsland, Italië en Nederland reageerden. De keuze viel op Intercom Dr. Leitner uit Zuid-Tirol, dat ondanks herhaalde verzoeken niet reageerde op vragen van NRC. Het Italiaanse bedrijf heeft in binnen- en buitenland ijsbanen in alle soorten en maten aangelegd, en is voor de Spelen ook aangewezen om de ijsvloeren voor de shorttrackers, kunstschaatsers en ijshockeyers neer leggen. Maar ervaring met het neerleggen van een wedstrijdbaan voor langebaanschaatsen heeft Intercom Dr. Leitner niet.
Dat is voor Mark Messer, de Canadese ijsmeester die verantwoordelijk is voor de ijsvloer, geen probleem. „Daar ben ik voor. Ik heb veertig jaar ervaring en ik denk wel te weten wat werkt. Ik heb een bedrijf nodig dat ijs maakt, en dan vinden we sowieso een manier om er een succes van te maken.”

Krommingen van de ijsvloer
Wat niet wegneemt dat Messer zo zijn zorgen heeft, vertelt hij tijdens een videogesprek vanuit Calgary, waar hij al jaren het ijs verzorgt van de razendsnelle Olympic Oval (in 1988 de olympische ijsbaan). Het aanleggen van een tijdelijke ijsvloer biedt een grotere uitdaging dan een permanente baan, legt de Canadees uit. „Bij een permanente baan heb je een betonnen vloer met buizen erin waar je koelvloeistof doorheen pompt. Zo creëer je een ijslaag er bovenop. Dat is een systeem dat zichzelf al vaak heeft bewezen.”
In de congreshallen van Fiera Milano kan het koelsysteem niet in de vloer. In plaats daarvan moeten de koelbuizen in het ijs zelf, waardoor het ijs dikker moet worden dan normaal; daarvoor zijn meer koelsystemen nodig. Onder de ijsvloer moet isolatie komen te liggen om de kou vast te houden, en een „soort membraan” om het water dat opgevroren wordt op zijn plaats te houden.
Het gaat op zijn Italiaans, op het laatst komt alles goed
Waar je met een betonnen ondergrond ook geen last van hebt: krommingen van de ijsvloer. „Bij een tijdelijke baan is het alsof je ijs op een tapijt legt, dat zal door het gewicht van de duizenden liters water en de dweilmachines samendrukken, dan krijg je beweging in de vloer. Dat moeten we voorkomen”, zegt Messer.
En dan gaat het alleen over het systeem voor het ijs zelf. De temperatuur, luchtvochtigheid en luchtstroom in het gebouw zijn ook allemaal van invloed op het ijs. Komen er meer toeschouwers kijken, dan heeft dat gevolgen voor het ijs. Hebben ze natte jassen aan, dan óók. Waar de televisiestudio’s en hun studiolampen komen, idem dito. „Het is een complex systeem met veel variabelen”, zegt Messer. „Dus we zullen een systeem moeten bouwen dat ons zoveel mogelijk controle over de omstandigheden geeft.”
Het belangrijkste doel van de ijsmeester en zijn team is dat de omstandigheden straks voor alle schaatsers exact hetzelfde zullen zijn. „Ik zou heel graag ijs neerleggen waarop wereldrecords gereden worden, maar dat is een enorme uitdaging. Ik wil vooral dat de kwaliteit van het ijs de uitkomst van de wedstrijden niet beïnvloedt en dat de beste schaatsers de beste resultaten boeken.”
Om dat voor elkaar te krijgen, heeft de organisatie enkele maanden de tijd. De congreshallen worden medio augustus en september opgeleverd, daarvoor vinden er nog beurzen en andere evenementen plaats. In oktober moet het ijs er liggen, in november is er een olympisch testevent (een wereldbekerwedstrijd voor junioren), in februari beginnen de Spelen. „Dit is wat me dag en nacht bezighoudt”, zegt Messer. Normaal gesproken heeft hij ruim een jaar de tijd om dingen te veranderen, en te kijken wat wel en niet werkt. „Nu hebben we die mogelijkheid niet. Dit systeem moet direct goed werken, de ijsvloer moet van de allerhoogste kwaliteit zijn, en de hele wereld kijkt toe.”


Naast de Dom van Milaan telt een digitale klok af naar 6 februari 2026, de dag van de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen.
Foto Marco Bertorello/AFP
Strakke planning
Vanuit Nederland, waar sportkoepel NOC-NSF voor het realiseren van haar top10-ambitie vooral afhankelijk zal zijn van het succes van de langebaanschaatsers, wordt laconiek gereageerd op de strakke planning voor de ijsbaan. „Het gaat op zijn Italiaans, op het laatst komt alles goed”, zegt chef de mission Carl Verheijen. Hij herinnert zich hoe de ijsbaan in Beijing voor de Winterspelen van 2022 ook pas laat klaar was. „Natuurlijk wil je op het ijs gereden hebben om te weten hoe het voelt. Maar op de Spelen is toch altijd alles anders.”
Schaatsbond KNSB greep de shorttrackwedstrijden in het Forum di Milano in februari aan om ook het beurscomplex te bezoeken. Daar zag technisch directeur Remy de Wit dat de Italianen „al best opgeschoten zijn”, zegt hij. „De ondergrondse tunnel naar het middenterrein is al klaar, en de paal die de twee hallen scheidde, is weg.” De Wit wijst erop dat ook het IOC er een groot belang bij heeft dat de ijsbaan op tijd af is en van goede kwaliteit is. „Die zitten er bovenop.”
Drie jaar geleden in Beijing ontstond een relletje toen de Zweedse schaatser Nils van der Poel de Nederlandse equipe ervan beschuldigde ijsmeester Messer te beïnvloeden. „Het klinkt heel politiek correct, maar dat proberen we echt niet, ook nu niet”, zegt De Wit. Wat de KNSB wel probeert, is het aantal verrassingen voor de schaatsers zoveel mogelijk te beperken. „De kwaliteit van het ijs, van de lucht, van de wind, dat wil je van tevoren in kaart brengen zodat coaches en schaatsers hun tactiek erop kunnen afstemmen. Dat kan, zeker op de lange afstanden, echt het verschil maken”, zegt De Wit. De schaatsbond is van plan met een grote delegatie naar het testevent in november te reizen.
Zonder stof of modder
In Italië wordt op dit moment hard gewerkt aan een ‘locatieplan’; waar de kleedkamers komen, de tribunes, de eet- en drinkkraampjes, en hoe sporters en publiek zich door de hallen naar het ijs kunnen begeven. Als dat klaar is, wordt het stadion na de zomer zo snel mogelijk opgebouwd. Dan volgt er een periode van zo’n tien dagen waarin alle werkzaamheden stilliggen, zodat het ijs kan worden opgevroren zonder dat er stof of modder inkomt.
Na het testevent verdwijnt het ijs, worden de laatste werkzaamheden voltooid en wordt er opnieuw een ijsvloer gecreëerd. „We willen aan de wereld laten zien dat we een tijdelijke baan van topniveau kunnen maken”, zegt Andrea Francisi van de lokale organisatie. „Dat zou de mogelijkheid creëren dat je overal ter wereld schaatswedstrijden kan organiseren, niet alleen daar waar permanente ijsbanen liggen.” Ook voor de volgende Winterspelen, die in 2030 in de Franse Alpen worden gehouden, zou dat een oplossing kunnen zijn, zegt Francisi.
Zover is het nog niet, en ijsmeester Messer heeft nu behoefte aan iets anders: een testmoment voor het systeem van Intercom Dr. Leitner. De MiCo-organisatie wil daarvoor de congreshallen van Fiera Milano vier weken vrijspelen in juni en juli om een ijsvloer van 100 tot 150 meter neer te leggen. „Dat zou goed zijn voor mijn gemoedsrust”, zegt Messer. „Als we dan allemaal problemen tegenkomen, hebben we in ieder geval nog tijd om dat te fixen.”
De Canadees zal nog even geduld moeten hebben; door het begroeide hek van het beurscomplex is een poster zichtbaar die aankondigt wat er binnenkort in paviljoenen 13 en 15 plaatsvindt: Milano Unica, de grootste textielbeurs ter wereld.

