RSF is verjaagd uit Khartoem, maar de angst is niet verdwenen

Het Nationaal Historisch Museum in de Soedanese hoofdstad Khartoem klonk woensdag hol en verlaten. Vrijwel alle honderdduizend objecten zijn geplunderd, alleen het kolossale beeld van de Nubia-koning Taharqa viel niet mee te nemen door leden van de militie Rapid Support Forces (RSF). Ook de bewaarkluis met gouden voorwerpen is leeg. Het museum herbergde een unieke collectie van de eeuwenoude Nubia-cultuur.

„Khartoem is nu vrij. Het is voorbij”, jubelde president Abdel Fattah al-Burhan woensdag bij zijn terugkeer op de kapotgeschoten nationale luchthaven.

Het gros van de militie heeft Khartoem verlaten, vanaf Tuti eiland per boot of over de brug bij de Jebel Aulia Dam ten zuiden van de hoofdstad. Het vertrek van de RSF, deze week verjaagd door het Soedanese leger, heeft volgens ooggetuigen een troosteloze hoofdstad achtergelaten. Op loopafstand van het Museum staat langs de Blauwe Nijl het presidentiële paleis, waar Burhan na zijn komst naar Khartoem sinds anderhalve jaar afwezigheid zijn eerste bezoek aflegde. Het door de Britse kolonisatoren gebouwde paleis ligt bezaaid met scherven. Stof en puin bedekken ministeriele suites en gapende holtes in muren geven zicht op de Nijl. Als hoofdkwartier van de RSF was het maandenlang doelwit van bombardementen door het regeringsleger.

Uitgebrande voertuigen

Achter het paleis ligt de universiteit, ook geplunderd. Hetzelfde lot trof ministeries in de buurt, de Centrale bank, het hoofdkantoor van de geheime dienst en laboratoriums. Rond het fameuze Acropole-hotel liggen wrakken van uitgebrande voertuigen verspreid over de weg. Richting zusterstad Omdurman, die vlakbij ligt, staan langs de wegen waarop gras ontsproot uitgebrande wolkenkrabbers, waaronder het door Chinezen gebouwde hoofdkantoor van de nationale oliemaatschappij en het door Libië gedoneerde Corinthia-hotel in de vorm van een ei. Daar barricadeerden scherpschutters van de RSF zich voor de gevechten rond de brug over de Nijl.

De militie raakte in het nauw door de lange aanvoerlijnen uit het westen, waardoor ze essentiële militaire uitrusting niet op tijd bij het front kregen. Dankzij door Iran geleverde drones kon het regeringsleger de afgelopen maanden in de aanval gaan, gesteund door brigades die waren geronseld door radicale islamitische groeperingen en tribale milities.


Lees ook

De oorlog in Soedan heeft desastreuze effecten: deze maand zijn conflicten en chaos overgeslagen op buurlanden

In het Zuid-Soedanese Juba draagt een kind een jerrycan water.

De achtergebleven bewoners – het overgrote deel ontvluchtte twee jaar geleden de hoofdstad – spreekt over een terreurbewind door de RSF. Marktkoopman Ahmed Abdul Karim (30) heeft sinds het uitbreken van de oorlog twee jaar geleden zijn woonwijk Al-Haj Youssef niet verlaten. „We maakten ernstige misdaden mee”, vertelt hij over het zojuist herstelde telefoonnetwerk. „De RSF-strijders vielen onze markt, winkels en huizen binnen, martelden en vermoordden degenen die weigerden hun kleine bedragen te geven. We hebben hier echt de donkerste dagen van ons leven meegemaakt.”

Angstige stilte

Metselaar Adam Youssuf (45) uit de woonwijk Azhari vreest voor wat hem te wachten staat onder het regeringsleger. „Ik maak me zorgen dat milities die verbonden zijn aan het leger burgers uit Darfur tot doelwit maken”, zegt hij. Bij de verovering van Wad Madani, een stad ten zuidoosten van Khartoem, enkele maanden terug, namen deze milities wraak op mensen uit Darfur, omdat de RSF daar vandaan komt. „Ook ik ben van Darfur. Wij krijgen nu de schuld dat we in onze huizen zijn gebleven toen de RSF-soldaten de macht overnamen en dat we met hen samenwerkten. Maar ik ben arm, mijn familie had de middelen niet om te vertrekken.”

Even valt er een angstige stilte in het telefoongesprek. „Ik zie uit mijn raam de regeringssoldaten bij de rotonde langs marcheren en sommige inwoners jubelen”, zegt hij vervolgens. „Maar ik blijf binnen. Ik word verscheurd door gevoelens van twijfel en angst en een behoefte aan veiligheid. Ik weet het niet. Mijn familie is het allerbelangrijkste voor me en hun veiligheid mijn hoogste prioriteit.”

Ik word verscheurd door gevoelens van twijfel en angst en een behoefte aan veiligheid

Adam Youssuf
inwoner Khartoem

Ondanks Burhans optimisme is de strijd nog niet gestreden. In het door de RSF gecontroleerde westen van Soedan gaat de oorlog door. In die regio controleert de familie van RSF-leider Hemedti goudmijnen die als financieringsbron dienen voor de oorlog. Via westerbuur Tsjaad ontvangt de militie hulp van de Verenigde Arabische Emiraten. Eerder deze week viel de RSF al-Maliha aan, een strategische plaats bij de grens met Libië en Tsjaad ten noorden van de regionale hoofdstad El-Fashar, de enige belangrijke stad in het westen nog in handen van het regeringsleger en geallieerde strijdgroepen. Hoewel de RSF in zijn gebieden nauwelijks civiele structuren heeft opgezet en zich beperkt tot het innen van ‘belastingen’ bij wegversperringen, kondigde de militie onlangs de vorming aan van een eigen regering, die zich in West-Soedan wil vestigen. Zo doemt het spookbeeld op van een opgesplitst Soedan.

Geheime deal?

„De RSF is nog lang niet verslagen”, oordeelt Naurelden Babiker, woordvoerder van de civiele oppositie Sumud, dat in Nairobi is gevestigd. Hij wantrouwt wat er de laatste dagen in Khartoem heeft plaatsgevonden. „Waarom vocht de RSF de afgelopen dagen niet terug? Waarom liet het regeringsleger de RSF zonder enige tegenstand de benen nemen over de brug bij de Jebel Aulia Dam?”

In het verleden trokken RSF en het regeringsleger samen op en onderdrukten ze gezamenlijk de volksopstand na 2019. „Is er een geheime deal tussen de twee partijen om zo de burgeroppositie buiten spel te zetten?”, vraagt Babiker zich af. „En wat is de rol van Saoedi-Arabië? Waarom is de Saoedische buitenlandminister achter de schermen plots een geheime diplomatieke reis begonnen in de regio? Ik vrees dat wat er nu gebeurt niet de bevrijding van Soedan inluidt, maar een militaire coup tegen de burgerpolitici.”


Lees ook

Soedanese geestelijk leider: ‘Steden die ooit vol leven waren, zijn veranderd in slagvelden’

Sheikh Al-Amin Omar, een geestelijk leider in Soedan, vecht in zijn door geweld verscheurde land voor de „menselijkheid die zo vaak verloren lijkt in deze oorlog”.