Regisseur Rúnar Rúnarsson over zijn rouwfilm ‘When the Light Breaks’: ‘We reduceren de dood ten onrechte tot misère’

Waarom er toch zoveel films over rouwverwerking zijn? Omdat iedereen vroeg of laat verlies ervaart, zegt de IJslandse filmauteur Rúnar Rúnarsson (48). Tenzij je heel jong sterft, wat ook niet ideaal is. Wij moeten allemaal de bittere pil slikken van Una en Klara, wier gezamenlijke geliefde Diddi in zijn film When the Light Breaks plots overlijdt. En wij ervaren bij het zien daarvan plaatsvervangend troost.

De nauwgezet formulerende Rúnar Rúnarsson, die ik in oktober spreek op het Leidse filmfestival, is sinds zijn speelfilmdebuut Volcano (2011) een echte ‘festival darling’ – deze film over een oude, gesloten man die reddert met zijn dementerende vrouw verdween indertijd wat in de slagschaduw van Hanekes vergelijkbare Amour, maar was eigenlijk de betere film.

Als ik Rúnarsson verklap dat mijn vrouw en ik een hardnekkige brok in de keel overhielden aan When the Light Breaks, monkelt hij: „Aha, dus gaat u schrijven dat mijn rouwfilm de perfecte date-movie is?” Zo gek is dat niet, werp ik tegen: een begrafenis is een geschikte plek voor nieuwe liefde. Je bent in de rouw, maar ergens ook opgelucht dat jouw leven doorgaat.

Rúnarsson: „Rouw kan schitterend zijn, heel energiek. Het maakt allerlei gevoelens los. Als samenleving reduceren we de dood ten onrechte tot verdriet en misère, tot iets wat eenduidig negatief is. Maar dat weet een film niet.

„Althans, de vraag is of je filmt als Lumière of als Méliès, streeft naar realisme of fantasie. Streef je naar realiteit, dan moeten je erkennen dat de levens van je hoofdpersonen na de film gewoon doorgaan. Het einde is niet de finale waarheid over hen, hooguit een tussenstand zonder heldere boodschap. Voor een boodschap is de realiteit veel te ingewikkeld.”

In een rouwverwerkingsfilm ontkennen hoofdpersonen normaliter hun verdriet of draaien erin vast, maar ten slotte overwinnen ze het.

„Daarom beperk ik me in deze film tot één etmaal, ruwweg van de ene zonsondergang tot de volgende, dan kun je het verdriet nog lang niet te boven zijn. Het gaat mij om het gevoel dat je hele wereld instort, maar conflicterende emoties schuren langs elkaar en tegelijk groeit er iets prachtigs. Zo’n extreem verlies verdiept je blik en je gevoel. Je gaat meer tinten in de regenboog zien. Zoiets.”

Una mag niet te opzichtig rouwen, en ze is jaloers op Klara.

„Bij sterfgevallen voel ik soms onderhuidse rivaliteit over wie het diepst getroffen is, wie de overledenen het meest nabij was. Voor mij is dit veel tragischer dan voor jou.

„Mijn films zijn gebaseerd op eigen ervaringen uit de eerste en tweede hand, al treed ik daarover nooit in details. De eerste keer dat ik zo werkte, was in een (Oscargenomineerde) korte film, The Last Farm, die je gratis op YouTube kan zien. Als beginnend filmmaker wilde ik de wereld veranderen. Ik was een socialist, ik wilde het systeem opblazen. Maar hoe? Al mijn korte films zochten pakkende metaforen voor ongelijkheid en onderdrukking. En radicale jonge mensen die er net zo over dachten als ik, kwamen me dan achteraf feliciteren. Maar andersdenkenden …

… Gingen gewoon weer naar Spielberg?

„Juist. Ik veranderde niks. Toen dat besef indaalde, besloot ik mezelf kwetsbaarder op te stellen en naar kleine, intermenselijke elementen te zoeken die ons verbinden. Dat deed ik voor het eerst in The Last Farm. Na afloop bedankten mensen me en zeiden: ‘Ik ga eens bij mijn grootvader langs, denk ik’. Ze bleven in het echte leven misschien een religieuze fanaticus of een kapitalist, maar als iemand door mijn film heel even wat aardiger is voor een ander, bereik ik meer dan vroeger met mijn strijdfilms.”

Bij IJslandse film denk je aan stille mannen met baarden die met emoties worstelen of geïsoleerde vissersdorpen. U filmt hier artistieke, grootsteedse Generatie Z, heel open met emoties. Wordt IJsland net zoals de rest van de wereld?

„ Ik behoor tot de eerste generatie IJslanders die elkaar leerde omhelzen. Misschien nog wat onhandig, maar toch. Ik ben oud en kalend, maar ik zie mezelf nog als jong, al weet ik dat ik mezelf voor de gek houd. Gelukkig maakte ik deze film samen met jonge acteurs. Ik bood structuur en visie, zij maakten de personages echt.”

In de film lijkt sprake van een soort IJslandse golf in de 21ste eeuw. Hoe komt dat?

„Er zijn slechts 400.000 IJslanders, maar er is veel creativiteit. Een theorie is dat dit komt omdat bij ons een interne markt voor kunst ontbreekt. Niemand wil jouw muziek horen, hooguit Britse covers, dus kun je evengoed gewoon doen wat je interesseert in plaats van al vroeg compromissen te sluiten. En dan blijkt er internationaal wél een enorme markt te bestaan voor alles wat nieuw en grensverleggend is, voor Björk of Sigur Rós.

„Zo ging het ook met film. Geen interne markt, maar internationaal was er interesse voor IJslandse films omdat ze anders waren. Dat nieuwe is er inmiddels wel af, maar er is iets ontstaan, een groep filmmakers die elkaar helpt. We lezen elkaars scripts, produceren elkaar, lenen elkaars apparatuur. We zijn best competitief, maar heeft een ander succes, dan helpt ons dat ook.”