Regisseur Ariana Labed: ‘In liefde en tederheid schuilt altijd gevaar of misbruik’

Twee spookachtig bleke zusjes hand in hand in blauwe jurkjes: de verwijzing naar The Shining in Ariana Labeds regiedebuut September Says is duidelijk. Even later zie je diezelfde zussen als pubers in witte zomerjurkjes: meer The Virgin Suicides.

Zo liggen de sinistere associaties meteen op tafel, verklaart regisseur Ariana Labed (40) in een hotelkamer in Gent de opening van haar regiedebuut September Says. Enge, symbiotische zussen zie je vaak in horror: denk aan het Koreaanse A Tale of Two Sisters (2003) of recent The Silent Twins (2022), een biopic van de zusters Gibbons die een eigen, nare wereld bewonen; één van hen sterft zodat de ander eraan kan ontsnappen.

September Says is gebaseerd op de gelijknamige roman van Daisy Johnson. De zussen September en July zijn eveneens opgesloten in zo’n wereld van spelletjes en rituelen. Zoals ‘September Says’: July moet dan klakkeloos elk bevel van haar oudere zus opvolgen. July is schuw en passief; wordt zij op school getreiterd, dan slaat de felle September snoeihard terug. Na een keerpunt treffen we moeder en dochters in een afgelegen huis in Ierland, waar de zaken een lugubere wending nemen.

De Française Ariana Labed is de echtgenote van Yorgos Lanthimos, de voorman van Griekse ‘Weird Wave’ die nu in Hollywood Oscars sprokkelt met films als The Favorite en Poor Things. Labed is een statige, elegante vrouw met scherpe trekken en felle groenblauwe ogen; ze groeide op in Griekenland, Duitsland en Frankrijk, was mede-oprichter van de avantgardegroep Vasistas en won met haar filmdebuut in Attenberg in 2010 in Venetië meteen de Volpi Cup voor beste actrice als zonderlinge Marina, verknocht aan haar stervende vader, vriendin Bella en natuurfilms van David Attenborough. De curieuze pas de deux en intimiteit met haar vriendin is wat het meest van die film beklijft: geen ‘Weird Wave’-films zonder mal dansje.

Verbind ik een raar dansje van moeder en dochters in September Says met Yorgos Lanthimos, dan daalt de gevoelstemperatuur in de hotelkamer tien graden en wordt het gesprek als rolschaatsen in een zandbak. Of ik niet weet dat er ook in andere films best vaak wordt gedanst? Een geweldige manier om je uit te drukken, dans.

September (Pascale Kann) en July (Mia Tharia)

Jungiaanse schaduw

Labed houdt niet van labels en wil zeker niet schatplichtig zijn aan Lanthimos. Sinds The Lobster (2015) speelde ze niet meer in zijn films: waar hij mainstream ging, ging zij diep arthouse. Toch herinneren niet alleen de malle dansjes van September Says aan de ‘Weird Wave’, ook het verknipte gezin, de bizarre regels en spelletjes, de symbiotische, ziekelijke intimiteit, het opzichtig breken met dramaturgische regels.

Wat familie betreft: daarover gaat bijna al het drama, zegt Labed. „De onvoorwaardelijkheid van familiebanden boeit me enorm. Familie biedt geborgenheid, maar ze hebben ook veel macht om je te kwetsen. In liefde en tederheid schuilt altijd gevaar of misbruik.” Die ambivalentie broeit tussen zussen September en July. September is wat July niet is: een Jungiaanse schaduw bijna. Labed: „Een soort alter ego inderdaad, maar dit gaat niet over een goede en een slechte zus, het is intern. We willen domineren, maar zoeken ook iemand die ons vertelt wat te we moeten doen. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.”

Moeder Sheelah is intiem met haar dochters, maar ook een buitenstaander in hun wereld. Labed: „Moederliefde wordt geacht puur te zijn. In films zijn moeders of monsters, of honderd procent verzorgend, vermoedelijk omdat de meeste regisseurs mannen zijn. Maar moeders schipperen ook maar wat. Ze kunnen van hun dochters houden en ze tegelijk gebruiken voor geld, aanzien of emotionele steun. Of, in mijn film, als kunstwerk.”

Ambivalentie

September Says is ongrijpbaar, onevenwichtig; voor minder doet Labed het niet. „Ambivalentie is mijn doel. Tussen de lijntjes: niet helemaal hier, niet helemaal daar, zodat je niet precies weet wat je moet voelen. Als iets grappig is maar ook wreed: mag je dan lachen?” Zo zit de pestkop van de school in een rolstoel: is geweld tegen haar dus oké? Labed: „Voor een jonge actrice met een handicap was het heerlijk de slechterik te mogen spelen. Die moeten altijd maar lief en aardig zijn.”

De film bevat ook een scène waarin we de gedachten van moeder Sheelah tijdens de seks alle kanten op horen fladderen, terwijl haar dochters gluren en fluisteren. Labed: „Ik wilde seks filmen vanuit de vrouwelijke optiek, dus dacht ik: waarom zou ik niet helemaal in haar hoofd kruipen? De seks is niet glamoureus. Het licht is te hard en het is niet sensueel, eerder technisch. Maar ze weet wat ze wil en dat krijgt ze. Geen doorsnee seksscène toch?”

Zeker niet. Aan doorsnee doet Ariana Labed niet.