In de schaduw van een tentdoek neemt de 35-jarige Nomasontu Malinga plaats in de wachtrij om zich te laten testen op hiv. Hier in Evaton West, een township zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Johannesburg, hebben de inwoners met afgrijzen het nieuws ontvangen dat Trump de Amerikaanse bijdrage aan onder andere het Zuid-Afrikaanse hiv-programma per direct heeft stilgelegd.
„Hoe gaan we als Zuid-Afrikanen straks nog aan onze medicatie komen”, vraagt Malinga zich af, terwijl ze haar handen in de lucht gooit. „Weet je hoe enorm veel mensen overleven in Zuid-Afrika dankzij die medicatie? Ik weet zeker dat er een tekort komt. En dus zullen mensen hier sterven.”
De 20-jarige Kamelo Kali is bang dat laagdrempelige hiv-testen, zoals degene waarvoor ze momenteel in de wachtrij zit, nauwelijks meer verkrijgbaar zullen zijn. „Ik vind het belangrijk om te weten of ik hiv heb, maar ik bij de staatsgezondheidsklinieken stellen ze te veel vragen. Daar ga ik echt niet heen.”
De organisatie Reach Out Community Project (ROCP), die hiv-testen uitvoert en advies geeft, heeft hiervoor geld gekregen van het ministerie van Volksgezondheid. Andere projecten heeft de organisatie, die zich specifiek richt op deze township, stil moeten leggen omdat deze indirect financiering ontvangen van USAID en PEPFAR. „Van onze twintig vaste werknemers zitten er nu vijf thuis, daarnaast zijn er nog zo’n veertien flexibele krachten die we niet meer oproepen”, licht Malefa Khumalo toe, die de leiding heeft over de gezondheidsprojecten van ROCP.
Negentig dagen
Slechts enkele uren nadat Donald Trump op 20 januari zijn intrek had genomen in het Witte Huis, vaardigde hij een decreet uit waarmee hij nagenoeg alle hulpgelden aan het buitenland voor negentig dagen stil heeft gelegd. Hieronder vallen ook de organisaties die geld krijgen van het PEPFAR-programma, dat staat voor the US President’s Emergency Plan for AIDS Relief. De Trump-regering heeft deze organisaties bevolen om het werk per direct te staken. Tijdens de stop beoordeelt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken welke organisaties in de toekomst steun blijven ontvangen.
Zuid-Afrika heeft het grootste hiv-behandelingsprogramma ter wereld en zou dit jaar 400 miljoen dollar uit het PEPFAR-fonds krijgen. Het is daarmee de voornaamste begunstigde van het fonds. Volgens de Zuid-Afrikaanse minister van Gezondheidszorg Aaron Motsoaledi is dit goed voor ongeveer 17 procent van de totale kosten voor Zuid-Afrika’s strijd tegen hiv en aids.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data127530444-5cbc99.jpg|https://images.nrc.nl/pjOM-xkzV0NfbYU2nzdC_9gHTR0=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data127530444-5cbc99.jpg|https://images.nrc.nl/drcOoIUk-pqKjKFALPONOL1Yy5I=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data127530444-5cbc99.jpg)
Het nationale statistiekbureau en onderzoeksinstituut Human Sciences Research Council (HSRC) becijferen dat op dit moment acht miljoen Zuid-Afrikanen leven met hiv, oftewel 12,7 procent van de bevolking.
Motsoaledi bekijkt of de overheid kan inspringen, maar of dit lukt is de vraag. Door een gebrek aan economische groei heeft de overheid de afgelopen jaren moeten bezuinigen, waaronder op de publieke zorg.
Levensreddende humanitaire hulp
Mluleki Zazini, de directeur van de National Association of Persons Living with hiv and aids (NAPWA), die net op het podium in het buurtcentrum een vurig betoog heeft gehouden over hiv, vindt dat de regering naïef is geweest. „Ons hiv-programma is te belangrijk om uit handen te geven aan buitenlandse donoren. Dit schudt onze regering wakker, want wie zegt dat iets dergelijks niet opnieuw zal gebeuren.”
Lees ook
De aankondiging van het einde van het Amerikaanse anti-aidsprogramma werkt al verlammend
Volgens Zazini heeft de regering te weinig geleerd van de coronapandemie. Zuid-Afrika was met meer dan 102.000 sterfgevallen het zwaarst getroffen land van het continent. Het land had in die periode moeite om voldoende vaccins te bemachtigen, omdat het moest opboksen tegen rijkere, veelal Westerse, landen met diepe zakken. „Daarom moeten we als Afrikaanse landen om de tafel en zorgen dat we onze eigen medicijnen ontwikkelen en produceren.”
Samen met andere organisaties is Zazini in overleg met de regering „tot op presidentieel niveau”, om een oplossing te zoeken voor het acute geldtekort. Kort na het bevel om de hulpgelden te bevriezen, heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio een vrijstelling afgegeven voor organisaties die „levensreddende humanitaire hulp” bieden. Zazini put hier hoop uit. „We willen de VS overtuigen dat deze vrijstelling ook voor organisaties geldt die werken op het gebied van hiv en aids.” Na tuberculose is hiv/aids de meest voorkomende doodsoorzaak in Zuid-Afrika.
Na tuberculose is hiv/aids de meest voorkomende doodsoorzaak in Zuid-Afrika
Prep
Uit het jaarlijkse onderzoek van HSRC, dat tot stand komt met hulp van PEPFAR, blijkt dat jonge vrouwen het meest kwetsbaar zijn. Bij vrouwen van 15 tot en met 24 jaar oud komt hiv twee keer zoveel als bij mannen in die leeftijdsgroep, bij vrouwen van 25 tot 29 jaar oud drie keer zoveel.
Nu het Amerikaanse hulpgeld is stopgezet, maakt Khumalo zich juist om deze groep zorgen. Volgens haar nemen veel jonge vrouwen uit voorzorg Prep, een middel dat de kans op een hiv-besmetting drastisch verkleint. „Deze vrouwen hebben vaak tegen hun wil onbeschermde seks, bijvoorbeeld omdat de man een condoom weigert te dragen of een man ze verkracht.”
Malinga beaamt het gevaar voordat ze de tent instapt voor haar hiv-test. „Als je hier ’s nachts rondloopt kan iemand je zo aanvallen en je verkrachten. En er lopen te veel mannen met hiv rond.”
Naar schatting is 12 tot 28 procent van de vrouwen in Zuid-Afrika op enig moment in haar leven verkracht. „Voor hen biedt Prep echt een oplossing”, legt Khumalo uit. „Maar nu verschillende laagdrempelige instanties die Prep uitdelen de deuren hebben gesloten, ben ik bang dat jonge vrouwen geen Prep meer zullen slikken.”
