Voor Brigitte Akkermans (55) is het lastig een passende baan te vinden. Ze werkt op dit moment in Etten-Leur, in een fabriek die medicijnen maakt. Maar een vaste aanstelling krijgt ze er niet, dus zoekt ze iets anders.
Ze weet waarom ze geen vast contract krijgt. Zíj wil 32 uur per week werken, en „alle bedrijven willen tegenwoordig veertig uur”. Aan haar ervaring ligt het niet. Ze doet al sinds haar vijftiende productiewerk.
Maar die andere baan vinden kan nog lastig worden. In de industrie is weinig vraag naar productiemedewerkers voor lopendeband- of inpakwerk.
Die geringe vraag geldt trouwens ook voor secretaresses. Dat is opmerkelijk met een arbeidsmarkt die al jaren wordt getekend door een schreeuwend tekort aan personeel.
Overschot aan reisleiders
Feitelijk is de beperkte vraag naar secretaresses en productiemedewerkers al jarenlang zichtbaar. Dat blijkt uit een analyse die NRC maakte van de arbeidsmarktkrapte, op basis van UWV-data uit de periode 2016-2024. Buiten secretaresses en productiepersoneel registreert uitkeringsinstantie UWV in elk van de 93 beroepsgroepen die het onderscheidt in 2024 veel meer vraag dan aanbod van arbeid.
Om de spanning op de arbeidsmarkt te meten, kijkt het UWV naar de verhouding tussen vacatures en kortdurende werkloosheid. Grof gezegd deelt de instantie het aantal openstaande vacatures door het aantal mensen dat minder dan zes maanden een WW-uitkering krijgt. Het UWV ziet deze groep als het direct beschikbare aanbod. Bij een ruime arbeidsmarkt zijn er meer mensen dan vacatures, bij krapte meer vacatures dan beschikbare mensen.

Voor secretaresses en ‘hulpen’ – de UWV-term – in bouw en industrie is de spanning op de arbeidsmarkt nu het laagst. Voor secretarieel werk waren er in het vierde kwartaal van 2024 ongeveer evenveel vacatures (550) als beschikbare secretaresses (540-580). Het aanbod aan productiemedewerkers ligt zelfs flink hoger dan het aantal voor hen bestemde vacatures. Voor deze hulpen waren er 4.050 vacatures, terwijl 5.300 tot 5.800 kandidaten kortdurend werkloos waren. Ter vergelijking: voor gespecialiseerde verpleegkundigen stonden 5.400 vacatures tegenover een kleine 250-270 werklozen. Detail: in het laatste kwartaal van vorig jaar bleek er opeens ook een overschot aan reisleiders op de arbeidsmarkt.
Ongeschoold werk
Dat er al jarenlang meer hulpen in bouw en industrie werkloos zijn dan er vacatures voor hen zijn, laat zich volgens UWV-adviseur Frank Eskes niet eenvoudig verklaren. „Wat meespeelt, is dat het vaak gaat om werk voor praktisch opgeleiden. Zo heeft bijna de helft van de huidige WW’ers in deze beroepsgroep niet meer dan een vmbo- of mbo 1-diploma. Dat betekent vaak korte contracten, veel concurrentie om banen, en dus meer aanbod.”
Eskes denkt dat bovendien onderschat wordt hoeveel mensen een baan zoeken als hulp in bouw of industrie. „Mensen van wie we niet weten dat ze op zoek zijn naar een baan in deze sector, kunnen uiteindelijk toch voor zulk werk gaan solliciteren”, zegt Eskes. Maar omdat ze niet als zodanig geregistreerd staan, blijven ze buiten de UWV-statistiek.
Eskes wijst daarnaast op migranten die hier in bouw en industrie komen werken. „Omdat zij niet in de WW terug te vinden zijn, kunnen we hen ook niet meenemen in het berekenen van de spanning op de arbeidsmarkt. Daar gebruiken we immers het aantal WW’ers voor.”
Omscholing
Voor de categorieën beroepen waaraan geen tekort is, kan omscholing een oplossing bieden. Daar heeft Akkermans aan gedacht, zegt ze. Maar ze vindt het lastig om te bepalen wat ze dan moet doen. „Daarom kies ik maar voor wat ik goed ken en blijf ik naar productiebanen kijken.”
Ook Karin Linschoten, directiesecretaresse bij detacheringsbureau Public Support, heeft het vakgebied de voorbije 25 jaar zien veranderen. „Vroeger kwam je er bij een sollicitatie mee weg als je een mailtje kon typen en de administratie kon bijhouden. Zulke banen kom je tegenwoordig maar weinig tegen.”
Volgens haar is het belangrijker geworden als secretaresse initiatief nemen. „Je moet weten wat er voor je opdrachtgever speelt, zelf bepalen welke afspraken prioriteit hebben. Ik heb voor een wethouder gewerkt en was toen altijd aanwezig bij de gemeenteraadsvergaderingen. Dat kon niet anders. Op de achtergrond blijven en de klusjes doen die jou worden aangereikt, dat is er echt niet meer bij.”
