De dagelijkse berichtenstroom over het destructieve werk van het sloopbedrijf van Donald Trump en zijn onderaannemers in de Verenigde Staten laat zien hoe verrassend gemakkelijk democratie en rechtsstaat van hun grondvesten kunnen worden gestoten. De shock and awe-aanpak van de bende van Washington is ook voor Europa een schoktherapie: in één klap wordt zichtbaar hoezeer populistische chaosmakers vrede en welvaart in gevaar kunnen brengen.
Trumps achteloze omgang met de funderende principes van de vrije wereld geeft het politieke midden in Europa de wind in de rug. Als initiatiefnemer van de coalition of the willing, de informele club landen die hun defensie op peil willen brengen nu Trump bereid blijkt Oekraïne aan de Russische beer te voeren, heeft de Britse premier Keir Starmer het isolement doorbroken waarin zijn land sinds de Brexit verkeerde. In Duitsland wist de christen-democratische leider Friedrich Merz in twee weken een compromis met de sociaal-democraten en de Groenen te sluiten, over het doorbreken van het Duitse taboe op het maken van overheidsschulden. In Frankrijk trok president Macron het initiatief naar zich toe: in een week tijd belegde hij twee Europese toppen over de bescherming die Europa Oekraïne kan bieden.
Het zou zomaar kunnen dat de populisten in Europa hun ‘piekmoment’ voorbij zijn. In plaats van te profiteren van het aantreden van Trump zijn zij door het doldrieste optreden van hun geestverwant in verlegenheid gebracht.
Schijn van daadkracht
Het ‘politieke midden’ is in deze context niet zozeer een positie ergens tussen links en rechts in, maar een kwestie van politieke wil om met realistische maatregelen en deugdelijke wetgeving het landsbestuur serieus te nemen. In deze definitie is het kabinet-Schoof allesbehalve een kabinet van het midden. Met ondermaats bestuur wekt het de schijn van daadkracht zonder daadkrachtig te zijn. Het spiegelt de kiezers voor dat het ze kan beschermen tegen wereldproblemen als vluchtelingenstromen, klimaatcrisis en milieuvernietiging, niet met een aanpak van de daadwerkelijke oorzaken, maar door grenzen te sluiten, normen op te rekken, lak te hebben aan wettelijke beperkingen, of domweg door die problemen te ontkennen.
Met haar coalitiesamenwerking met de populisten van PVV en BBB en met het politiek wereldvreemde NSC – het koos de kant van ultra-rechts en ultra-links in zijn ‘nee’ tegen het Europese defensie-initiatief ReArm Europe – is de VVD thans de grootste belemmering voor de terugkeer naar de macht van het politieke midden. Volgens oud-fractieleider Klaas Dijkhoff kan de VVD de weg terug inslaan door met GroenLinks/PvdA een alliantie te vormen tegen antidemocratisch populisme. Dat is een onbegaanbare weg zolang zijn partij regeert met de partij waartegen die alliantie zou zijn gericht: de democratievijandige PVV. Opbreken van de coalitie is dus de eerste stap richting het midden die de VVD zou moeten zetten.
Tegelijkertijd zou ze moeten bezinnen op haar zienswijze op de kernwaarde van de liberale democratie: vrijheid. Onder partijleider Dilan Yesilgöz boet de VVD allengs op die kernwaarde in, naarmate zij meer op de repressieve toer gaat tegen mensen die zij op grond van hun geloof (islam) of afkomst (Marokko) wantrouwt. Dat verlangen naar meer overheidscontrole staat op gespannen voet met het eigen basisbeginsel: burgers in hun vrijheid van denken, spreken en handelen dekking bieden tegen een bemoeizuchtige staat.
In plaats van alert te zijn op inbreuken op die vrijheidsrechten, omarmt de VVD beleid dat de staat steeds verder laat doordringen in het privédomein, op zoek naar onaangepasten die de ‘Nederlandse waarden en normen’ niet onderschrijven. Zo krijgt het verwijt dat iemand die deze waarden en normen ontrouw is de trekken van een vage, willekeurige verdachtmaking, die politici naar eigen goeddunken kunnen inzetten om zich te keren tegen mensen die hen niet zinnen.
Naar de liberale geest is dat gesjacher met de rechtsstaat allerminst. Dat geldt ook voor andere repressieve reflexen waarmee het kabinet-Schoof reageert op onwelkome stemmen uit de samenleving of op maatschappelijk activisme dat het niet aanstaat. Het wil het demonstratierecht inperken, maatschappelijke organisaties kort houden en hun toegang tot de rechter inperken. Een voor een zijn dat maatregelen uit het instrumentarium van een autoritair bewind.
Al met al is de keuze voor een verbintenis met de rechts-populisten moeilijk te rijmen met de ideologie van de VVD. Vooralsnog geeft de partij vooral een materialistische lading aan het vrijheidsbegrip, blijkt uit ‘De agenda voor werkend Nederland’ die Yesilgöz eind januari presenteerde. Vrijheid, blijkt uit dat plan, houdt in dat beide partners hard werken, minimaal 40 uur per week, maar dan wel tegen een inkomen dat hen vrijwaart van materiële zorgen. Je kunt je afvragen hoeveel vrijheid het dagelijks bestaan je biedt als je zit ingesnoerd in zo’n materialistisch korset.
Het CDA laat onder Bontenbal zien dat zo’n confronterende loutering de partij geen kwaad hoeft te doen
Jouw vrijheid wordt in het VVD-plan bovendien in mindering gebracht op die van minder weerbare mensen: de uitkeringsgerechtigden en mensen in arme landen bij wie de VVD het benodigde geld voor jouw extra salaris wil weghalen, door te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en sociale uitkeringen.
De VVD had op het moment zelve al kunnen weten hoe ongeloofwaardig zij zich maakte toen zij in 2023 de regeringscoalitie met CDA, D66 en ChristenUnie opbrak, om daarna de steven naar ultra-rechts te wenden. Zij was daarmee de partij die grootste draai weg uit het midden maakte, en zij zal nu het meest moeten bewegen om daar weer terug te keren.
De politieke signalen over zo’n manoeuvre zijn de afgelopen weken wisselend. Yesilgöz en GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans vonden elkaar in hun eensluidende oordeel over de Russische agressie en de verdediging van Europa. Een gezamenlijke motie in een Oekraïnedebat drie weken geleden bekroonde die toenadering. In het debat over de tegenstellingen in de coalitie over ReArm Europe, afgelopen week, zei Yesilgöz daarentegen weer dat zij liever probeert in de coalitie „de klokken gelijk te zetten” dan de samenwerking met de populisten op te breken.
Verloochening
Bij herhaling zegt zij ook hoe tevreden zij met deze verbintenis is: „Nu hebben we eindelijk een meerderheid om onze oplossingen door te voeren.” Niet alleen inhoudelijk, maar ook principieel verloochent zij daarmee de keuzes die de VVD in de kabinetten-Rutte (2010-2023) maakte. In de formatie van 2017 schreef Rutte nog aan de informateur dat de VVD „onmogelijk” kon regeren met de PVV, om principiële redenen: die partij tornde aan grondwettelijke vrijheden en gedroeg zich met haar sneren naar het ‘nepparlement’ en ‘neprechters’ vijandig aan de democratie en de rechtsstaat.
Met de ferme politieke wil waarmee Yesilgöz in het verkiezingsjaar 2023 afstevende op een coalitie met de PVV waren die principes als sneeuw voor de zon verdwenen. Een geloofwaardigheidsprobleem was het gevolg.
De VVD kan niet terugkeren naar het serieuze midden zonder zich eerst te bezinnen op de politieke keuzes onder Yesilgöz’ leiderschap. Aan de wederopstanding van het CDA onder Henri Bontenbal is te zien dat zo’n confronterende loutering de partij geen kwaad hoeft te doen. Ook de christen-democraten ondergroeven eerder, in 2010, hun geloofwaardigheid door een coalitie met de PVV aan te gaan. Ze kozen daarmee voor regeringssamenwerking met een partij die de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs de facto wilde afschaffen, twee vrijheidsrechten die de kern van de christen-democratische ideologie vormen. Pas nu, onder Bontenbal, is de partij weer herkenbaar christen-democratisch, maar zij deed er wel meer dan tien jaar over en versleet twee partijleiders voordat ze tot bezinning kwam.
De les voor de VVD is: leg dit pijnlijke traject zo gauw mogelijk af. Lukt de partij dat met Yesilgöz als leider? Zelfreflectie zal lastig blijken voor een politica die politieke tegenstanders stelstelmatig van ‘wegkijken’ beticht als zij met haar van mening verschillen. Zonder spanningen zal zo’n proces van zelfreflectie in de VVD dus niet verlopen. Voor het liberalisme in de Nederlandse politiek is het wel te hopen dat het gebeurt.
Lees ook
VVD profileert zich op defensie en stijgt daarmee in de peilingen
