Optimisten vragen, na de koude douches waarop Donald Trump de bondgenoten van de VS heeft getrakteerd, of zijn geflirt met Vladimir Poetin misschien toch nog iets positiefs heeft. Er zijn immers contacten tussen de hofhoudingen van Poetin en Trump, en dat zou een bodempje stabiliteit kunnen geven.
Het zou niet de eerste keer in de wereldgeschiedenis zijn dat zich uit een minimum aan diplomatie tussen aartsvijanden een soort gedragscode ontwikkelt die heilzamer is dan pure rivaliteit. Dat fenomeen zou zich des te meer voordoen in tijdsgewrichten dat de ene hegemoon wordt uitgedaagd door de ander. Nu dus.
Twee opvattingen
Er zijn grofweg twee opvattingen in omloop over de geopolitieke onrust die nu de wereld onveilig maakt. Eén: de kantelpunt-theorie, die ons bezweert dat we nu een nieuw tijdperk betreden, iets ongekends en onveiligs. Twee: de relativiteitstheorie, die zegt dat zulke hegemoniale transities periodiek nu eenmaal voorkomen. Ze zijn natuurlijk inherent onveilig maar verstandige staatslieden weten de klippen te omzeilen tot ‘het systeem’ zich ooit weer stabiliseert.
De vraag is of we nu zo’n hegemoniale transitie beleven en of Trump en Poetin verstandige staatslieden genoemd kunnen worden. Dat laatste beslist niet, al was het maar omdat ze zichzelf onfeilbaar vinden, maar van een hegemoniale transitie lijkt me wel degelijk sprake.
Onderlinge communicatie is daarbij natuurlijk meegenomen, maar het perspectief van waaruit de hoofdrolspelers communiceren, is daarbij essentieel. In de eerste helft van de zestiende eeuw waren de Franse koning Frans I en keizer Karel V het roerend eens over de vraag waarom ze steeds in de clinch lagen met elkaar, en wat nou precies de conflictstof tussen beide was. Hun antwoord: „Geen. We hebben totaal geen verschil van mening. We zijn het zelfs altijd volkomen met elkaar eens. We willen allebei de heerschappij over Italië.” Er bestond ook toen geen onderling misverstand over het ‘nut’ van communicatie tussen rivalen, er werd gepraat zonder iets aan de vijandschap af te doen.
Invloedssferen
Zelf ben ik best gecharmeerd van de analyse van politicoloog Graham Allison, beschreven in zijn boek Destined for War (2018). Een analyse van zestien gevallen uit de wereldgeschiedenis waarin een hegemoniale macht werd uitgedaagd door een vijandige nieuwkomer. Dat mondde twaalf keer uit in een preventieve oorlog door de ‘oude’ hegemoon. Vier keer liep het zonder clash af, omdat de oude macht zich accommoderend jegens de nieuwkomer opstelde. Communicerend dus.
Hoewel Allison verweten kan worden dat hij het unieke individuele karakter van zijn zestien casussen veronachtzaamt – het Sparta van toen is niet het Washington van nu – lijkt me het dilemma wel van alle tijden. Allisons benadering is een objectieve methode om ‘aflossingsconflicten’ te onderzoeken. Want in die categorie valt Oekraïne volgens mij: een grensconflict tussen ouderwetse invloedssferen.
Via back channels en zelfs rechtstreeks waren er contacten tussen Biden en Poetin
Verschil qua hegemonie-factor is nu wel de uitvinding van de atoombom. Toen de VS in 1945 de atoombom op Hiroshima lieten vallen, sprak de beroemde politicoloog Bernard Brodie: tot nu toe ging het om winnen van een oorlog, vanaf nu om er een met diplomatie te vermijden. Praten werd dus nog essentiëler.
De VS en de Sovjet-Unie (dat in 1949 ook de atoombom bemachtigde) waren elkaars aartsvijanden, maar de noodzaak van frequente contacten over en weer begrepen beide landen maar al te goed. Er ontstond een zekere discipline en alle onderlinge communicatie had positieve gevolgen. Wapenbeheersing, wetenschap, tientallen internationale organisaties en verdragen, zelfs toerisme, sport en spionage lagen aan de basis van een soort vertrouwen tussen kemphanen.
Gebakken peren
Ik vrees dat die gedragscode er nu niet is. De communicatie van Trump gaat veel verder dan die van voorganger Joe Biden. Die was het op één punt eens met Poetin: geen oorlog tussen grootmachten, laat staan een nucleaire. Maar wat Trump met Poetin doet, is geen praten, maar capituleren in de hoop er iets (Jalta 2.0?) voor terug te krijgen. Tot nu toe: gebakken peren.
Nog een verschil met de ‘discipline’ van de koude oorlog: de China-factor. Die houdt de VS meer bezig dan het Europese toneel en er is Washington ook veel aan gelegen om China in processen als AI, wapenbeheersing en ‘discipline’ te betrekken. Een soort hotline tussen Washington en Beijing, zoals die in de Koude Oorlog tussen Washington en Moskou ontstond.
Dat wil niet zeggen dat er de voorbije jaren onder Biden nooit met de Russen is gecommuniceerd om de vijandschap enigszins in goede banen te leiden. Via derde landen, back channels en zelfs rechtstreeks zijn er contacten geweest over graan, ruilen van gevangenen, wapenleveranties, ontvoerde kinderen of het non-gebruik van bepaalde wapens , en ruimtevaart. Een jaar geleden waarschuwden de VS Rusland zelfs voor de terroristische aanslag in hartje Moskou. De impliciete boodschap was natuurlijk om de Russen te laten zien hoe voortreffelijk de CIA was, maar ook dat de VS en Rusland ondanks de oorlog in Oekraïne elkaars partners tegen terreur konden zijn.
Paren met de vijand
In zijn boek War (2024) beschrijft Bob Woodward hoe er ondanks alles contacten waren tussen Lloyd Austin, Bidens minister van Defensie, en hoge Russische militairen – ja, zelfs tussen Biden en Poetin – om een atoomconflict te vermijden.
Op 23 mei 2024 trof een Oekraïense kruisraket een strategische luchtafweer-radar van de Russen, waarmee ze continu de horizon afzoeken naar lanceringen van (nucleair bewapende) ballistische raketten uit de VS. Daar was Rusland niet blij mee, maar de VS evenmin. De Russische verblinding was niet in Amerikaans belang. Er gingen meteen geruststellende telefoontjes van Washington naar Moskou: dat was eens maar nooit weer.
We zullen misschien nooit vernemen wat zich achter de schermen heeft afgespeeld, maar de oude wet dat praten met de vijand helpt, geeft een beetje hoop.
