Opinie | Meningen zijn meestal recensies van andere meningen

Onverwacht had ik deze week wat meer vrije tijd en mijn fantasie reikt dan niet veel verder dan Netflix openen. Zonder vooronderzoek klikte ik maar gewoon aan wat op het startscherm het grootst in beeld kwam, vier uur later had ik de serie Adolescence helemaal gezien. Ik was onder de indruk; er wordt veel moois gemaakt maar dit steekt daar volgens mij bovenuit. De volgende dag wilde ik op mijn sociale media zeggen dat je het echt moet kijken, maar helaas blijk ik onder een steen geleefd te hebben; iedereen had dat al gezegd.

Vijf ballen in NRC, vijf sterren in de Volkskrant en nog eens vijf in het AD, gesprekken bij verschillende talkshows over giftige mannelijkheid, het belangrijkste thema van de serie. En wist je dat elke aflevering in één enkele take is opgenomen? Tot overmaat van ramp waren er nog types aan wie ik een beetje een hekel heb die het op mijn tijdlijn ‘een bindende kijktip’ noemden. De eerste snobs dienden zich ook aan, die hooghartig aankondigden het juist níét te gaan kijken omdat ze niet van hypes houden. Uit onderscheidingsdrang heb ik toen maar de animatieserie Common Side Effects van HBO getipt, ook heel mooi en dat had ik vooralsnog niemand zien vinden.

Het is fijn om een keer de hype te missen en daarom iets op zijn merites te kunnen beoordelen. Maar het is ook moeilijk, zonder andere meningen om je toe te verhouden. Het is veel ingewikkelder om uit het niets te beoordelen hóé goed iets is dan te stellen dat iets weliswaar goed is, maar niet precies zo goed als anderen wellicht beweren. In Prachtige wereld, waar ben je – volgens de meeste recensenten het minste boek van Sally Rooney, maar volgens mij desalniettemin een mooi boek – wordt die dynamiek beschreven als de hoofdpersoon een boek heeft geschreven: „De publicatie kreeg veel aandacht, aanvankelijk voornamelijk positief, maar later volgen ook een paar negatieve stukken die reageerden op de flatterende positieve teneur van de eerste recensies”.

Het doet denken aan het grote Babygirl-debat. Halina Reijn had met haar film succes in het buitenland, waarop enthousiaste reacties in Nederland volgden. Maar de discussie barstte pas echt goed los nadat Marijke Schermer het waagde in NRC kanttekeningen te plaatsen: „Het keukenschort, de sexy outfits, de kom-maar-bij-pappie-porno. Babygirl is allesbehalve een feministische film.” In de weken erna verschenen tientallen essays, columns en podcasts, niet zozeer over de film, maar over Schermers mening over de film.

Dat is niet per definitie erg, de meeste meningen zijn nu eenmaal recensies van andere meningen. Als het eerste oordeel hoge verwachtingen schept, zijn er daarna altijd de teleurgestelden. Zo gaat het met alle opinie, over welk onderwerp dan ook.

Zorgelijker is het dat het andersom ook zo werkt; met lage verwachtingen kan het daarna alleen nog meevallen. In The West Wing – een heerlijke serie over het Witte Huis die volgens sommigen zwaar wordt overschat – vreest perschef C.J. Cregg in de voorbereiding op een verkiezingsdebat precies voor dat effect. Haar Democratische president, Nobelprijswinnaar Jed Bartlet, neemt het op tegen de domme en lompe Republikeinse kandidaat Robert Ritchie. Ze is doodsbang dat als Ritchie ook maar enigszins uit zijn woorden komt, media het zullen framen als een overwinning: „Ik heb het gevoel dat de president pas een kans heeft als Ritchie per ongeluk het podium in de fik steekt”. De aflevering stamt uit 2002, inmiddels weten we dat ook het podium in de fik steken positief kan worden gerecenseerd. Duiders zullen het verdedigen met de stelling dat het ‘misschien onconventioneel is, maar wel goede televisie oplevert.’

In iets goeds kun je altijd wel iets vinden dat tegenvalt en het is geen kunst om een positieve draai te geven aan iets dat inherent slecht is. Het gevaar is alleen dat elke discussie dan eindigt in de nietszeggende constatering dat de meningen verdeeld zijn.