Opinie | In Trumps wereld gaat het verhaal niet netjes van A tot Z

Sociale media ondermijnen de democratische rechtsstaat – het is inmiddels een cliché. Maar de verklaringen over waaróm dit zo is, lopen uiteen. Het gevaar wordt nog vaak gezocht in problematische inhoud, zoals desinformatie, extremistische video’s en racistische memes. Deze focus op inhoud leidt echter af van een veel fundamentelere ontwikkeling: dat de vorm van sociale media radicale veranderingen teweegbrengt in hoe wij informatie verwerken en de wereld waarnemen.

Inhoud, zo stelde de mediatheoreticus Marshall McLuhan, is als het sappig stuk vlees waarmee de inbreker de waakhond afleidt terwijl hij het huis leeg rooft. In dit geval is het huis ons lineaire bewustzijn.

Van links naar rechts, van begin tot eind – aan deze lineaire, causale kijk op de wereld die het geletterde tijdperk heeft voortgebracht, doen de beeldrijke sociale media afbreuk. Zij bevorderen namelijk een meer intuïtieve kijk op werkelijkheid en waarheid, die afgestemd is op vorm, patroon en esthetiek. We verwerken de grote hoeveelheden fragmentarische informatie – korte video’s, memes, (snap)berichtjes – niet van links naar rechts en van begin tot eind, maar gelijktijdig en associatief.

Waar ons bewustzijn eeuwenlang lineair was, raakt het door deze 21ste-eeuwse beeldenstorm hypergefragmenteerd. We betreden een post-lineair tijdperk, waarin niet langer de logische of feitelijke consistentie van een argumentatielijn, maar authenticiteit en vibe gezag afdwingen en bepalen wat echt en waar is.

De hamvraag van het huidige tijdsgewricht is wat dit betekent voor de democratische rechtsstaat. Hoe weerbaar is de rechtsstaat, zelf geënt op lineaire logica, nu hij geconfronteerd wordt met de door sociale media aangedreven crisis van de lineariteit?

Opper-populist

Allereerst moeten we vaststellen dat de kentering in hoe ons bewustzijn werkt, uitermate vruchtbaar is voor een nieuw soort populistische politiek en communicatie. Neem deze snippers lovende zelfevaluatie van opper-populist Donald Trump, afkomstig uit verschillende toespraken en interviews:

„Als je gewoon voorleest van een teleprompter, zal niemand daar enthousiast van worden. Je moet van alles met elkaar verweven.”

„Ik praat over iets van negen verschillende dingen, die allemaal briljant samenkomen.”

„Ik noem het de ‘weave’, en sommige mensen vinden het zo geniaal. Maar de slechte mensen zeggen: hij was aan het zwabberen. Maar het is geen gezwabber, het is een weave.”

Trump en zijn team beseffen als geen ander dat rechtlijnige, coherente politieke communicatie bij de kiezer steeds minder tot de verbeelding spreekt. Het is niet toevallig dat Trumps voormalige politiek strateeg Steve Bannon hem een „McLuhan-eske figuur” heeft genoemd, en dat het Witte Huis onlangs een uitnodiging deed aan podcasters, vloggers en andere socialemediafiguren om een perskaart aan te vragen. De verleiding om Trumps stijl af te doen als gezwabber is groot. Maar dat verblindt ons voor het inzicht dat zijn eclectische beeldspraak en het succes daarvan afspiegelingen zijn van een fundamentele bewustzijnskentering.

De vraag waarom deze communicatiestijl hand in hand gaat met het populisme, wordt impliciet beantwoord door de linkse mediafilosoof Theodor Adorno (1903-1969). In zijn essay Der Essay als Form schreef hij dat het essay een geschikte vorm was om het rechtlijnige, systematische denken uit te dagen. Anders dan een traktaat, dat van premisse naar conclusie beweegt, meandert het essay speels zonder sluitende antwoorden te willen geven. Gaten in de argumentatieve keten zijn de kracht van deze stijl, omdat zij de verbeelding aanwakkeren en uitnodigen om deel te nemen aan het debat. Zo kan nieuw denken ontstaan en wordt de status quo uitgedaagd.

Precies zo daagt de fragmentarische en essayistische stijl van Trump en andere populisten de status quo uit. Hun stijl verzet zich tegen de gevestigde orde en haar rechtlijnige componenten: kranten, wetenschap, bureaucratie, rechters – het ‘systeem’ in bredere zin. Dat deze stijl vandaag de dag in vruchtbare aarde valt, is een indicatie van een diepere bewustzijnsverandering: rechtlijnige, abstracte en systematische politiek, die stap voor stap tot een conclusie komt, wordt simpelweg steeds minder goed verdragen. De crisis van de liberale democratie is in de kern een crisis van de lineariteit.

Actief verdedigen

Hoe wapent de democratische rechtsstaat zich hiertegen? Sinds de Tweede Wereldoorlog is het standaardantwoord dat de rechtsstaat zich actief moet verdedigen met juridisch gereedschap. Partijverboden, wetten tegen extremisme of constitutionele hoven. Maar dit door juristen geformuleerde antwoord, de ‘weerbare democratische rechtsstaat’, biedt slechts beperkt handvatten voor het omgaan met de diepe maatschappelijke en culturele veranderingen die de socialemediarevolutie teweegbrengt.

Het eerste probleem is dat de juridische verdedigingslinie zich vaak richt op expliciete inhoud – ideeën, programma’s of uitingen – en dat ze in de regel pas kan ingrijpen als de systematische ondermijning van de democratie duidelijk is aangetoond. Dit inhoudsgerichte denken is, om met McLuhan te spreken, als focussen op het sappige stuk vlees terwijl de inbreker het huis leeg rooft.

Deze denktrant gaat eraan voorbij dat de nieuwe populisten inspelen op een publiek dat steeds ontvankelijker wordt voor een associatieve, beeldende vorm van communicatie, waarin juist de inhoud en het systematische karakter lastig vast te pinnen zijn. De democratische rechtsstaat is niet toegesneden op dit minder grijpbare gevaar; namelijk dat onze kijk op werkelijkheid en waarheid radicaal aan het veranderen is.

Het tweede probleem is dat het idee dat de democratie zich kan verweren met juridische instrumenten, zélf geënt is op lineaire logica. Door de rechtsorde te versterken met maatregelen als constitutionele hoven en eeuwigheidsclausules, komt het recht tegenover de politiek te staan – terwijl die juist meebeweegt met de fragmentatie van ons bewustzijn.

Het recht bevindt zich, vaker wel dan niet, stroomafwaarts van de politiek

Bastiaan Rijpkema schreef onlangs in NRC : „Juridische vangrails beschermen een democratische rechtsstaat tegen ontsporing als de politiek zwabbert.” De botsing tussen recht en politiek verdiept echter de kloof tussen lineariteit en fragmentatie, en voedt zo het onderliggende ressentiment tegen ‘het systeem’ – tegen alles wat als rechtlijnig, systematisch en abstract wordt ervaren. Rechtsstatelijke zelfbescherming verwordt zo tot zelfondermijning.

Daarnaast lijkt het huidige debat over sociale media, het nieuwe populisme en de democratische rechtsstaat steeds meer gevoed te worden door existentiële angst. De Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) werd in zijn denken over de wrede ieder-voor-zich-toestand waarin de mensheid volgens hem van nature verkeerde gedreven door eenzelfde angst. Zijn oplossing: de almachtige, autoritaire soeverein Leviathan, die orde op zaken zou stellen. Het gevaar dat nu bestaat, is dat door angst gedreven aansterking van de rechtsstaat diep in politieke vrijheden en rechten kan snijden en zo zelf Leviathan-achtige trekken krijgt. 

Stroomafwaarts

Hoe ontsnappen we aan het dubbele gevaar van Leviathan en zelfbescherming die zichzelf tegenwerkt? Het is de catch-22 van democratische rechtsstaat in de 21ste eeuw. Het antwoord moeten we waarschijnlijk meer in cultuur en politiek dan in het recht zoeken. Zoals Trump-ideoloog Steve Bannon zijn succesvolle strategie regelmatig uitlegt: „politiek bevindt zich stroomafwaarts van cultuur” – en het recht bevindt zich, vaker wel dan niet, stroomafwaarts van de politiek.

Een vruchtbaar uitgangspunt is wellicht te erkennen dat ieder mediaal tijdperk zich op zijn eigen manier verhoudt tot kennis en waarheid. Een gefragmenteerde beeldcultuur verschaft ook nieuwe mogelijkheden voor het uitdrukken van diepe waarheden. Iedereen die ooit een film van David Lynch heeft gezien of bekend is met het beeldende werk van kunsthistoricus Aby Warburg, weet dat non-lineair en associatief niet per definitie hetzelfde zijn als onwaar of gezwabber. Maar hoe de democratische rechtsstaat zich op duurzame wijze kan verhouden tot de crisis van de lineariteit, blijft voorlopig nog een open vraag.


Lees ook

Met oortjes in dansen we naar de ontletterde toekomst

Met oortjes in dansen we naar de ontletterde toekomst