N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Tanja Hulswit
Ik heb in het ziekenhuis een vervelende ingreep ondergaan. Met een verpleegkundige ga ik een controlefoto maken. Onderweg in de lift ga ik bijna tegen de vlakte. Ga met moeite op de grond zitten terwijl de verpleegkundige achter me zit, me steunt en instructies geeft. De liftdeur gaat open, ik kijk omhoog, er willen twee mensen instappen. „Mevrouw is even onwel geworden”, zegt de verpleegster tegen hen. „Geen probleem, fijne dag!” antwoorden ze opgewekt, en lopen naar de andere lift.
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Sinds 1998 is het mogelijk om kinderen de achternaam van hun moeder te geven in plaats van die van hun vader. Sinds vorig jaar is het ook mogelijk beide namen te geven. Eindelijk! Heel soms zie je nu weleens dat een man ook de naam van zijn vrouw aanneemt. Toch zal dit alles de patriarchale geschiedenis van de achternaam niet veranderen. En patriarchaal is die, al eeuwen, altijd, allereerst door de grote hoeveelheid patroniemen die achternamen zijn geworden, van Jansen, de zoon van Jan, tot Benali, de zoon van Ali. Daar vallen de paar Wijfjes, Vrouwtjes en Marissen (van Maria) bij in het niet. Alleen op de Antillen zijn kinderen doorgaans niet naar hun vader maar naar hun moeder vernoemd. Op Curaçao kregen mensen in 1863 achternamen als Martina, Cicilia en Angela. En Jantje, een meisjesnaam.
Veel mensen zijn vernoemd naar beroepen; in de top van meest voorkomende achternamen in Nederland staan behalve Jansen en Peters ook namen als Bakker, Visser, Smit en De Boer. Maar Baker zul je vooral uit het Engels tegenkomen, als het ook bakker betekent en niet baker, kraamverzorgster, een beroep dat door vrouwen werd uitgeoefend. Ook vroedvrouwen, wasvrouwen, juffrouwen, huisvrouwen hebben het niet tot achternaam geschopt.
Wasmannen en Huismannen zijn er wel, al is dat laatste woord een ouderwets geworden naam voor vrije boeren. Van Aasman tot Zwaardman, bij de familienamen is de man De Heer of De Man. Of ’t Mannetje, een achternaam die een onverwachte verklaring heeft. Waarschijnlijk woonde de eerste drager van deze naam in een huis met een uithangbord of gevelsteen waarop ’t mannetje in de maan was afgebeeld. Veel mensen hebben nu nog zo’n huisnaam of een andere adresnaam. Ze zijn niet vernoemd naar een mens maar naar een plek, gegeven in de tijd dat huisnummers nog niet bestonden. Ze heten dus eigenlijk Langestraat 10 of Herengracht 72. „In de vijftiende en zestiende eeuw was het [in Amsterdam] gebruikelijk om iedereen, ’t zij aanzienlijk of gering’, aan te duiden met het uithangteken van zijn huis achter zijn naam ‘zelfs in officiële stukken’”, meldt de Nederlandse Familienamenbank van het Centraal Bureau Genealogie, of CBG, waar alle circa 320.000 in Nederland voorkomende achternamen in op te zoeken zijn. Op een lijst uit het boek De Vroedschap van Amsterdam met namen van huizen uit de zeventiende en achttiende eeuw vind ik in de Amsterdamse Kalverstraat: de Beer, de Bors, Bourgonje, Brederode, de blauwe Bijl, de rode Engel, Gent, de blauwe Gravenhoed, de blauwe Hand, de vier Haringen, de witte Hen, ’t Hof van Holland, ’t blauwe Hondje, de groene Kaas, ’t witte Kalf, de Kalverendans, de drie Koningen, de Krokodil, de drie Kronen, de Landmeter, de zwarte Leeuw, de Oliekan, ’t groene Papagaaitje, ’t Paradijs, de gulden Poort, de Gelderse Rijder, ’t blauwe Schaap, de twee Spiegels, de Testoen, de witte Vos en de gulden Vijzel. En voorwaar: op vier na zijn deze huisnamen in een of andere vorm of spelling (Paard, Paert, Peerd) inderdaad achternamen geworden, zelfs de kleuren. Een nog langere lijst huisnamen uit het Jaarboek Amstelodamum 1905 bevestigt dit beeld. Je hoefde dus niet uit Gent te komen om Gent te heten; geen herder te zijn om Schaap te heten; niet ijdel te zijn om Spiegel te heten.
Alleen Gravenhoed, Kalverendans, Krokodil en Testoen uit de Kalverstraat-lijst ontbreken. Wie of wat is een testoen? Zo zijn er ook familienamen die hun betekenis niet zo makkelijk meer prijs geven. Wie weet dat een mulder een molenaar is? En Vermeulen van de molen betekent? Een Snijder is een kleermaker en een Springer een acrobaat. Sinds in 1811 de achternamen werden vastgelegd bij de nieuwe burgerlijke stand, en in 1863 alle tot slaafgemaakten ook een familienaam kregen, is er nauwelijks een nieuwe naam bijgekomen. Er zijn veel kapiteins en schippers, maar geen piloten, laat staan stewardessen. Er zijn een paar families Fabriek en Kantoor maar de fam. Chauffeur of Programmeur kom je niet tegen. Gestold verleden.
Van onze militairen en ex-militairen op televisie krijg ik nou nooit eens zin om over te stappen naar defensie, terwijl dat, denk ik, toch de bedoeling is van hun publieke optredens. Ze hebben mensen nodig, en snel ook. Zijn er echt mensen die zich voor een basissalaris willen laten uitschelden door types als Erik Wegewijs, die we kennen van Special Forces VIPS?
En dan de leiding.
Overal draaft Han Bouwmeester op. Hij is schijnbaar de hoogste in rang, of de meest mediagenieke. Fris en betrouwbaar. Wat is Han Bouwmeester eigenlijk? ‘Brigadegeneraal prof. dr.’, zoals hij laatst bij NPO Radio 1 en Café Kockelmann werd aangekondigd? Of ‘kolonel’, zoals ze hem bij de podcast Europa Draait Door noemen. Of is dat hetzelfde? En waarom heeft hij de ene keer wel en de andere keer geen uniform aan? Mag hij dat zelf weten? Is het net als bij boswachter Arjan Postma die er vanwege zijn merk voor kiest om altijd in beige blouse en met padvindershoed te verschijnen. Bij WNL op Zondag stond Han eind vorig jaar in uniform met een aanwijsstok voor een landkaart te vertellen dat de Russen geen goede reputatie hebben bij het oversteken van rivieren. Doen wij dat dan beter? Wanneer zijn wij voor het laatst een rivier overgestoken? Is Han Bouwmeester weleens met een brigade een rivier overgestoken?
Hoezo hebben deze mensen verstand van alles?
Generaal buiten dienst Mart de Kruif mag overal aanschuiven om over goed en fout te praten. Het rechtvaardigheidsgevoel druipt eruit. Dieptepunt: de keer dat hij zei dat Feyenoord mocht bellen als ze nog iemand nodig hadden voor de teambuilding. Ik hoop dat hij datzelfde aanbod nooit doet aan Vitesse. Want die bellen op zeker wel. En we staan toch al kansloos laatste in de laagste divisie van het betaalde voetbal. Ik vind Mart de Kruif een aardige kerel, we komen uit hetzelfde gebied, maar ik zou in oorlogstijd de andere kant op lopen. Hij biechtte me voorafgaand aan een talkshow ooit op dat hij heel vroeger verkering had met de zus van de oppas, dus het had ook zomaar verkeerd met me kunnen aflopen, maar hij is tegelijkertijd behept met de last om altijd ‘het goede’ te doen.
Samen met voormalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm staat Mart ook in de theaters waar ze hun publiek voorhouden dat geweld echt de allerlaatste optie is.
Onze militaire leiders spreken vaker groepen burgers en studenten toe dan militairen, want die zijn er (nog) niet.
Marcel van Roosmalen schrijft op maandag en donderdag een column.
Mijn dochter van elf heeft een TikTokfilmpje ontdekt waarin op het nummer ‘I say a little prayer’ een dansje wordt gedaan. Tot haar verbazing zing ik hardop mee. Als ik haar vertel dat de originele versie al meer dan vijftig jaar geleden door Dionne Warwick werd gezongen, is ze matig geïnteresseerd. Wel komt er nog een vraag: „Als dat nummer al zo oud is, waarom heeft ze het dan nu pas op TikTok gezet?”
Frederique Noordhoff
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]