Opinie | De wolf is de zoveelste totem in de cultuurstrijd

Afgelopen zaterdag liep ik met mijn hond over de grote zandverstuiving naast de A28 bij Harderwijk. Pakweg een halve vierkante kilometer aan zandduinen, omringd door naaldbomen. Prachtig.

Halverwege stuitten wij op gave afdrukken van wat alleen wolvenpoten konden zijn. Veel groter dan die van een hond en met duidelijke nagelafzet.

Op de terugweg kwamen we bij een verhoginkje in het landschap van waaraf je een schitterend uitzicht over de zandkuil hebt: golvend zand, zo ver het oog reikt. Plotseling werd mijn blik getrokken door iets glinsterends, vlak voor mijn voeten. Het bleken een stuk of twintig koperen hulzen te zijn.

Toen ik ze ’s middags aan een vriend toonde en hem vertelde waar ik ze had gevonden, zei hij dat het een favoriete plek van wolvenjagers was. Ook kon hij mij vertellen dat ze elkaar in appgroepjes trots vertelden dat ze er al minstens vijftien hadden omgelegd en in het Randmeer hadden gedumpt.

Wolvenmeldpunt

Sinds 2018 is Canis lupus terug in Nederland. Het begon met één wolf uit Bremen. Toen werden het er twee. Inmiddels dwalen er meer dan honderd wolven door het land, levend in elf roedels. Concentreerden ze zich eerst in het noorden van de Veluwe, al gauw verspreidden ze zich over de hele Veluwelong en inmiddels hebben ze zich ook op de Utrechtse Heuvelrug gevestigd.

Met hun verspreiding over de laatste bossen van Nederland is de kans op ontmoetingen tussen mens en wolf toegenomen. Vorig jaar ontving het Wolvenmeldpunt 2.668 zichtmeldingen. En met de toename van hun aantallen nam ook de schade onder vee toe. Vorig jaar werden 729 boerderijdieren door wolven gedood, merendeels schapen. Dat aantal valt overigens in het niet bij de vier- tot dertienduizend dieren die jaarlijks door loslopende honden worden verwond of gedood.

En dus zijn er wetten, regels, fondsen en instanties opgetuigd om het contact tussen mens en wolf te regelen. Zo is er een ‘interprovinciaal wolvenplan’ gekomen, zijn er eisen opgesteld voor ‘wolfwerende rasters’, is er een pilotstudie ‘kuddebewakingshonden’ geïnitieerd, en is er dus een ‘Wolvenmeldpunt’ opgetuigd. En zoals tijdens het Kamerdebat van afgelopen week bleek, zijn daar inmiddels ‘probleemwolven’, een ‘Noordwest-Europese wolvensamenwerking’ en een wetenschappelijke ‘habitatsgeschiktheidsanalyse’ bijgekomen.

De technocratie die de Nederlandse politiek kenmerkt dient om de tegenstelling die rond de wolf is ontstaan, weg te masseren. De woede die de veehouder voelt als hij ’s ochtend een doodgebeten schaap in de wei aantreft, botst namelijk hard met de bijzondere ervaring die een wandelaar haalt uit een plotselinge ontmoeting met de wolf. Waar de een bedreiging van have en goed ziet, ervaart de ander het sublieme van de natuur.

Cultuurstrijd

Zo is na de boer, de windmolen, de warmtepomp en de Tesla nu de wolf aan de beurt om uit te groeien tot een totem van de cultuurstrijd tussen vermeende stedelingen en plattelanders die sinds de boerenprotesten van 2019 over stikstofnormen aan de oppervlakte is gekomen. BBB wist breed ervaren gevoelens van onvrede in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023 knap om te smeden tot een cultuurstrijd waarvan de archetypische boer met zijn connotaties van stuursheid, stoerheid en gezond verstand het ankerpunt vormde.

Dit is niet iets exclusief Nederlands. In heel Europa is de wolf aan een opmars bezig. En dus is in heel Europa een strijd om de ruimte losgebarsten tussen burgers die hechten aan groen en natuur en boerengemeenschappen die zich tegen die nobele voornemens verzetten.

Onderzoek onder Griekse en Italiaanse boeren leert dat het verzet tegen de wolf niet alleen de voortzetting van een eeuwenoude vijandschap tussen boeren en dieren in het wild is, maar dat er ook een diepere laag van veronachtzaming en vernedering achter schuilgaat. De ondervraagden geven aan dat ze zich zorgen maken over hun toekomst, dat ze zich speelbal voelen van besluiten die zonder hen zijn genomen, dat ze financieel vermalen worden tussen staat en grootbedrijf, en dat ze zich door politiek en pers gekleineerd voelen. Al sinds Karl Marx is de boer in de ogen van de stedelijke elite achterlijk, primitief en onderontwikkeld.


Lees ook

Stop met dit wolven-drama; Nederland is geen wildernis

Een schapenboer treft dode schapen aan in zijn weiland in Westdorp bij Borger.

Dichterbij dan Zutphen

Het is in Nederland niet anders. Ook hier zijn politiek en pers geconcentreerd in de Randstad. Ook hier komen politici en journalisten overwegend uit de stad. Ook hier hebben zij veelal een kosmopolitische oriëntatie: Washington is dichterbij dan Zutphen, zeg maar. Ook hier domineren stedelijke vraagstukken het publieke debat. Ook hier investeert de staat meer in stad dan in platteland. Ook hier hebben staat en pers zich uit het platteland teruggetrokken: buslijnen zijn verdwenen, de huisartsenpost en apotheek zijn dicht, het dorpsschooltje is gesneefd, de bakker is weg, en het lokale sufferdje heeft het loodje gelegd. Dit is de achtergrond van de politisering van de wolf.

Inmiddels weten we hoe je natuurbeleid níet moet doen. Afdwingen met behulp van rekenmodellen die worden gepresenteerd als eenduidig en onfeilbaar is een recept voor rampspoed. Een open gesprek met lokale gemeenschappen over hoe samen te leven met de wolf is veel kansrijker.

Maar alleen als bij pers en politiek de fixatie op stad en westen overboord gaat. Er wonen tien miljoen Nederlanders buiten de Randstad. En ook die doen er toe.

En alleen als we gaan inzien dat in dit kleine land niet alles kan. Met wat minder expats (pakweg twee derde van de totale migratie) zou de bevolking ieder jaar een beetje krimpen. Met wat minder jachtgebieden voor de koning en grootindustriëlen, minder oefenterreinen voor Defensie en een inkrimping van de veestapel, zouden we meer ruimte voor de wolf overhouden en kunnen we dit prachtige dier uit de cultuurstrijd halen waarin het buiten zijn schuld terecht is gekomen.