Een plezierig café in Tel Aviv. De cappuccino smaakt uitstekend en de croissant is perfect. Het is haast ongelooflijk dat zeventig luttele kilometers verderop mensen dagelijks worden beschoten en gebombardeerd, terwijl nog dichter bij mensen op de Westelijke Jordaanoever uit hun huizen worden gedreven door gewapende kolonisten.
Wat niet wil zeggen dat Israëliërs geen aandacht besteden aan de oorlog in Gaza. Er worden felle discussies over gevoerd op de televisie. Het ontbreekt ook niet aan beelden van verwoeste Palestijnse steden. Overal merk je de woede over de oorlog, en over de pogingen van Benjamin Netanyahu om er eindeloos mee door te gaan, en bovendien à la Donald Trump de democratische instellingen van Israël te ondermijnen door iedereen te ontslaan die zijn autoritaire neigingen in de weg zit.
Dagelijks demonstreren burgers in Tel Aviv en Jeruzalem tegen de oorlog en tegen Netanyahu. De premier en zijn kabinet van extremisten worden door menigeen als fascisten bestempeld. Ik hoorde van een voormalige luchtmachtpiloot dat hij zou weigeren te dienen in een onaanvaardbare oorlog. Een kennis vertelde dat hij het land zou verlaten als zijn zoon zou worden opgeroepen. En een bekende schrijver wanhoopte dat zijn land zou worden verscheurd door de haat tussen Israëliërs, om nog maar te zwijgen over de haat tussen Joden en Palestijnen.
Slecht begrepen
Tegenstanders van Netanyahu en de oorlog voelen zich vaak geïsoleerd. De buitenlandse banden van culturele en academische instellingen worden dikwijls door boycots verbroken. Menig Israëliër heeft het gevoel van alle kanten te worden belaagd – thuis door Netanyahu en zijn fanatieke aanhangers, en van buiten door critici die alle Israëliërs verantwoordelijk achten voor de gruwelen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
Dat veel Israëli’s zich daarom slecht begrepen voelen, is begrijpelijk. Guilt by association is nooit terecht. Culturele boycots treffen vaak juist de mensen die zich afzetten tegen de misstanden in hun land.
Toch ontbreekt er iets fundamenteels aan de vele demonstraties tegen de oorlog en voor de democratie in Israël: haast niemand heeft het over de Palestijnen. Overal hangen spandoeken en posters waarop te lezen staat dat de gijzelaars moeten worden bevrijd. Veel Israëliërs, of ze nu links zijn of rechts, dragen gele lintjes. Op het plein voor het fraaie museum van moderne kunst in Tel Aviv staan ontroerende installaties die het ijselijke lot van de gijzelaars herdenken. In praatshows op de televisie is eindeloze kritiek te horen op het regeringsbeleid, dat zou kunnen leiden tot de dood van alle gijzelaars die nog vastzitten in zompige tunnels en martelkamers.
Maar ondanks de beelden van kapotgebombardeerde steden, zie je nergens wat de Palestijnen in Gaza is overkomen; geen dode kinderen onder het puin, geen mensen die van de honger creperen, geen gezinnen zonder dak boven hun hoofd.
Deze verschrikkingen worden wel vermeld in Haaretz, maar slechts een paar procent van de Israëlische bevolking leest die uitstekende krant. De meeste mensen vinden het gemakkelijker om te doen alsof het lot van de Palestijnen hen niet aangaat. Erger nog, het is alsof de aandacht voor Palestijns leed zou getuigen van slechte smaak; het zou alleen maar meer antisemitisme kunnen aanwakkeren. Ik hoorde van iemand die tijdens een demonstratie het onderwerp probeerde aan te snijden – de microfoon werd haar ontnomen.
In Jeruzalem ontmoette ik een vrouw van een jaar of vijftig. Zij was fel tegen Netanyahu. Zij sprak Arabisch, was niet bekrompen, en was tegen de oorlog. Zij houdt zich nu voornamelijk bezig met een liefdadigheidsactie voor mensen in nood. Ik vroeg haar of ook Arabische mensen daarvoor in aanmerking kwamen. Dat was helaas niet mogelijk, zei ze zuchtend. De Palestijnen zeggen wel dat ze vrede willen, zei ze, maar ze staan als één blok achter de afschuwelijke moorden, ontvoeringen, en verkrachtingen van 7 oktober 2023. Beelden van de Holocaust kwamen bij haar op. Weer een diepe zucht: met zulke mensen kon je niet meer omgaan.
Schok van 7 oktober
Het is te gemakkelijk om dit uitsluitend toe te schrijven aan racisme of stompzinnigheid. Veel Israëliërs denken er precies zo over. Hier kun je kritiek op leveren. Gebrek aan aandacht voor het leed van de Palestijnen is niet goed te praten. Maar het is óók dwaas om de schok van 7 oktober te onderschatten. Op die dag vielen Joden ten prooi aan iets waarvan zij dachten dat het nooit weer zou gebeuren. Een eeuwenlange geschiedenis van vervolging, vernedering en moord kwam plotseling weer tot leven.
Deze reactie zou ook hebben plaatsgevonden zonder Netanyahu als cynische, oorlogszuchtige premier. Hij is bovendien niet de eerste leider die de lange Joodse lijdensweg, met de Shoah als afschuwelijke climax, voor politieke doeleinden heeft benut. Dat begon al in 1961 met David Ben Goerion tijdens het proces tegen Adolf Eichmann. Maar meer nog dan zijn voorgangers heeft Netanyahu zich opgesteld als voorvechter van het idee dat de Palestijnen een even groot existentieel gevaar vormen als de nazi’s, en dat alleen hij, Benjamin Netanyahu, de Joden kan behoeden voor een tweede Holocaust.
Hij heeft hen niet behoed voor 7 oktober. En dat wordt hem zeer kwalijk genomen. Maar veel Israëliërs delen zijn spookbeeld dat Israël in zijn bestaan wordt bedreigd, niet alleen door Hamas, maar door alle Palestijnen. In een strijd om te overleven is er weinig plaats voor compassie met de vijand. Daarom vinden veel weldenkende mensen het onmogelijk een autoritaire, zelfzuchtige leider te verafschuwen, en tegelijk weerstand te bieden aan de angsten die hij zo zorgvuldig heeft opgehitst.
