Het spoedadvies van de Raad van State van afgelopen maandag bevat een vernietigend oordeel over de voorgestelde asielwetgeving van minister Faber (Asiel en Migratie, PVV). Dat komt niet uit de lucht vallen. Hoe is het zover gekomen?
Direct bij het aantreden van kabinet-Schoof (juli 2024) claimde de PVV het „strengste asielbeleid ooit” te gaan uitvoeren: minder instroom van en Nederland zo onaantrekkelijk mogelijk maken voor asielzoekers. Hoe dat moest worden bereikt, werd echter niet duidelijk gemaakt.
Alternatieve route
Eerst werd getracht om het parlement te omzeilen door te pleiten voor noodwetgeving. Weinigen begrepen dat: hoezo noodwetgeving? Welke natuurramp had er dan plaats gevonden? Na maanden van vooral buitenparlementaire discussie, werd deze doodlopende weg verlaten omdat de noodzakelijke dragende motivering ontbrak.
Het alternatief was geen noodwet maar een asielnoodmaatregelenwet plus een wet voor de herinvoering van een tweestatusstelsel. Dat systeem was in 2001 met de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet door Cohen juist afgeschaft, omdat het verschil in voorzieningen behorende bij verschillende status juist leidde tot succesvol doorprocederen voor een status met meer voorzieningen. Alhoewel de kwalificatie ‘spoed’ nog steeds werd gehanteerd, duurde het tot eind november 2024 voordat de wetsvoorstellen gereed waren.
Normaal gesproken is er dan een internetconsultatie zodat burgers, uitvoeringsorganisaties, de rechtspraktijk, wetenschappers en het maatschappelijke middenveld kunnen reageren op de wetsvoorstellen. Op basis van een dergelijke consultatie kan de minister dan de voorstellen verduidelijken, aanpassen of corrigeren.
Staatsrechtelijke doodzonde
Maar de minister had haast en dus sloeg ze de internetconsultatie over. Wel werd een aantal organisaties aangeschreven met het verzoek om advies uit te brengen. De minister gunde deze organisaties echter slechts één week de tijd om te reageren: een staatsrechtelijke doodzonde.
Bovendien werd aan het verzoek toegevoegd dat de minister er van uit zou gaan dat de aangeschreven organisatie geen prijs stelde op het geven van advies indien er niet binnen een week zou zijn gereageerd.
Alle aangeschreven organisaties reageerden als door een wesp gestoken. De voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de politie, de Orde van Advocaten, en zelfs de ‘eigen’ immigratiedienst IND trokken allemaal aan de noodrem: doe dit niet, dit is onverantwoordelijk.
Daarnaast was de Adviesraad Migratie ook niet geraadpleegd terwijl die een wettelijk voorgeschreven adviestaak heeft. Ook het College voor de Rechten van de Mens, de UNHCR, VluchtelingenWerk of het Centraal Orgaan opvang asielzoekers was niet gevraagd om mee te denken.
De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak wees de minister er fijntjes op dat de Raad een wettelijke taak heeft om te adviseren en dat een adviestermijn van een week tijd „geen goede basis biedt voor serieuze en zorgvuldige advisering”.
Ingehouden woede
Het mocht niet baten. De wetsvoorstellen werden na de ministerraad van 20 december doorgestuurd naar de Raad van State met het verzoek om een spoedadvies. Amper zes weken later had de Afdeling Advisering van de Raad van State het advies vastgesteld en aan de minister toegestuurd. De strekking van het advies was: doe dit niet. Onder de beheerste en beleefde formuleringen kan de ingehouden woede van de auteurs worden gesignaleerd.
In de adviezen wordt een vijftal buitengewoon negatieve kwalificaties gegeven. Ten eerste is de voorbereiding onzorgvuldig geweest; er is geen enkel bewijs aangedragen voor de stelling dat het aannemelijk is dat de voorgestelde maatregelen tot het beoogde doel zullen leiden. Ten tweede zijn er wel talloze aanwijzingen dat deze voorstellen tot een vergroting van de achterstanden, een hogere werkdruk, een ontoelaatbare toename van het aantal rechtszaken, en een nog grotere druk op de asielopvang zullen leiden.
Ten derde is er op geen enkele manier rekening gehouden met het Europese Asiel- en Migratiepact dat uiterlijk medio 2026 ook een fors aantal aanpassingen van de vreemdelingenwet zal vergen. In de vierde plaats zal de voorgestelde onmiddellijk ingang fundamentele problemen opleveren omdat verschillende regels in gelijke gevallen zullen moeten worden toegepast. Ten slotte wijst de Raad van State er fijntjes op dat er weliswaar „een politieke wens is om met spoed stappen te zetten tot aanscherping van het nationale asielbeleid”, maar dat dit „onvoldoende grond is om stappen in de voorbereiding van wetgeving over te slaan”.
Luisteren naar kritiek
Kortom, dit is broddelwerk. Maar, zoals viel te verwachten, was de minister noch haar partijleider van zins om ook maar iets aan de wetsvoorstellen te veranderen. Alsof het luisteren naar kritiek al een teken van zwakte is. De minister zei – op vrijdag – dat ze het advies nog niet had gelezen, maar dat het slechts een advies was: „ik kan ermee doen wat ik wil”.
En dat is precies de achilleshiel van dit kabinet. Elke vorm van dialoog is uitgesloten. En kritiek daarop of zelfs het bevragen van de bewindspersoon naar de achterliggende analyse van een voorstel, wordt direct afgeserveerd als niet nuttig, want ‘we hebben haast’. Daarmee wordt elke argumentatie omtrent de inhoud en de effectiviteit van deze maatregelen nutteloos.
En daar gaat het deze minister ook niet om. Waar het wel om gaat is zo veel mogelijk ophef veroorzaken opdat er bij de aanstaande verkiezingen kan worden verkondigd: Wij willen wel, maar het mag niet van – noem maar op – ambtenaren, wetenschappers, media, rechters.
‘Beste asielbeleid ooit’
Er is echter een alternatief. Je zou kunnen kiezen voor ‘het beste asielbeleid ooit’: een beleid waarbij een reële inspanning wordt geleverd om oorlogen en conflicten te beëindigen. Dan worden er ook geen vluchtelingen gecreëerd en komen er ook geen asielzoekers meer. Alleen vereist zo’n beleid een internationale blik, geduld, tact, inlevingsvermogen en mogelijkheid tot overleg.
Je zou dat ook een vorm van goed bestuur kunnen noemen in een rechtsstaat. Een bestuur dat betere wetten maakt, meer oog heeft voor de uitvoering en gevolgen. Een cultuur waarin inhoud, transparantie en een respectvolle omgang met elkaar centraal staan. Goh, waar heb ik dat eerder gelezen?
Lees ook
De Raad van State waarschuwt het kabinet om het effect van de asielwetten niet te overschatten
