Een koninklijke onderscheiding wordt weleens geweigerd – door de ontvanger. Maar een lintje dat wordt geweigerd, niet eens door de gever (de koning) maar door de verantwoordelijke minister? „Het is voor het eerst dat om principiële redenen” een minister het Koninklijk Besluit niet wil voorleggen aan de Koning, zegt het Kapittel voor de Civiele Orden, dat de ministers adviseert over de voordrachten.
Zondag onthulde De Telegraaf dat minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) zich verzet tegen een onderscheiding voor vijf mensen die zich hebben ingezet voor vluchtelingen, onder meer bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Een onderscheiding is volgens de minister strijdig met haar beleid.
Gewoonlijk beslist een minister „op basis van het zwaarwegende advies” positief. Over hoe nu verder „wordt nog gesproken”, zegt het Kapittel, dat verder geen commentaar wil geven. Volgens artikel 9 van het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau moet de voordracht dan in de ministerraad worden voorgelegd.
Het is ook mogelijk dat een andere minister de voordracht doet; de 38 vrijwilligers die vorig jaar werden onderscheiden voor hun inzet voor vluchtelingen deden in vrijwel alle gevallen ook ander vrijwilligerswerk. Ze waren actief bij gehandicaptenzorg of pleegzorg, in de kerk of moskee, hielpen bij armoedebestrijding of jeu de boules. Het merendeel van de 3.375 gedecoreerden kreeg een lintje voor vrijwilligerswerk.
Criteria
Onder burgemeesters en commissarissen van de koning bestaan zorgen dat Faber door haar weigering het onderscheidingssysteem politiseert. Ze wijzen op „objectieve criteria, los van persoonlijke voorkeuren of achtergronden” die ervoor zorgen of iemand wel of niet wordt onderscheiden. Want aan de onderscheidingen gaat een heel proces vooraf. Alleen de onderscheiding voor ministers en staatssecretarissen die langer dan een jaar hebben gediend, is een automatisme, op voordracht van de premier.
In alle andere gevallen brengen de burgemeester en vervolgens de commissaris van de koning advies uit aan het Kapittel over een voordracht. Dat hoeft niet positief te zijn, maar burgemeester en commissaris zijn verplicht de aanvragen door te sturen. Alleen al in Zuid-Holland gaat het om zo’n achthonderd aanvragen per jaar.
Alleen de onderscheiding voor ministers en staatssecretarissen die langer dan een jaar hebben gediend, is een automatisme
Het Kapittel toetst deze vervolgens. Bij hoge uitzondering mocht NRC tien jaar geleden een vergadering bijwonen, waar tweemaal per week zo’n tachtig aanvragen worden besproken. Daar kan een voordracht negatief worden beoordeeld. In 2023 werden 285 voorstellen niet gehonoreerd.
De burgemeester is dan al nagegaan of iemand zich buiten diens normale werk om ‘uitzonderlijk heeft ingezet voor de maatschappij’ en of iemand ‘van onbesproken gedrag’ is. Boetes voor te hard rijden worden na enige tijd door de vingers gezien, zedenmisdrijven niet.
„Burgemeesters benaderen deze procedure met de grootst mogelijke zorgvuldigheid, omdat zij zich realiseren hoe waardevol deze onderscheiding is voor de personen die haar ontvangen”, zegt burgemeester Marianne Schuurmans van Haarlemmermeer in een verklaring namens het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.
Ondermijning
René Paas, commissaris van de koning in Groningen, benadrukt op LinkedIn namens zijn collega’s ook de „zorgvuldige en objectieve procedure” en schrijft dat het „goed gebruik” is dat de minister de adviezen van het Kapittel opvolgt. „Deze werkwijze waarborgt de integriteit en het apolitieke karakter van het decoratiestelsel. Het niet ondertekenen van dergelijke voordrachten op basis van persoonlijke beleidsopvattingen kan de objectiviteit van het systeem ondermijnen en leidt tot ongewenste politisering.”
Dat zegt ook Peter Rehwinkel, staatsrechtdeskundige en waarnemend burgemeester in Alphen aan den Rijn. Hij was als Tweede Kamerlid betrokken bij de herziening van het decoratiestelsel, toen werd besloten niet meer automatisch onderscheidingen voor dienstjaren te geven. „De minister neemt het advies normaal over, behalve kennelijk deze minister.”
Het niet ondertekenen vanwege persoonlijke beleidsopvattingen kan de objectiviteit van het systeem ondermijnen
Rehwinkel: „Het gaat niet om degene die het lintje uitreikt, maar om degene die het krijgt. Het hoort niet om de bestuurder of politicus te gaan; ik heb honderden lintjes uitgereikt, ik ben zelf niet kerkelijk maar met groot plezier speld ik de onderscheiding op bij iemand die zijn of haar verdiensten voor de samenleving in de kerk heeft liggen.”
Burgemeester Schuurmans noemt het „van groot belang dat de procedure zorgvuldig verloopt, zodat discussie achteraf over de ontvangers wordt vermeden”. Discussie die de Koning in verlegenheid kan brengen, maar vooral de gedecoreerden.
Lees ook
Wie bepaalt eigenlijk of je een lintje krijgt?
Willem-Alexander
Dat was twee jaar geleden de reden dat de Raad van State besloot dat de criteria op basis waarvan burgemeester, commissaris en Kapittel hun oordeel baseren, niet openbaar hoeven te zijn. Die werden vastgelegd in het Vademecum Decoratiestelsel en de Handleiding Decoratiestelsel. De Afdeling bestuursrechtspraak vond dat bij openbaarheid het risico bestond dat als een voorgedragen persoon níét zou worden gedecoreerd, diens omgeving daarover vragen zou kunnen stellen. Zou die persoon niet van ‘onbesproken gedrag’ zijn?
Als het Kapittel positief oordeelt, beslist de minister en bekrachtigt de Koning door zijn handtekening onder het Koninklijk Besluit te zetten. Zoals Willem-Alexander jaarlijks meer dan 2.300 Koninklijke Besluiten ondertekent: benoemingen, naturalisaties, gratieverzoeken en de besluiten voor de ridderorden die – voor het overgrote deel tijdens de Algemene Gelegenheid op zijn verjaardag – worden uitgereikt. Die valt dit jaar op zondag, de lintjesregen is daarom op 25 april.
Lees ook
Het heeft Zijne Majesteit behaagd… 3.375 mensen krijgen vandaag een lintje
