Er komt een nieuw onderzoek naar de sociale veiligheid bij het Amsterdamse theaterplatform Likeminds. Dat heeft de Raad van Toezicht van Likeminds, onder interim-voorzitterschap van strategisch adviseur, marketingspecialist voor non-profits en fondsenwerver Vroukje Boenk, donderdag bekend gemaakt. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de stichting Sociale Veiligheid Podiumkunsten en zal, zo belooft de Raad, zowel oud-medewerkers als huidige medewerkers en makers omvatten. Alles om „een gezonde en veilige toekomst van Likeminds te borgen”, schrijft de Raad in zijn verklaring op de website van Likeminds.
Het nieuwe onderzoek komt na een publicatie in NRC begin september van dit jaar, waarin zestien (oud)-medewerkers en makers directeur Jarrod Francisco beschuldigden van langdurig grensoverschrijdend gedrag. Uit het onderzoek bleek verder dat de bedrijfsvoering van het theaterplatform niet transparant was. Zo werden jaarrekeningen maar deels gepubliceerd, werden medewerkers tot en met 2021 niet conform de CAO Toneel en Dans betaald, en bestond er onduidelijkheid over de hoogte van het topsalaris van directeur Jarrod Francisco.
Lees ook Langdurig grensoverschrijdend gedrag en gesjoemel bij geprezen theaterhuis Likeminds
Een dag na de publicatie van het onderzoek werd Francisco op non-actief gesteld. Ook Pierre Ballings, toezichthoudend voorzitter van Likeminds sinds 2003, trad af. Nicolien Luttels, ex-zakelijk leider van theatergroep Orkater, maakt sinds 11 oktober op interim-basis deel uit van de directie van Likeminds, naast de zittende zakelijk directeur Sanne Boersma.
Of directeur Jarrod Francisco nog terugkeert bij Likeminds is onduidelijk. Huidig RvT-voorzitter Vroukje Boenk stelt desgevraagd dat daarover „in een later stadium” zal worden bericht.
„Een gedicht in de morgen, en je kijkt anders naar je zorgen.” Met deze woorden prees de schrijver Adriaan van Dis afgelopen najaar het boek De gedichtenapotheek van Philip Huff aan. Het boek gaf een keur aan poëzie die je kon lezen wanneer je depressief, eenzaam of verlaten was. Het idee dat met poëzie de geestelijke gezondheid bevorderd kon worden, bestaat al langer – en komt voort uit het idee dat kunst empathie kan kweken. Er bestaan zelfs instituten, zoals The Institute for Medicine, waar voor elke gemoedstoestand een gedicht bij is gezocht.
Behalve tips van liefhebbers om bepaalde zinnen tot je te nemen, zijn er ook artsen die museumbezoek als medicijn voorschrijven. In 2019 somde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) al op hoe kunst gezondheid kon beïnvloeden, en sindsdien wordt dat idee vaker overgenomen. De recentste enthousiaste omarming van dat idee vond onlangs plaats in het Zwitserse Neuchâtel, waar vorige maand een pilot van twee jaar van start ging: artsen schrijven recepten ‘museumbezoek’ voor. Met zo’n briefje kunnen de patiënten gratis naar binnen in elk museum in de stad. Het kan daarbij gaan om burn-outklachten, maar ook als voorbereiding op een operatie of om hoofdpijn te voorkomen, schrijft persbureau AP. Tot nu toe zijn er vijfhonderd kunstrecepten uitgeschreven door artsen.
Neuchâtel heeft niet de primeur. Het idee begon in 2018 in het Canadese museum Montreal Museum of Fine Arts, waar ze bedachten dat niet alleen beweging en natuurwandelingen ziektes kan voorkomen, maar kunst kijken ook een positieve werking kan hebben. Het idee werd interessant gevonden door andere musea en kunstdisciplines, maar aanvankelijk vonden ze weinig weerklank, vertelt initiatiefnemer en toenmalig museumdirecteur Nathalie Bondil, in The Guardian. In Montreal wees onderzoek uit dat museumbezoek goed is voor mensen met bijvoorbeeld eetstoornissen, ADHD en hartproblemen.
In 2019 volgde een WHO-rapport, waarin werd bevestigd dat wie maandelijks een museum, theater of concert bezoekt, de veroudering van hersenen vertraagt en de kans op dementie daarmee verkleint. Ook kan kunst volgens dit rapport de impact van iemand die een trauma heeft verminderen en – kort samengevat – de kans op ‘vroegtijdige sterfte’ verlaagd worden. Sinds 2022 werden de plannen uitgebreid in het Zuid-Franse Montpellier. Daar begon in 2022 MO.CO (Montpellier Contemporain) een samenwerkingsverband met de afdeling Psychiatrische Spoedeisende Hulp en Post-Spoedzorg (DUPUP) van het academisch ziekenhuis van Montpellier onder de titel ‘Kunst op Recept’.
Kunst als strafmaatregel
Met literatuur werden dit soort acties al eerder gedaan, niet door artsen maar door rechters. Lezen werd ingezet als strafmaatregel. In 2012 bijvoorbeeld kreeg een wegpiraat van een Belgische rechter de opdracht om Tonio van A.F.Th van der Heijden te lezen, de roman over de dood van zijn zoon die door een vrachtwagen was aangereden. In de Verenigde Staten kwam in 2017 een rechter met de opdracht dat jongeren die racistische leuzen op een muur hadden geklad, romans moesten lezen. Hij gaf ze een lijst van 35 boeken mee – waarop onder meer werken van Elie Wiesel, Maya Angelou en Khaled Hosseini stonden – waarvan ze er vijf moesten kiezen. Elke week moesten ze terugkomen om over een van de werken te praten. Zo werd kunst (literatuur) ingezet om gedragsverandering te bewerkstelligen. Dit werkte in zoverre, dat er geen recidive was, maar het is de vraag of het een goed idee is kunst als strafmaatregel in te zetten, omdat de associatie kunst als strafwerk weinig meewerkt aan een goed imago.
Dat is dus anders met artsen die museumbezoek voorschrijven. Hier wordt gesteld dat kunst helend kan zijn, en niet alleen voor je mentale conditie, maar voor het hele lichaam – en dat idee vindt steeds meer navolging. De overheidsinstelling Mass Cultural Council in Boston heeft zelfs als missie om cultuuraanbod en de gezondheidszorg aan elkaar te koppelen (voor zolang als het nog duurt met de bezuinigingen vanuit de Trump-regering op onder meer gezondheidszorg én cultuur). „Er zijn veel gezondheidsklachten die we niet adequaat kunnen behandelen, zoals stress en trauma, chronische ziektes, waarvan we weten dat die een enorme impact hebben op andere ziektes en levensduur”, schrijft de organisatie op haar site. Ze deed onderzoek naar de uitwerking van kunst op gezondheid en ook hier waren de uitkomsten positief. Reden om in 2022 CultureRx te starten.
Nu de resultaten positief zijn, verwachten onderzoekers dat de recepten uitgebreid worden naar theater en concerten, aldus The Guardian. In Nederland bestaan dergelijke initiatieven niet echt – al hebben artsen wel gepleit voor muziek na operaties – maar met deze onderzoeksresultaten is met de stijgende zorgpremies vanaf 2027 de museumjaarkaart in het zorgpremiepakket wellicht een goed idee.
Stel: de verhalen die we elkaar vertellen bepalen de manier waarop we naar de wereld kijken. Betekent een nieuwe manier van verhalen vertellen dan ook een nieuwe kijk op de wereld? En, als dat zo is: wat zouden we in onze verhalen kunnen veranderen, om een vruchtbaarder perspectief op onze wereld mogelijk te maken?
Met die vragen, toegespitst op theater, houden dramaturgen Paulien Geerlings en Nina van Tongeren zich bezig. In het dramaturgenkamertje in het pand van jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij vertellen de twee over hun onderzoek naar ‘dramaturgy of care’; een verhaalstructuur waarin het begrip ‘zorg’ centraal staat.
Over ditzelfde thema modereert Van Tongeren op Shakespeare is Dead, het festival voor de nieuwe theatertekst, een zogenaamde ‘breakoutsessie’; een gesprek met twee theatermakers van wie het werk – volgens Geerlings en Van Tongeren althans – naadloos past binnen dit concept van ‘care’.
Geerlings: „Tijdens een theaterconferentie in Lissabon, in 2022, bezocht ik een lezing van de Noorse filosoof Tove Pettersen over ‘care ethics’; een ethiek van zorg. Op het moment dat je ervoor kiest om zorg, zorgzaamheid, als de belangrijkste waarde te beschouwen, zei zij, verschuift alles wat zich op dit moment in de marges begeeft automatisch naar het centrum van de aandacht. Pettersen had het over zorg in het algemeen: een veilige werkomgeving, verbondenheid, respect, aandacht voor machtsverhoudingen. Wij vragen ons nu af: wat gebeurt er als je die focus op zorg doortrekt naar de inhoud van de voorstellingen die je maakt? Naar het verhaal dat je vertelt? Hoe ziet zo’n verhaal er dan uit?”
Wat gebeurt er als je de maatschappelijke behoefte aan zorg doortrekt naar de inhoud van de voorstellingen die je maakt?
Focus op conflict
Van Tongeren: „In de structuur van de verhalen die we gewend zijn, ligt er een grote focus op conflict. Er is een held, die moet een strijd leveren, en aan het eind van het verhaal heeft hij die strijd gewonnen. Of niet. Die structuur vind je niet alleen terug in klassieke verhalen; het beïnvloedt al onze observaties. Zelfs als je vertelt dat je naar de supermarkt bent geweest, giet je het waarschijnlijk onbewust in die vorm.”
Geerlings: „Killer stories, noemde schrijver Ursula K. Le Guin het.”
Van Tongeren: „Het kapitalisme zou je de politieke vertaling van een killer story kunnen noemen. Een wereld waarin het recht van de sterkste geldt. Waarin we almaar meer willen. Waarin we ons aangemoedigd voelen om de aarde te exploiteren.”
Paulien Geerlings en Nina van Tongeren.
Foto Roger Cremers
Terwijl de gevolgen van die wereldbeschouwing zich steeds sterker aftekenen, zie je ook een tegenbeweging ontstaan, zegt Geerlings. „Op veel plekken in de samenleving neemt de behoefte aan zorgzaamheid toe. Denk aan #Metoo. Black lives matter. Klimaatactivisme. En we zien die focus op zorg ook steeds meer terugkomen in het werk van theatermakers.”
In de productie Lacrima bijvoorbeeld, van regisseur en schrijver Caroline Guiela Nguyen, waarin het proces van het maken van een bruidsjurk centraal staat. Geerlings: „Er komen wel allerlei conflicten aan bod, maar de voorstelling draait niet om die conflicten, maar om het feit dat die conflicten het maken van de bruidsjurk dwarsbomen.” Van Tongeren: „Als publiek denk je vooral: stop alsjeblieft met ruzie maken, dat kost zoveel tijd en energie.” Geerlings: „In voorstellingen waarin zorg de leidraad vormt, is dat vaak waar hem de dramatische spanning in zit: in tijdsdruk. Of een andere externe factor die de aandacht voor goede zorg in de weg zit. Het is dus niet een conflict tussen personages die de spil vormt van zo’n theaterstuk, maar het conflict tussen de zorg die men wil bieden en een maatschappelijk systeem dat niet op die zorg is ingericht.”
Toen Geerlings en Van Tongeren Nguyen vertelden over hun onderzoek rondom zorgdramaturgie, reageerde ze enthousiast, vertelt Geerlings. Ze identificeerde zich ermee. „Dat is het leuke: het kan theatermakers nieuwe handvatten geven om over hun eigen werk na te denken. We zijn in feite op zoek naar een nieuwe taal om het over deze ontwikkelingen te kunnen hebben.”
In haar breakoutsessie tijdens Shakespeare is Dead spreekt Van Tongeren over het onderzoek met theatermakers Lisanne van Aert en Sonja van Ojen. „Zij maken ook werk waar wij het label ‘zorg’ op zouden plakken. Ik wil hun dat niet opdringen, maar ik leg het ze voor. ‘Op de koffie bij Nina’, noem ik het. Ik ben vooral heel benieuwd naar het gesprek dat er aan de hand van onze theorieën kan ontstaan.”
Schrijven voor theater: ‘dramaturgy of care’. Shakespeare is Dead, het festival voor de nieuwe theatertekst. Te bezoeken van 4 t/m 6 april in theater Bellevue en theater De Brakke Grond in Amsterdam. Op 5 april vinden er tijdens SID PRO in De Brakke Grond verschillende ‘breakoutsessies’ plaats; gesprekken voor en door professionals over nieuwe verhalen in het theater. Info: brakkegrond.nl en theaterbellevue.nl
„Are you ready?”, vraagt Martijn Crins het publiek. Die clichématige opening van zijn cabaretprogramma ondermijnt hij meteen door na een paar ‘yeahs’ van het publiek rustig uit te leggen dat we eigenlijk niet weten waarvoor we ready zijn. En dat we dat niet toegeven omdat „Ik weet het niet” zo moeilijk is om uit te spreken. Terwijl het zo mooi is, en het enige dat we met zekerheid weten, stelt hij. Daarom is het zijn mantra: „Ik weet het niet, ik snap het niet, ik kan het niet.”
Hij legt zelf het verband niet, maar die twijfel kun je plakken op het opvallende carrièreverloop van Crins (1984). Hij kwam net van school, de Academie voor Drama in Eindhoven, toen hij in 2009 de cabarettalentenwedstrijd Cameretten won. Hij achtte zichzelf nog niet rijp genoeg, en in plaats van een praktijk als cabaretier op te zetten, maakte hij jarenlange omzwervingen als muzikant en acteur. Pas twee jaar geleden debuteerde hij als cabaretier, met de voorstelling Mesthoop.
Nu is er een tweede show, Hè Fijn, en etaleert hij het vak onder de knie te hebben. Grotendeels, want evengoed kan hij als veertiger nog wel stappen in zijn ontwikkeling maken.
Lef
Interessant is de lef waarmee hij lange verhalen durft op te zetten, waarbij je je lang afvraagt waar het heen gaat, voordat de clou komt. Zo begint hij een absurde fantasie over wat er zit achter een opmerking die hij hoort in de trein: „Daar moet je Anja niet op zetten.” Door de uitgebreide opsomming van mogelijkheden komt het antwoord alsnog als een geestige verrassing.
De keren dat de clou minder sterk is, levert een tussentijdse grap of een zijpad een mooi stukje op. Zoals bij een verhaal over een gift aan de voedselbank, waarbij zijn onbaatzuchtigheid naar zijn zin onvoldoende wordt gewaardeerd. Halverwege slaat hij af naar de lol van het staan popelen: waarom „popelen” we niet vaker, waarom is het geen sport, een teamsport, en zo verder, alsmaar gekker.
In dat opgeschroefde absurdisme ligt zijn kracht. Ook als hij dat fysiek uitspeelt, zoals in een memorabele imitatie van het vertrokken gezicht van zijn vader als die klaarkomt. Maar als hij probeert veel grapjes achter elkaar te plakken, zoals in een lang verhaal over het kopen van een auto, dan worden die geforceerd en flauw. Terwijl het wel prachtig is hoe hij bij de autodealer met zijn dochter verzeild raakt in de speelhoek en helemaal opgaat in zijn legokunstwerk, en haar daarbij afblaft.
Wat strakker kan, zijn pogingen een thematisch verband te leggen tussen alle anekdotes. Het „Ik weet niet” uit het begin, dat de mens als falend wezen kenschetst, hangt er verder wat bij, net als passages waarbij hij zich afvraagt hoe hij zijn driften en frustraties moet bedwingen.
Daar staat tegenover dat hij een verdwaald verhaal over een Amazone-documentaire knap weet te verknopen aan een poëtisch einde, over opmerkzaam kijken naar wat echt belangrijk is in het leven. Zo rijst uit deze bonte avond al met al het beeld van een laatbloeier, die zijn plek op het podium heeft gevonden.