Nederlandse mannen waren – 200 jaar geleden – dus tóch modieus

Alles glimt in de vitrines van de tentoonstelling Suit Yourself in het Rijksmuseum in Amsterdam. Er hangen jasjes, gilets en kamerjassen van glanzend zijde en fluweel, bijna allemaal volgeborduurd met bloemenprints van glanzend draad en versierd met knopen vol grote glanzende stenen. Het zijn Nederlandse mannenkleren uit de periode 1750 tot 1850. Een nogal flamboyante periode waarin kleren vooral welvaart moesten etaleren.

De tentoonstelling, of nou ja, met slechts twee vitrines is het meer een presentatie, is het debuut van Vanessa Jones, sinds een jaar kostuumconservator bij het Rijksmuseum. Haar voorganger Bianca du Mortier ging in 2023 na 43 jaar met pensioen. Als Britse – hiervoor werkte Jones bij de Leeds Museums and Galleries – bekijkt ze Nederlandse mode van een afstandje.

„Ik wilde heel graag laten zien dat Nederlanders in die tijd enorm creatief waren en hun eigen ding deden”, zegt ze. „Daar staan Nederlanders namelijk totaal niet om bekend. Bij Nederlandse mode denken de meeste mensen alleen aan de sobere, zwarte kleding uit de zeventiende eeuw.”

Terwijl de meeste Europeanen naar Italië keken, haalden Nederlanders hun inspiratie van over de hele wereld.

In de achttiende en negentiende eeuw kleedden mannen in heel Europa zich flamboyant, maar Nederlanders deden dat volgens Jones op eigenzinnige en inventieve wijze. In de archieven van het Rijksmuseum kwam ze kledingstukken tegen die haar verbaasden. Zoals een blauw jasje waarin karton verwerkt is om het torso langer en platter te laten lijken. En een gilet van katoen waar zilverdraad doorheen geweven is waardoor het zijde lijkt. „Zoiets heb ik oprecht nog nooit eerder gezien.”

Hergebruikte, handbeschilderde zijde uit China. Nu een gilet, maar oorspronkelijk een damesjurk. Foto Rijksmuseum

Invloed van de VOC

Terwijl de meeste Europeanen in die tijd vooral naar Italië keken, haalden Nederlanders hun inspiratie van over de hele wereld. De VOC bracht stoffen als zijde, katoen en linnen naar Nederland. In de vitrine staat een gilet met bloemenborduursels geïnspireerd op een palempore: een handbeschilderde bedsprei uit India. Er zijn lange kamerjassen met overduidelijk uit Japan afgekeken kimonomouwen. Een knalrood jasje is versierd met een dessin vol Turkse invloeden. Dat jasje geldt als klederdracht en werd gedragen op het platteland. Bijzonder, want vaak is alleen de kleding van de stedelijke elite – die het zich konden permitteren hun kleren niet tot de laatste draad af te dragen – bewaard gebleven.

Het is verfrissend om te zien hoe traag de mode in honderd jaar veranderde, zeker nu trends tegenwoordig vaak al binnen een paar maanden afgedankt worden. En áls de mode veranderde, kwam dat door historische keerpunten als de Franse Revolutie, die ervoor zorgde dat de mode een stuk ingetogener werd. Rijkdom werd nog steeds geëtaleerd, maar nu subtieler. Niet meer met weelderige bloemenprints in een rijk kleurenpalet, maar bijvoorbeeld met een overbodige tweede rij knopen op een gilet. Soldaten in uniform golden als hét toonbeeld van mannelijkheid, waardoor er steeds meer militaire invloeden terugkwamen in alledaagse mannenkleren.

Jas geïnspireerd door typisch Franse hofkledij.

Foto Rijksmuseum

Machinaal

Ook de industrialisatie was van grote invloed. Toen die in de negentiende eeuw goed op stoom kwam, werden stoffen steeds vaker machinaal geborduurd of geweven. Kleren werden niet meer uitsluitend op maat gemaakt door kleermakers, maar hingen voortaan kant-en-klaar in warenhuizen. Het aanbod werd groter en toegankelijker.

Wat opvalt is dat veel kleding in de tentoonstelling gerepareerd of vermaakt is. Een gilet gemaakt van Chinese zijde waar met de hand bloemetjes op geschilderd zijn, blijkt geüpcycled: eerst was het een damesjurk. In een jasje is een zijpand van een andere stof genaaid, omdat de eigenaar dikker is geworden of omdat het jasje is doorgegeven aan iemand met een grotere maat. „Heel duurzaam”, zegt Jones. „Maar puur uit noodzaak. Zeker niet om morele of ethische redenen. Textiel was zó kostbaar dat mensen er wel zuinig op móésten zijn. Zelfs als je steenrijk was, had je nog geen vijftig kledingstukken. Eerder tien. How times have changed.”

Suit Yourself is t/m 15 maart 2026 te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Info: rijksmuseum.nl