Naast Maria, de heilige die verschoond bleef van tepelkloven en spuitluiers, is iedere moeder een bad mom

Een grimmige bosgod werpt de armen omhoog, de half open romp onthult een vlammend rood hart en zachte, rozige holtes. Dik in de verf lijkt dit schilderij van Lotti van der Gaag uit 1966 typisch Cobra. Dat was een mannenclub die vrouwen niet echt serieus nam, maar vanuit die stijlverwantschap werd het destijds toch Cobra-esk gepresenteerd – Cobra ging over kleur, vorm, expressie, over modern abstracte kwesties. Dus dit ook. Toch? Nee, niet.

In dit doek is expressie meer dan een stijlkeuze, het is een diep gevoelde ervaring. Jaren eerder had Van der Gaag, jong en ongehuwd, een abortus ondergaan. Het was een trauma dat de wanhoop in dit krachtige schilderij voedde. Alleen gold intieme vrouwelijke thematiek ongepast voor ‘Grote Kunst’, en werd dus verzwegen.

Maar nu hangt het werk in de tentoonstelling Good Mom/Bad Mom, inclusief een toelichting over haar abortus. Gastcuratoren Heske ten Cate en Laurie Cluitmans selecteerden tweehonderd kunstwerken, oud en nieuw, rond moederschapsthema’s die lange tijd taboe waren in de kunst: wensouderschap, angst, verlies, best lelijke babies, oermoeders zowel als grandioze vieringen van nieuw leven – toch Grote Kwesties. En, veelvormig, om clichés te vermijden.

Hendrick Bloemaert, Maria met kind, 1635-1640

Foto Ernst Moritz

Shit Mom

Want die zijn het probleem. De expositie begint daarom met de bekendste daarvan: een hele wand geschilderde Madonna’s. De altijd serene Maria, zonder enige postnatale klachten of spuitluiers, geeft al eeuwen een vertekend beeld van het moederschap. Naast zo’n mythisch rolmodel is elke andere vrouw vanzelf een Bad Mom – of zoals Tala Madani die schilderde: een Shit Mom.

Na haar eigen kraamtijd ging Madani het atelier weer in waar ze ongepland een blubberfiguur schilderde en toen dacht: ja, dit klopt. Zo ontstond een hele Shim Mom serie, waarin de geïnternaliseerde schaamte van het falen een humoristische draai krijgt. Ze maakte een animatie waar een vrouw viezig door een huis sjokt, op een schilderij ligt ze doodmoe op de grond tussen blij springende kindertjes – de shittiness onvermijdelijk. Na twee millennia Mariaverering kun je alleen maar mislukken. Een slechte vader ben je pas bij zware mishandeling, een slechte moeder al bij twee verkeerde sokken. Of, bij voltijds werken.

Want, stellen feministen al langer: je moet als vrouw werken alsof je geen kinderen hebt, en voor je kinderen zorgen alsof je geen werk hebt. Dat geldt ook voor kunstenaars. Er hangen twee familieportretten van Charley Toorop, vorige eeuw alom geaccepteerd als groot schilder. Maar, Grote Kunst past niet bij vrouwenrollen en dus kreeg ze ook het stempel ontaarde moeder – terwijl ze veel voor haar kinderen deed. Over hun vader, alcoholist, gaat het nooit.

Er moet dus wat rechtgezet worden en daarom is deze tentoonstelling niet eenduidig. Naast elk kunstwerk dat het een zegt, hangt een werk dat iets anders poneert. Naast volle melkborsten en een baarmoederbehang – sommigen van u moeten daar misschien een beetje doorheen, maar dat is leerzaam – vallen roze wolken uiteen. Op monumentale wijze schilderde Aline Thomassen een vrouw, omringd door foetussen, in grauwe tinten. Daarmee drukte ze het tomeloze verdriet uit van het verlies van haar kind. Moedige kunst, onontkoombaar ook, zoals bij Van der Gaag: als je zoiets meemaakt, dan zijn niet persoonlijke ‘vrouwenthema’s’ onbenullig, maar is het andersom. Dan worden modernistisch artistieke kwesties juist zo oppervlakkig.

Buhlebezwe Siwani, Ulishiyele bani ibele lwesithathu (who did you leave the third breast for?), 2024. Beeld Buhlebezwe Siwani

Door deze en meer voorbeelden zie je hoe vrouwonvriendelijk de kunstwereld was, vooral vorige eeuw, en nog steeds is. Het is een tentoonstelling die veel wil, en dat is logisch. Dit is de eerste echt grote tentoonstelling over moederschap, een thema dat nu leeft. Tien jaar geleden was dit niet aangeslagen – ieuw, ‘baarmoederkunst’ – maar op biënnales groeit een herwaardering voor vergeten talent voorbij de canon. En omdat de canon macho is, kom je uit bij een andere kunst. Waarbij er meer aandacht is voor het ecofeminisme, collectiviteit, en de geleefde ervaring.

En zoals het met emancipatoire bewegingen gaat: er is achterstand in te halen. De expositie heeft veel te vertellen en ontrafelen. Zoals een videowerk van Candice Breitz met Hollywoodfilmfragmenten van moeders. Zelfs als ze niet huilen, komen ze nogal hysterisch over: opnieuw stereotypen waarmee wij allen gevoed zijn.

Broedkamer

Onder die taboes en vooroordelen liggen natuurlijk grotere systemen, die de expositie maar ten dele aanraakt. Zo bevat het een minitentoonstelling, opgezet samen met wetenschapshistoricus Trudy Dehue. Het openbaart met welk leed de vroedwetenschap in vorige eeuwen overging in medische wetenschap.

Er liggen oude boeken met illustraties waarop tekenaars inzoomden op de zwangere buik, opengeklapt, de vrouw buiten beeld. Zo ook zijn er 3d-modellen van een foetus in een soort kommetje, uiteraard gemaakt door mensen zonder baarmoeders.

Miriam Cahn, Mutterfreude, 2021.

Collectie Centraal Museum Utrecht

Die wetenschappelijke focus op de foetus reduceerde de vrouw tot broedkamer, verpakking, en je ziet de beeldvorming ontstaan die anti-abortussentimenten kan aanwakkeren. Zo ook de invloedrijke coverfoto van LIFE magazine in 1965: een foetus in vruchtzak, magisch mooi, maar compleet vervalst.

Mythe op mythe dus, die deze tentoonstelling telkens zo mooi met alternatieven pareert. Daarbij kan zelfs Maria een rolmodel zijn: een 16de-eeuwse schildering toont Maria omringd door familieleden, net zoals er ‘Mantelmadonna’s’ bestaan van Maria’s met een kinderschare. Oftewel: zorg kun je delen. Die collectiviteit was eeuwenlang usance en staat haaks op het isolement van de huismoeder uit de moderne tijd. Niet voor niets zeiden de Dolle Mina’s: trek het leven de voordeur uit. Het private is wel degelijk politiek.

Hun pamfletten vormen de tweede mini-tentoonstelling: een kabinet met verworvenheden, over het behaalde recht op anticonceptie en abortus. Dat die verworvenheden blijvend zijn, is een zekerheid die wankel wordt als je kijkt naar de VS. Één zekerheid is er wel: we weten hoe verworvenheden eruit zien. Heeft iets bestaan, is het verbeeld, dan is het voor altijd dichtbij. Dat geldt ook voor alle nuance in deze expositie: die is in beeld gebracht, op het netvlies geprent.