München 1938, München 2025: in Europa worden oude trauma’s opgerakeld

Soms liggen de historische parallellen zó voor het oprapen dat het erop lijkt dat Kleio, de muze van de geschiedenis, het allemaal precies zo gepland heeft. Want in welke stad vindt deze week een conferentie plaats waar belangrijke gesprekken worden gevoerd over het lot van Oekraïne? Juist, in München, de stad waar het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in 1938 het Sudetenland, een overwegend Duitstalig gebied in Tsjechoslowakije, weggaven aan nazi-Duitsland.

De Britse premier Neville Chamberlain dacht met zijn strategie van appeasement ‘peace in our time’ verzekerd te hebben, maar in werkelijkheid was juist ná München de Tweede Wereldoorlog een stap dichterbij gekomen. Deze harde les heeft een prominente plek gekregen in het Europese collectieve geheugen, blijkt ook dezer dagen weer. EU-buitenlandchef Kaja Kallas zei donderdag tegen journalisten: „Appeasement heeft nooit gewerkt.”

Het telefoongesprek tussen de Amerikaanse president Donald Trump en zijn Russische evenknie Vladimir Poetin, afgelopen woensdag, zal misschien ook herinneringen opgeroepen hebben aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de geallieerde grootmachten een potje kwartet speelden met de landen van Europa: als ik Polen mag, krijg jij Griekenland.

Onder aanvoering van Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk eiste Europa deze week geschrokken een plaatsje op aan de onderhandelingstafel. De vraag is of die plek er komt, en hoe goed er geluisterd zal worden. En hoe zit het met de Oekraïense president, Volodymyr Zelensky? Heeft hij wat in de melk te brokkelen over de beëindiging van de oorlog in zijn land, of is voor hem de rol weggelegd van de ongelukkige Tsjechische president Edvard Benes, die in 1938 niets anders kon dan het verdrag accepteren dat hem door Adolf Hitler werd opgedrongen?

Ontluisterend

Wat gebeurde er indertijd ook alweer in München? Nadat hij in maart van dat jaar zijn geboorteland Oostenrijk bij het Derde Rijk had gevoegd, liet Hitler zijn oog vallen op het Sudentenland. In deze grensregio van Tsjechoslowakije woonden miljoenen Duitsers die de nazi-leider Heim ins Reich wilde halen. Benes wilde het gebied niet afstaan, waarna Hitler dreigde met een inval. De Britse premier Chamberlain was, zoals veel van zijn landgenoten, bang voor een nieuwe wereldoorlog en stelde vredesonderhandelingen voor. Hitler had daar weinig trek in, maar liet zich door de Italiaanse dictator Benito Mussolini vermurwen.

Wat volgde was ontluisterend. Zodra Chamberlain toegaf aan een eis van Hitler, stelde die weer nieuwe, hardere eisen. Uiteindelijk kwam het in de nacht van 29 tot 30 september in de Führerbau in München – tegenwoordig de Hochschule für Musik und Theater – tot een akkoord. Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië kwamen overeen dat Tsjechoslowakije het Sudetenland moest afstaan. Hitler beloofde hierna geen territoriale ambities meer te hebben – een toezegging die hij brak toen hij in maart 1939 de rest van het land annexeerde.

Chamberlains strategie van appeasement was in 1938 populair bij veel van zijn landgenoten, maar geldt sindsdien als het ultieme voorbeeld van hoe niét om te gaan met een gebiedshongerige dictator.

Nogal cynisch

Tientallen miljoenen doden na München begonnen de geallieerde machten met de onderhandelingen over wat er na de nederlaag van nazi-Duitsland met Europa moest gebeuren. Een belangrijke stap werd gezet tijdens de vierde Conferentie van Moskou, van 9 tot 19 oktober 1944. De Britse premier Winston Churchill – zes jaar eerder fel tegenstander van appeasement – verdeelde hier met de Russische dicator Jozef Stalin de invloedssferen van het naoorlogse Europa.

Op een gegeven moment pakte Churchill een stuk papier, zo schreef hij later in zijn memoires, en deed daarop een voorstel: hij noteerde per land de verdeling van invloed in percentages. Roemenië werd bijvoorbeeld 90 procent Sovjet-Unie – 10 procent De Rest, Hongarije, 50-50 en Griekenland 90 procent Verenigd Koninkrijk en 10 procent Russisch.

Stalin zette een grote blauwe V naast het voorstel, waarna Churchill voorstelde om het papier te vernietigen. „Zou men het anders niet nogal cynisch vinden dat we dit soort onderwerpen, die van zoveel belang zijn voor miljoenen mensen, op deze terloopse manier hebben afgehandeld?” Stalin meende van niet. Hij vond het een historisch document.

Het lot van Polen bleef in Moskou onbesproken en toen het duo van 4 tot 11 februari 1945 in Jalta (op de Krim) opnieuw bijeenkwam, deze keer samen met de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, was Polen inmiddels geheel ‘bevrijd’ door de legers van de Sovjet-Unie. Stalin beloofde dat er vrije verkiezingen zouden komen na de oorlog, maar de afspraken van Jalta werden in dermate vage bewoordingen genoteerd dat de Sovjets ze, aldus Roosevelt, „konden oprekken van Jalta tot Washington zonder ze te breken”.

Dat gebeurde dus ook. Van vrije verkiezingen in Polen kwam het nooit, en ook de door Churchill bedongen invloedssferen bleken illusoir.

In Midden- en Oost-Europa is dit cynische gedrag van de grootmachten vergeven noch vergeten. De acties van Trump en Poetin zullen daarom niet alleen in Oekraïne nauwgezet worden gevolgd. Polen weet als geen ander wat er kan gebeuren als een agressor geen halt wordt toegeroepen: na Tsjechoslowakije stond dat land in 1939 op Hitlers menu.