‘Eerlijk? Eerst dacht ik: mens, hoe gaat dit staan? Maar ik dacht ook: no guts, no glory! Hang maar op, het kan er altijd weer af.” Mona Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BBB), koos in haar kamer voor een muurvullende compositie in primaire kleuren, Elementen van Huizen van Lode Pemmelaar (1942-1997).
Elke minister en staatssecretaris krijgt bij aantreden de kans om de werkkamer een persoonlijk tintje te geven. De keuze voor een kunstwerk aan de muur is dan ook geen vrijblijvende. Het zegt iets over smaak, visie en misschien zelfs over de manier waarop een bewindspersoon naar beleid kijkt.
De kunstwerken die ministers, staatssecretarissen en hoge ambtenaren kiezen, komen uit de Collectie Rijksoverheid en uit de Collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In dit kabinet worden in totaal acht ministerkamers samen met de afdeling Kunst Rijksoverheid onder FMHaaglanden, zoals de kunstcommissie officieel heet, ingericht.
Ik heb altijd gevonden dat kunst moet troosten en mooi moet voelen in een soms lelijke wereld
De selectie van de kunstwerken verloopt via een zorgvuldig proces: een intakegesprek en vervolgens een tweede gesprek inclusief een kunstvoorstel op maat voor de desbetreffende minister. De daadwerkelijke inrichting gebeurt volgens de afdeling Kunst Rijksoverheid meestal op vrijdagen, tijdens de ministerraad. Terwijl in het Catshuis wordt vergaderd, worden een paar deuren verderop schilderijen opgehangen en wordt soms nog een laatste plant verschoven tot alles precies op zijn plek valt.
De eerste ministers die hun kamers inrichtten, waren Eppo Bruins, David van Weel en Mona Keijzer. We bezoeken de ministers in hun werkkamer en krijgen een inkijkje. In gesprek met drie ministers blijkt dat ze vooral voor werken kozen die ze terug brachten naar het verleden, naar hun wortels. Of het nu de zee, de geometrie van de jeugd of Volendam is: voor nostalgie deinzen geen van de drie terug.

De keuze van Mona Keijzer (BBB)Blokkendoos en Volendam
Tot verrassing van minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) paste het grote kunstwerk van Pemmelaar perfect in haar werkkamer. „Het maakt de ruimte optisch kleiner, maar het sluit ongelooflijk goed aan bij wat ik doe: huizen bouwen en de verschillende bouwstenen van de samenleving een plek geven.”
Het werk doet haar denken aan een kinderblokkendoos, iets wat haar als moeder van vijf zonen meteen aansprak. „Ik word blij als ik ernaar kijk. Het heeft iets troostends. Ik heb altijd gevonden dat kunst moet troosten en mooi moet voelen in een soms lelijke wereld. Ik moet iets aan de muur hebben dat mijn hart verwarmt, niet iets dat me afstoot.”
Dat is volgens haar ook de reden waarom ze bijvoorbeeld niet veel voelt voor conceptuele kunst, zoals de beroemde ‘pindakaasvloer’ van kunstenaar Wim T. Schippers: „Zonde, niet mooi en het troost niet.”
Naast het kleurrijke werk koos ze ook voor werken die verwijzen naar de visserij, zoals het schilderij Schuiten op het IJ van Willem Witsen (1860-1923). „De middelste boot lijkt op een botter.” Water zit volgens de van origine Volendamse minister in haar bloed. „Mijn vader was één van de zonen van de botter de Volendam 119 en ook mijn neven waren vissers.”
De combinatie van werken in haar kamer weerspiegelt haar achtergrond en straalt haar taak als minister uit. „Het is mooi om iets te hebben dat aansluit op je levensloop.” Heel graag zou de minister het schilderij Bloemen in een Vaas van Jan Sluijters, dat tegenover haar bureau hangt en dat ze minder mooi vindt, willen vervangen door een havenzicht van Volendam van Anthonie Pieter Schotel. Ze had dit al op het oog in de periode dat ze staatssecretaris was van Economische Zaken. „De afdeling Kunst Rijksoverheid weet precies waar het nu hangt, maar om het nu van de muur te laten trekken omdat ik het op mijn kamer wil hebben, is ook zoiets!”, zegt ze lachend.

De keuze van Eppo Bruins (NSC):Geometrische dessins en Giacometti
Eppo Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ziet in de kunstwerken in zijn kamer een reflectie van hoe hij naar de wereld kijkt. Zijn kamer ademt rust uit en is gevuld met diverse kunstwerken, die allemaal geometrisch zijn. Volgens Bruins is zijn gekozen selectie „geen politiek statement”. De wereld waarin ik me moet bewegen is al zo politiek, vervolgt hij. „Laat mijn kantoor maar een persoonlijk thuis zijn.”
De minister moest zoeken naar passend werk voor zijn kamer en na diverse gesprekken met de afdeling Kunst Rijksoverheid vond hij de juiste selectie. In de voorgesprekken vertelde Bruins, dat hij graag terug wilde naar de Veluwe waar hij is geboren. „Kunst raakt diep aan wie we zijn als mens. Waar we ons thuis voelen, wordt ook bepaald door onze jeugd. Het verlangen naar geuren en kleuren uit je jeugd heeft met thuiskomen te maken, en dat kan je ineens overvallen, dat zie ik hierin terug. En dat vind ik mooi.”
Hij wijst naar het kunstwerk Study of Square (2019-2020) van de Koerdisch-Nederlandse kunstenaar Fatima Barznge. De serie geometrische dessins zeggen volgens hem veel over haar jeugd. „Die heldere vormen geven me rust. Politiek is een zwaar beroep, en dan is het mooi om iets zachts aan je muur te hebben.” Om zijn kamer te vervolmaken zou hij „het zeker niet verkeerd vinden als er ooit nog een werk van mijn favoriete beeldhouwer Alberto Giacometti in deze kamer komt”.

De keuze van David van Weel (VVD)Zeegezichten en grijstinten
„Er ontbreekt misschien nog iets”, lacht David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid (VVD). „Als er nog ergens een Monet of een Breitner in de opslag hangt, dan houd ik me aanbevolen. Mijn grootmoeder had ooit een Breitner. Een schilderij van drie rode meisjes in hun zondagse goed. Ze verkocht het schilderij, maar liet er gelukkig een foto van maken en lijstte het in als herinnering.”
Nu is Van Weel omgeven door uitzichten, niet alleen het uitzicht op Den Haag, maar ook ziet hij in de verte zijn favoriete stad Rotterdam. „Mijn voorganger Dilan Yeşilgöz had hier een Ajax-shirt en een foto van Amsterdam hangen, maar dat kan natuurlijk niet als Rotterdammer!”, lacht hij.
Hij ervaart zijn kamer als een plek om zich te kunnen terugtrekken. Aan de muur hangen werken van de fotograaf Kevin Osepa en van de schilder Jan de Haas. Alle werken zijn vergezichten of hebben een directe verwijzing naar het water. „Ik houd van de zee en de bijkomende rust en ruimte.”
Hij wijst naar een foto van Bruno van den Elshout, die vanaf het dak van het NH Atlantic hotel in Kijkduin een jaar lang ieder heel uur de Noordzee-horizon heeft vastgelegd. „Als je zoals ik veel op zee hebt geleefd, zowel privé als in de marine, dan leer je de kleuren van de lucht lezen. De lucht en het water verraden of er een storm op komst is, of de dag net ontwaakt. Dat fascineert me.”
Voor de minister en ex-militair is de zee meer dan een landschap. „Het is een manier van denken. Er was niets mooiers dan wachtlopen op de brug van een enorm schip. Dan stond je uren buiten onder de sterren met eindeloze uitzichten. Je kon je daar op zee niet laten opfokken door het nieuws en social media.”
Zijn kunstkeuze vol met grijze tonen en horizonnen weerspiegelt niet alleen zijn achtergrond, maar ook zijn kijk op de politiek. Rust en perspectief, dat mist hij soms. „De samenleving wordt harder en het denken steeds zwart-witter. Terwijl het leven vol zit met grijstinten. Juist daar bevindt zich de grote zwijgende meerderheid.”
Zijn blik blijft hangen op Zeegezicht van Gerhard Morgenstjerne Munthe, een schilderij van een kalme zee, althans voor Noordzee-begrippen. Hij lacht. „Ik kan van elk kunstwerk hier precies vertellen wat de weersomstandigheden zijn. Dat zie je aan het licht, aan de golfslag. Dit is een frisse windkracht 4.”
