N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Bescherming Minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD) wil de consument beter beschermen tegen agressieve en misleidende verkoop en vindt dat de consument tijd hoort te krijgen om „bewust een keuze te kunnen maken”.
Minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD) wil de consument beter beschermen tegen agressieve en misleidende verkoop. Foto Sem van der Wal/ANP
Het kabinet gaat verkoop aan de deur en op straat streng inperken. Dat maakt minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD) woensdag bekend. Een consument mag straks niet meer worden gevraagd ter plekke een contract te tekenen. Het zou onder meer gaan om krantenabonnementen, energiecontracten en donaties aan goede doelen. Ook het online opzeggen van een abonnement wordt eenvoudiger.
Adriaansens wil de consument beter beschermen tegen agressieve en misleidende verkoop en vindt dat de consument tijd hoort te krijgen om „bewust een keuze te kunnen maken”. Volgens de minister worden consumenten vaak overvallen met een aanbod, wat veel klachten oplevert bij de Autoriteit Consument & Markt en de Consumentenbond. Zij wijst onder meer op de huidige regelgeving die bij telemarketing geldt. Pas bij expliciet schriftelijke instemming ná het gesprek is de consument daarbij gebonden aan een contract. Het kabinet wil vergelijkbare regels invoeren voor de verkoop aan de deur of op straat.
Ook het online opzeggen van abonnementen wordt volgens de minister onnodig ingewikkeld gemaakt. Uit onderzoek van de Consumentenbond in 2022 zou bijna een kwart van de bedrijven online opzeggen lastig maken. Dat vindt Adriaansens een „onwenselijke situatie”. Zij wil dat de aanbieder het duidelijker maakt voor de consument hoe een abonnement kan worden beëindigd, bijvoorbeeld via een makkelijk vindbare link op zijn website.
De maatregelen zijn onderdeel van de consumentenagenda 2023, die Adriaansens woensdag naar de Tweede Kamer stuurde. Die moet bijdragen aan een sterke positie van consumenten.
Neem een licht koord of gewoon een touwtje, bind er een zwaar voorwerp aan zoals een sleutel of stevige moer en zwaai het zaakje boven je hoofd in het rond. Doe het eerst in gedachten. Vraag je af hoe en in welke richting de sleutel weg zal vliegen als je het touwtje loslaat. Neem dan op enige afstand van breekbare inboedel de proef op de som.
De sleutel volgt een raaklijn aan de draaicirkel, want dat is conform de eerste wet van Newton. Nadat het touwtje losraakte werkten er nog maar twee krachten op de sleutel: de zwaartekracht en de luchtweerstand en die hebben binnen de korte proefduur weinig invloed op de baan. De sleutel volhardt in de beweging die hij had toen het touwtje losschoot. In 1980 liet 83 procent van de terzake door psychologen ondervraagde psychologiestudenten weten ook wel zoiets verwacht te hebben, al meende 30 procent dat de wegvliegende sleutel een kromme baan zou volgen. Dat doet hij niet, hij volgt een rechte raaklijn. Het stond in Science.
Vreemd genoeg dacht maar 6 procent van de psychologiestudenten dat de sleutel in radiale richting zou wegvliegen, dus recht uit het cirkelcentrum. Dat was nu net wat de AW-redactie in eerste instantie aannemelijk leek: de kant op die de trekkracht in het touwtje steeds had geblokkeerd. Aan intuïtie heb je niets.
Vijfentwintig jaar na de touwtjesproef vroegen Amerikaanse psychologen aan Amerikaanse psychologiestudenten welke ballen uit een verzameling even grote plastic ballen het snelst naar beneden zouden vallen: de lichte of de zware. 39 procent van de studenten, waaronder vooral veel jongenspsychologiestudenten, antwoordde dat ze even hard zouden vallen. De hemel weet waarom, een normaal mens zou toch, net als Aristoteles, veronderstellen dat de zwaarste sneller vallen. De jongensstudenten vermoedden misschien een vuiligheidje of hadden een vage herinnering aan een uitspraak van Galilei.
In werkelijkheid vallen de zware ballen wel degelijk het snelst, de luchtweerstand heeft er naar verhouding net iets minder invloed op. Maar de luchtweerstand voel je natuurlijk niet als je de ballen in je hand hebt, het gewicht wel. Ook krijg je het snelheidsverschil niet makkelijk te zien, tenzij je de ballen van een zwak hellend hellend vlak laat rollen. Maar dan komt het effect van de luchtweerstand pas tot uiting als de helling voldoende lang is. Binnenskamers wordt het niets.
Middeleeuwse opvattingen
Een mens komt niet makkelijk door louter ondervinding tot juiste en nuttige inzichten, dat is de take home message die we hier alvast bekend maken. Het wordt ook vastgesteld in het aardige vakgebied dat ‘naïeve fysica’ is genoemd. Mensen die nooit natuurkunde-onderwijs kregen grossieren bij de verklaring van de wereld in misverstanden, foute veronderstellingen en middeleeuwse opvattingen en daar probeert die fysica wat systeem in te vinden. Het is een pijnlijk gezicht.
Het is dus met enige gêne dat de volwassene die wél natuurkunde-onderwijs kreeg vandaag terugdenkt aan die keer dat hij met zijn kinderen in bergachtig gebied een lange helling af fietste, zónder daarbij te trappen, en verrast werd door de waarneming dat hij aanmerkelijk sneller vooruitkwam dan de adolescenten. De verbazing ging zover dat er zelfs van fiets is gewisseld om te kijken of het daar misschien aan lag – het waren gewone stadsfietsen. Maar genoeg hierover!
Door zich breed te maken en zoveel mogelijk rechtop te gaan zitten, waarbij hij het stuur moest loslaten, kon de volwassene-voornoemd het tempo van zijn afdaling wat temperen. Tot hij het stuur weer haastig vast moest grijpen omdat het voorwiel van zijn fiets als een razende heen en weer ging zwabberen en er gevaar van ontsporing dreigde.
Shimmy heet dat, of speed wobble, en de doorsnee-stadsfietser kent het verschijnsel misschien uitsluitend van winkelwagentjes met een hysterisch voorwiel. Maar YouTube heeft veel voorbeelden van wielrenners en motorrijders die door een shimmy worden getroffen. Vooral voor motorrijders is het fenomeen levensgevaarlijk, zij noemen een fatale shimmy een tank slapper.
Op internet schort het niet aan tips om uit een gevaarlijke shimmy te raken. Zó groot is de angst voor de shimmy dat wetenschappers hun artikelen over de shimmy van de racefiets vaak met hoogst persoonlijke adviezen afsluiten: heel behoedzaam remmen en vooral vaart minderen door overeind te komen en de luchtweerstand te vergroten. Anderen raden aan uit het zadel te gaan en de horizontale framebuis tussen de knieën te klemmen. (Het sluiten van mond en ogen is niet nodig.)
Interessant is dat van een wielerpeloton dat aan een afdaling bezig is vaak maar één renner door een shimmy wordt getroffen. Dat is wel het voornaamste kenmerk van het fenomeen: de willekeur, een wielrenner wekt niet makkelijk op commando een shimmy op. Op zijn minst moet zijn snelheid boven de 45 km/u liggen, en dan nog is het wachten op de juiste verstoring die voorwiel en vork kan ‘aanslaan’. Die kan komen van een wegoneffenheid of een verplaatsing van de rijder.
De frequentie waarmee het voorwiel gaat zwabberen ligt bij bijna alle racefietsen rond de 7 hertz (zeven schommelingen per seconde), dat is te snel om er tegenin te kunnen sturen. De rijsnelheid heeft er geen invloed op, want het shimmyen is een resonantie-verschijnsel: de frequentie is een eigenschap van de combinatie frame en berijder. De trilling wordt door de kinetische energie van de fiets in stand gehouden.
Het lijkt wel zeker dat er frames zijn te ontwerpen die onder normale omstandigheden niet zullen gaan resoneren. Het onderzoek daaraan, zoals dat bij Google Scholar in beeld komt, is van een niveau dat zelfs veel niet-naïeve fysici te hoog zal zijn.
‘Maar gelóóft hij dat dan echt?” In verschillende varianten van cynisch tot hoogst verbaasd kregen Niels Drost en ik de afgelopen maanden deze vraag te horen. Wanneer? Elke keer, onherroepelijk en onvermijdelijk popte deze vraag op, direct in de discussiesessie na afloop van ons avondvullende college over het poetinisme en de aanloop naar de inval in Oekraïne. We lieten elke avond tal van voorbeelden de revue passeren, hoogstpersoonlijk op beeld en band uitgesproken en uitgedragen door Poetin himself. Zonder twijfel, Poetin heeft uren denk- en schrijfwerk in zijn leer van het poetinisme gemaakt, door hemzelf samengevat als de triade van ‘orthodoxie, nationalisme en autocratie’ – daarmee teruggrijpend op de basis die door tsaar Nicolaas I rond 1830 was gelegd.
En dan toch steeds weer die vraag. „Gelóóft hij dit allemaal echt?” Een echo daarvan hoorden we de afgelopen maanden in de vele commentaren en analyses over Trumps optreden op het wereldtoneel. Aanvankelijk nog wat relativerend, „het zal toch allemaal wel meevallen” (zie Maarten van Rossem in de Volkskrant). Daarna in toenemende mate geschokt en cynisch: „Trump is een fascist, een nazi, hij is gek geworden.” De vraag naar wat Trump, en vooral de mensen om hem heen, dan echt geloven, is daarmee beantwoord: doet er niet toe, want ontoerekeningsvatbaar (of ‘ziek’) en sowieso buiten de orde.
In verval raken
Wat we om ons heen in realtime zien gebeuren is de afbrokkelende cognitieve dissonantie van de aanhangers van onze liberale orde, in Nederland en daarbuiten, die dacht dat wat wij geloofden en meenden geen geloof was, maar een aangeboren default positie. Misschien niet het einde van de geschiedenis, maar dan toch ten minste de correcte uitkomst of de kern ervan. In die whiggish interpretation of history moest het altijd wel zo komen dat de mensheid vrijheid, zelfbeschikkingsrecht, mensenrechten, inclusiviteit en dialoog zou omarmen. Steven Pinker, een van die aanhangers, waarschuwde in 2011 in het in Nederland kritisch ontvangen The Better Angels of Our Nature al wel voorzichtig dat dat geloof in vooruitgang (door hem uitgedrukt in een lagere kans op geweld van mens tegen mens) precies dat was: een geloof dat gelovigen nodig heeft, en dat ook in verval kan raken. En Jürgen Habermas meende in 2022 in een genuanceerd essay, Ein neuer Strukturwandel der Öffentlichkeit, eveneens dat met de komst van de socials en de techgiganten er betonrot in de pijlers van dat liberale regime was gekropen. Maar toch. Het gelóóf in die orde bleef nog wel overeind.
Maar het rare is dat veel mensen in Nederland behoorlijk chagrijnig worden als je ze aanspreekt op het feit dat zij zelf altijd ook gelovigen zijn. Ook atheïsten moeten een leap of faith nemen om hun waarden en uitgangspunten te omarmen (zie Rik Peels, Leven zonder God). Omgekeerd zijn veel mensen ook blind voor het geloof dat anderen beweegt, als dat niet heel expliciet en sektarisch wordt uitgedragen. Ja, de christenen en de moslims die herkennen we inmiddels aan hun symbolen en retoriek, en die hebben we een ongemakkelijk plekje kunnen geven in de smalle marge van onze liberale tolerantiecultuur. Maar hoe kijken we aan tegen mensen die dingen geloven die zo raar en fantastisch zijn, dat het niet eens meer in ons denkraam past? En wat als die mensen niet zomaar onschuldige zeloten in een hoekje zijn, maar leiders en influencers van onze gebroken liberale en in toenemende mate multipolaire wereldorde?
Aan de kaak stellen
Dat brengt mij bij het punt van deze column: het is een luxe om te blijven zwelgen in onze geo-ideologische ongeletterdheid in een wereld die in toenemende mate door die ideologische winden van leer wordt aangedreven. Eerder al heb ik aangeschopt tegen de strategische ongeletterdheid, maar ik denk dat we toch nog een stap verder moeten gaan, en ook ons religieuze en ideologische analfabetisme aan de kaak moeten stellen. Want strategie is niet genoeg om de geopolitiek te verklaren (sorry, Rob de Wijk). De inval in Oekraïne was immers al niet rationeel of heel strategisch gedacht (zie Caroline de Gruyter). En Trumps grillige tariefpolitiek is dat al helemaal niet. Of tenminste, die acties en besluiten volgen niet de rationaliteit die de onze is, maar een rationaliteit die gedreven wordt door heel andere principes en uitgangspunten, onder meer de notie van een eeuwige, onverzoenlijke en metafysische strijd. En dat hebben we te weinig scherp onder ogen gezien.
Want weet u waarom de notie van de katechon voor Poetins buitenlandse beleid cruciaal is? Of waarom het idee van een koning Kores, een duizendjarig rijk (nee niet dat van Hitler!), en een manifest destiny zulke mobiliserende narratieven zijn voor de miljoenen white christian nationals die Trump in zijn binnenlandse en buitenlandse beleid tot het bittere einde zullen volgen? En om het nog obscuurder te maken: wat te denken van het longtermism van Peter Thiel? Het transhumanisme van Elon Musk? Of de dark enlightenment van Curtis Yarvin? We hadden het ons eerder kunnen afvragen, maar ik zal daar de komende tijd zeker op terugkomen, in colleges en geschriften.
Maar waarom moeten we dit weten, vraagt de licht cynische liberale lezer zich af. Want hoe weten we nu zeker dat Poetin, Vance c.s. dit allemaal echt geloven?
Het antwoord op die vraag is om meerdere redenen irrelevant. Niet ’t minst omdat die geo-ideologie allang van grote invloed is, wat wij er nu van denken of niet. De echte vraag is natuurlijk vele malen belangrijker: weet u nog waarin u zelf echt gelooft? Waartegen u ten strijde trekt? En waarom het waard is die strijd te strijden?
Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.
In het eerste kwartaal van 2025 zijn de cao-lonen met 5,5 procent toegenomen ten opzichte van kwartaal één in 2024. Dat blijkt uit cijfers die het CBS donderdag heeft gepubliceerd. Ook de koopkracht nam, weliswaar in mindere mate, toe met 1,8 procent.
In de bedrijfstak informatie en communicatie stegen de lonen het meest met 9,6 procent. In verhuur en handel van onroerend goed, waar woningcorporaties ook onder vallen, bleven de lonen gelijk.
Bij particuliere bedrijven was de loonstijging net iets hoger dan bij gesubsidieerde instellingen, 5,7 procent tegenover 5,4 procent. Onder gesubsidieerde instellingen vallen onder andere niet-academische ziekenhuizen. De loonstijgingen liggen in die sector waarschijnlijk hoger dan je nu in de cijfers kan zien.
„Wij registreren pas als de inkt droog is”, aldus Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. Het CBS neemt in de berekening dus alleen de lonen van getekende cao’s mee. Daardoor zijn een aantal voorgenomen en zeer recente loonsverhogingen niet in de cijfers van het CBS terug te zien.
Zo is er de afgelopen weken een aantal cao-overeenkomsten op hoofdlijnen gesloten. Eind maart is bijvoorbeeld afgesproken dat het loon voor apothekers van 2024 tot 2026 met 20 procent zal stijgen. Dat is het resultaat van een periode stakingen die in november 2024 begon. Voor medewerkers van ziekenhuizen is overeengekomen dat de lonen de komende twee jaar met 8 procent omhoog gaan. Deze resultaten worden binnenkort door de vakbonden aan hun leden voorgelegd. Gaan de leden akkoord, dan zullen de loonsverhogingen met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2025 ingaan.
Lees ook
Eindelijk krijgen apotheekmedewerkers meer loon: cao-akkoord bereikt
De vakbonden zijn tevreden over de loonstijgingen. „Over de hele linie zijn er stevige verhogingen geweest”, zegt CNV-voorzitter Piet Fortuin, „we zijn blij dat de apothekers een inhaalslag hebben kunnen maken en dat voor de meeste grote sectoren cao-overeenkomsten zijn gesloten. Ook is het goed dat de koopkracht van werknemers weer groter is geworden.”
Carolien Bijen, interim bestuurslid bij FNV, sluit zich hierbij aan: „We zien dat de boodschappen duurder worden dus vinden we het tijd voor koopkrachtverbetering. Ik denk dat het goed is dat werknemers er nu weer echt op vooruitgaan.”
De koopkracht en lonen nemen dus toe, maar wel in steeds mindere mate. Sinds het eerste kwartaal van 2024 groeit de koopkracht steeds iets minder hard ten opzichte van het jaar daarvoor. De groei van de cao-lonen is nog steeds hoger maar ook daar is sinds het derde kwartaal van 2024 een dalende trend te zien.
Een gesloten apotheek in Amsterdam. Enkele duizenden apotheken in het hele land waren dicht door een staking. Foto Ramon van Flymen