‘De haat is terug.” Julia Ebner constateert het schijnbaar onaangedaan. De aanwezigheid van de grote Tech-bazen bij de inauguratie van Donald Trump, zegt de expert op het gebied van online radicalisering en desinformatie, had meteen effect. „We zagen hoe veel van de extremisten die eerder van de platforms waren gegooid terugkeerden, zelfs de grootste haatzaaiers. Ze waren na hun verbanning uitgeweken naar kleinere, alternatieve platforms. Die bestaan nog steeds, maar op de grote platforms zien we nu een massale toename van haat tegen minderheden, de lhbt-gemeenschap en Joodse organisaties.”
Een ander effect is volgens haar dat steeds meer mensen aarzelen om zich uit te spreken, omdat ze bang zijn doelwit te worden van georkestreerde online haatcampagnes. „Dat de Tech-bazen dit laten gebeuren uit naam van de vrijheid van meningsuiting, is volkomen inconsequent. We zijn juist voortdurend getuige van pogingen mensen het zwijgen op te leggen. Het is voor onderzoekers een stuk moeilijker geworden om uitingen op sociale media in kaart te brengen, omdat meteen gedreigd wordt met kostbare rechtszaken.”
De van oorsprong Oostenrijkse Julia Ebner (Wenen, 1991) is als onderzoeker werkzaam bij het Institute for Strategic Dialogue in Londen, waar ik haar spreek op een zonnige lentedag. Aan de Universiteit van Oxford analyseert ze de psychologie van radicalisering, „in het bijzonder de gevallen waarbij dat tot geweld leidt”.
Bij een breder publiek is ze bekend als schrijver van twee bestsellers, Going Dark (2019) en Going Mainstream (2023), waarin ze beschrijft hoe ze undercover infiltreerde in verschillende extremistische groeperingen. Lijkt de brede discussie over online-radicalisering pas goed losgekomen door het recente succes van het Netflix-drama Adolescence, over een tiener die door online indoctrinatie tot geweld overgaat, Ebner ontwikkelde al veel eerder een scherp oog voor de valstrikken van de digitale onderwereld. Voor haar onderzoek deed Ebner zich voor als geestverwant van neonazi’s, jihad-bruiden, incels, QAnon-aanhangers, anti-feministen, tradwives, antivaxxers, klimaatontkenners, transfoben, Russische propagandisten. Daardoor drong ze al vroeg door in afgesloten netwerken die voor een algemeen publiek lang schimmig en vaak ook onbegrijpelijk, bleven.
Wat bewoog u, om zich als twintiger tussen de extremisten te begeven?
„Dat ging geleidelijk. Ik volgde online al hun activiteiten. Gaandeweg kreeg ik het gevoel dat ik aan de oppervlakte bleef, niet echt begreep hoe die massale aanvallen op mensen die ze als de vijand zagen, overwegend journalisten en politici, in zijn werk gingen. In 2016 werd ik zelf doelwit, nadat de radicaal-rechtse activist Tommy Robinson met een draaiende camera op mijn werk verscheen om wraak te nemen voor een stuk van mij over hem. Dit leidde tot een haatcampagne van zijn volgers, met onder meer doodsbedreigingen en bedreiging met seksueel geweld. Mijn werkgever weigerde mijn kant te kiezen, uiteindelijk kostte het me mijn baan. Ik wilde te weten komen hoe zulke acties georganiseerd werden, wat de strategieën erachter waren. Maar ik wilde vooral ook weten wat de mensen bewoog die erbij betrokken raakten.”
Afgezien van hun hatelijke overtuigingen waren het mensen met wie ik in andere omstandigheden bevriend zou kunnen raken
Wat viel u het meest op?
„Dat ze volkomen normaal leken. Of ik nu een bijeenkomst van zogenaamde Identitairen hier in Londen bijwoonde, of een neonazi-festival in Duitsland, de meeste mensen die ik tegenkwam leken totaal niet op wat je je gewoonlijk bij een rechtsextremist voorstelt. Afgezien van hun diepgevoelde hatelijke overtuigingen, waren het mensen met wie ik in andere omstandigheden bevriend zou kunnen raken. Wat me schokte was hoeveel geradicaliseerde jongeren ik tegenkwam, veel van hen nog geen achttien. Dat zijn er de afgelopen jaren alleen maar meer geworden, geven de cijfers aan.”
Bent u erachter gekomen wat hen bewoog?
„De meesten zochten een thuis, wilden ergens bijhoren. Ze bevonden zich in een identiteitscrisis, waren op zoek naar gelijkgestemden. Vooral jongeren zijn gevoelig voor radicalisering, weten we, maar ik trof genoeg mensen die zich in een midlife-crisis bevonden. Ik kwam mensen tegen uit verschillende sociale lagen van de maatschappij. Wat ze gemeen hadden, was dat ze de wereld zoals die zich aan hen voordeed radicaal in twijfel trokken en ook de rol die ze daarin te spelen hadden. Sommigen van hen hadden ook geestelijke gezondheidsproblemen, en dan vooral degenen die uiteindelijk verder radicaliseerden naar geweldpleging.”
Aanvankelijk was er weinig aandacht voor de dreiging van extreemrechste radicalisering.
„Tijdens mijn digitale omzwervingen, zo’n tien jaar geleden, vielen me de razendsnelle veranderingen op. Enkele extremistische groeperingen bleken enorm bedreven in het mobiliseren van hun aanhang. Zij waren er als eersten bij de nieuwe technologieën naar hun hand te zetten. Ze ontwikkelden opvallend geraffineerde sociale mediacampagnes, waarmee ze veel mensen, en dan vooral jongeren, manipuleerden en lieten radicaliseren. Dat werd niet opgepikt door de traditionele media, het was echt een blinde vlek.
„Toen ik begon met mijn onderzoek beleefde [terreurbeweging] IS zijn hoogtepunt, daar ging de meeste aandacht naartoe. Dat bleef zo, ook toen IS zijn gebied kwijt was, het aantal aanslagen terugliep en de radicaliseringscijfers afnamen. Maar ik merkte dat er een enorme reactie van extreemrechts volgde, die inspeelde op de angsten voor islamitisch extremisme. Dat bracht mij ertoe mijn aandacht te verleggen.
„Extreemrechtse groeperingen werden door beleidsmakers die ik sprak niet erg serieus genomen, domweg omdat ze zichzélf niet heel serieus leken te nemen, met hun gebruik van memes, populaire cultuur en ironische humor. Dat was tactiek natuurlijk, een manier om jongeren te bereiken. Maar men wist aanvankelijk gewoon niet hoe dit fenomeen ingeschat moest worden. Die houding veranderde na de aanslagen op twee moskeeën in Christchurch, Nieuw-Zeeland, voorjaar 2019, die door de dader live gestreamd werden, in diezelfde geest van games en grapjes. Daarna werd ik ineens uitgenodigd door overheden. Ze beseften dat de scheidslijn tussen trollen en terrorisme vaag was geworden. Veel aanslagen sindsdien volgden hetzelfde game-achtige patroon.”
In Going Mainstream laat u zien hoe veel van de radicale bewegingen en groeperingen vanuit de marge naar het centrum van samenleving en politiek zijn opgeschoven. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?
„Natuurlijk spelen versnelde globalisering en digitalisering een belangrijke rol in dat proces. Mensen krijgen het gevoel dat ze het slachtoffer zijn van die ontwikkelingen, achterop zijn geraakt, niet gehoord worden. Dat raakt aan hun gevoel van eigenwaarde, van identiteit. Ze gaan op zoek naar een nieuwe plek voor zichzelf in die snel veranderde wereld. Daarbij kwam de ene crisis na de andere. Eerst had je de vluchtelingencrisis, die veel losmaakte in verschillende landen, in het bijzonder Duitsland. Daarop volgde de pandemie. Daarna de hoge inflatie die het leven duurder maakte. Tegelijk kwam de bestaande wereldorde gevaarlijk onder druk te staan door de Russische invasie van Oekraïne en het Gaza-conflict. Dat alles veroorzaakt een algemeen gevoel van onveiligheid, onzekerheid en ook frustratie. Extremistische groeperingen en landen als Rusland exploiteren die emoties gretig.’’
Tijdens de pandemie kreeg online-extremisme een enorme boost.
„Door nieuwe technologie kunnen crisisgevoelens enorm snel worden verspreid en versterkt. Studies laten ook zien dat als mensen een gevoel van crisis ervaren, ze minder goed in staat zijn om te gaan met complexe situaties, wat extremistische organisaties helpt hun om zwart-witbeeld van de wereld te verspreiden, het wij tegen zij.
„Van oudsher is er een toename van samenzweringstheorieën en haat tegen minderheden in tijden van maatschappelijke onrust. Maar wat we nu zien is van een heel andere orde, omdat op de sociale-mediaplatforms de meest radicale uitingen en de ongeloofwaardigste, apocalyptische en ronduit krankjorume content de meeste aandacht genereren. Die worden dus algoritmisch gestimuleerd.”
Veel mensen vervangen vrijwel hun gehele sociale omgeving door online-gemeenschappen, dat is echt zorgelijk
Een effect van radicalisering, schrijft u, is de zogenaamde identity fusion, waarbij mensen volledig één worden met de groep waaraan ze zich gecommitteerd hebben. Is dat ook een wijdverspreid verschijnsel aan het worden?
„Dat is waar ik me in Oxford mee bezighoud. Als mensen radicaliseren, zie je dat hun persoonlijke identiteit voor een groot deel gelijk wordt aan hun groepsidentiteit. Men voelt zich verbonden met de eigen groep als in een familie, maar die sterke emotionele band met de eigen groep gaat gepaard met haat jegens andere groepen. Of men ziet die als een existentiële bedreiging. Traditioneel zie je dat het duidelijkst tijdens oorlogen. Maar doordat mensen nu zoveel tijd online doorbrengen ontstaat de neiging geestverwanten steeds meer als een soort vervangende familie te zien. Je persoonlijke situatie of gevoel van frustratie wordt gekanaliseerd naar een krachtige band met lotgenoten. Veel mensen vervangen vrijwel hun gehele sociale omgeving door online-gemeenschappen, dat is echt heel zorgelijk.”
Veel van de woede en frustratie in die gemeenschappen richt zich tegen minderheden, maar vooral ook tegen elites die hun progressieve ideeën aan burgers zouden willen opleggen.
„Donald Trump is er bij de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen in geslaagd verschillende groepen aan zich te binden die eerder buiten zijn bereik lagen. Door in zee te gaan met Elon Musk en ook met iemand als JD Vance bedient hij allerlei soorten mensen die ontevreden zijn met de status quo en radicale verandering eisen. Zijn kiezers wisten ook heel goed dat zijn radicale beloften geen loze praat waren; het is ook wat men van hem verlangt. Nu zie je hoe hij allerlei instituten van de rechtsstaat ondermijnt of sloopt. De manier waarop veel mensen in hem geloven heeft zeker ook sekteachtige aspecten, ze zien hem als de oplossing voor alle problemen. Je zag die religieuze bevlogenheid al bij de door Trump aangewakkerde bestorming van het Capitool.’’
Veel van de extremistische groepen waarin u bent doorgedrongen delen eenzelfde quasi-religieus narratief: we leven in een wereld die bestaat uit leugens, de waarheid wordt ons door de machthebbers onthouden, wij moeten zelf het heft in handen nemen. Het grote ontwaken zal ons bevrijden.
„Ja, dat begrip kom je vaak tegen. Er worden diepe verlangens aangesproken en de behoefte aan religiositeit en gemeenschap wordt door radicalen uitgebuit. Tegelijk zijn hun redeneringen vaak volkomen tegenstrijdig. Ze zeggen op te komen voor vrijheid en democratie terwijl ze de democratische instituties keihard aanvallen. Hetzelfde geldt voor hun gedweep met vrijheid van meningsuiting, terwijl ze voortdurend bezig zijn anderen te intimideren en het zwijgen op te leggen. Alles wordt verdraaid.
„Charismatische leiders als Trump en extremistische voormannen die ik heb ontmoet zijn uiterst bedreven in het herscheppen van de werkelijkheid, zodat die zich voegt naar jouw wereldbeeld. Als je eenmaal in dat systeem zit, lijkt zelfs de meest krankzinnige samenzweringstheorie logisch. Toen ik me voor het eerst in die kringen begaf, zeiden mensen tegen me, dit soort extremisme gaat nooit veel mensen overtuigen, het is domweg te absurd. Maar inmiddels zijn er miljoenen mensen die de idiote complottheorieën van QAnon en verwante stromingen hebben omarmd, onder wie de huidige Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy Jr. en anderen in Trumps regering.”
Veel progressieve stemmen bedienen zich van een werkwijze die achterhaald is. Men heeft zich onvoldoende nieuwe technologieën eigen gemaakt
Was het zelfgenoegzaam om te denken dat dit soort extremisme vanzelf zou verdwijnen? Domweg omdat men de aantrekkingskracht ervan niet begreep?
„Ik denk dat we onderschat hebben in hoeverre veel van onze zogenaamde zekerheden op zand gebouwd zijn. Dat geldt zowel voor de vooruitgang die we hebben geboekt op het gebied van de mensenrechten, vrouwenrechten en rechten voor minderheden, als voor de pijlers waarop onze democratie rust. We hebben echt te lang gedacht dat het allemaal vanzelf sprak. Veel progressieve stemmen bedienen zich van een werkwijze die achterhaald is, men heeft zich onvoldoende nieuwe technologieën eigen gemaakt. Ook is men veel minder bedreven in het contact maken met en het aanspreken van een breed publiek dan radicaalrechts. Ironisch genoeg heeft radicaal rechts zich de tactieken van de burgerrechtenbeweging van de jaren zestig en zeventig eigengemaakt. In de radicale kringen die ik bezocht werden die beproefde tactieken om mensen te bereiken en te overtuigen uitgebreid besproken. Alleen dit keer om te vernietigen waar die bewegingen voor gestreden hadden. Wat natuurlijk ook meespeelt, is dat brave verdedigers van de status quo nu eenmaal weinig hartstocht losmaken.”
In Going Mainstream doet u een aantal aanbevelingen om online radicalisering tegen te gaan. Een ervan is regulering door de grote Tech-bedrijven zelf. Die hoop lijkt vervlogen.
„Ik had niet voorzien hoe snel de grote Tech-bedrijven zouden meebuigen. Waar Elon Musk ideologisch staat wisten we, maar bij de anderen is sprake van een ommezwaai. Maar laten we eerlijk zijn, het is nooit in hun belang geweest radicale content te verwijderen, want juist dat houdt onze aandacht vast. Kijk hoe YouTube mensen met steeds extremistischer clips verleidt om in het konijnenhol te verdwijnen. Nu in de zogenaamde cultuuroorlogen de radicaal-rechtse kant aan de winnende hand is, kiest men gewoon eieren voor zijn geld. Men schaart zich aan de kant van Trump en de zijnen, die een extreem sociaal conservatisme combineren met een extreem soort economisch libertarisme. Dat is een nieuwe radicale ideologie. Maar anders dan bij zijn eerste verkiezing, heeft Trump nu wel degelijk een uitgewerkt plan, en hij is vastbesloten het uit te voeren. Zijn ontmanteling van instellingen past helemaal in het draaiboek van Poetin, Orbán en anderen. Dat is uitermate zorgwekkend.”
