‘Ik stel me voor hoe het is om vast te zitten onder het puin terwijl niemand komt om je te redden.’

Toen ze vrijdag wakker werd, zag ze een appje van een vriend: ik hoop dat je familie ongedeerd is. „Mijn hart ging tekeer terwijl ik probeerde uit te zoeken wat er aan de hand was.”

Haar familie wás ongedeerd. Haar moeder en halfbroer wonen in Yangon, de voormalige hoofdstad in het zuiden van Myanmar. De zware aardbeving die Myanmar vrijdag trof, richtte vooral veel schade aan in het midden van Myanmar. Maar dat betekent niet dat het goed met ze gaat. Haar halfbroer is 28 en komt al jaren zo min mogelijk buiten omdat hij niet het leger in wil om tegen de eigen bevolking te vechten. Hij durft om dezelfde reden ook niet mee als zijn moeder voor kankerbehandelingen naar Thailand reist.

Thandar Soe (43) runt het enige Myanmarese restaurant in Nederland – Yangon Delight – in een souterrain in Amsterdam Oost waar vroeger een coffeeshop zat. De salade met theebladeren die ze er serveert, is vermaard. Bij de kassa staat naast de fooienpot ook een plastic bakje waar ze geld inzamelt voor Myanmar.

In Nederland is de Myanmarese gemeenschap klein, zo’n tweeduizend mensen. En niet heel hecht, vertelt Soe. „Er zijn tientallen etniciteiten in Myanmar, waarvan een groot deel een lange geschiedenis van onderdrukking kent.” Dat zie je ook hier terug.

Verdriet en woede

In Myanmar regeert sinds 2021 een militaire junta, die met veel geweld de bevolking onderdrukt en marteling en moord niet schuwt. Daar kwam vrijdag een zware aardbeving overheen. Hoe geïsoleerd Myanmar is, bleek wel uit het feit dat de eerste beelden in de internationale pers uit het Thaise Bangkok kwamen, duizend kilometer verderop.

De situatie in Myanmar houdt Soe dag en nacht bezig. Naast verdriet is er veel woede. „Ik stel me voor hoe het is om vast te zitten onder het puin terwijl niemand komt om je te redden. De mensen moeten met hun handen graven omdat het leger ze niet helpt. Steen voor steen.”


Lees ook

In Mandalay graven burgers met blote handen naar slachtoffers

Een monnik tussen beschadigde huizen in Mandalay, de tweede stad van Myanmar, die bij de aardbeving van vrijdag zwaar is getroffen.

Hulpverlenende organisaties zoals Human Rights Watch meldden dat bombardementen op opstandige regio’s na de aardbeving zijn doorgegaan. Pas deze woensdag, zes dagen na de aardbeving, heeft de junta via staatstelevisie een wapenstilstand afgekondigd. Volgens Soe probeert de junta om veel internationale hulp via hoofdstad Naypyidaw te leiden, waar ook het hoofdkwartier van het leger is. Daar zal een deel achterblijven, verwacht Soe, „om wapens te kopen.”

Het geld dat zij inzamelt, stort ze op een rekening van de Spring Development Bank, zodat het terecht komt bij de NUG (National Unity Government), de parallelle regering. Of ze geeft het aan Netherlands Myanmar Solidarity Foundation Platform, dat ze vertrouwt. Ook Human Rights Watch riep dinsdag op niet alleen hulp te bieden via de junta, maar andere wegen te zoeken „via onafhankelijke lokale groepen” om hulp te verspreiden in Myanmar.

Naschokken

Er is veel soorten hulp nodig, hoort Soe van vrienden die wel in de getroffen gebieden wonen. Eentje bereikte ze telefonisch pas na drie dagen. In tweede stad Mandalay durven bewoners vanwege naschokken niet in hun huizen te slapen. „Er is geen elektriciteit, drinkwater, de stad ruikt naar ontbindende lichamen terwijl het er bloedheet is, wel 35 graden.” Volgens Soe zijn de gevolgen van de aardbeving onnodig groot omdat er slecht gebouwd is. „Je krijgt een bouwvergunning als je betaalt, niet omdat de constructie deugt.”

Ze ziet dat de junta in eerste instantie vooral hulp accepteerde van de landen die zijn verenigd in het regionale samenwerkingsverband Asean, zoals Cambodja, Vietnam, China. „Geen van die landen heeft een democratische regering.” En ze hebben er volgens Soe daarom ook geen belang bij dat in hun (bijna-) buurland Myanmar wél een democratie komt. Dat ziet ze ook niet snel gebeuren. „Het gaat lang duren.” Toch is ze overtuigd van de kracht van het verzet. „Op de grond winnen zij van het regeringsleger, dat niet gemotiveerd is.” Maar het leger heeft gevechtsvliegtuigen, waarmee bombardementen worden uitgevoerd. „Als de landen die de brandstof daarvoor leveren, zoals Rusland, daarmee zouden stoppen, wint het verzet.”

Soe bezocht Myanmar voor het laatst in 2020, ze volgde een opleiding in het buitenland. Nadat het leger in 2021 definitief de macht naar zich toe trok, durft ze er niet meer heen te gaan, bang dat ze niet meer weg komt. Haar moeder kan ze alleen in Thailand ontmoeten. Ze wil in Nederland blijven wonen omdat ze zich er veilig voelt. „Als hier ooit een natuurramp zou komen, zou het leger de eigen mensen helpen.”