Hanneke Bandell (1947-2024) zorgde met aandacht voor anderen

Altijd stond Hanneke Bandell klaar om anderen te helpen. Waren er ouderen in de wijk eenzaam? Dan organiseerde ze avonden in het buurthuis om samen te eten. Had een vriend of bekende het moeilijk? Hanneke belde op. Was er in het ziekenhuis waar ze werkte niet genoeg aandacht voor de familie van de patiënt? Dan zorgde ze ervoor dat die aandacht er kwam.

Hanneke Bandell werd op 30 november 1947 geboren in Groningen en groeide op in Assen, in een gezin met drie zussen en een broer. Hij verongelukte toen hij 21 jaar oud was, Bandell was toen 25. „Dat heeft haar gevormd”, zegt oud-collega en vriend Leenard De Vries. „Ze was de eerste die op de hoogte werd gesteld door de agenten.”

Bandell werd verpleegkundige. Na in een paar ziekenhuizen, en in een kibboets in Israël, te hebben gewerkt, ging ze maatschappelijk werk studeren. Halverwege de jaren zeventig werd ze medisch-maatschappelijk werker in het Diaconessenhuis in Meppel. Ze wilde de begeleiding van familie van patiënten verbeteren. Samen met een collega stond ze familieleden bij. „Als er een ongeluk gebeurd was, vingen wij de familie van het slachtoffer op. Dat was iets nieuws. Er was in die tijd weinig oog voor de zorgen van de familie”, zegt De Vries.

Het maakte niet uit of het weekend was of een feestdag, als er familie van een patiënt moest worden bijgestaan, dan kwam ze naar het ziekenhuis. Als medisch specialisten slecht nieuws moesten brengen, sprak ze daarna met de patiënt en de familieleden. „De specialist bracht de boodschap en zij zorgde ervoor dat het op een goede manier indaalde”, vertelt De Vries.

Toen Bandell eind dertig was, overleed haar vader na een ziekbed. „Hanneke vond dat de begeleiding in het ziekenhuis waar hij verzorgd werd ontbrak. Dat moest anders”, zegt De Vries. Zo raakte ze betrokken bij de palliatieve zorg, en wilde ze die ook in het ziekenhuis waar ze zelf werkte verbeteren. „Vanuit wat ze zelf had meegemaakt, heeft ze het onder de aandacht gebracht. Ze organiseerde overleggen met huisartsen, met specialisten. Soms ging ze met een anesthesist op huisbezoek bij een patiënt. Dat was destijds ondenkbaar, dat een specialist bij iemand thuis kwam.”

Bandell was wars van hiërarchie. Ze liep zo de kamer van een bestuurder in als er iets geregeld moest worden. „Ze zorgde er wel voor dat er naar haar geluisterd werd”, zegt De Vries. „Hanneke was dominant en direct.”

Hanneke Bandell, hier in 2012, was wars van hiërarchie.
Foto privéarchief, Paul Huisman

Niet opgeven

Die eigenschappen kwamen goed van pas toen ze in Meppel een hospice wilde oprichten. „We moeten een hospice hebben, zei ze tegen mij”, vertelt Ben ten Lande. Hij ging in het bestuur, dat zes jaar lang aan het opzetten van het hospice werkte. „Het was lastig om geld bij elkaar te krijgen, om een geschikte locatie te vinden, om de politiek te overtuigen. Maar Hanneke gaf niet op. Ik wilde weleens halverwege een bespreking weglopen. Bandell, die bleef zitten.”

Uiteindelijk kregen ze het voor elkaar om een hospice te beginnen. In een zeventiende-eeuwse, door het Drents Landschap opgekochte boerderij, op een mooie, rustige plek in een natuurgebied. Na de verbouwing was er plek voor vier gastenkamers. Hospice Eesinge heeft nu twee coördinatoren en zo’n negentig vrijwilligers. Bandell was trots dat het gelukt was. In 2014 stapte ze uit het bestuur. „Haar taak was volbracht”, zegt Ten Lande. Voor al haar vrijwilligerswerk kreeg ze een Koninklijke Onderscheiding. Ze was fier op het lintje.

‘Ze zorgde er wel voor dat er naar haar geluisterd werd’

Ten Lande, De Vries en hun vrouwen vormden met Bandell, die geen partner had, een hechte vriendengroep. Ze gingen geregeld samen op vakantie. „Ze was een betrokken vriendin. Wilde altijd weten hoe het écht met je ging. Ze hield niet van prietpraat. We hadden intensieve gesprekken over politiek, over maatschappelijke ontwikkelingen, onrecht in de wereld. Daar konden we ook flink over discussiëren”, vertelt De Vries.

Bandell was lid van de soroptimistenclub, een netwerkorganisatie die zich inzet om de rechten, positie en het leven van vrouwen te verbeteren, en hielp mee met het oprichten van een afdeling daarvan in Meppel. Doesjka Lammers leerde Bandell daar kennen. „Hanneke was altijd trouw aanwezig. Je kon ook niet om haar heen. Ze was veel, in alles. Een grote vrouw, met opvallend, rood haar en een luide stem. Onverschrokken. Maar ook hartelijk en zorgzaam.”

Onafhankelijk, in alles

Als er nare dingen gebeurden in het leven van anderen, dan was Bandell er. Toen Lammers vier jaar geleden onverwacht haar broer verloor, had ze veel steun aan haar. „We hebben daar mooie gesprekken over gehad. Het was lang geleden dat Hanneke hetzelfde had meegemaakt, maar ze sprak daar ook over.”

De laatste jaren had Bandell last van haar gezondheid, maar de last daarvan droeg ze alleen. „Ze was heel onafhankelijk, in alles”, zegt Lammers. De Vries: „Bieden van hulp vond ze fantastisch, maar hulp aannemen kon ze niet.”