Grote winnaar ‘Fiume o morte!’ is óók publieksfavoriet: hoe filmfestival IFFR cult en toegankelijkheid samenbrengt

Dé film van het 54ste International Film Festival Rotterdam (IFFR) is Fiume o morte!, die vrijdag zowel de Tiger Award als de FIPRESCI-persprijs won. IFFR is nog niet voorbij: er volgt nog een druk laatste weekeinde. Wel kunnen inmiddels enkele conclusies getrokken worden over de impact van directeur Vanja Kaludjercic, die haar vijfde festival er bijna op heeft zitten – twee daarvan tellen als virtuele lockdown-edities maar half.

Kaludjercic is geen directeur die een nadrukkelijke eigen stempel op IFFR drukt, noch met grote woorden, noch met nieuwe progamma-onderdelen. Dat heeft zo zijn nadelen: zo bedeelt de Raad van Cultuur IFFR de komende vier jaar relatief mager omdat men een toekomstvisie mist. Maar ze legt ondertussen wel zichtbare accenten. Zo kiest Kaludjercic voor meer toegankelijkheid; IFFR blijft een plek voor cult, essays, videokunst, experimenten en vergeten filmauteurs, maar ook voor gelikt genrewerk als dit jaar Le Comte de Monte-Cristo. Hetgeen festivalgangers op prijs stellen, gezien de vrij hoge dertiende plaats voor deze film in de publiekswaardering – IFFR vertoonde dit jaar 234 speelfilms.

De onder voorganger Bero Beyer ingezette toenadering tot de Nederlandse filmwereld zet Kaludjercic krachtig door, met dit jaar een omvangrijk Nederlands smaldeel. Dat is prudent: haar staf is zeer internationaal, vervreemding is dan een risico. Een film uit het Rotterdamse RTM-programma, Drie dagen vis van Peter Hoogendoorn, staat nu op de tweede plek in de publieksscore. Talent Hoogendoorn bewijst opnieuw na zijn autobiografische debuut Van 10 tot 12 in het droogkomische Drie dagen vis zijn scherpe oog voor wat echt is en wat fake. Het onderwerp is een stroeve vader-zoonrelatie, een motief in meer Nederlandse IFFR-bijdrages dit jaar.

Favoriet voor de Publieksprijs van IFFR, die zaterdag wordt uitgereikt, is het Braziliaanse drama ‘I’m Still Here’ van Walter Salles.

Hoofdprijs

Bij IFFR’s Publieksprijs – die zaterdag pas definitief vaststaat – was het Braziliaanse I’m Still Here van Walter Salles tot dusver de onbedreigde koploper. In dit voor drie Oscars genomineerde drama moet een moeder zichzelf heruitvinden als haar linkse echtgenoot in 1972 verdwijnt onder de Braziliaanse militaire dictatuur.

De hoofdprijs van IFFR is nog altijd de Tiger Competitie voor debuten en tweede films. Daarin wonnen ooit grootheden als Kelly Reichardt (met Old Joy, 2006) en Christopher Nolan (met Following, 1999), maar inmiddels hebben vrijwel alle grote filmfestivals prijzen voor debutanten. IFFR’s grote broer de Berlinale, die komende week begint, heeft nu ook een eigen debutanten-competitie, Perspectives.

Gezien die groeiende concurrentie waren de Tigers dit jaar van verrassend hoog niveau. Dat lijkt ook een kwestie van scherp kiezen: videokunst en ondoorgrondelijke beeldenbrij zijn bij de Tigers zeldzaam geworden. De grote winnaar, het markante Fiume o morte!, is ook een publieksfavoriet. Deze film uit het Kroatische Istrië waar de festivaldirecteur vandaan komt, evoceert de operateske, proto-fascistische republiek van Gabrielle D’Annunzio in Fiume, het huidige Rijekja, in 1919-1920 – een voorafschaduwing van Mussolini’s machtsgreep. Regisseur Igor Bezinovic maakt bewoners en passanten, die archiefbeelden of de dichter-dictator en zijn hofhouding naspelen, met een aan Agnes Varda herinnerende ontspannenheid tot ‘role players’ in zijn geestige reconstructie. Wellicht zelfs iets té geestig nu in Italië voormalige neo-fascisten aan de macht zijn.

De Netpac-Award voor beste Aziatische film was voor coming-of-age-komedie ‘Bad Girl’ van Varsha Bharath.

Regenwoud

De twee Juryprijzen in de Tiger-competitie zijn voor het Congolese L’arbre de l’authenticité van Sammy Baloji, een alarmerend filmessay over koloniale exploitatie en het bedreigde regenwoud, alsmede Im Haus meiner Eltern van Tim Ellrich, een autobiografisch getint, in grimmig zwart-wit gedraaid relaas over de tol die mantelzorg kan eisen. De Netpac-Award voor beste Aziatische film ging naar een Tamil-film, een rijke oogstgrond voor het huidige IFFR: de charmante coming-of-age-komedie Bad Girl van Varsha Bharath over hormonen, traditie en moderniteit. In The Big Screen-competitie, die ook open staat voor veteranen, won Jon Blåheds broeierige Zweedse drama Raptures, over een sektarisch echtpaar waarvan de man in apocalyptische extremen vervalt.

Hoewel de bezoekcijfers pas maandag bekend worden, lijkt IFFR qua zaalbezetting en waardering op de goede weg. Deels door budgettaire beperkingen ontbreekt het wel wat aan ‘show stoppers’. Actrice Cate Blanchett hield dit jaar een zeer geanimeerde ‘Big Talk’, maar je verlangt terug naar momenten als Gaspar Noé die met zijn cast op het podium van de Schouwburg danst, Paul Thomas Anderson die het geluid van het live orkest mixt bij een vertoning van Phantom Thread of de Japanse waanzin van Miss Revolutionary Idol Beserker.

De speelfilm is vijf jaar na de pandemie nog niet uit het dal, filmfestivals evenmin. Gezien die algehele verschraling doet IFFR het zeker niet slecht. Een grote zorg op korte termijn is evenwel het voortbestaan van een vaste stek, bioscoopcomplex Cinerama aan het Westblaak, een pluche jarenzestiggrot die goed is voor duizend stoelen. Eind 2025 verloopt het huurcontract tussen vastgoedbedrijf VolkerWessels en bioscoopconcern Kinepolis. Een petitie aan het college van B & W om deze wederopbouwbioscoop uit 1957 voor Rotterdam te behouden, verzamelde tot dusver bijna 30.000 handtekeningen, maar de gemeente houdt de boot af: die wil bemiddelen, niet dicteren.