Journalisten en hulpverleners treffen geregeld familiefoto’s aan bij gebouwen die zijn ingestort als gevolg van de aardbevingen in het zuiden van Turkije. Ze liggen half verborgen tussen het verwrongen betonijzer, zijn pontificaal tegen een hek gezet, of zijn met plastic linten aan een boom gebonden. Bij wijze van gedenksteen of eerbetoon voor de overledenen. In de hoop dat familieleden die zijn afgereisd naar het rampgebied de foto’s zullen vinden. Ze bieden een inkijkje in de levens van de mensen onder het puin.
„Er zijn overal veel familiefoto’s gevonden in het puin”, zegt Clodagh Kilcoyne, fotograaf van persbureau Reuters, die de foto van de boom nam. „Ik neem aan dat iemand ze aan de boom heeft gebonden voor het geval familieleden langskomen. Ik denk niet dat het een officiële herdenkingsplaats is, maar het is een plaats waar mensen stoppen om hun respect te betuigen aan de doden. Het feit dat de foto’s niet zijn meegenomen, duidt erop dat alle familieleden waarschijnlijk zijn omgekomen bij de aardbeving.”
Foto Tunahan Turhan/Getty Images
De trouwfoto van het stel in galakostuum werd tussen het puin gevonden door een reddingsteam van de noodhulpdienst AFAD, vertelt fotograaf Tunahan Turhan die ter plaatse was. „Ze waren op zoek naar overlevenden en hebben het boek met trouwfoto’s laten liggen. Het koppel op de foto’s lag nog onder het puin toen ik deze plek verliet. Ik weet niet wat er met hen is gebeurd.”
Ik heb zelf ook familiefoto’s aangetroffen tussen de puinhopen. Het was een verzameling kinderfoto’s uit de jaren zeventig die in een plastic tas op de stoep in Iskenderun lag. Op een sepiakleurige foto zat een jongetje achter een tafel waarop een verjaardagstaart met twee kaarsjes staat. De tas met kinderfoto’s lag bij de resten van een kampvuur met daarnaast het karkas van een verwoeste auto en de betonnen puinhopen van een ingestort flatgebouw.
Was die tas tijdens de aardbeving uit het gebouw gevallen? Of was hij hier achtergelaten bij de resten van het kampvuur? Zou iemand de foto’s nog komen ophalen? Of zouden ze verdwijnen op een vuilstortplaats en in de vergetelheid raken?
De vrijdag overleden gitarist en zanger Amadou Bagayoko vormde samen met zijn vrouw een van de populairste Afrikaanse muziekacts van de afgelopen decennia. Het blinde muzikale echtpaar Amadou & Mariam verkocht wereldwijd miljoenen albums en pakte grote festivals en concertzalen in met hun ontwapenende mix van Maliblues, afropop, rock en elektronische muziek.
Hoewel de familie van de zeventigjarige Amadou Bagayoko aan het Franse persbureau AFP meldt dat hij al langer ziek was, was van stoppen nog geen sprake. Ze stonden op het punt om weer op Europese tour te gaan, waarbij ze meermaals in Nederland geboekt stonden, onder meer in TivoliVredenburg, festival Best Kept Secret en het Concertgebouw.
Amadou en Mariam ontmoetten elkaar in 1974 in een blindeninstituut in de Malinese hoofdstad Bamako. Hij was 21, zij 18 jaar en ze hielden van dezelfde muziek: traditionele Malinese muziek op balafon en kora, maar ook James Brown en Pink Floyd. Aanvankelijk zongen ze vooral voor een West-Afrikaans publiek en schreven liedjes over de moeilijkheden van het leven met een beperking: het waren uitgeklede liedjes waarop hun stemmen samensmolten over Amadou’s gitaarspel.
Stevie Wonder
Het was het begin van een zeer succesvolle muziekcarrière. Het duo betrok steeds meer invloeden in het spel, zowel westerse rockmuziek als ook latin-invloeden en Indiase tabla’s. Onder meer door een ontmoeting met Stevie Wonder begonnen ze ook buiten Afrika te spelen, vooral op festivals die zich specialiseerden in Afrikaanse muziek.
De grote doorbraak kwam in 2004 met hun door Manu Chao geproduceerde hitalbum Dimanche à Bamako. Vaak aangekondigd als ‘The blind couple from Mali’ werden Amadou & Mariam een voorloper in de nieuwe populariteit van West-Afrikaanse muziek die in het nieuwe millennium steeds meer voet aan de grond kreeg, zowel in originele vorm als in een fusie met rock en elektronische muziek. Vanaf dat moment speelden ze ook vaak in Nederland, zoals op Lowlands in 2005. Ook namen ze deel aan een van de internationaal drijvende krachten achter die stroming: Damon Albarns ‘Africa Express’ waarmee ze op festival Glastonbury stonden, met onder meer hun landgenoten Tinariwen. Daar ontwikkelde zich ook een blijvende vriendschap met de Amerikaanse rockband Scissor Sisters, zoals ze met veel meer band langlopende relaties opbouwden.
Hun wereldhit ‘Beaux Dimanches’ plaveide de weg naar een breder radiopubliek. In 2006 namen ze het officiële lied voor het wereldkampioenschap voetbal in Duitsland, daarna volgden Amerikaanse festivals als Choachella en Lollapalooza. Een nieuw album in 2009 zorgde onder meer voor een samenwerking met hun jeugdheld David Gilmour, gitarist van Pink Floyd. Het duo speelde dat jaar ook nog met Blur en Coldplay en steeds vaker vonden remixen ook de weg naar de dansvloer.
Concerten eindigden euforisch
De oorstrelende zang van Mariam en de notenstroom van Amadou’s gitaar is moeilijk te weerstaan. Live heeft het duo door de jaren heen dan ook een solide reputatie opgebouwd, niet alleen door de publiekvriendelijke sound, maar ook door hun innemende podiumpresentatie. De twee geliefden schuifelden doorgaans hand in hand het podium op om dan dicht naar de microfoons te kruipen en zowel lichamelijk als muzikaal steun bij elkaar te vinden. Een concert van Amadou & Mariam eindigde eigenlijk altijd euforisch, niet in de laatste plaats door het zowel ritmische als vloeiende gitaarspel van Bagayoko.
Amadou & Mariam zetten zich vaak in voor goede doelen, onder meer om steun voor mensen met een beperking. In 2024 speelden ze op de sluitingsceremonie van de Paralympische Spelen in Parijs. In hun nummers bezongen ze maatschappelijke thema’s als migratie en uitsluiting. Een van de belangrijkste momenten voor het duo was een ontmoeting met Barack Obama toen hij in 2009 de Nobelprijs voor de vrede ontving.
Met het overlijden van Bagayoko komt een einde aan Amadou & Mariam, een duo dat veel heeft betekend voor het vertolken en populariseren van West-Afrikaanse muziek, dat bruggen bouwde tussen verschillende culturen en veel aandacht wist te wekken voor de positie van blinden in Afrika. Hij laat drie kinderen achter. Het echtpaar heeft vrienden door de hele muziekwereld die geschokt reageren op zijn overlijden. Manu Chao postte op Instagram: „Amadou! We zullen altijd samen zijn… Met jou waar je ook gaat.”
Het was een aardig bord dat Donald Trump woensdag deze week omhooghield toen hij een drastische verhoging van Amerikaanse invoerheffingen bekend maakte. Maar de cijfers die erop stonden sloegen nergens op. Economen hoefden zich maar kort het hoofd te breken over de vraag waar de importheffingen die de Amerikaanse president bekendmaakte vandaan kwamen. Het bleek al snel een ruwe, amateuristische calculatie te zijn die, op basis van het handelsoverschot van elk land met de VS, moest aantonen welke heffingen en beperkingen er kennelijk werden losgelaten op in te voeren Amerikaanse goederen. En dáár stonden nu, op het bord, ‘wederkerige’ cijfers, door te voeren door de VS, tegenover.
Het resultaat: torenhoge heffingen voor goederen uit China van 34 procent, bovenop wat al van kracht was, Vietnam (46 procent), Thailand (36 procent), de EU (20 procent) of Japan (24 procent). Rusland werd niet genoemd. Wél een goeddeels onbewoonde eilandengroep bij Australië waar zich vooral pinguïns ophouden.
De gang van zaken zou lachwekkend zijn, als er niet zulke forse consequenties waren: duurdere goederen zorgen voor hoge inflatie, met name in de VS. Als andere landen met eigen heffingen terugslaan, verhogen ze ook de invoerprijzen in eigen gebied. De economie zal onder de maatregelen leiden, de rente wordt hoger dan voorzien en een wereldwijde recessie is niet langer ondenkbaar.
Amerikaanse aandelen verloren donderdag in totaal 5,1 procent aan waarde. Dat staat gelijk aan 2.800 miljard dollar, of ruim 2.500 miljard euro – zo’n anderhalf maal het Nederlandse pensioenvermogen. Ook in de rest van de wereld waren de verliezen omvangrijk. Op vrijdag bleven de beurzen in mineur. Niet alleen techbedrijven zakken weg. Ook, en gevaarlijker, de banken en verzekeraars.
Niets blijkt daadwerkelijk te zijn onderzocht door de regering-Trump. De meest gangbare diagnose voor het Amerikaanse handelstekort – het land geeft meer uit dan het spaart – is terzijde geschoven ten faveure van een bedacht slachtofferschap van vals spel door het buitenland. Ruimte voor snelle onderhandelingen is er nauwelijks: op deze schaal hebben de Amerikaanse autoriteiten daar simpelweg de capaciteit niet voor. Tenzij de maatregelen, wederom zonder oog voor detail, weer even makkelijk worden ingetrokken als ze zijn doorgevoerd.
Wat rest is de indruk van een bijna kwaadaardige lichtzinnigheid waarmee de VS onder Trump in luttele maanden de internationale economische orde afbreken die zij zelf na de Tweede Wereldoorlog hebben geschapen. De roekeloosheid betreft ook de internationale politieke en militai+ verhoudingen. En binnenlands is de sloop van de rechtsorde in Amerika ook in volle gang.
Wat moet, en kan, het antwoord van de rest van de wereld daarop zijn? Een afweging maken tussen incasseren, terugslaan en het zoeken naar alternatieven. Negeren zou economisch gezien de verstandigste oplossing zijn. Volgens veel economen zullen landen die erin slagen hun handel buiten de VS om in stand houden, het best af zijn.
Dat alles blijkt voor veel getroffen landen te veel gevraagd. Vrijdag kondigde China aan de Amerikaanse strafheffing van 34 procent te beantwoorden met exact datzelfde tarief voor Amerikaans producten. Canada deed donderdag hetzelfde: Amerikaanse importen worden met 25 procent extra belast. Europa en veel andere landen beraden zich nog op tegenmaatregelen. Economisch misschien niet de verstandigste route, vanuit een onderhandelingsperspectief wel te begrijpen.
Helemaal negeren is daarbij ook onmogelijk: sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de VS, en dan met name hun munt, de dollar, het epicentrum van de wereld geworden. Maar het had ook risico’s: de Amerikaanse mondiale dominantie – die via de dollar ook diplomatiek en militair werd – werd te gemakzuchtig als vanzelfsprekend en zelfs gewenst beschouwd. Dat lijkt een misvatting. De wereld heeft te lang geleund op het idee dat de VS zich te allen tijde een betrouwbare partner zouden tonen. Waarschuwingen dat het mondiale betalingsverkeer te zeer afhankelijk was van de VS zijn genegeerd, zoals ook nu de mondiale afhankelijkheid van Amerikaanse tech-bedrijven (van Meta tot Microsoft) tegenacties nauwelijks mogelijk maakt.
Het is een harde les die Trump met zijn egopolitiek nu afdwingt, maar wellicht een die op langere termijn een evenwichtiger wereld oplevert. Te veel macht in handen van één partij is altijd verkeerd. De politieke situatie binnen de VS laat dat dagelijks zien, maar het geldt evengoed voor de rol die de VS in de wereld hebben gespeeld. Een vriend kan altijd een vijand worden. De prijs die nu voor deze naïviteit betaald wordt is hoog.
Opeens zit het bedrijfsleven vol bekeerlingen. Oliebedrijven die hun investeringen in hernieuwbare energie verminderen. Banken die uit klimaatallianties stappen. Grote bedrijven als McDonald’s, Google en Accenture die hun diversiteitsbeleid aanpassen of afschaffen. Bedrijven die de woorden diversiteit, gelijkheid en inclusie uit hun jaarverslagen schrappen. Zo plechtig als ze zich de afgelopen jaren groen en diversiteitsbewust toonden, zo snel verlaten ze die beloftes nu.
Die ‘anti-woke’-beweging begon in de VS al voor de verkiezing van Trump. Maar door Trump veranderen veel meer Amerikaanse bedrijven hun ambities. Inmiddels raakt het ook bedrijven in Europa. De Amerikaanse ambassade in Den Haag heeft zijn Nederlandse leveranciers gevraagd te verklaren dat „hun diversiteitsbeleid in lijn is met het ‘anti-diversiteitsdecreet’ van Trump”, meldtHet Financieele Dagblad. Ambassades in andere landen verstuurden eenzelfde brief.
De afgelopen maanden kwam vaak de vraag in mij op: hebben bedrijven die terugkrabbelen dan geen ruggegraat? Of waren ‘klimaatvriendelijker opereren’ en ‘inclusiever personeelsbeleid’ altijd al weinig meer dan mooie praatjes?
Niet allemaal greenwashers
Zo simpel is het niet, zeggen drie deskundigen die ik sprak. Hoogleraar Mijntje Lückerath is gespecialiseerd in goed ondernemingsbestuur. Ze schreef het boek Morele dilemma’s in de boardroom. Hoogleraar Harry Garretsen doet met Janka Stoker onderzoek naar leiderschap. Vino Timmerman was advocaat-generaal bij de Hoge Raad, gespecialiseerd in ondernemingsrecht.
Alle drie denken ze dat er een daadwerkelijke verandering bij bedrijven is ingezet die ook door Trump niet zomaar te stoppen is. De groep bedrijven die klimaatvriendelijker wil worden groeit, net als de groep die een diverser personeelsbestand wil. Uit overtuiging én vanuit zakelijk belang. Bedrijven staan te springen om personeel en er valt geld te verdienen aan de omslag naar een klimaatvriendelijker economie.
Garretsen: „Bedrijven zullen niet allemaal rainbowwashers en greenwashers blijken te zijn. De groep die het wel meent, is gegroeid.” Bij bonussen voor topmanagers spelen vaker klimaat en sociale doelen een rol, blijkt uit onderzoek van KPMG. „Dan verandert er echt iets.”
Timmerman: „Het is voor bedrijven heel onverstandig om tegen maatschappelijke trends in te gaan. Misschien doen bedrijven nu een stapje terug, maar ik kan me niet voorstellen dat de emancipatiebeweging van vrouwen, mensen van kleur en mensen met een andere seksuele geaardheid niet doorzet. Voor sommige bedrijven is het heel aanlokkelijk om nu veel geld te verdienen aan de fossiele economie, maar op lange termijn graven ze hun eigen graf.”
Wel zullen veel bedrijven zich minder uitlaten over hun ambities. Sommige Amerikaanse bedrijven geven daadwerkelijk minder geld uit aan het promoten van diversiteit, blijkt uit onderzoek van de Financial Times. Andere bedrijven veranderen louter de woorden in hun jaarverslag. In plaats van ‘te streven naar diversiteit’ willen ze een plek zijn waar iedereen floreert.
Timmerman: „Ik denk dat het verstandig is niet te veel lawaai te maken. Mij valt op dat supermarktconcern Ahold zonder veel ruchtbaarheid meer vegetarische producten aan het assortiment toevoegt. Dat roept minder weerstand op dan uitgesproken groene ceo’s als voormalig Unilever-topman Paul Polman. Die kreeg te maken met verzet van aandeelhouders. Maar ook van actiegroepen die betwijfelden of Unilever zo groen was.”
Sausje van juiste woorden gaat eraf
De brief van de Amerikaanse ambassade gaat veel te ver, vinden de drie. Timmerman: „De VS gaan zich nu met de interne gang van zaken bij bedrijven in andere landen bemoeien. Dat kan niet.” Bedrijven die in de VS én Europa zakendoen, zitten klem. Tussen Europese eisen om klimaatvriendelijker te worden en meer vrouwen in de top te benoemen en Amerikaans beleid dat zich daartegen verzet. Lückerath: „Het Amerikaanse model was altijd al meer op aandeelhouders gericht. Maar we bewogen wel dezelfde kant op. Nu is de richting tegengesteld. Niet meebewegen in de VS kan bedrijven overheidsopdrachten kosten of juridische claims opleveren.”
Er wordt volgens Lückerath te makkelijk over besluiten van bedrijven gezegd: waar was het morele kompas? „Hét morele kompas bestaat niet. Als je moet kiezen tussen je diversiteitsbeleid in woord wat afzwakken en een grote overheidsopdracht, is dat meer dan een keuze tussen principes en geld. Als er veel banen verloren dreigen te gaan, is dat ook een moreel dilemma.”
De afgelopen jaren konden bedrijven naar buiten toe maar één ding beweren
Er zijn al verschuivingen te zien van tientallen miljarden euro’s door Amerikaanse en Europese pensioenfondsen die juist niet of juist wél met oog voor klimaatverandering willen beleggen. Garretsen: „De afgelopen jaren konden bedrijven naar buiten toe maar één ding beweren: uiteraard zijn we duurzaam en divers. Nu wordt het sausje van de juiste woorden eraf geschraapt. En gaat blijken of bedrijven ruggegraat hebben. Vergis je niet: bedrijven die hun waarden laten vallen, zijn voor veel klanten en potentiële werknemers niet aantrekkelijk.”
In zijn oratie in 2020 schetste Timmerman hoe in Nederland het tijdperk van ‘de politieke onderneming’ was aangebroken waarin bedrijven maatschappelijke taken krijgen als het bevorderen van diversiteit en duurzaamheid. Maar wat als die maatschappelijke taken na verkiezingen plots sterk veranderen zoals in de VS? Krijgen we dan de windvaanonderneming? Timmerman: „In deze wereld is het ontzettend moeilijk om evenwichtig beleid te voeren. Kijk naar wapens. Daar wilden pensioenfondsen de afgelopen jaren minder in investeren, nu juist weer meer.”
Ik vermoed dat veel bedrijven minder uitgesproken worden. En we moeilijker kunnen beoordelen of bedrijven doorgaan met diverser en groener worden. Of dat dat altijd al een oppervlakkig laagje lak was.