
Europa werd donderdagochtend wakker met een verwachte maar toch fikse kater. Die werd veroorzaakt door de Amerikaanse president Donald Trump, met zijn importtarieven van 20 procent voor Europa. Volgens Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zullen de gevolgen daarvan wereldwijd „immens” zijn – en „direct groot” voor Europese consumenten.
In Brussel blijven concrete reacties vooralsnog uit. Hoe diplomatiek gaat Europa reageren, zullen er tegenmaatregelen worden getroffen? Een oplopend handelsconflict met de Verenigde Staten komt op een ongelukkig moment voor de EU, vanwege de oorlog met Oekraïne, de hardere opstelling van de VS in de NAVO en de Russische dreiging.
De Litouwse Eurocommissaris voor defensie en ruimtevaart, Andrius Kubilius, sprak zich donderdagochtend uit voorafgaand aan een bijeenkomst over defensie in Brussel. De EU moet nog „afwachten wat de politieke gevolgen zijn” van de zogenoemde „wederkerige importheffingen”, die het handelstekort van de VS moeten oplossen. „Dit is absoluut wat de Europese Unie niét wilde dat er zou gebeuren”, aldus Kubilius.
In Straatsburg is de sfeer onder Europarlementariërs tijdens hun maandelijkse plenaire vergadering bedrukt. Aan discussies over het behoud van de Green Deal of Big Tech komen ze niet toe. Binnenskamers gaat het vrijwel uitsluitend over de tarieven. „Het ziet er slecht, slecht uit voor Europa”, aldus parlementaire bronnen.
Want praten mocht duidelijk niet baten. Dat ondervond Gerben-Jan Gerbrandy, Europarlementariër voor D66, recent aan den lijve toen hij met een delegatie van zijn liberale fractie Renew Europe aanklopte in Washington. De deur bleef dicht. „Het is daar totale chaos. Wat maandag gezegd wordt, kan vrijdag 180 graden zijn gedraaid.” Gerbrandy wilde graag in gesprek, onder meer om „de banden met de helft van Amerika die niet op Trump gestemd heeft aan te halen”. Buiten zijn kantoor in het Winston Churchill-gebouw van het Europese Parlement wapperen Europese vlaggen: de Franse, Duitse, Nederlandse, Italiaanse vlag. Gerbrandy: „Iedereen hier weet: een handelsoorlog kent geen winnaars”.
Ondertussen haalt Europa de banden aan met andere handelszones. Eind februari trok een zware delegatie van de Europese Commissie naar India. In december zette Commissievoorzitter Von der Leyen haar handtekening onder een handelsakkoord met Mercosur, het Zuid-Amerikaanse landenblok.
Pindakaas en spijkerbroeken
De EU heeft een breed arsenaal aan vergeldingsmaatregelen tot haar beschikking. Denk aan importquota, hogere heffingen op Amerikaanse import, exportrestricties of de uitsluiting van Amerikaanse bedrijven bij openbare aanbestedingen.
Dirk Gotink, Europarlementariër voor NSC, pleit voor tegenmaatregelen om „de eigen markten te beschermen”. Hij stelt: „Er is een diepe kras in het vertrouwen gezet, die niet zomaar kan worden hersteld.” Europa moet ten tijde van Trump-II volgens Gotink verder denken dan „pindakaas en spijkerbroeken”. Een proportionele reactie zou volgens hem „het aanpakken van Amerikaanse techbedrijven (X, Amazon, Apple, Meta)” zijn.
Brussel wil meegaan in de Amerikaanse handelschaos het liefst vermijden, en verkiest vooralsnog de onderhandelingstafel. Dat is mede ingegeven door de gedachte dat Europa zich niet uiteen moet laten spelen. Zeker nu een escalatiespiraal van heffingen niet kan worden uitgesloten in een wereldwijd economisch conflict.
„Wat er nu binnen Europa gebeurt, is het tegenovergestelde van wat Trump wil bereiken”, aldus D66’erGerbrandy. „Zelfs de Italiaanse premier Giorgia Meloni wordt in de armen van de rest van Europa geleid.”
Italië spreekt bij monde van Nicola Procaccini, Europarlementariër voor Fratelli d’Italia en vertrouweling van premier Meloni, nog altijd van een „militair en commercieel bondgenootschap” met de Verenigde Staten. Voor Rome is een handelsrelatie met de VS, de tweede exportmarkt van Italië, cruciaal. Van een handelsoorlog wil hij niets weten.
„Er zijn twee manieren om te reageren: de ene is met tegenmaatregelen die daadwerkelijk een handelsoorlog uitlokken, want dan komen er weer Amerikaanse tegenmaatregelen. Dat komt neer op een waarschijnlijk eindeloze en verwoestende escalatie voor de internationale handel”, aldus Procaccini, aan de telefoon. „Of er is een andere oplossing, namelijk aan tafel gaan met de regering-Trump en tot een overeenkomst komen, waarbij de vermindering van Europese heffingen die nu gelden op Amerikaanse producten wordt besproken, en we vrijhandelszones oprichten.”
Procaccini geeft aan wel „enig begrip” te hebben voor Trump. Procaccini: „Als voor auto’s die in Amerika worden geproduceerd een heffing van 10 procent geldt op de Europese markt, terwijl voor auto’s die in Europa worden geproduceerd slechts een heffing van 2,5 procent geldt in Amerika, dan zegt Trump: of je verlaagt de heffingen op Amerikaans niveau, of we verhogen ze op Europees niveau.” En die verdubbeling dan? „Een wat overdreven reactie, maar wel een die berust op een objectieve reden.”
Net als Italië dringen ook Spanje en Duitsland sterk aan op ‘krachtige onderhandelingen’. Bovenal, is het gedeelde credo, moeten de „Europese belangen worden beschermd”. Zo lijkt de eerste Europese reactie op de 20-procent-regen vooral constructief van opzet.
Commissievoorzitter Von der Leyen liet zich donderdagmorgen in een persverklaring niet uit over de inhoud van mogelijke vergeldingsmaatregelen, al verwees ze wel naar de maatregelen die de EU neemt in reactie op de eerder aangekondigde Amerikaanse staalheffingen. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan verdere maatregelen „voor als de onderhandelingen mislukken”. Eventuele dumping op de EU-markt, door een overaanbod van producten als gevolg van de Amerikaanse heffingen, zal de EU „niet toestaan”.
