Een kruistocht tegen methaanlekken

Robert Howarth heeft een missie. De hoogleraar ecologie aan de Cornell Universiteit in Ithaca, New York waarschuwt al decennialang voor de klimaatrisico’s van methaan, een zeer krachtig broeikasgas. De laatste jaren voert hij zijn kruistocht vooral tegen vloeibaar aardgas of lng (liquified natural gas), een fossiele brandstof waarbij volgens hem tijdens productie, vervoer en gebruik veel methaan ontsnapt.

Eenmaal in de lucht valt methaan na een jaar of tien uiteen. Maar tot die tijd is het als broeikasgas tot wel tachtig keer sterker dan kooldioxide. Daarom, concludeert het KNMI, kan met de reductie van methaanuitstoot „snel een substantieel temperatuureffect worden bereikt”.

Wie googelt naar de klimaatrisico’s van lng komt al snel uit bij een artikel dat Howarth een jaar geleden publiceerde in het wetenschappelijk tijdschrift Energy Science & Engineering. Daarin becijfert hij dat (Amerikaans) lng ten minste net zo schadelijk is voor het klimaat als steenkool, en vaak zelfs schadelijker. Met zijn verhaal wist hij president Biden er vorig jaar van te overtuigen om de ongebreidelde export van lng aan banden te leggen – wat door de regering-Trump is teruggedraaid.

Europese industriesector

Het gedoe over vloeibaar gas komt Europa slecht uit. In de Clean Industrial Deal, een eind februari gepubliceerd actieplan om de Europese industriesector in deze woelige tijden overeind te houden, speelt lng een prominente rol. In een achtergrondverhaal over het plan schreef NRC dat vloeibaar gas „minder vervuilend dan olie en steenkool” is, en volgens de Europese Commissie „wat langer dan voorzien een acceptabele middenweg” naar een duurzame energievoorziening.

Volgt NRC hiermee klakkeloos het Europese verhaal, vroeg een lezer zich af. Hoe verhoudt zich de pragmatische visie van de EU met het wetenschappelijke perspectief van Robert Howarth?

In een interview met klimaatwebsite Insideclimatenews weerspreekt Howarth het idee dat aardgas een brugfunctie vervult bij de overgang van steenkool – de meest vervuilende fossiele brandstof – naar schone energie uit zon en wind. Dat fabeltje is volgens hem zeker tien jaar geleden al door de wetenschap ontkracht. „Aardgas is hoofdzakelijk methaan”, aldus Howarth. „Dat kun je niet winnen zonder dat een deel ervan weglekt in de atmosfeer.”

Wat is begonnen als noodoplossing, dreigt een permanent karakter te krijgen

Dus beschouwt Howarth lng als de fossiele brandstof met de grootste voetafdruk voor klimaat. Bij de winning van het gas, bij het vervoer naar de fabriek waar het bij een temperatuur van -162 graden Celsius vloeibaar wordt gemaakt, bij het transport (met vaak vervuilende schepen): overal lekt methaan weg. „Lng is gewoon een dure, energie-intensieve, vervuilende manier om gas over oceanen te vervoeren”, concludeert Howarth. „Het is niet de weg vooruit voor een verstandig energieplan.”

EU heeft weinig keuze

Verstandig of niet, sinds de oorlog in Oekraïne heeft Europa weinig keuze. Eerst heeft Rusland de gaskraan langzaam dichtgedraaid, inmiddels willen Europese landen ook zelf graag van het Russische gas af (wat overigens nog lang niet is gelukt). Ze hebben de blik gericht op landen als de Verenigde Staten en Qatar. Hun gas komt tegenwoordig met scheepsladingen tegelijk in vloeibare vorm aan bij lng-terminals in Europese havens, ook die in Rotterdam en de Eems. In 2024 heeft de EU 114 miljard kubieke meter lng ingevoerd – compleet met de bijbehorende broeikasgassen. Wat is begonnen als een noodoplossing, dreigt een permanent karakter te krijgen.

Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening aan het Copernicus Instituut van de Universiteit Utrecht, is milder over aardgas dan Howarth. Gas, zegt hij in een videogesprek, is een fossiele brandstof waar je graag vanaf wilt, maar het is wel degelijk een transitiebrandstof. Misschien niet voor Nederland, dat zijn gastransitie al in de jaren zestig van de vorige eeuw heeft gemaakt, maar wel voor een land als Polen, dat nog steeds zwaar afhankelijk is van steenkool. En ook in Duitsland kan het vervangen van kolen door aardgas in elektriciteitscentrales tot een behoorlijke reductie van broeikasgassen leiden.

De Verenigde Staten zijn laks in de naleving van milieuregels voor schaliegaswinning

Howarth heeft volgens Kramer de neiging om zijn data zo te kiezen dat gas er bij voorbaat slecht vanaf komt. „De getallen die hij gebruikt zijn niet fout, maar als je steeds aan de verkeerde kant van de mediaan gaat zitten, krijg je uiteindelijk een betrekkelijk alarmistisch resultaat.” Howarth deed dat volgens Kramer ook al eens in een wetenschappelijk artikel over blauwe waterstof (geproduceerd uit fossiele bronnen, maar zonder CO2-uitstoot omdat de vrijkomende broeikasgassen worden afgevangen en opgeslagen). Met een groep collega’s schreef Kramer in 2022 een kritisch commentaar op Howarth’s bevindingen.

Is de methaanwaarschuwing dan onzin? Dat ook weer niet, vindt Kramer. „Maar Amerika is laks in de naleving van milieuregels bij de schaliegaswinning. Meer dan de helft van de methaanemissies zijn afkomstig van één procent van de bronnen. Deze cowboys werpen een smet op de hele industrie.”

Het is ook niet gemakkelijk. Het winnen van schaliegas, met zijn vele boorputten die snel uitgeput raken, is veel ingewikkelder dan de traditionele winning uit een gasveld. Maar het kan wel veel schoner dan nu in de VS vaak gebeurt. Alleen moet je daarvoor de risico’s van klimaatverandering en dus van methaanemissies serieus nemen en niet alleen gaan voor de snelle winst. In Qatar hebben ze dat volgens Kramer beter begrepen. Daar beseffen ze dat gas juist waarde heeft als fossiele brandstof met een lage uitstoot. Dan is een zo schoon mogelijke winning essentieel.

Het schoonst mogelijke gas

Dat Europa nu in een lastig parket zit, heeft het volgens Kramer vooral aan zichzelf te danken. Vanuit klimaatoverwegingen wil de EU het schoonst mogelijke gas. Daarvoor zouden ze naar Qatar moeten. Dat ligt voor sommigen dan weer gevoelig vanuit mensenrechtenperspectief. Bovendien leveren de Qatarezen hun gas het liefst op basis van langetermijncontracten, zoals ze die ook met landen in Oost-Azië hebben gesloten. Dat botst dan weer met het klimaatstandpunt in Europa, waar men zo snel mogelijk van het gas af wil.

De vraag is hoe haalbaar die wens is. De kans dat Europa binnen afzienbare tijd geen gas meer nodig heeft, is volgens Kramer veel minder groot dan de Europeanen en zeker ook de Nederlanders denken.

Strategische autonomie is, in ieder geval voor de energievoorziening, een belangrijk streven in Brussel. Volgens Kramer bereik je die autonomie door moeilijke keuzes te maken voordat je met de rug tegen de muur staat. Maar de Europese Unie is tot nu toe niet in staat gebleken dit te doen. Zij zegt vooral wat ze niet wil, niet wat ze wel zou willen. Dus staat Europa nu met de rug tegen de muur. En dan krijg je dus ook gas van cowboys uit de Verenigde Staten.